Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 21

Aan hen die vallen

Blijf bij hen, Heer, haast daalt de donk're nacht;
diep wordt het duister, wees hun trouwe wacht,
als - machteloos - vrienden wijken ver van hen;
O Gij, die helpen kunt, blijft hun nabij.

Snel ebt hun jonge leven naar den dood;
vreugde gaat onder - kil in 't avondrood;
verderf en ondergang staan aan hun zij;
Gij, Onvergankelijke, blijf hun nabij!

Heer, draag hen door Uw tegenwoordigheid!
Uw arm verwinn'den Booze in den strijd;
Wie is een Gids, een Helper, Heer als Gij?
Gij blijft dezelfde Heer, blijf hun nabij.

Geen vijand duchten zij, door Uwe kracht,
Gij droogt hun tranen, stilt hun bitt're klacht.
Waar is, o dood, uw prikkel, waar uw eer?
Meer dan verwinnaar zijn zij in den Heer.

Houdt Gij Uw kruis hoog voor hun brekend oog,
eedn lichtend teeken, wijzend naar omhoog.
Schaduwen vlien; Gods eeuwig licht daagt blij;
In sterven, stervensnood, blijf hun nabij.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945