MET GRIJZE WOLVEN-JAAGSTER STELLA BRAAM IN DE OLIE

 

De niet onomstreden journaliste Stella Braam kreeg op eigen verzoek toestemming om mee te doen aan de allereerste kampioenschappen olieworstelen in ons land. Vervolgens deed ze er alles aan om deze sport verdacht te maken als ´Grijze Wolven-sport´. Dat dit baarlijke onzin is leest u in het onderstaande fragment, afkomstig uit de bestseller ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken?´.

grijze wolven, grijze-wolven, grey wolves,grijze wolf E-Mail | Home grijze wolf, boskurd, mhp, grijze wolven, grijze wolf

STELLA B.

De niet onomstreden onderduik- kameraad Stella Braam (35 jaar, 58 kg) maakte zich ernstig zorgen over de ´gevaren´ van het Turkse olieworstelen.


VON DER FUHR


Wapen van Wassenaar

Gijs von der Fuhr maakte zich ernstig zorgen om de halve maantjes, die staan `voor onderdrukking en extreem nationalistische tendensen' en dat deze symbolen een uitdrukking zijn `van een ondemocratisch gedachtegoed'.


Lees het in het boek 'Hoe gevaarlijk zijn de Turken?'.

Verkrijgbaar in de betere boekhandel en bij Turks Huis.

De allereerste bestseller onder allochtonen in nederland is ook te koop op de Zwarte Markt in Beverwijk en bij Turks huis Westerpark.

 


[türkevi]

BRAAM EN BAKKER

Het allerlaatste bastion van Turkse mannelijkheid zou worden opengebroken. Zes eeuwen lang werd het Turkse olieworstelen gedomineerd door forse knapen in stevige lederhosen.
`Turks olieworstelen voor vrouwen' schreef een tot op dat moment onbekende journaliste met vette letters op de cover van De Groene Amsterdammer. Inderdaad: Stella Braam (35 jaar, 58 kg) had zich met haar assistente Anja Bakker (28 jaar, 78,5 kg) aangemeld als deelneemsters. Braam was mij nauwelijks bekend. De uit Calgary, Canada afkomstige Anja Bakker kende ik van ´Herkenning´, een prachtig gedicht met als laatste zin:
Heel stil wachten op: de betere tijden. Voorzichtig kijken naar: een angstige vrouw en denken: 'Dat ben ik'.

Arme Anja, was ze met baby op de rug door Stella meegenomen. Stella, zo zou ze later via De Volkskrant laten weten, was toen al ´serieus bedreigt´ met de dood door De Grijze Wolven. Bovendien wilde Braam helemaal niet olieworstelen. Door haar inschrijving hoopte ze de organisatie te provoceren en kon ze een stukje te kunnen schrijven over hoe `vrouwonvriendelijk' die Turken wel niet waren. Eerder hadden diverse officials Braam laten weten dat dit traditionele olieworstelen `alleen voor jongens' was.

In de Groene Amsterdammer van 17 september 1997 schreef Braam: `Met een assistente meld ik mij als kandidaat-olieworstelares aan. Achter de stand treffen we Mohamed el-Fers, voorzitter van de net opgerichte Nederlandse Olieworstel Federatie. `Willen jullie worstelen? Dat kan niet', zegt hij, om dan razendsnel het roer om te gooien: `Het is nog nooit voorgekomen dat vrouwen meedoen, maar ik zie het probleem niet.' Na overleg met zijn achterban mogen we ons inschrijven. `Zelfs de Turkse Sportfederatie gaat akkoord'.

Aan het gezicht van Braam viel af te lezen dat ze het allesbehalve leuk vond dat ze werd ingeschreven.
`Je verpest mijn hele opzetje' siste ze me toe.
De mededeling dat twee dames mee zouden doen veroorzaakte een enthousiast applaus. Ook van het huidige VVD Tweede Kamerlid Fadime Ürgü, die de wedstrijd presenteerde:
`Ik vond het fantastisch, toen ik hoorde dat er vrouwen zouden meeworstelen.'
Schrijfster/journaliste Daphne Meijer liet weten: `Had ik dat geweten, dan had ik ook wel mee willen doen.'
Kortom: 1-0 voor Stella Braam. Zonder al te veel inspanning kon ze de geschiedenis instappen als de eerste vrouw die sinds het onstaan van deze sport in 1361 zou hebben geolieworsteld.
Zelf besefte ze de historische waarde van haar daad niet. Stella verbaasde zich er zelfs over dat ze werd achtervolgd door een horde verslaggevers, cameramannen en fotografen. `Mogen wij u interviewen, want vrouwen die gaan olieworstelen, dat is uniek', vroeg de verslaggeefster van de Turkse Samanyolu TV.
`Nee, geen interviews', klonk het bars.
Het Turkse vrouwenblad Huzur vroeg: `Waarom hebben jullie voor deze sport gekozen?' en `Waar trainen jullie?'
Zonder te antwoorden probeerde Stella de Turkse paparazzi van zich af te schudden.
`Nee, ook geen foto's'.

Vreemd genoeg concludeerde Braam in haar verslag dat de integratie zou worden tegengewerkt door `dit soort sportmanifestaties'.
Centrale vraag in haar artikel: `hoe onschuldig is olieworstelen?'
Stella heeft het dan niet over de verminderde blessures ten opzichte van het Grieks-Romeins of Vrije Stijl worstelen.
Nee, ze beschikt over niet nader omschreven `aanwijzingen' dat bij een olieworstelpartijtje in Duitsland de islamitische Refah-partij `een stevige vinger in de pap' zou hebben gehad. Of er daardoor beter of slechter werd geworsteld, vermeldde ze niet.

Naast deze nogal discutabele `aanwijzingen' komt Braam in haar artikel met de heer Zeki Arslan van Forum uit Utrecht op de proppen. Arslan: `Misschien hebben de organisatoren niet voorzien dat nationalistische groeperingen op zo'n wedstrijd afkomen om daar hun politieke stempel op te drukken.'
Zeker is dat de organisatoren er geen rekening mee hadden gehouden dat Stella Braam de wedstrijd zou misbruiken als voorproefje voor haar een maand later verschijnende Grijze Wolvenboekje.
Stella laat Arslan pleiten voor gedragsregels `opdat sportevenementen geen arena's worden waarin extreem-rechtse groepen hun slogans kunnen afvuren.'
Kort door de bocht. De Staatskrant schreef over hetzelfde evenement: `Er werden geen slogans afgevuurd. Er werd geapplaudisseerd voor een overwinning. Op de vier tribunes samen waren één Nederlandse, één Cypriotische en vier Turkse vlaggen te zien. Nogal schamel als je de vlaggenzee van het Oranjelegioen gewend bent.'
De Staatskrant vroeg zich af of die Zeki Arslan met zijn `nationalistische groeperingen' het wel over dezelfde olieworstelwedstrijd had? De krant belde de multi-culturele beleidskoepel Forum in Utrecht en zie: Zeki Arslan was in het geheel niet bij de wedstrijd aanwezig geweest vanwege `andere verplichtingen.'

Samil Korkut woont sinds zijn derde jaar in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt, waar de wedstrijd werd gehouden:
`Ik schrok me rot van dat stuk in De Groene Amsterdammer. Wat bezielde die Braam om van dit sportevenement een extreem-rechtse fascistenmanifestatie te maken? Hollanders zijn er niet vies van om tijdens een partijtje voetbal tegen Ajax massaal het geluid van gaskamers na te doen, de Hitlergroet te brengen en uiterst racistische leuzen over negers en joden te schreeuwen. Maar o wee als verdomme één Turk met een vlaggetje wordt gesignaleerd. Dat hoort dan volgens Braam meteen bij een fascistode mantelorganisatie die de wedstrijd misbruikt om propaganda voor extreem-rechts te maken.'

Dat er Grijze Wolven op de wedstrijd waren afgekomen `om daar hun politieke stempel op te drukken' was verder niemand van de zo talrijk aanwezige pers opgevallen.

Braam sprak tijdens de wedstrijd een paar Turkse meisjes aan op hun T-shirt met het opschrift Turkije.
`Ben je niet bang doodgestoken te worden?' vraagt Stella.
`Hoezo?', vragen de tieners verbaasd.
`Nou, vanwege dat t-shirt natuurlijk, ik heb gehoord dat de PKK tussen het publiek zit...'
Geschrokken kijken de meisjes naar de onderzoeksjournaliste. Zijn er erg veel gasten in het publiek die je willen neersteken omdat je een shirtje met de naam van je land draagt?
Braam vraagt wat de meisjes ervan vinden dat ze zodadelijk door de PKK overhoop worden gestoken.
De dapperste van de vier meiden slikt en antwoordt: `Nou, als dat zo is, dan ben ik eigenlijk heel trots op mezelf.'

Braam en haar assistente verdwenen zo onopvallend mogelijk nadat ze voor de vierde keer was opgeroepen dat ze op het wedstrijdveld diende te verschijnen.

Grijze Wolven in de olie had ze oorspronkelijk boven het een week later verschijnende artikel gezet. Dat ging blijkbaar zelfs Groene Amsterdammer-adjuncthoofdredacteur Antoine Verbij te ver. Het weekblad koos voor een uitspraak van een van de tienermeisjes en verscheen met de kop: Sterven voor Turkije.

Samil Korkut: `Wordt er voor het eerst in de geschiedenis een olieworstelwedstrijd georganiseerd in Nederland, dan staat die Braam in de startblokken met haar opgeheven vingertje. Als bewijs dat het een extreem-rechtse sport is heeft ze `gehoord' dat bij een olieworstelwedstrijd in Duitsland de fundamentalistische moslims een vinger in de pap zouden hebben gehad. Dat de fundo's toch een hele andere club is dan de Grijze Wolven maakt haar blijkbaar niet uit. Alles en nog wat wordt er met de haren bijgesleept om het Turkse olieworstelen onderuit te halen. Sinds 1361 hebben er jaarlijks olieworstelkampioenschappen plaats. Waarom worden deze sporters ineens verdacht gemaakt? Dat gebeurt nergens ter wereld, dat sporters zo worden gecriminaliseerd.'

Een week nadat Stella's verslag over het olieworstelen was verschenen openden de radionieuwsdiensten en alle televisiejournaals met een bloedstollend bericht: de journalisten Stella Braam en Mehmet Ülger zijn ondergedoken.
`Al tijdens het schrijven van hun volgende week verschijnende boek over Turks extreem-rechts werden ze bedreigd door Grijze Wolven.'
Moedig dat Stella zich openlijk durfde te vertonen bij dat olieworstelen. Zich ondanks bedreigingen van Grijze Wolven gewoon onder haar eigen naam liet inschrijven. Hoe koelbloedig van haar om gewoon rond te durven lopen tussen al die haar naar het leven staande Grijze Wolven. Zeker omdat het niet de eerste keer was dat Stella en haar partner werden bedreigd.

Bovenstaand fragment is afkomstig uit het boek ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken´. Koop deze onverbiddellijke bestseller onder Turkse Nederlanders!

HET REGENT EN DE TURKEN KRIJGEN DE SCHULD

In Nederland was het gerucht dat het ´een Grijze Wolvenboek´ zou zijn voldoende om, op één krant na, geen aandacht aan dit boek te besteden. Terwijl elke krant en elk magazine in Nederland een recentie-exemplaar ontving. Naast het Amsterdams Stadsblad schreef alleen de onafhankelijke Stichting Nederlandse Bibliotheekdienst een recentie voor intern gebruik bij de Nederlandse bibliotheken. Recencent Sytske J. Breunesse noemde ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken´ ´een belangwekkend boek´ waarbij de ´uitgebreide actergrondinformatie´ over het fenomeen Grijze Wolven ´aan toont dat de zaak genuanceerder is dan in de pers vaak wordt weergegeven...en de linkse beweging eind jaren zeventig niet minder geweldadig was dan de rechtse´. Ondanks het negeren van de Nederlandse recencenten, was de eerste druk binnen één week uitverkocht. Het boek is, met name buiten de normale boekhandel om, een bestseller van de eerste orde en zal ook in het Turks, Duits, Frans en Engels verschijnen.

In ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken´ komen, na alles wat er over ze is geschreven, de Turken zelf eens aan het woord. Niet de geijkte woordvoerders, niet de mensen die het hardste schreeuwen of via pers en internet de wereld in rep en roer brengen.
In het boek 'Hoe gevaarlijk zijn de Turken?' spreekt de Turk die nooit iets wordt gevraagd. Het is voornamelijk negatieve publiciteit die de Turken ten deel valt. En wat er over `de Turken' beweert wordt is soms uiterst discutabel. Door de waarborg van anonimiteit bij het wetenschappelijk onderzoek dat aan dit boek ten grondslag ligt, konden onderwerpen uit de schier hysterische taboesfeer worden gehaald. Hoe nodig dit was, bleek bij het bekend worden van de uitkomsten van het onderzoek over de invloed van de Nederlandse media op het zelfbeeld van de Turken. Een overdosis aan politieke correctheid deed sommigen het onderzoek een rechtstreekse provocatie noemen. Onderzoek naar de mening van Turken over wat er over ze wordt beweerd is blijkbaar al `een stigmatisering'. Datzelfde teveel aan politieke correctheid frustreert elke open gedachtewisseling over de problematisering van migrantenzaken. Oordeel eens zelf inplaats van alles te geloven wat bepaalde publicisten beweren.

WOESTHUILENDE TURKEN OP BERGHELLINGEN

In de jaren zestig van de 20-ste eeuw trokken steeds meer Turken naar Nederland. In die eerste jaren van de Turkse migratie werd er nauwelijks over hen geschreven. Men meende dat wanneer de hoogconjunctuur hier voorbij zou zijn ze snel zouden terugkeren naar hun eigen land.
Van terugkeer bleek nauwelijks sprake te zijn. Integendeel, velen lieten in het kader van de gezinshereniging hun familieleden overkomen. Nederland kreeg er een groot aantal landgenoten van Turkse herkomst bij. In nog geen veertig jaar groeide het aantal Turken in Nederland van 71 tot zo'n 280.000 op dit moment.

Aan de vooravond van de 21-ste eeuw, rond de 35-ste verjaardag van de Turkse migratie, wordt er veel over hen geschreven. Een wetenschapper als prof. dr. Frank Bovenkerk was in 1995 goed voor grote krantenkoppen op alle voorpagina's als hij voor de commissie Van Traa bekend maakt dat `enkele tientallen procenten' van de Turken in de heroinehandel betrokken zou zijn. Als we die `enkele tientallen' vertalen naar twintig procent zouden er in ons land zo'n 56.000 Turken in de heroïne zitten.
Een groep ter grootte van de totale bevolking van gemeenten als Den Helder, Lelystad, Nieuwegein, Veenendaal of Zeist. Het wordt helemaal eng als dezelfde wetenschapper bovendien laat weten dat deze Turkse criminelen zich in niets onderscheiden van brave huisvaders met vrouw en kinderen.

De Turken hebben het moeilijk in de media. De integratiepogingen worden keer op keer tenietgedaan door dit soort berichten.
Toen Bovenkerk krap drie weken na zijn omstreden uitspraken nogmaals voor het tribunaal van Van Traa verscheen moest hij zijn `enkele tientallen procenten' inslikken. Er bleef niet meer van over dan `een aanzienlijke betrokkenheid' van Turkse mannen. Zo'n bericht kwam aanzienlijk minder groot in de krant.
Als ze al geen onopvallende miljonair worden in de heroïnehandel, zijn ze wel bezig met steunfraude, zo lijkt het.
Ook de ouderen van de eerste generatie worden ineens verdacht. Jarenlang hebben ze hier gewerkt en gespaard om hun droom te realiseren: een eigen huis in Turkije. Hoe anders is het allemaal gelopen nu ze afhankelijk zijn geworden van een uitkering. Waar ze de beste jaren van hun leven voor hebben gegeven wordt door de Nederlandse staat niet als toegestaan bezit geaccepteerd.
Hadden de uitkeringstrekkers geen huizenbezit, dan fraudeerden ze volgens de pers wel met kinderbijslag voor niet bestaande kinderen in Turkije.

Dat het allemaal nog erger kon bleek op zaterdag 27 september 1997. De in heroïne handelende bezitters van tweede huizen vol niet-bestaande kinderen zouden massaal lid zijn van een ultra-rechtse militante organisatie: de Grijze Wolven.
De Volkskrant had de primeur. Haar zaterdagse bijlage Vervolgens opende met een oogverblindende paginabrede vlag met de ook hier sinds de middeleeuwen bekende drie halve maantjes. Het logo van de Grijze Wolven die in alle Nederlandse politieke partijen en elk politie-apparaat infiltreerden. Grijze Wolven zouden jonge Turken opleiden voor de oorlog tegen de PKK(Koerdische Arbeiderspartij) en `achter de schermen' werken aan de oprichting van een staat in de staat, wist De Volkskrant.
De stichting van een eigen Turkse provincie in Nederland? Zouden de Turken vervolgens onze overige elf provinciën veroveren en ons land transformeren tot Vilayet Hollandistan?
Er was geen twijfel mogelijk. In de voorhoede om Nederland als deel van het herstelde Groot Osmaanse Rijk in te lijven staan de Grijze Wolven klaar om dit grote ideaal te verwezenlijken.
Niet alleen in Nederland zou de vlag met de drie halve maantjes komen te wapperen, overal in de wereld zouden Grijze Wolven verenigingen en culturele instellingen hebben opgericht als dekmantel voor de te voeren strijd. Plaatsen als Wassenaar, Krimpen aan de IJssel, Oosterhout, Nederlek, Lekkerkerk, Schijndel, Woubrugge, Voorschoten, Ulrum, Ouderkerk aan de IJssel, Hedel, Krimpen aan de Lek, Monster of Bergambacht, alle al eeuwen met drie halve maantjes in hun wapen, werden van de ene op de andere dag met andere ogen bekeken.
Gijs von der Fuhr, inspirator van het W.O:G. liet in een brief aan de Turkse Federatie Nederland weten dat halve maantjes staan `voor onderdrukking en extreem nationalistische tendensen' en dat deze symbolen een uitdrukking zijn `van een ondemocratisch gedachtegoed'.

Daarmee verschilt deze ACB-voorlichter nogal van mening met Derkwillem Visser, directeur van het internationaal bekende VDCN (Vlaggen Documentatie Centrum Nederland): `Die symbolen hebben historische waarde en stammen uit de tijd van de kruisvaart. Het zou toch te gek om los te lopen zijn om deze halve maantjes nu plotseling te gaan vervangen omdat iemand beweerd dat het een Grijze Wolven-symbool zou zijn geworden'.

Het was niet de eerste keer dat de Grijze Wolven onrust veroorzaakten. In 1979 schreef Thijl Sunier, antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam, een boekje over Grijze Wolven in Nederland. Daarover werden Kamervragen gesteld. De ministers De Ruiter (Justitie), Wiegel (Binnenlandse Zaken) en Gardeniers (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk) lieten destijds weten dat ze het bestaan van Grijze Wolven ernstig betwijfelden.
In een eerder stadium waren er ook al eens kamervragen gesteld over vier onderwijzers die als Grijze Wolven verdacht waren gemaakt. `Loos alarm' concludeerde de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen Van Kemenade. Zonder onderbouwing en gebaseerd op vage, vaak anoniem geuite beschuldigingen en discutabele en tegenstrijdige beweringen was men vooralsnog niet bereid te aanvaarden dat Grijze Wolven in Nederland een nest zouden hebben.

Ibo (22) werkt in een Turkse videotheek in Amsterdam-West. Hij bevestigt dat de verkoop van wolvenspul gigantisch is geworden sinds de verschijning van het boek over die Grijze Wolven. Hij vind het `walgelijk' dat twee journalisten er in zijn geslaagd `onze wolf' te stigmatiseren en te criminaliseren.
`Sinds die verhalen over Grijze Wolven, schrikken Hollanders als ze hier binnenkomen en sleutelhangers met een afbeelding van dit symbooldier zien hangen. Ze denken gelijk dat deze videotheek in handen is van de Grijze Wolven. Soms zie je ze denken: o, ben jij zo'n engerd.'

`Als Turk vraag je je af wat nu precies het verschil tussen onze wolf en andere nationalistische dieren is. Wat maakt onze Grijze Wolf nu erger dan de Russische Beer, Chinese Draak of de Amerikaanse Adelaar?'
Ibo denkt dat de Nederlandse Leeuw hetzelfde lot wacht als de Turkse Grijze Wolf.
`Dat's dan toch ook een besmet dier. Allerhande extremistisch nationalistische groeperingen gebruiken die leeuw als logo.'
Ibo vond vlak voor de verkiezingen van `98 een folder in zijn brievenbus waarop de Hollandse leeuw werd geroemd vanwege `de kracht' waarmee het beest `zijn territorium verdedigt tegen stelende Marokkanen, in heroïne dealende Turken en andere negers en joden.'

De panthera leo staat inderdaad in het logo van verschillende nationalistische groeperingen. Een echt Hollands beest dat ooit de Geuzenpenning sierde. De Hollandse Leeuw, gewapend met een zwaard en pijlen stond op het eerste zegel dat de Staten-Generaal in 1578 liet maken. Ook de federatie van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden voerde de leeuw in haar wapen. Sinds het koninklijk besluit van 1815 zijn het zelfs twee `aanziende, staande leeuwen' als `schildhouders' die zijn toegevoegd aan het beleeuwde staatswapen van de Nederlanden.
Voor velen is de Nederlandse leeuw een symbool voor het vaderland. Dit wordt het duidelijkst zichtbaar tijdens wedstrijden van het Nederlandse voetbalelftal.

`Geen Hollandser beest dan de Nederlandse Leeuw?', lacht Ibo.
Maar: `Wat moeten die Hollanders toch met die leeuw? Dat beest heeft hier buiten Artis nooit geleefd. De leeuw komt van nature voor in Afrika, West- en Zuidwest-Azië en het westen van India.'

Dat Loekie de leeuw geclaimd wordt door rechts extremistische nationalisten maakt Loekie nog niet tot het exclusieve symbool van die bepaalde groep Hollanders. Laat staan dat iedereen die met een hup-holland-hup pet met de Oranje Leeuw als een nationalistische rechts-extremist moet worden beschouwd.
Verklaart dit de woede die veel Turken voelden toen de wolf, `ons nationale logodier', in de media tot exclusief herkenningsteken van nationalistische extremisten werd gemaakt?

DRAMATISCH OOG

Ülger en Braam hadden via `de bovenwereld signalen ontvangen' dat Alparslan Türkes het vijfde congres van de Belgisch-Turkse Federatie zou komen toespreken.
Waaruit die `signalen' precies bestonden vermelden de auteurs helaas niet. Waar zouden Braam en Ülger zonder hun `bovenwereld' zijn die dit soort vitale informatie over de Grote Grijze Opperwolf aan hen doorseint? De gewone sterveling moest het stellen zonder buitenaardse signalen. Die las gewoon in de Turkse krant, de Volkskrant of het NRC-Handelsblad wie er naar België zou komen. Of zag het op tv of op de affiches en flyers die met duizenden tegelijk werden verspreid.

`Grimeur Sjaak en kapper Harry' hadden Mehmet `met baard, snor, pruik en bril onherkenbaar gemaakt.'

Tussen Maastricht en Hasselt werd nog ijverig geoefend:
`Hoe heet je, Mehmet?' vraagt Stella.
`Mehmet-Ali Can.'
`Wat zeggen we als ze ons vragen waarom we er zijn?'
`Ik ben geïnteresseerd in de Turkse taal en cultuur.'

Er worden twee jongetjes in de berm gesignaleerd, die aan `iedereen die het parkeerterrein oprijdt de wolvengroet brengen.'
Iedereen groet enthousiast terug, behalve het onderzoeksduo. Stella zal ongetwijfeld met de grootste afkeuring naar de kinderen hebben gekeken.
Ülger alias Mehmet-Ali Can worstelde met zijn Einsteinachtige pruik en fier wapperende Trotskibaard.
Door zijn Buddy Hollybril zag Mehmet tijdens het kopen van een entreekaartje dat ze in de gaten werden gehouden.
Stijf ballen ze met hun politiek correcte hand in de jaszak wanneer de beveiliging om een legitimatiebewijs vraagt en Mehmet-Ali Can niets anders dan `een klein notitieblokje' tevoorschijn weet te halen.
Stella verbaast zich over het geringe vertrouwen dat de beveiligingsdienst in de man met de loslatende valse baard stelt.
Zeker wanneer de security vraagt of ze hun auto mogen bekijken.

Tegenover vijf beveiligingsmensen weigert Mehmet-Ali Can hardnekkig zijn autosleutel af te geven:
`Voorbijgangers staren. Bezoekers vormen een kringetje.'
Ondanks de valse baard, snor, pruik en bril roept een toeschouwer: `Ik ken hem ergens van'.
Ongetwijfeld een helderziende.

We lezen dat `de leider' bliksemsnel een pistool tevoorschijn haalt en Ülger afvoert naar een personenbusje. Alwaar zijn valse baard wordt afgetrokken.
`Zeg wie je bent, anders maken we je af.'
`Mehmet-Ali Can.'
`Ben je een terrorist?'
`Natuurlijk niet.'

Mehmet Ülger krijgt zijn autosleutel terug, maar mag niet naar binnen. `Als je hier iets over in de openbaarheid brengt komen we je afmaken' want `je weet nu hoe we zijn.'

Wat mag er niet in de openbaarheid worden gebracht? Waarom deed Ülger geen aangifte met een vuurwapen te zijn bedreigd door de leider van een grote beveiligingsdienst? Was het om te voorkomen dat iedereen dan zou weten dat je niet bij grimeur Sjaak en kapper Harry moet zijn als je onherkenbaar naar een Wolvenparty wil gaan?

Een paar dagen voor de verschijning van het boek laten Braam en Ülger hun uitgever via het anp bekend maken te zijn ondergedoken. Politiebescherming is niets waard. Eerder liet een rechercheur van de Amsterdamse politie hun weten: `De kans dat Grijze Wolven in ons korps zitten, is helaas groter dan dat ze er niet in zitten.'
Ülger en Braam vragen aan de journalistenvakbond NVJ of zij hen kogelvrije vesten kunnen leveren. NVJ-secretaris H. van der Ploeg laat via het NRC-Handelsblad weten dat de vakbond de vesten `in het buitenland heeft besteld.'

Een dag nadat ze zijn ondergedoken verschijnt Braam in de NOS-journaals. Of beter gezegd, alleen haar oog, maar wel met de macro-lens beeldvullend. Zelden werd er zo'n dramatisch oog vertoond in het journaal.
Het Parool bericht die dag dat de auteurs dan wel zijn ondergedoken op advies van de Amsterdamse politie, maar dat het tweetal gistermiddag nog met Netwerk opnamen aan het maken was voor dit actualiteitenprogramma. Vanaf dat moment kon je geen tv aanzetten of ‚‚n oog of ‚‚n lip van Stella of de onherkenbaar gemaakte Ülger was in beeld. Ondanks eerdere tegenvallers verrichten grimeur Sjaak en kapper Harry nu groots werk. Stella moet soms getwijfeld hebben of dat nu echt Mehmet Ülger was die schuil ging onder al die valse baarden, pruiken en extra verbrede kinnen van kneedbaar plastic.

Hoewel het duo was ondergedoken, deed geen programmamaker een vergeefs verzoek het duo te mogen interviewen. Zelfs de lokale omroepen werden bediend.

Salmon Rushdie kon een puntje zuigen aan de veiligheidsmaatregelen rond Stella's optreden in een talkshow van de lokale Amsterdamse zender At5. Ruim 50 minuten lang had men alleen het onheilspellende achterhoofd van Braam in beeld gebracht.

Dat het onderduiken een paar dagen voor verschijning van hun boek werd bekendgemaakt was volgens directeur Vic van der Reijt van uitgeverij Nijgh en Van Ditmar `absoluut niet gepland.'

Bij zijn uitgeverij, gevestigd aan het Singel in een somber grachtenpand dat doet denken aan een vesting, zien we twee dagen na het onderduiken rond middernacht nog licht branden.
Door de op een kiertje staande ramen horen we opgewonden stemmen. Vaag herkennen we de contouren, Stella Braam, Vic van der Reijt en Mehmet Ülger? Het knallen van de champagne klinkt door de Amsterdamse nacht.

Drie dagen nadat Stella en Mehmet officieel zijn ondergedoken heeft De Volkskrant de exclusieve voorpublicatie van het boek. Turken in wolfskleren luidt de kop boven de onheilspellende hoogtepunten uit het boek dat drie dagen later zal verschijnen.
Twee pagina's vol woesthuilende Turken op berghellingen en donker kijkende criminelen. Een must voor de liefhebbers van Cecil B. De Mille-achtige horrorsfeer:

`Op een uitgestrekte vlakte beweegt een kolkende massa...
Waar je ook kijkt, zie je vlaggen...
Over de hellingen klinkt imitatiewolvengebrul...
Een hels kabaal breekt los. De Tekir-hoogvlakte trilt op haar grondvesten. Tienduizenden kelen brullen om wraak: Wij willen bloed zien!'

De auteurs beweren dat de Turken zich massaal overgeven
aan criminaliteit en geweld. Integratie in de Nederlandse samenleving lijkt de enige misdaad die binnen de Turkse gemeenschap wordt bestraft. Volgen Braam en Ülger is een groot deel van de Turken fascist. Precies dat waar het collectief Nederlands geweten allergisch voor is.

`...Er wordt getoeterd, er klinkt tromgeroffel en gefluit.
Even later stormen velen naar de ingang van het terrein.
Men wil Türkes zien arriveren.'
`De massa golft. "Hij komt! Hij komt!"...Wilt u Türkes even zien?'
- `Graag', antwoordt Stella Braam.

Uit: Hoe gevaarlijk zijn de Turken?

THEO VAN GOGH OVER STELLA B.

Haar ervaring als undercoverjournaliste deed Stella Braam op ´tijdens die anderhalf jaar waarin ik mijn comfortabele journalistenbestaan verruilde voor dat van laaggeschoolde uitzendkracht´. Gedurende het bedden opmaken als kamermeisje ontdekte Braam ´een wereld waarin werken niet leuk is´. Dat is natuurlijk niet genoeg voor een leuk verhaal. Daar ruil je je comfortabele journalistenbestaan (sic) natuurlijk niet voor in. Gelukkig ontdekte B. allerhande misstanden die ´niet aan het licht kunnen komen, omdat mensen niet durven te praten´. Het zou haar handelsmerk worden. Mensen die voorzien van valse namen en veranderde identiteit hun hart uitstorten bij Stella, die vervolgens publiekelijk stichtingen, vakbonden , gemeenteraden, arbeidsinspectie, advocaten en hulpverleners beschuldigde dat ze niet adequaat optreden.

Theo van Gogh in zijn colomn over Stella Braam: ´Ik heb Mevrouw wel 'ns ondervraagd voor AT5. Ze droeg voor de gelegenheid een pruik en zonnebril, om niet herkend te worden. 't Was een mallotige uitdossing, die 't aardig deed op het blauwe scherm. We haalden er nog het NOS-journaal mee. Mevrouw stond onder politiebewaking omdat ze net een boek had geschreven over de Grijze Wolven. Ik vond 't een heel gedoe, en enigszins potsierlijk, want wie werkelijk op de hitlijst staat, wordt altijd gevonden, zonnebril op of niet.´

Er gebeurde dus he-le-maal niets en een paar maanden later dook de inmiddels internationaal bekende onderduikster Braam weer op. Theo schreef zijn stukje omdat Braam in haar wekelijkse preekje in het NRC-Handelsblad had lopen klagen ´dat internet overspoeld wordt door propaganda van racisten´ en ´Mein Kampf mag niet in de boekhandels, maar wel via een buitenlandse provider op het net.´

Van Gogh verbaast zich dat Braams verongelijktheid spreekt over 'de kwetsbaarheid' van onze anti-racisme wetgeving en het - in één adem door - Mein Kampf er bij haalt, dat wèl op het net mag. Van Gogh: 't Gekke is, na jaren van stille verwondering begrijp ik nog steeds niks van de Stella Braam's dezer' wereld. Zou de achtervolgde schrijfster bedoelen dat alleen wie aan haar kant staat recht van meningsuiting heeft?´.

Daar lijkt het, gezien haar overdreven reaktie op het boek ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken´ zeker op. Theo noemt het al bespottelijk genoeg dat Mein Kampf niet verkocht mag worden in Atheneum en het stemt hem ´dankbaar´ dat het net nu in dat gemis voorziet, ´al zal ik Mein Kampf niet lezen.´ Het lijkt hem onverstandig om boeken te verbieden, of ze nu met goede of verkeerde intenties geschreven zijn. ´Wie Mein Kampf verbiedt, schept een precedent waardoor met een beetje doortrapte advocaat ook Mevrouw Braam's bevindingen aan een publicatieverbod onderhevig zouden kunnen raken.´

Van Gogh: ´Waarom begrijpen 'linkse' mensen als Stella niet dat wie Mein Kampf onbereikbaar wil maken voor de lezer - en dit alles zonder twijfel met de beste, menslievendste bedoelingen - dat die uiteindelijk in zijn eigen zwaard valt? Censuur is een moeras dat vrije mensen ten gronde zal richten. Het enige dat ons behoedt voor de fascistische jungle van het recht van de sterkste, is de vrijheid om te zeggen wat je denkt´

Volgens Theo is er ook een principiële overweging; ´racisten en liefhebbers van Mein Kampf zouden door de Grondwet beschermd moeten worden tegen de goede bedoelingen van Mevrouw. Braam noemt het recht op vrije meningsuiting in de Verenigde Staten 'heilig'. Uit haar pen is dat geen compliment. Ze is bovendien beducht dat de onschuldige jeugd gevoelig zal blijken voor racistische propaganda op Internet. Zo waren er vroeger ook paters die jongelui waarschuwden voor 'de onkuise kus'. Jonge mensen zijn niet per definitie onschuldig en zoals Mevrouw Braam en de haren in hun jonge jaren massaal het rode boekje van massa-moordenaar Mao aan hun borst koesterden of suikerriet wilden plukken voor vrienden van de progressieve mensheid à la Fidel Castro, zo wendt de leergierige jeugd zich nu tot de extremisten van de andere kant. Vooroordelen bestrijdt je met argumenten, niet met verboden. Ik zou Mevrouw bijna 'onverdraagzaam' noemen.´

[türkevi]


 

[MokumTV logo]


© MokumTV Amsterdam

E-Mail | Home