Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 26

De Zoekende

Ik heb mijn vader nog gekend.
Maar plots was hij verdwenen.
Hij zwaaide nog en zei gedag,
en nooit meer weergekomen
zocht ik hem, vergeefs!
'k heb nooit meer iets vernomen.
Hebben de Duitsers hem soms, laf
geworpen in een massagraf,
waar ik niet bij mag komen?

Mijn lief werd naar het kamp gebracht.
Zomaar en zonder reden.
Hij riep nog wat, zijn laatste lach
voor mij. En in mijn dromen
bleef de hoop, vergeefs!
Men heeft hem weggenomen?
Werd hij gedood? En toen als straf
geworpen in een massagraf,
waar ik niet bij mag komen?

Bron:
G.Martens