Verzetsliteratuur

Home

vers 1 | vers 2 | vers 3 | vers 4 | vers 5 | vers 6 | vers 7 | vers 8 | vers 9 | vers 10 | vers 11 | vers 12 | vers 13 | vers 14 | vers 15 | vers 16 | vers 17 | vers 18 | vers 19 | vers 20 | vers 21 | vers 22 | vers 23 | vers 24 | vers 25
vers 10

Aan Maarten van Gils

Je keert niet weer van waar je heen zult gaan,
Je staat eerstdaags wel voor het peleton,
Dat, sinds de oorlog in dit land begon,
Zoo menigmaal zijn slagen wist te slaan.

Je keert niet weer, je bent al haast gegaan,
Kent al niet meer de warmte van de zon,
Verloor de vrouw, die je door liefde won
En weet den muur, waartegen je zult staan.

Toch zal je, in de steenen, grijze cel
Je speelsche hoop tot op het laatst genieten.
Je leerde bij de Franschen 't lichte spel
En bij de Spanjaarden het zuiver schieten,
En bleef als Hollander je woord gestand,
Verbeten vechtend voor dit kleine land.

Bron:
Geuzenliedboek 1940-1945