Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 43

De Gijzelaar

Jantjes vader was een dokter
en een hele knappe man.
Zeer gevierd bij zijn patienten,
was die knappe pa van Jan.
Op een dag kwamen er mannen,
haalden pappie uit zijn huis.
Huilend vroeg Jan aan zijn moeder,
"wanneer komt mijn pappie thuis?
"Jantje" sprak toen troostend moeder,
"Pappie, die komt heus weer gauw,
want hij heeft toch niets misdreven
en hij houdt van mij en jou".

Jantje wachtte heel geduldig
op de terugkomst van zijn pa,
maar na een verloop van weken,
ging hij huilend naar zijn ma.
"Mammie zeg me, waar blijft pappie?
Waarom komt mijn pappie niet?
want ik heb toch zo'n verdriet".
"Jantje", sprak toen droevig moeder,
"kindje ik ben ook zo bang.
Ook al heeft hij niets misdreven,
houdt men toch je pappie lang".

Telkens stond er in de kranten
een lange lijst met zwarte rand.
Namen van terechtgestelden,
gijzelaars uit heel het land.
Ook de naam van Jantjes vader,
zag men eens eronder staan.
Slechts omdat hij erg gezien was,
daarom had hij iets misdaan.
"Jantjelief" sprak huilend moeder,
"nooit zie jij je pappie weer.
Ook al had hij niets misdreven,
toch schoot men je pappie neer!"

Melodie:'Aan het strand stil en verlaten'

Bron:
G.Martens