Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 15

De ballade van de ter dood veroordeelden

Een zware hand legde zich op zijn schouder
En onderbrak zijn dagelijksche gang.
Heel even ging zijn adem wat benauwder,
Toen ging hij rustig mee. Hij was niet bang.
Dat dit eens komen moest wist hij allang.
Wie, die den strijd aanbindt, schuwt de gevaren?
Menig soldaat sterft in zijn beste jaren.
Maar toen het land riep, volgde hij dien drang.
Op 't Binnenhof heeft hij heel zacht gezegd:
"Heer, help de mijnen! Ik kom wel terecht!"

Er zat een jonge man in Scheveningen,
Die had gesaboteerd en opgeruid,
Wapens gesmokkeld en nog andere dingen,
Tot hij verraden werd. Toen was het uit.
En een paar cellen verder zat zijn bruid.
Zij waren altijd in elkanders gedachten.
een vonnis en zes kogels tot besluit.
Iederen avond hebben zij gezegd:
"Heer, help den ander! Ik kom wel terecht!"

En in de cel daarnaast een jonge jongen,
Die eens de vreugde van zijn ouders was.
Toen hij thuis was, had hij altijd gezongen.
Zijn oogen waren klaar als zuiver glas.
Hij nam zijn leven toen het nog maar pas
Begon en wierp het in de schaal der vrijheid.
Hij offerde het met dezelfde blijheid
Waarmee hij door zijn jeugd gedarteld was.
Steeds heeft hij dit gebed voor God gelegd:
"Heer, help mijn ouders! Ik kom wel terecht!"

Allen, allen: de man met grijze haren,
Die elken avond psalm zingt in zijn cel,
De jeugdigen, en die op rijper jaren,
Gehoorzaamden het innerlijk bevel -
Zij stonden op hun post en wisten wel:
Wij zijn gering in aantal, weinig krachtig,
De vijand is barbaarsch en overmachtig,
En als hij toeslaat treft zijn wraak ons fel
En het vergaat ons en den onzen slecht.....
God sta hen bij! Wij komen wel terecht!

Prinsesse van Oranje, hoog verhefen,
Die het symbool van ons verlangen zijt,
Wij weten wel, dit kost ons straks het leven,
Wij zien het licht nog slechts een korten tijd.
Maar als wij aanstonds vallen in den strijd
En eenzaam sterven op de hei in Haren,
Dan willen wij een laatsten zucht bewaren
Voor dit gebed op weg naar de eeuwigheid:
Heer, Uw soldaat, die sneuvelde in 't gevecht,
Smeekt U: help Holland! Ik kom wel terecht.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945