Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 30

Doodsaankondiging

'...Enigen uwer worden doodgeschoten.'
Het juist getal verzwijgt de vaksadist.
Met wat ik in mijn hersens altijd wist
Wordt heel mijn inborst plotseling overgoten.

Zij zullen schieten. 't is hun levenslust.
En daartoe hielden zij ons opgesloten.
Maar kan een moord hun zegepraal vergroten?
Menen zij, dat ons volk hierbij berust?

Zij zullen schieten! - Doch wanneer? op wien?
Zal ik erbij zijn en de kracht erlangen,
Te sterven voor de waarheid die ik dien?

En als ik sterven moet - (menig soldaat
Moet sterven en de dood loert op de bangen)
Zal ik dan kunnen sterven zonder haat?

Bron:
Anton van Duinkerken