Ik kan niet zingen meer
"Voor ons gaat de zonne nooit onder";
Dat was het refrein van ons lied.
Ons lied dat daar vrolijk moest klinken,
Al ging weer een leven teniet.
Het was toch zoo'n vroolijke wijze,
Gezongen door vierduizend man;
En vroolijk ook moest het gezongen;
Daar hielden de beulen zoo van.
Vandaag wordt een Pool opgehangen,
Hij staat voor het front van de troep.
Daarom moeten wij heden weer zingen:
Hij hoort reeds den dood in die roep.
Hoe kan men die wreedheid bedrijven?
Erbarm U over hem Heer,
Die daar onschuldig op wordt gehangen:
Ik kan, ik kan niet zingen meer!