Aan Maarten van Gils
Je keert niet weer van waar je heen zult gaan,
Je staat eerstdaags wel voor het peleton,
Dat, sinds de oorlog in dit land begon,
Zoo menigmaal zijn slagen wist te slaan.
Je keert niet weer, je bent al haast gegaan,
Kent al niet meer de warmte van de zon,
Verloor de vrouw, die je door liefde won
En weet den muur, waartegen je zult staan.
Toch zal je, in de steenen, grijze cel
Je speelsche hoop tot op het laatst genieten.
Je leerde bij de Franschen 't lichte spel
En bij de Spanjaarden het zuiver schieten,
En bleef als Hollander je woord gestand,
Verbeten vechtend voor dit kleine land.