Search a
pehlivan:
Vereniging
TURKS HUIS
(Türkevi)
Van Hogendorpstraat 195
Amsterdam Staatsliedenbuurt
Postbus 58070
1040 HB Amsterdam
Tel. (+31) 020 - 684 57 12
Giro 639 14 12
Email
Vragen over het olieworstelen: klik hier:
Home
E-mail
|
 |
|
Foto: George Verberne (Het
Parool 18 juni 2001) |
Holmans hoofdstad
Wat moet ik hier weten?
Olieworstelen op de Jaap Edenbaan. Het gaat om de
broek, de beker en de mythe van de veertig bronnen.
DE MYTHE is de volgende, verteld door Yilmaz, zelf een
olieworstelaar, die nu met vecht, maar zich spaart voor
het grote gevecht straks in Turkije. Nadat het leger van
Süleyman Pasha met zijn veertig krijgers de Griekse,
Turkse en Bulgaarse grens had overschreden - het was
plusminus 300 na Christus - gingen de veertig soldaten
uit verveling met elkaar 'worstelen. Het was het
worstelen dat we al kennen en dat 'de moeder alier
sporten' heet omdat er bewijzen zijn dat het al meer dan
vierduizend jaar oud is.
Twee krijgers bleven over om te strijden voor de hoogste
eer. Wie zou de sterkste zijn? Ze vochten een hele dag
lang."
"Daarna nog één. Er kwam maar geen winnaar. Toen
beloofde Süleyman Pasha aan de winnaar een lederen broek
als het ze zou lukken te vechten tot de lentefeesten in
Ahirköy. Ze moesten zich insmeren met olijfolie om het
vechten moeilijker te maken en ter bescherming tegen de
zon. Ze
worstelden nog een dag en toen vielen beiden dood neer.
Ze werden onder een vijgenboom begraven. Enkele jaren
later keerden enkele soldaten terug om zich beter te
herinneren wat zich had afgespeeld. Op de plek waar het
worstelgevecht had plaatsgevonden ontdekten zij veertig
bronnen.
Evenveel bronnen als er soldaten waren geweest. Het
plaatsje noemden zij daarom kirkpinar, wat veertig
bronnen betekent en dat zich thans even over de Griekse
grens bevindt, en dat tegelijkertijd de naam is van het
grootste olieworsteispektakel dat in Amsterdam wordt
gehouden."
Kirkpinar bij de Jaap Edenbaan. Druk. "Maar niet zo
druk als anderejaren. Komt door het onweer," zegt
Emre terwijl een bliksemschicht over het veld scheert.
Een uur later schijnt de zon weet We staan bij het
'oliebad'. De worstelaars worden hier met 'Olive Pomace
Oil' van het merk Levante
overgoten.
Alles gebeurt hier in het Turks - wat jammer is, want ik
weet dus niet wat er gebeurt. Gelukkig wil ook Hussein
mij wel vertellen wat ik zie.
Ik zie mannen voordat de wedstrijd begint een soort
lederhosendans maken: ze kletsen met hun handen op hun
hooggeheven lederen broeken. Sommige springen daarbij in
de lucht. "Dit is de pesrev," wordt mij
uitgelegd, "een soort warming-up. In Turkije kan je
voor een mooie pesrev prijzen krijgen. Het is ook een
ritueel."
"Wat moet ik weten?" vraag ik aan Emre.
"De grote kampioen - ieder kind kent hem - was
Kurtdereli Mehmet. En Adali Halil. Dic leven niet meer.
Verder moet je weten dat de grote wedstrijden in Edirne
in Turkije plaatsvinden. De winnaar krijgt een gouden
belt die honderdduizenden guldens waard is. Een belt van
14 karaat goud."
In Edirne bevindt zich ook het grote olieworstelstadion,
"net zo groot als de Arena."
Na het gebed en het ritueel zie je dat de mannen aan
elkaar zitten. Ze bevoelen elkaar. Waarom is dat?
"Ze voelen hoe de broek zit. Of het een sterke broek
is, of niet."
"Die broek is heel belangrijk, is het niet?"
vraag ik.
Emre knikt.
"Aan die broek kun je ook al zien of iemand goed is.
Zo'n leren broek mag je eigenlijk alleen dragen a]s je
gewonnen hebt."
De verslaggever stuit hier trouwens op een moeilijk iets,
want hoe heet die broek eigenlijk. 'Pirpit' versta ik bij
de één (Yilmaz), 'kispet', versta ik bij de ander
(Emre). Hoe
dan ook: aan de broek wordt soms meer dan drie maanden
gewerkt. Hij wordt precies op maat gemaakt. Hij is van
het sterkste leder en het sterkste garen.
Onder het leer, ter hoogte van het kruis, zit nog een
broek die dient ter bescherming.
"De broek moet sterk zijn, want als een broek
scheurt, heb je ook verloren," zegt Emre. Aardig om
te weten: een worstelaar beoordeelt een broek vaak aan
het gewicht. Hij moet ongeveer vijftien kilo zijn als hij
van buffelleer is gemaakt, en zeven kilo als het
gladdere, maar ook sterke kalfsleer is gebruikt.
Na de pesrev begint het worstelen zelf. De bedoeling is
dat je je tegenstander met beide voeten van de vloer
krijgt, of dat je hem plat op zijn rug krijgt. (Of datje
zijn broek scheurt. Dat laatste heet 'paca kazik', maar
komt zelden voor.)
Met Is mooi om te zien. Olieworstelen zou dan ook een
gigantisch spektakel in Amsterdam kunnen worden als er
ook een deel in het Nederlands zou plaatsvinden, want je
weet anders niet wat er gebeurt.
Tegenwoordig is er een tijdslimiet aan het worstelen. Dan
gaat het om punten. Maar met grote regelmaar zie je nog
mannen door de lucht vliegen.
"Zijn er in Nederland ook professionals?"
"Jazeker. Die trainen elke dag."
"Wat verdienen die?"
Daarop kreeg ik geen antwoord, en ik geloof ook niet dat
het usance was dat ik dat ging uitzoeken. Er wordt veel
gewed, dat hoorde ik wel.
Elke keer als een wedstrijd begon, werd dat muzikaal
aangekondigd met de de trommel die 'davu' heet, en een
klarinet die men 'zurna' noemde. De 'master of
ceremonies' die de worstelaars voorstelt en voorgaat in
het gebed, heet Cazgir of is een cazgir - hier laat mijn
Turks mij in de steek.
Hij schijnt ook te praten in rijm en grappen te maken.
Mohammed El-Fers, die als een van de eersten dit festijn
in Amsterdam op de televisie bracht, praat mij bij als
het gaat om de grote kanonnen.
Hij wijst me op 'Melvin.' Een gespierde Amsterdammer die
het moet opnemen tegen een worstelaar van 145 kilo.
Melvin wint met een mooie 'kunde', hetgeen staat voor een
soort beenworp.
"Waar gaat het nu eigenlijk om?" 'vraag ik.
Mohammed El-Fers: "Als je "wint krijgje een
mooie beker. En ben je een held."
Theodor Holman in Het Parool van 18 juni 2001
Nul 20
Het lijkt een handig één-tweetje. De journalist van
De Groene Amsterdammer René Zwaap en Mohamed El-Fers, de
bevlogen geest die de Europese kampioenschappen
olieworstelen zo vindingrijk weet te promoten, zijn niet
alleen benvriend, beiden zijn ook altijd in voor een
geintje. En ze helpen elkaar, waar nodig.
Het olieworstelspektakel zit er weer aan te komen -
volgende week zondag- en zoals gewoonlijk zoekt EI-Fers
naar wegen om dit evenement in de media te krijgen.
Vriend Zwaap wilde kennelijk wel helpen, want die riep in
het lokaal uitgezonden tv-programma Appeltjes van Oranje
dat Máxima en prins Willem-Alexander een bezoek zouden
brengen aan het olleworstelen. En sindsdien staat de
telefoon bij de vereniging Turks Huis, waar de
organisatie van het evenement de thuisbasis heeft, niet
meer stil. Toeval? Of een vruchtbare samenwerking tussen
de twee maatjes?
In elk geval is het koninklijk koppel wél uitgenodigd,
maar dat ze inderdaad zullen komen, is op zijn minst
onwaarschijnlijk te noemen. Als voorproefje is in elk
geval wel een fotomontage op de website van de
organisatie te bewonderen waarop de twee innig tussen
glimmende torso´s van de worstelaars staan.
Zo is het olieworstelen toch weer in het nieuws, nog voor
dat het is begonnen. Bij een aankondiging dat Máxima en
prins Willem-Alexander zullen komen, blijft het niet.
Onlangs bereikte een e-mail de redactie die meldde dat
alle promotieposters van het olieworstelfestival zouden
worden verwijderd. Er stond een schaap op. en dat viel
volgens EI-Fers slecht, zo kort na de mond- en
klauwzeercrisis. EI-Fers sprak zelf van driehonderd
reacties die per e-mail waren binnengekomen.
Na een telefoontje met de organisatie van het toernooi
bleek dat de posters nog niet eens waren gedrukt. Nee,
van de problemen rond dat schaap wist de goede man aan de
telefoon ook niets. Welk schaap, eigenlijk? Als er iets
was, dan had hij het zéker geweten. Volgens El-Fers was
het de schoonmaker, en ja. die was uiteraard niet op de
hoogte.
Malika Sevil in Het Parool van woensdag 11 juni 2001
(in de rubriek Nul 20 op pag. 2).
HOMESITE OLIEWORSTELEN
Bij de
allereerste Nederlandse wedstrijd liet
onderduikjournaliste Stella Braam zich in als
olieworstelares.
All sites © Mohamed el-Fers
|