Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 42

Bij de terechtstelling van den "moordenaar" van Seyffardt

Hij schoot op Seyffardt, - ja, maar was dat moord?
Een officier, die het gegeven woord
Aan Koningin en Vaderland verbreekt,
Die zijn seniele en ijdele beenen steekt
Onder de tafel van Europa's ploert
En naar bevelen van dien schreeuwerd loert,
Die jongens van zijn land (al zijn ze gek)
Hoog toespreekt bij hun walglijk vertrek
Onder de vleugels van den adelaar
Die 't eigen volk verslindt met huid en haar,
Verrader van het infantielste soort,
Verkooper van ons volk in daad en woord,
Zelfs wie met tegenzin van dooden spreekt
Voelt bij zijn naam een pijn, die te diep steekt,
Zoodat hij niet kan zwijgen en zijn stem
Verheft met steeds meer woede, steeds meer klem.

Is hij een moordenaar, die deze schoft
Zijn redelijk loon tusschen die ribben ploft?
Is hij een moordenaar, die - als hij ziet
Hoe heel zijn volk in wanhoop en verdriet
Zich tegen Hitlers beulentroep verzet -
Zoo'n overloper straft naar eigen wet?
Is hij een moordenaar, die Nederland
Niet wil bezoedeld zien door schennershand?
Een moordenaar, die op zijn tanden bijt
Bij zooveel blinde, valsche ijdeheid?

Die denkt: met dezen bende-generaal
Gebeurt het ons nooit meer, geen enkele maal?
Een moordenaar, die - vol van heilig vuur -
Zijn land dient in het bitterst, donkerst uur,
Die alles op het spel zet, leven, goed
Omdat zijn hart hem dwingt, omdat het moet?
Omdat zijn volk, in doodelijk gevaar
Hem noodig heegt, - is dat een moordenaar?

Nee, schoft, die nu dit walglijk oordeel velt,
Jij bent de moordenaar, - hij is een held.
En wij, die hem ter slachtbank lieten gaan,
Wij blijven droef, vol warmen eerbied staan,
Wij zien hem na, - zijn moedig voorbeeld is
Ons als een weerlicht door de duisternis,
Een weerlicht, fel en hoog, dat gansch de nacht
Vervult met gloed van ongemeten kracht
Dat ons bezielt tot ongebroken strijd
Voor Neerlands recht en onafhankelijkheid.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945