Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 24

Aan Johannes Post

Gij gaaft uw geld, uw goed, uw leven,
Gij spraakt: Ik kende slechts mijn plicht.
Maar wat heeft u hiertoe gedreven
Den dood te zien in 't aangezicht?

Gij waart de grootste onzer helden
Die met een onuitputbren geest
Ons telkens weer tot schande stelde;
Gij zijt een levend licht geweest!

Ja, in uw sterven bruist het leven
Van al wat achter u zich schaart
En dat denzelfden prijs wil geven
Wanneer het donker daardoor klaart.

En met uw sterven is het duister
Plots door een heldren glans verlicht.
Straks staat heel Holland weer in luister,
De harten dankend opgericht.

Zoo hebt gij door uw doen en derven
Uzelf in Godes kracht gesteld,
Daar, waar ge, helaas, nu ook moest sterven,
Waar heel uw staf haast is geveld.

O, alles te mogen verliezen als gij
Voor het dierbaarste goed ons gegeven
En dan nog te kunnen sterven zoo blij.....
Met een glimlach ten groet aan het leven!

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945