Verzetsliteratuur deel 2

Home

vers 26 | vers 27 | vers 28 | vers 29 | vers 30 | vers 31 | vers 32 | vers 33 | vers 34 | vers 35 | vers 36 | vers 37 | vers 38 | vers 39 | vers 40 | vers 41 | vers 42 | vers 43 | vers 44 | vers 45 | vers 46 | vers 47 | vers 48 | vers 49 | vers 50
vers 36

Doodvonnis

Het vonnis is geveld,
De kogel heeft gefloten
Zijn kort en hevig lied
En heeft hun lijf doorschoten,

Die lam terneder lag
Die staande heeft gestreden,
Ook hem trof nu het lot
Dat nooit hij heeft vermeden,

Dat nooit hij heeft gevreesd
In zijn manhafte leven,
Waarvan hij helder wist
Voor wie hij het zou geven,

Voor wie en welke zaak
Zoo koninklijk voorvochten
Door hem en die het trof,
Dat zij hem bijstaan mochten.

Hem zal dit lage land
Als straks de zon gaat schijnen,
Wel bitter derven gaan,
Want met hem ging verdwijnen,

Een man die zinnebeeld
Was van ons aller streven,
Een man die tot het laatst
Ons voorbeeld is gebleven.

O, kogel die hem trof
O, hand die durfde vuren
Op wie daar neder lag
Reeds in zijn laatste uren,

Wij zullen nimmermeer
Vergeven noch vergeten
Dat wie de dader was
Wel zeker heeft geweten,

Dat hij ons allen trof
In die verlamd gebleven
En machtelooze held
Die meer had dan zijn leven:

Het heilige geloof
Dat eens zou verpletteren
Het malende geweld
Der u gehate wetten

Van vrijheid en van recht,
Dat hecht in onze handen
Gedreven worden zal
Door deze lage landen.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945