Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 6

13 Maart 1941

Zij traden aan bij 't eerste morgenklaren,
zonder een woord.
Zoo hebben hen de knechten der barbaren
Haastig vermoord.

Achttien der onzen, zwijgend aangetreden
Op 't laatste bevel.
Het salvo viel. Hun strijd was uitgestreden.
God hield appel.

Geen krans, geen vlag dekte de ruwe baren,
Geen doodsbericht
Verkondt den volke, wie de achttien waren
Van dit gericht.

Het licht glijdt aan over de lage landen
Van wad tot ven.
En wij, gebukt onder het juk der schande,
Gedenken hen.

Gedenken hen, die toen het volk verslagen
En machteloos scheen,
De vaan der vrijheid hoog hebben gedragen
Door alles heen

Die 't fiere wachtwoord hebben doorgegeven
Van mond tot mond:
Dat eens de tyrannie zal zijn verdreven,
Die 't hert doorwondt.

Iederen morgen, als de zon komt rijzen
Op Hollands wei.
En elken avond, als het licht gaat grijzen
Gedenken wij.

Maar 't licht in onze oogen wordt niet doffer,
Noch zwak de hand,
Wanneer wij denken aan hun bloedig offer
Voor 't Vaderland.

Tegen de tyrannie, die zij bestreden,
Vechten ook wij.
Naar 't doel richten wij dan ook onze schreden,
Wij zweren trouw de leus, die zij beleden:

"Nederland vrij!!"

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945