Aan de Joodsche doctoren naar Duitschland teruggeroepen
De vuile schoften, die u eens verdreven,
U knuppelden uit eigen vaderland,
Roepen U terug en stellen lijf en leven,
in uwe hand!
Hoe is zoo laffe laagheid te doorgronden,
Hoe zijn uw beulen bang voor eigen dood.
Dat zij bij eigen leed en eigen wonden,
u roepen, Jood!
Zij hebben u beroofd van al uw eigen!
Al uw bezit vernield, vertrapt tot gruis!
Wat nood! Nu zal de Jood vergoeding krijgen:
vrij reis naar huis!
Toch zult gij gaan! zij dragen al uw panden
Met nieuwe marteling en nieuwe straf!
Buig u nog eens voor deze schande
en neem uw straf!
Maar: deze noodkreet zij u tevens teeken,
Hoe het krakend scheurt in hun verdoemd bestel,
Totdat uw dag - als d'onze - aan zal breken,
Tot gij - als wij - u glorierijk zult wreken!
Moed, Israel!