Mijn Handkoffer
Ik heb hier in mijn stille cel
een goede, oude metgezel;
mijn handtasch, die me heeft vergezeld.
Zij bracht me in de kille cel
het plakportret van een hotel,
waarmee zij mij tot troost vertoont,
waar ik vroeger eens heb gewoond.
Mijn trouwe tasch! Ik weet het wel!
Tot hier ben jij mijn metgezel.
Jij kunt des levens zin verstaan:
altijd bereid op reis te gaan!
Wij hebben slechts een zekerheid
in 't staag verloop van levenstijd,
als einddoel van dit aardsche lot;
dat elke reis ons voert naar God!
Als ik dit aardsche tranendal
straks zonder jou verlaten zal,
blijft iets dat stoffelijk ons verbindt:
ik heb dit leven zoo bemint!