Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 39

Executie Weteringplantsoen

Ik heb het niet gezien.
Men heeft het mij verteld:
Zij werden tien om tien
voor 't vuurpeleton gesteld.

Men schoot ze haastig neer.
Het salvo vuur en lood
keerde tot viermaal weer,
toen waren allen dood.

En ieder, die de plek
vol schrik en pijn ontweek,
werd (slag in borst en nek)
gedwongen dat hij keek

en zag hoe man en kind
neerzeeg in bloed en dood;
hij werd op slag hun vrind,
hun broer, hun deelgenoot.

Hij vindt mij aan zijn zij.
een die niet rust aleer
hij staat voor n and're rij
met een gericht geweer.

Een, die met vaste hand
op het commando wacht
en recht pleegt in dit land
en vuurt en vuurt en lacht...

Ik heb het wel gezien.
Ik heb het goed gehoord:
Zij werden tien om tien
in het plantsoen vermoord.

Ik ben niet wraakbelust,
maar vol van bitt're pijn.
Het hart, zo diep ontrust
wil weer genezen zijn.

En daarom zal ik staan,
met een gericht geweer.
En rustig leg ik aan
en rustig schiet ik neer.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945