Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 22

Executie

Een grauwen schaduw onder grauwen hemel,
Schijn zonder leven op een blinden muur,
Zoo staat hij met den dood reeds in zijn oogen,
En weet alleen: geen zon, dit laatste uur.

En weet alleen: dit kent hij nog van vroeger,
Dit eenzaam staan, een uitgeworpen kind,
Met in zijn rug een muur, die hem moet steunen,
En om te spelen niemand dan de wind.

En ziet opnieuw dezelfde harde oogen,
- Waren zij wel zijn hunk'rend kijken waard?
En hoort opnieuw de spottend wreede stemmen:
"Je bent een Jood en je bent dood verklaard".

? je bent dood verklaard", dat weet hij zeker,
Hier is iets oud-bekends, dat hem beroert,
Het vonnis, dat zij nu aan hem voltrekken<
Werd op zijn kinderspeelplaats reeds volvoerd.

Er ligt geen leven tusschen toen en heden,
Een kleine stap - is dit hetzelfde land?
Toen was er zon en blauw - en zilv'ren luchten,
En een vertrouwde stuiter in zijn hand.

Heeft hij kwaad gedaan, zonder te weten?
Zij vielen op hem aan, er was een slag....
En toen hij zich verweerde: honderd armen,
En angst om hun verschrikkelijken lach.

"En je bent dood verklaard", dat weet hij zeker,
Zoo stond hij eens en wachtte op het uur,
En zag het peleton zich op hem richten....
Toen viel zijn kleine schaduw op den muur.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945