Nauwelijks was de stijfsel achter de eerste Duitse propaganda affiches, in de zomer van 1940 droog of geheel Nederland zong het lied van 'Vliegers die genade kennen'. Het volk, beroofd van vliegtuigen, kanonnen en geweren, had een nieuw wapen ontdekt: het lied. Dat wapen werd de gehele oorlog door gehanteerd. Er was geen schanddaad door de Duitsers beraamd of bedreven, of er deed een protestlied de ronde. Daarnaast verschenen er ook liederen die de Nederlanders moed in wilden spreken en die hen wilden doordringen van de eigen normen en waarden om hen zo sterk te doen staan tegen de Duitse overheerser. In het najaar van 1942 rees het plan deze verzetspoezie te verzamelen en zo nogmaals onder de bevolking te verspreiden. Het plan werd een succes en 'het Geuzenliedboek' verscheen, genoemd naar de Geuzenliedboeken uit de Tachtig Jarige oorlog. Op deze en de volgende bladzijden tref je een verzameling van deze liederen, rijmen en versen aan, zoals die door de bevolking werden gezongen. De bron van dit materiaal is 'het Geuzenliedboek 1940-1945', dat een heruitgave was van de originele verzetsliteratuur en die net na de oorlog verscheen en waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de slachtoffers van het Nederlandse verzet. Het originele taalgebruik is gehandhaafd. vers 1 Bij het graf van den onbekenden Nederlandschen soldaat. Gevallen in de meidagen van 1940. vers 2 Groet der Martelaren. vers 3 Verlaat hen niet! vers 4 Opdracht van een gefusilleerde. Geschreven door een moeder, wiens zoon gefusilleerd werd.
vers 5 Bij den dood van Joris Heus. Joris Heus uit Westmaas werd in 1941 gefusilleerd, omdat hij een Engelsch piloot geholpen had. Ruim vijf weken zat hij gevangen in een cel aan het Haagsche Veer te Rotterdam.
vers 6 13 maart 1941. vers 7 De achttien dooden. vers 8 Virelai. vers 9 Twee en zeventig. vers 10 Aan Maarten van Gils. vers 11 Tusschen muur en geweerloop. vers 12 Mijn handkoffer. vers 13 Soldatenschool. vers 14 Allerzielen. vers 15 De ballade van de ter dood veroordeelden. "God, help mijn vrouw en kinderen! Ik kom wel terecht!" Haastig met potlood gekrabbeld opschrift op den binnenkant van een celdeur in het Binnenhof te 's Gravenhage.
vers 16 Grebbe 1943 vers 17 Ter dood veroordeeld vers 18 Dolf's bevrijding vers 19 Naamloos vers voor de naamloozen vers 20 Heilige Mis voor een gevallene vers 21 Aan hen die vallen 2 October 1943. vers 22 Executie vers 23 Alleen zijn vers 24 Aan Johannes Post Die aan het hoofd van zijn K.P. bij een poging tot bevrijding van politieke gevangenen, werd doodgeschoten. vers 25 De dooden |