|

![[türkevi]](Turkevi30x30.gif)
BRAAM EN
BAKKER
Het allerlaatste
bastion van Turkse mannelijkheid zou worden
opengebroken. Zes eeuwen lang werd het Turkse
olieworstelen gedomineerd door forse knapen in
stevige lederhosen.
`Turks olieworstelen voor vrouwen' schreef een
tot op dat moment onbekende journaliste met vette
letters op de cover van De Groene Amsterdammer.
Inderdaad: Stella Braam (35 jaar, 58 kg) had zich
met haar assistente Anja Bakker (28 jaar, 78,5
kg) aangemeld als deelneemsters. Braam was mij
nauwelijks bekend. De uit Calgary, Canada
afkomstige Anja Bakker kende ik van
´Herkenning´, een prachtig gedicht met als
laatste zin: Heel stil
wachten op: de betere tijden. Voorzichtig kijken
naar: een angstige vrouw en denken: 'Dat ben ik'.
Arme
Anja, was ze met baby op de rug door Stella
meegenomen. Stella, zo zou ze later via De
Volkskrant laten weten, was toen al ´serieus
bedreigt´ met de dood door De Grijze Wolven.
Bovendien wilde Braam helemaal niet
olieworstelen. Door haar inschrijving hoopte ze
de organisatie te provoceren en kon ze een stukje
te kunnen schrijven over hoe `vrouwonvriendelijk'
die Turken wel niet waren. Eerder hadden diverse
officials Braam laten weten dat dit traditionele
olieworstelen `alleen voor jongens' was.
In de
Groene Amsterdammer van 17 september 1997 schreef
Braam: `Met een assistente meld ik mij als
kandidaat-olieworstelares aan. Achter de stand
treffen we Mohamed el-Fers, voorzitter van de net
opgerichte Nederlandse Olieworstel Federatie.
`Willen jullie worstelen? Dat kan niet', zegt
hij, om dan razendsnel het roer om te gooien:
`Het is nog nooit voorgekomen dat vrouwen
meedoen, maar ik zie het probleem niet.' Na
overleg met zijn achterban mogen we ons
inschrijven. `Zelfs de Turkse Sportfederatie gaat
akkoord'.
Aan het gezicht van Braam
viel af te lezen dat ze het allesbehalve leuk
vond dat ze werd ingeschreven.
`Je verpest mijn hele opzetje' siste ze me toe.
De mededeling dat twee dames mee zouden doen
veroorzaakte een enthousiast applaus. Ook van het
huidige VVD Tweede Kamerlid Fadime Ürgü, die de
wedstrijd presenteerde:
`Ik vond het fantastisch, toen ik hoorde dat er
vrouwen zouden meeworstelen.'
Schrijfster/journaliste Daphne Meijer liet weten:
`Had ik dat geweten, dan had ik ook wel mee
willen doen.'
Kortom: 1-0 voor Stella Braam. Zonder al te veel
inspanning kon ze de geschiedenis instappen als
de eerste vrouw die sinds het onstaan van deze
sport in 1361 zou hebben geolieworsteld.
Zelf besefte ze de historische waarde van haar
daad niet. Stella verbaasde zich er zelfs over
dat ze werd achtervolgd door een horde
verslaggevers, cameramannen en fotografen. `Mogen
wij u interviewen, want vrouwen die gaan
olieworstelen, dat is uniek', vroeg de
verslaggeefster van de Turkse Samanyolu TV.
`Nee, geen interviews', klonk het bars.
Het Turkse vrouwenblad Huzur vroeg: `Waarom
hebben jullie voor deze sport gekozen?' en `Waar
trainen jullie?'
Zonder te antwoorden probeerde Stella de Turkse
paparazzi van zich af te schudden.
`Nee, ook geen foto's'.
Vreemd genoeg concludeerde Braam in haar verslag
dat de integratie zou worden tegengewerkt door
`dit soort sportmanifestaties'.
Centrale vraag in haar artikel: `hoe onschuldig
is olieworstelen?'
Stella heeft het dan niet over de verminderde
blessures ten opzichte van het Grieks-Romeins of
Vrije Stijl worstelen.
Nee, ze beschikt over niet nader omschreven
`aanwijzingen' dat bij een olieworstelpartijtje
in Duitsland de islamitische Refah-partij `een
stevige vinger in de pap' zou hebben gehad. Of er
daardoor beter of slechter werd geworsteld,
vermeldde ze niet.
Naast deze nogal discutabele `aanwijzingen' komt
Braam in haar artikel met de heer Zeki Arslan van
Forum uit Utrecht op de proppen. Arslan:
`Misschien hebben de organisatoren niet voorzien
dat nationalistische groeperingen op zo'n
wedstrijd afkomen om daar hun politieke stempel
op te drukken.'
Zeker is dat de organisatoren er geen rekening
mee hadden gehouden dat Stella Braam de wedstrijd
zou misbruiken als voorproefje voor haar een
maand later verschijnende Grijze Wolvenboekje.
Stella laat Arslan pleiten voor gedragsregels
`opdat sportevenementen geen arena's worden
waarin extreem-rechtse groepen hun slogans kunnen
afvuren.'
Kort door de bocht. De Staatskrant schreef over
hetzelfde evenement: `Er werden geen slogans
afgevuurd. Er werd geapplaudisseerd voor een
overwinning. Op de vier tribunes samen waren
één Nederlandse, één Cypriotische en vier
Turkse vlaggen te zien. Nogal schamel als je de
vlaggenzee van het Oranjelegioen gewend bent.'
De Staatskrant vroeg zich af of die Zeki Arslan
met zijn `nationalistische groeperingen' het wel
over dezelfde olieworstelwedstrijd had? De krant
belde de multi-culturele beleidskoepel Forum in
Utrecht en zie: Zeki Arslan was in het geheel
niet bij de wedstrijd aanwezig geweest vanwege
`andere verplichtingen.'
Samil Korkut woont sinds zijn derde jaar in de
Amsterdamse Spaarndammerbuurt, waar de wedstrijd
werd gehouden:
`Ik schrok me rot van dat stuk in De Groene
Amsterdammer. Wat bezielde die Braam om van dit
sportevenement een extreem-rechtse
fascistenmanifestatie te maken? Hollanders zijn
er niet vies van om tijdens een partijtje voetbal
tegen Ajax massaal het geluid van gaskamers na te
doen, de Hitlergroet te brengen en uiterst
racistische leuzen over negers en joden te
schreeuwen. Maar o wee als verdomme één Turk
met een vlaggetje wordt gesignaleerd. Dat hoort
dan volgens Braam meteen bij een fascistode
mantelorganisatie die de wedstrijd misbruikt om
propaganda voor extreem-rechts te maken.'
Dat er Grijze Wolven op de wedstrijd waren
afgekomen `om daar hun politieke stempel op te
drukken' was verder niemand van de zo talrijk
aanwezige pers opgevallen.
Braam sprak tijdens de wedstrijd een paar Turkse
meisjes aan op hun T-shirt met het opschrift
Turkije.
`Ben je niet bang doodgestoken te worden?' vraagt
Stella.
`Hoezo?', vragen de tieners verbaasd.
`Nou, vanwege dat t-shirt natuurlijk, ik heb
gehoord dat de PKK tussen het publiek zit...'
Geschrokken kijken de meisjes naar de
onderzoeksjournaliste. Zijn er erg veel gasten in
het publiek die je willen neersteken omdat je een
shirtje met de naam van je land draagt?
Braam vraagt wat de meisjes ervan vinden dat ze
zodadelijk door de PKK overhoop worden gestoken.
De dapperste van de vier meiden slikt en
antwoordt: `Nou, als dat zo is, dan ben ik
eigenlijk heel trots op mezelf.'
Braam en haar assistente verdwenen zo onopvallend
mogelijk nadat ze voor de vierde keer was
opgeroepen dat ze op het wedstrijdveld diende te
verschijnen.
Grijze Wolven in de olie had ze oorspronkelijk
boven het een week later verschijnende artikel
gezet. Dat ging blijkbaar zelfs Groene
Amsterdammer-adjuncthoofdredacteur Antoine Verbij
te ver. Het weekblad koos voor een uitspraak van
een van de tienermeisjes en verscheen met de kop:
Sterven voor Turkije.
Samil Korkut: `Wordt er voor het eerst in de
geschiedenis een olieworstelwedstrijd
georganiseerd in Nederland, dan staat die Braam
in de startblokken met haar opgeheven vingertje.
Als bewijs dat het een extreem-rechtse sport is
heeft ze `gehoord' dat bij een
olieworstelwedstrijd in Duitsland de
fundamentalistische moslims een vinger in de pap
zouden hebben gehad. Dat de fundo's toch een hele
andere club is dan de Grijze Wolven maakt haar
blijkbaar niet uit. Alles en nog wat wordt er met
de haren bijgesleept om het Turkse olieworstelen
onderuit te halen. Sinds 1361 hebben er jaarlijks
olieworstelkampioenschappen plaats. Waarom worden
deze sporters ineens verdacht gemaakt? Dat
gebeurt nergens ter wereld, dat sporters zo
worden gecriminaliseerd.'
Een week nadat Stella's verslag over het
olieworstelen was verschenen openden de
radionieuwsdiensten en alle televisiejournaals
met een bloedstollend bericht: de journalisten
Stella Braam en Mehmet Ülger zijn ondergedoken.
`Al tijdens het schrijven van hun volgende week
verschijnende boek over Turks extreem-rechts
werden ze bedreigd door Grijze Wolven.'
Moedig dat Stella zich openlijk durfde te
vertonen bij dat olieworstelen. Zich ondanks
bedreigingen van Grijze Wolven gewoon onder haar
eigen naam liet inschrijven. Hoe koelbloedig van
haar om gewoon rond te durven lopen tussen al die
haar naar het leven staande Grijze Wolven. Zeker
omdat het niet de eerste keer was dat Stella en
haar partner werden bedreigd.
Bovenstaand fragment is
afkomstig uit het boek ´Hoe gevaarlijk
zijn de Turken´. Koop deze
onverbiddellijke bestseller onder Turkse
Nederlanders!
HET
REGENT
EN DE TURKEN
KRIJGEN DE SCHULD
In
Nederland was het gerucht dat het ´een
Grijze Wolvenboek´ zou zijn voldoende om,
op één krant na, geen aandacht aan dit boek te
besteden. Terwijl elke krant en elk magazine in
Nederland een recentie-exemplaar ontving. Naast
het Amsterdams Stadsblad schreef alleen de
onafhankelijke Stichting Nederlandse
Bibliotheekdienst een recentie voor intern
gebruik bij de Nederlandse bibliotheken.
Recencent Sytske J. Breunesse
noemde ´Hoe gevaarlijk zijn de Turken´ ´een
belangwekkend boek´ waarbij de ´uitgebreide
actergrondinformatie´ over het
fenomeen Grijze Wolven ´aan toont
dat de zaak genuanceerder is dan in de pers vaak
wordt weergegeven...en de linkse beweging eind
jaren zeventig niet minder geweldadig was dan de
rechtse´. Ondanks het negeren van
de Nederlandse recencenten, was de eerste druk
binnen één week uitverkocht. Het boek is, met
name buiten de normale boekhandel om, een
bestseller van de eerste orde en zal ook in het
Turks, Duits, Frans en Engels verschijnen.
In ´Hoe
gevaarlijk zijn de Turken´ komen, na alles wat
er over ze is geschreven, de Turken zelf eens aan
het woord. Niet de geijkte woordvoerders, niet de
mensen die het hardste schreeuwen of via pers en
internet de wereld in rep en roer brengen.
In het boek 'Hoe gevaarlijk zijn de Turken?'
spreekt de Turk die nooit iets wordt gevraagd.
Het is voornamelijk negatieve publiciteit die de
Turken ten deel valt. En wat er over `de Turken'
beweert wordt is soms uiterst discutabel. Door de
waarborg van anonimiteit bij het wetenschappelijk
onderzoek dat aan dit boek ten grondslag ligt,
konden onderwerpen uit de schier hysterische
taboesfeer worden gehaald. Hoe nodig dit was,
bleek bij het bekend worden van de uitkomsten van
het onderzoek over de invloed van de Nederlandse
media op het zelfbeeld van de Turken. Een
overdosis aan politieke correctheid deed sommigen
het onderzoek een rechtstreekse provocatie
noemen. Onderzoek naar de mening van Turken over
wat er over ze wordt beweerd is blijkbaar al `een
stigmatisering'. Datzelfde teveel aan politieke
correctheid frustreert elke open
gedachtewisseling over de problematisering van
migrantenzaken. Oordeel eens zelf inplaats van
alles te geloven wat bepaalde publicisten
beweren.
 |
WOESTHUILENDE
TURKEN OP BERGHELLINGEN
In de
jaren zestig van de 20-ste eeuw trokken steeds
meer Turken naar Nederland. In die eerste jaren
van de Turkse migratie werd er nauwelijks over
hen geschreven. Men meende dat wanneer de
hoogconjunctuur hier voorbij zou zijn ze snel
zouden terugkeren naar hun eigen land.
Van terugkeer bleek nauwelijks sprake te zijn.
Integendeel, velen lieten in het kader van de
gezinshereniging hun familieleden overkomen.
Nederland kreeg er een groot aantal landgenoten
van Turkse herkomst bij. In nog geen veertig jaar
groeide het aantal Turken in Nederland van 71 tot
zo'n 280.000 op dit moment.
Aan de vooravond van de 21-ste eeuw, rond de
35-ste verjaardag van de Turkse migratie, wordt
er veel over hen geschreven. Een wetenschapper
als prof. dr. Frank Bovenkerk was in 1995 goed
voor grote krantenkoppen op alle voorpagina's als
hij voor de commissie Van Traa bekend maakt dat
`enkele tientallen procenten' van de Turken in de
heroinehandel betrokken zou zijn. Als we die
`enkele tientallen' vertalen naar twintig procent
zouden er in ons land zo'n 56.000 Turken in de
heroïne zitten.
Een groep ter grootte van de totale bevolking van
gemeenten als Den Helder, Lelystad, Nieuwegein,
Veenendaal of Zeist. Het wordt helemaal eng als
dezelfde wetenschapper bovendien laat weten dat
deze Turkse criminelen zich in niets
onderscheiden van brave huisvaders met vrouw en
kinderen.
De Turken hebben het moeilijk in de media. De
integratiepogingen worden keer op keer
tenietgedaan door dit soort berichten.
Toen Bovenkerk krap drie weken na zijn omstreden
uitspraken nogmaals voor het tribunaal van Van
Traa verscheen moest hij zijn `enkele tientallen
procenten' inslikken. Er bleef niet meer van over
dan `een aanzienlijke betrokkenheid' van Turkse
mannen. Zo'n bericht kwam aanzienlijk minder
groot in de krant.
Als ze al geen onopvallende miljonair worden in
de heroïnehandel, zijn ze wel bezig met
steunfraude, zo lijkt het.
Ook de ouderen van de eerste generatie worden
ineens verdacht. Jarenlang hebben ze hier gewerkt
en gespaard om hun droom te realiseren: een eigen
huis in Turkije. Hoe anders is het allemaal
gelopen nu ze afhankelijk zijn geworden van een
uitkering. Waar ze de beste jaren van hun leven
voor hebben gegeven wordt door de Nederlandse
staat niet als toegestaan bezit geaccepteerd.
Hadden de uitkeringstrekkers geen huizenbezit,
dan fraudeerden ze volgens de pers wel met
kinderbijslag voor niet bestaande kinderen in
Turkije.
Dat het allemaal nog erger kon bleek op zaterdag
27 september 1997. De in heroïne handelende
bezitters van tweede huizen vol niet-bestaande
kinderen zouden massaal lid zijn van een
ultra-rechtse militante organisatie: de Grijze
Wolven.
De Volkskrant had de primeur. Haar zaterdagse
bijlage Vervolgens opende met een oogverblindende
paginabrede vlag met de ook hier sinds de
middeleeuwen bekende drie halve maantjes. Het
logo van de Grijze Wolven die in alle Nederlandse
politieke partijen en elk politie-apparaat
infiltreerden. Grijze Wolven zouden jonge Turken
opleiden voor de oorlog tegen de PKK(Koerdische
Arbeiderspartij) en `achter de schermen' werken
aan de oprichting van een staat in de staat, wist
De Volkskrant.
De stichting van een eigen Turkse provincie in
Nederland? Zouden de Turken vervolgens onze
overige elf provinciën veroveren en ons land
transformeren tot Vilayet Hollandistan?
Er was geen twijfel mogelijk. In de voorhoede om
Nederland als deel van het herstelde Groot
Osmaanse Rijk in te lijven staan de Grijze Wolven
klaar om dit grote ideaal te verwezenlijken.
Niet alleen in Nederland zou de vlag met de drie
halve maantjes komen te wapperen, overal in de
wereld zouden Grijze Wolven verenigingen en
culturele instellingen hebben opgericht als
dekmantel voor de te voeren strijd. Plaatsen als
Wassenaar, Krimpen aan de IJssel, Oosterhout,
Nederlek, Lekkerkerk, Schijndel, Woubrugge,
Voorschoten, Ulrum, Ouderkerk aan de IJssel,
Hedel, Krimpen aan de Lek, Monster of
Bergambacht, alle al eeuwen met drie halve
maantjes in hun wapen, werden van de ene op de
andere dag met andere ogen bekeken.
Gijs von der Fuhr, inspirator van het W.O:G. liet
in een brief aan de Turkse Federatie Nederland
weten dat halve maantjes staan `voor
onderdrukking en extreem nationalistische
tendensen' en dat deze symbolen een uitdrukking
zijn `van een ondemocratisch gedachtegoed'.
Daarmee
verschilt deze ACB-voorlichter nogal van mening
met Derkwillem Visser, directeur van het
internationaal bekende VDCN (Vlaggen Documentatie
Centrum Nederland): `Die symbolen hebben
historische waarde en stammen uit de tijd van de
kruisvaart. Het zou toch te gek om los te lopen
zijn om deze halve maantjes nu plotseling te gaan
vervangen omdat iemand beweerd dat het een Grijze
Wolven-symbool zou zijn geworden'.
Het was
niet de eerste keer dat de Grijze Wolven onrust
veroorzaakten. In 1979 schreef Thijl Sunier,
antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam,
een boekje over Grijze Wolven in Nederland.
Daarover werden Kamervragen gesteld. De ministers
De Ruiter (Justitie), Wiegel (Binnenlandse Zaken)
en Gardeniers (Cultuur, Recreatie en
Maatschappelijk Werk) lieten destijds weten dat
ze het bestaan van Grijze Wolven ernstig
betwijfelden.
In een eerder stadium waren er ook al eens
kamervragen gesteld over vier onderwijzers die
als Grijze Wolven verdacht waren gemaakt. `Loos
alarm' concludeerde de toenmalige minister van
Onderwijs en Wetenschappen Van Kemenade. Zonder
onderbouwing en gebaseerd op vage, vaak anoniem
geuite beschuldigingen en discutabele en
tegenstrijdige beweringen was men vooralsnog niet
bereid te aanvaarden dat Grijze Wolven in
Nederland een nest zouden hebben.
Ibo (22)
werkt in een Turkse videotheek in Amsterdam-West.
Hij bevestigt dat de verkoop van wolvenspul
gigantisch is geworden sinds de verschijning van
het boek over die Grijze Wolven. Hij vind het
`walgelijk' dat twee journalisten er in zijn
geslaagd `onze wolf' te stigmatiseren en te
criminaliseren.
`Sinds die verhalen over Grijze Wolven, schrikken
Hollanders als ze hier binnenkomen en
sleutelhangers met een afbeelding van dit
symbooldier zien hangen. Ze denken gelijk dat
deze videotheek in handen is van de Grijze
Wolven. Soms zie je ze denken: o, ben jij zo'n
engerd.'
`Als Turk vraag je je af wat nu precies het
verschil tussen onze wolf en andere
nationalistische dieren is. Wat maakt onze Grijze
Wolf nu erger dan de Russische Beer, Chinese
Draak of de Amerikaanse Adelaar?'
Ibo denkt dat de Nederlandse Leeuw hetzelfde lot
wacht als de Turkse Grijze Wolf.
`Dat's dan toch ook een besmet dier. Allerhande
extremistisch nationalistische groeperingen
gebruiken die leeuw als logo.'
Ibo vond vlak voor de verkiezingen van `98 een
folder in zijn brievenbus waarop de Hollandse
leeuw werd geroemd vanwege `de kracht' waarmee
het beest `zijn territorium verdedigt tegen
stelende Marokkanen, in heroïne dealende Turken
en andere negers en joden.'
De panthera leo staat inderdaad in het logo van
verschillende nationalistische groeperingen. Een
echt Hollands beest dat ooit de Geuzenpenning
sierde. De Hollandse Leeuw, gewapend met een
zwaard en pijlen stond op het eerste zegel dat de
Staten-Generaal in 1578 liet maken. Ook de
federatie van de Republiek van de Zeven Verenigde
Nederlanden voerde de leeuw in haar wapen. Sinds
het koninklijk besluit van 1815 zijn het zelfs
twee `aanziende, staande leeuwen' als
`schildhouders' die zijn toegevoegd aan het
beleeuwde staatswapen van de Nederlanden.
Voor velen is de Nederlandse leeuw een symbool
voor het vaderland. Dit wordt het duidelijkst
zichtbaar tijdens wedstrijden van het Nederlandse
voetbalelftal.
`Geen Hollandser beest dan de Nederlandse
Leeuw?', lacht Ibo.
Maar: `Wat moeten die Hollanders toch met die
leeuw? Dat beest heeft hier buiten Artis nooit
geleefd. De leeuw komt van nature voor in Afrika,
West- en Zuidwest-Azië en het westen van India.'
Dat Loekie de leeuw geclaimd wordt door rechts
extremistische nationalisten maakt Loekie nog
niet tot het exclusieve symbool van die bepaalde
groep Hollanders. Laat staan dat iedereen die met
een hup-holland-hup pet met de Oranje Leeuw als
een nationalistische rechts-extremist moet worden
beschouwd.
Verklaart dit de woede die veel Turken voelden
toen de wolf, `ons nationale logodier', in de
media tot exclusief herkenningsteken van
nationalistische extremisten werd gemaakt?
 |
DRAMATISCH OOG
Ülger en Braam hadden via
`de bovenwereld signalen ontvangen' dat Alparslan
Türkes het vijfde congres van de Belgisch-Turkse
Federatie zou komen toespreken.
Waaruit die `signalen' precies bestonden
vermelden de auteurs helaas niet. Waar zouden
Braam en Ülger zonder hun `bovenwereld' zijn die
dit soort vitale informatie over de Grote Grijze
Opperwolf aan hen doorseint? De gewone sterveling
moest het stellen zonder buitenaardse signalen.
Die las gewoon in de Turkse krant, de Volkskrant
of het NRC-Handelsblad wie er naar België zou
komen. Of zag het op tv of op de affiches en
flyers die met duizenden tegelijk werden
verspreid.
`Grimeur Sjaak en kapper Harry' hadden Mehmet
`met baard, snor, pruik en bril onherkenbaar
gemaakt.'
Tussen Maastricht en Hasselt werd nog ijverig
geoefend:
`Hoe heet je, Mehmet?' vraagt Stella.
`Mehmet-Ali Can.'
`Wat zeggen we als ze ons vragen waarom we er
zijn?'
`Ik ben geïnteresseerd in de Turkse taal en
cultuur.'
Er worden twee jongetjes in de berm gesignaleerd,
die aan `iedereen die het parkeerterrein oprijdt
de wolvengroet brengen.'
Iedereen groet enthousiast terug, behalve het
onderzoeksduo. Stella zal ongetwijfeld met de
grootste afkeuring naar de kinderen hebben
gekeken.
Ülger alias Mehmet-Ali Can worstelde met zijn
Einsteinachtige pruik en fier wapperende
Trotskibaard.
Door zijn Buddy Hollybril zag Mehmet tijdens het
kopen van een entreekaartje dat ze in de gaten
werden gehouden.
Stijf ballen ze met hun politiek correcte hand in
de jaszak wanneer de beveiliging om een
legitimatiebewijs vraagt en Mehmet-Ali Can niets
anders dan `een klein notitieblokje' tevoorschijn
weet te halen.
Stella verbaast zich over het geringe vertrouwen
dat de beveiligingsdienst in de man met de
loslatende valse baard stelt.
Zeker wanneer de security vraagt of ze hun auto
mogen bekijken.
Tegenover vijf beveiligingsmensen weigert
Mehmet-Ali Can hardnekkig zijn autosleutel af te
geven:
`Voorbijgangers staren. Bezoekers vormen een
kringetje.'
Ondanks de valse baard, snor, pruik en bril roept
een toeschouwer: `Ik ken hem ergens van'.
Ongetwijfeld een helderziende.
We lezen dat `de leider' bliksemsnel een pistool
tevoorschijn haalt en Ülger afvoert naar een
personenbusje. Alwaar zijn valse baard wordt
afgetrokken.
`Zeg wie je bent, anders maken we je af.'
`Mehmet-Ali Can.'
`Ben je een terrorist?'
`Natuurlijk niet.'
Mehmet Ülger krijgt zijn autosleutel terug, maar
mag niet naar binnen. `Als je hier iets over in
de openbaarheid brengt komen we je afmaken' want
`je weet nu hoe we zijn.'
Wat mag er niet in de openbaarheid worden
gebracht? Waarom deed Ülger geen aangifte met
een vuurwapen te zijn bedreigd door de leider van
een grote beveiligingsdienst? Was het om te
voorkomen dat iedereen dan zou weten dat je niet
bij grimeur Sjaak en kapper Harry moet zijn als
je onherkenbaar naar een Wolvenparty wil gaan?
Een paar dagen voor de verschijning van het boek
laten Braam en Ülger hun uitgever via het anp
bekend maken te zijn ondergedoken.
Politiebescherming is niets waard. Eerder liet
een rechercheur van de Amsterdamse politie hun
weten: `De kans dat Grijze Wolven in ons korps
zitten, is helaas groter dan dat ze er niet in
zitten.'
Ülger en Braam vragen aan de journalistenvakbond
NVJ of zij hen kogelvrije vesten kunnen leveren.
NVJ-secretaris H. van der Ploeg laat via het
NRC-Handelsblad weten dat de vakbond de vesten
`in het buitenland heeft besteld.'
Een dag nadat ze zijn ondergedoken verschijnt
Braam in de NOS-journaals. Of beter gezegd,
alleen haar oog, maar wel met de macro-lens
beeldvullend. Zelden werd er zo'n dramatisch oog
vertoond in het journaal.
Het Parool bericht die dag dat de auteurs dan wel
zijn ondergedoken op advies van de Amsterdamse
politie, maar dat het tweetal gistermiddag nog
met Netwerk opnamen aan het maken was voor dit
actualiteitenprogramma. Vanaf dat moment kon je
geen tv aanzetten of n oog of
n lip van Stella of de onherkenbaar
gemaakte Ülger was in beeld. Ondanks eerdere
tegenvallers verrichten grimeur Sjaak en kapper
Harry nu groots werk. Stella moet soms getwijfeld
hebben of dat nu echt Mehmet Ülger was die
schuil ging onder al die valse baarden, pruiken
en extra verbrede kinnen van kneedbaar plastic.
Hoewel het duo was ondergedoken, deed geen
programmamaker een vergeefs verzoek het duo te
mogen interviewen. Zelfs de lokale omroepen
werden bediend.
Salmon Rushdie kon een puntje zuigen aan de
veiligheidsmaatregelen rond Stella's optreden in
een talkshow van de lokale Amsterdamse zender
At5. Ruim 50 minuten lang had men alleen het
onheilspellende achterhoofd van Braam in beeld
gebracht.
Dat het onderduiken een paar dagen voor
verschijning van hun boek werd bekendgemaakt was
volgens directeur Vic van der Reijt van
uitgeverij Nijgh en Van Ditmar `absoluut niet
gepland.'
Bij zijn uitgeverij, gevestigd aan het Singel in
een somber grachtenpand dat doet denken aan een
vesting, zien we twee dagen na het onderduiken
rond middernacht nog licht branden.
Door de op een kiertje staande ramen horen we
opgewonden stemmen. Vaag herkennen we de
contouren, Stella Braam, Vic van der Reijt en
Mehmet Ülger? Het knallen van de champagne
klinkt door de Amsterdamse nacht.
Drie dagen nadat Stella en Mehmet officieel zijn
ondergedoken heeft De Volkskrant de exclusieve
voorpublicatie van het boek. Turken in
wolfskleren luidt de kop boven de onheilspellende
hoogtepunten uit het boek dat drie dagen later
zal verschijnen.
Twee pagina's vol woesthuilende Turken op
berghellingen en donker kijkende criminelen. Een
must voor de liefhebbers van Cecil B. De
Mille-achtige horrorsfeer:
`Op een uitgestrekte vlakte beweegt een kolkende
massa...
Waar je ook kijkt, zie je vlaggen...
Over de hellingen klinkt imitatiewolvengebrul...
Een hels kabaal breekt los. De Tekir-hoogvlakte
trilt op haar grondvesten. Tienduizenden kelen
brullen om wraak: Wij willen bloed zien!'
De auteurs beweren dat de Turken zich massaal
overgeven
aan criminaliteit en geweld. Integratie in de
Nederlandse samenleving lijkt de enige misdaad
die binnen de Turkse gemeenschap wordt bestraft.
Volgen Braam en Ülger is een groot deel van de
Turken fascist. Precies dat waar het collectief
Nederlands geweten allergisch voor is.
`...Er wordt getoeterd, er klinkt tromgeroffel en
gefluit.
Even later stormen velen naar de ingang van het
terrein.
Men wil Türkes zien arriveren.'
`De massa golft. "Hij komt! Hij
komt!"...Wilt u Türkes even zien?'
- `Graag', antwoordt Stella Braam.
Uit: Hoe gevaarlijk zijn
de Turken?
THEO VAN GOGH OVER
STELLA B.
Haar ervaring als
undercoverjournaliste deed Stella Braam op
´tijdens die anderhalf jaar waarin ik mijn
comfortabele journalistenbestaan verruilde voor
dat van laaggeschoolde uitzendkracht´. Gedurende
het bedden opmaken als kamermeisje ontdekte Braam
´een wereld waarin werken niet leuk is´. Dat is
natuurlijk niet genoeg voor een leuk verhaal.
Daar ruil je je comfortabele journalistenbestaan
(sic) natuurlijk niet voor in. Gelukkig ontdekte
B. allerhande misstanden die ´niet aan het licht
kunnen komen, omdat mensen niet durven te
praten´. Het zou haar handelsmerk worden. Mensen
die voorzien van valse namen en veranderde
identiteit hun hart uitstorten bij Stella, die
vervolgens publiekelijk stichtingen, vakbonden ,
gemeenteraden, arbeidsinspectie, advocaten en
hulpverleners beschuldigde dat ze niet adequaat
optreden.
Theo van Gogh in zijn
colomn over Stella Braam: ´Ik heb Mevrouw wel
'ns ondervraagd voor AT5. Ze droeg voor de
gelegenheid een pruik en zonnebril, om niet
herkend te worden. 't Was een mallotige
uitdossing, die 't aardig deed op het blauwe
scherm. We haalden er nog het NOS-journaal mee.
Mevrouw stond onder politiebewaking omdat ze net
een boek had geschreven over de Grijze Wolven. Ik
vond 't een heel gedoe, en enigszins potsierlijk,
want wie werkelijk op de hitlijst staat, wordt
altijd gevonden, zonnebril op of niet.´
Er gebeurde dus he-le-maal
niets en een paar maanden later dook de inmiddels
internationaal bekende onderduikster Braam weer
op. Theo schreef zijn stukje omdat Braam in haar
wekelijkse preekje in het NRC-Handelsblad had
lopen klagen ´dat internet overspoeld wordt door
propaganda van racisten´ en ´Mein Kampf mag
niet in de boekhandels, maar wel via een
buitenlandse provider op het net.´
Van Gogh verbaast zich dat
Braams verongelijktheid spreekt over 'de
kwetsbaarheid' van onze anti-racisme wetgeving en
het - in één adem door - Mein Kampf er bij
haalt, dat wèl op het net mag. Van Gogh: 't
Gekke is, na jaren van stille verwondering
begrijp ik nog steeds niks van de Stella Braam's
dezer' wereld. Zou de achtervolgde schrijfster
bedoelen dat alleen wie aan haar kant staat recht
van meningsuiting heeft?´.
Daar lijkt het, gezien
haar overdreven reaktie op het boek ´Hoe
gevaarlijk zijn de Turken´ zeker op. Theo noemt
het al bespottelijk genoeg dat Mein Kampf niet
verkocht mag worden in Atheneum en het stemt hem
´dankbaar´ dat het net nu in dat gemis
voorziet, ´al zal ik Mein Kampf niet lezen.´
Het lijkt hem onverstandig om boeken te
verbieden, of ze nu met goede of verkeerde
intenties geschreven zijn. ´Wie Mein Kampf
verbiedt, schept een precedent waardoor met een
beetje doortrapte advocaat ook Mevrouw Braam's
bevindingen aan een publicatieverbod onderhevig
zouden kunnen raken.´
Van Gogh: ´Waarom
begrijpen 'linkse' mensen als Stella niet dat wie
Mein Kampf onbereikbaar wil maken voor de lezer -
en dit alles zonder twijfel met de beste,
menslievendste bedoelingen - dat die uiteindelijk
in zijn eigen zwaard valt? Censuur is een moeras
dat vrije mensen ten gronde zal richten. Het
enige dat ons behoedt voor de fascistische jungle
van het recht van de sterkste, is de vrijheid om
te zeggen wat je denkt´
Volgens Theo is er ook een
principiële overweging; ´racisten en
liefhebbers van Mein Kampf zouden door de
Grondwet beschermd moeten worden tegen de goede
bedoelingen van Mevrouw. Braam noemt het recht op
vrije meningsuiting in de Verenigde Staten
'heilig'. Uit haar pen is dat geen compliment. Ze
is bovendien beducht dat de onschuldige jeugd
gevoelig zal blijken voor racistische propaganda
op Internet. Zo waren er vroeger ook paters die
jongelui waarschuwden voor 'de onkuise kus'.
Jonge mensen zijn niet per definitie onschuldig
en zoals Mevrouw Braam en de haren in hun jonge
jaren massaal het rode boekje van
massa-moordenaar Mao aan hun borst koesterden of
suikerriet wilden plukken voor vrienden van de
progressieve mensheid à la Fidel Castro, zo
wendt de leergierige jeugd zich nu tot de
extremisten van de andere kant. Vooroordelen
bestrijdt je met argumenten, niet met verboden.
Ik zou Mevrouw bijna 'onverdraagzaam' noemen.´
![[türkevi]](Turkevi30x30.gif)

|
|