The press about the Amsterdam Kirkpinar...
Esquire:
Met de navel naar de hemel

Tekst: Leo-Alexander Schlangen, foto´s: Morad Bouchakour/Unit
Esquire pagina´s 62 t/m 67, jaargang 10 (september 2000)
Klik hier voor het Olieworstel Forum


Vereniging
TURKS HUIS
(Türkevi)
Van Hogendorpstraat 195
Amsterdam Staatsliedenbuurt

Postbus 58070
1040 HB Amsterdam
Tel. (+31) 020 - 684 57 12
Giro 639 14 12
Email

Vragen over het olieworstelen: klik hier:

• Home
Home MokumTV
E-mail

  Ahmet Tasci, 'de Os', 39 Jaar. Europees en Wereldkampioen. De sterkste olieworstelaar van de laatste tien jaar. "Korte romp, lange armen, ongelofelijk sterk." (pagina 65 van het glossy Esquire)
Foto: Morad Bouchakour/Unit

Met de navel naar de hemel

"Olieworstelen is pijn lijden. Elke minuut. Maar je wilt winnen, ook al breek je knokkels of krijg je vingers in je oog. Allah geeft en Allah neemt", zegt Kenan Simsek, beter bekend als "De Bliksem". Samen met tien Tukse Bas Pehlivans - worstelhelden - streed hij op het EK Olieworstelen in Amsterdam.

Tekst: Leo-Alexander Schlangen
Foto´s: Morad Bouchakour/Unit

Op het grasveld doet Kenan Simsek, druipend van zweet en olijtolie, verwoede pogingen grip te krijgen op het spekgladde lichaam van zijn tegenstander. De gedrongen Turk uit Ankara is verrassend snel en lenig voor een man van meer dan honderd kilo. Als een slang met brede schouders kronkelt hij zich uit de meest onmogelijke grepen. At en toe klinkt het geluid van op elkaar beukende schedels. Zijn van pijn vertrokken gezicht verraadt de krachtsinspanningen. Simseks sterke vingers graaien tevergeets naar Yilmaz, zijn opponent. Alleen de traditionele zwarte kalfslederen broek, de Kispet, biedt een beetje houvast. Met tussenpozen voltrekt het gevecht zich in slowmotion. Levenloos liggen Simsek en Yilmaz minutenlang in elkaar gevlochten op de grond. Nemen een adempauze voor hun vermoeide lichamen, happen naar lucht voor een volgende onverwachte explosie van spieren en pezen die vergezeld gaat van woest gegrom en kletsend vlees. Na twintig minuten wrikken, trekken, sleuren en duwen verliest Simsek. De Turk is kapot, ligt uitgeteld met zijn rug in het gras. 'Met zijn navel naar de hemel' heet het officieel volgens de reglementen. Allah geeft. Allah neemt. Overwinnaar Yilmaz recht zijn rug, steekt zijn armen dc lucht in en kijkt arrogant de arena rond. Hij buigt als een operaster en neemt het applaus van de ruim vijfduizend toeschouwers in ontvangst. Mannen als Simsek en Yilmaz streden in Amsterdam om het Europees Kampioenschap Olieworstelen. Een toernooi dat voor de vierde keer in successie plaatsvond op het terrein van voetbalvereniging Turkiyemspor. Geuren van kebab, sigaretten en zweet walmen samen boven de volgepakte tribunes. De weeïge lucht van olijfolie overheerst, ligt als een deken over het toernooi. Voor Turken uit Amsterdam en omgeving is het evenement elk jaar een gelegenheid er met de familie op uit te trekken. Het is voor hen de kans om een glimp op te vangen van de topworstelaars die zij alleen kennen van de televisiebeelden uit hun vaderland. In Turkije is olieworstelen mateloos populair, na voetbal de meest beoefende sport van het land. Op pleintjes van Istanbul tot Antalya en van lzmir tot dorpen in het Taurusgebergte wrijven mannen elkanders ruggen in met olijfolie om daarna een stevig robbertje te worstelen. Kinderen krijgen het met de paplepel ingegoten, zoals Nederlandse kinderen op Friese doorlopertjes hun eerste stapjes op het ijs wagen.

Vooraan Kenan Sinsek, bijgenaamd ´de bliksem´ tijdens de openingsceremonie van het EK Olieworstelen (foto Morad Bouchakour/Unit pagina 62).

Bas Pehlivan

Kenan Simsek (31) baalt van de nederlaag. Hij zit schijnbaar onaangedaan langs de rand van het veld en kijkt naar de overgebleven worstelaars op de grasmat. Slechts in zijn ogen is de teleurstelling af te lezen. Rode striemen lopen over zijn armen. Olijfolie gutst uit zijn broek. Met een wit zakdoekje probeert hij de olie uit zijn ogen te wrijven. Het prikt. Thuis in Turkije is hij een vedette. Hij behoort tot een kleine groep uitverkoren professionele olieworstelaars die luistert naar de naam Bas Pehlivan. Letterlijk vertaald uit het Turks betekent dit 'held worstelaar'. "Turken hebben olieworstelen in hun bloed zitten", vertelt Simsek met zijn zware stem. Zijn geprononceerde voorhoofd rimpelt bij elke klank. "Het is de sport van de armen, een echte volkssport. Een kans om aan armoede te ontsnappen. Zelf zou ik vermoedelijk boer zijn geworden, net als mijn vader. Nu ben ik in Turkije een gefortuneerd man. Ik verdien met worstelen ongeveer vijfduizend gulden per maand, een vorstelijk inkomen als je je bedenkt dat het modale inkomen in mijn land minder dan duizend gulden bedraagt." Simsek won in 1992 een zilveren medaille op de Olympische Spelen in Barcelona met Vrije stijl worstelen, maar stapte snel daarna over naar het olieworstelen dat in zijn land nu eenmaal een hoger aanzien geniet. En waarmee je, als je écht goed bent, een flink bedrag kunt verdienen. Zo zou de negenvoudig Turkse wereldkampioen Ahmet Tasci miljonair zijn. 'de Os' of 'de Sultan van het hedendaagse olieworstelen' zoals zijn bijnamen aan de Bosporus luiden, won het EK in Amsterdam. Tasci kreeg ooit de beroemde gouden gordel, de Altin Kemer, omgegespt door drie keer achter elkaar het grootste toernooi van Turkije te winnen: de Kirkpinar in de stad Edirne. Het afgeloper decennium deed geen enkele worstelaar hem dat na. Tasci is noch steeds ongenaakbaar, ondanks zijn 39 jaren. Simsek: "De Os is de allerbeste, al jarenlang. Hij is door zijn lichaamsbouw niet vast te pakken. Korte romp, lange armen en ongelofelijk sterk. Hij heeft de nek van een os en de sluwheid van een oude wolf. Bovendien heeft hij een sterke groep worstelaars om zich heen verzameld die hem goed ondersteunt tijdens lange toernooien. Zij offeren zich op in hun eigen partijen door tegenstanders af te matten die verderop in het toernooi tegen Tasci moeten uitkomen. Olieworstelen is, ondanks het individuele karakter, een teamsport. Een groep worstelaars schaakt, beschermt zijn koning en deelt samen het prijzengeld." Simsek is zelf de leider van een groep uit Ankara. Hij behoort tot de tien beste olieworstelaars van Turkije en dus tot de tien beste olieworstelaars ter wereld. De Turken bezitten het monopolie op de sport. Slechts incidenteel hebben zij concurrentie te duchten van worstelaars uit omringende landen als Kazachstan, Azerbeidzjan, Armenië en Bulgarije waar deze typische vorm van worstelen aan populariteit wint.

Wit als melk

Olieworstelen is een van de zwaarste sporten ter wereld. De regels komen overeen met die van de Olympische worstelvarianten Vrije stijl en Grieks-Romeins. Je wint een tweekamp door de tegenstander op zijn rug te draaien of door hem op te tillen bij zijn heupen en drie stappen te zetten. Een worstelaar die zijn Kispet scheurt of eruit glijdt wordt gediskwalificeerd. Stoten en trappen is niet toegestaan, verwurgingen zoals in de judosport evenmin. Olieworstelen is echter veel moeilijker dan Vrije stijl of Grieks-Romeins worstelen vanwegc de rijkelijk gesmeerde olijfolie. Daardoor wordt de grip op elkaars lichaam geminimaliseerd. Dit oliën gebeurt volgens een eeuwenoude ceremonie die voorschrijft dat eerst met de rechterhand over de linkerschouder, de borst, de benen en als laatste de leren broek olie wordt aangebracht op het lichaam. Daarna herhaalt de worstelaar het ritueel met zijn linkerhand over zijn rechterschouder. Olieworstelaars helpen elkaar met het oliën van elkanders rug, uit respect voor hun tegenstander. Op het Europees Kampioenschap in Amsterdam verbruikten de worstelaars in totaal ongeveer honderd liter olijfolie. Worp- en greeptechnieken zijn haast onmogelijk uit te voeren op het gladde lichaam, lukken alleen als zij perfect worden uitgevoerd. Een tweekamp duurt maximaal dertig minuten, ongehoord lang voor worstelpartijen. Indien er na de reguliere tijd nog geen winnaar is, wordt er zelfs verlengd. Ahmet Tasci worstelde in totaal ruim drie uur voordat hij Europees kampioen werd in Amsterdam. En dan te bedenken dat toernooien in Turkije vele malen zwaarder zijn en veel langer duren. In vroegere eeuwen kon een match zelfs een hele dag duren, maar de hedendaagse reglementen sluiten dat nu uit. Olieworstelen blijft echter een uitputtingsslag. De atleten beschikken over techniek, kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen en explosiviteit. Jaren van intensief trainen zijn nodig voor het bereiken van de Bas Pehuvan-status.

Rechts op de foto: Cengiz Elbeye, geboren in Antalya, de nummer 2 van de internationale ranking. De bijnaam van 1.85 m lange, 112 kg zware Elbeye is 'de Bergtijger'. (bij foto Morad Bouchakour/Unit pagina 64).

Sociale controle

Cengiz Elbeye (32), de huidige nummer twee van de wereld, begon op zijn dertiende jaar met het volgen van serieuze worsteltrainingen. "Ik ben een complete sportman. Dat vereist de sport", vertelt de flegmatieke, besnorde Turk uit Antalya. "Het kost bergen trainingsarbeid om uberhaupt mee te kunnen draaien in de Bas Pehlivan-categorie. Ik doe veel aan krachttraining, til duizenden kilo´s per dag, loop hard, voetbal, basketbal en train op techniek. Zes dagen per week. Een eitje of zes bij het ontbijt is geen probleem. Als het maar scharreleieren zijn. Alles wat ik eet is puur natuur Per toernooi verlies ik vijf kilo aan lichaamsgewicht. Dat zegt genoeg. Per jaar zijn er in Turkije 35 toernooien en als je zoals ik, bij de top vijf behoort, worstel je al snel 250 partijen per jaar." Doping, schering en inslag bij andere krachtsporten, wordt volgens Elbeye niet gebruikt in zijn sport. "De sociale controle onder de Bas Peblivan is hiervoor te groot. Olieworstelen is wat dat betreft zo wit als melk. Gemene worstelaars accepteren wij niet. Iemand die een oor afbijt, kan het schudden, wordt direct verwijderd uit de groep." Elbeye en Simsek zijn helden, in Turkije welteverstaan, hun status is vergelijkbaar met die van Rintje Ritsma in ons land. Sponsors als Mercedes en de Turkse Telecommaatschappij staan in de rij om hun namen in zilveren noppen achterop de Kispets te krijgen. Regelmatig verschijnt een Bas Peblivan in reclamespotjes op de Turkse televisie.

Veertig bronnen

"In de veertiende eeuw kwamen Turkse soldaten onder leiding van veldheer Suleyman Pasha terug van een veldtocht in Roemenië. In de buurt van de plaats Ahir Köy hielden zij halt en sloegen een tentenkamp op. Om in conditie te blijven en de tijd te doden organiseerden de veertig krijgers worstelwedstrijden. Twee aan elkaar gewaagde kemphanen worstelden van de vroege ochtend tot de late avond, maar geen van beiden wist te winnen. Uiteindelijk raakten zij zo uitgeput dat ze ter plekke stierven. Het tweetal kreeg een graf onder een vijgenboom. Jaren later keerden enkele soldaten terug naar de onheilsplek en zagen tot hun verrassing dat er diverse waterbronnen waren ontstaan. Zij noemden de plaats Kirkpinar, het Turkse woord voor veertig bronnen. Sindsdien wordt op die plek eenmaal per jaar het grootste olieworsteltoernooi van Turkije gehouden", vertelt Elbeye. Hij moet zelf lachen om de legende. Feit blijft dat Edirne, gelegen vlakbij die veertig bronnen, de bakermat is van het Turkse olieworstelen. Al 637 jaar komen eens per jaar in de voormalige hoofdstad van het Ottomaanse Rijk de beste olieworstelaars uit Turkije bijeen om in het nationale stadion een gooi te wagen naar de wereldtitel. Ruim dertigduizend toeschouwers bevolken de tribunes, veertig miljoen Turken zitten drie dagen lang aan de beeldbuis gekluisterd om de verrichtingen van hun plaatselijke helden te volgen. Vroeger kreeg de winnaar een kameel of een stier, tegenwoordig gaat het om geld, veel geld. En natuurlijk om onsterfelijkheid. Cengiz Elbeye wist in 1994 en 1998 het toernooi te winnen en doorbrak de hegemonie van Tasci. Hun beider namen zijn vereeuwigd in de overlevering. De sterrenstatus van Elbeye en consorten was tot de organisatoren van het Europees Kampioenschap in Amsterdam overigens niet helemaal doorgedrongen. Zij brachten de Bas Pehilvans voor de nacht onder in een schoolgebouwtje in Amsterdam-West waar tien povere opklapbedden stonden opgesteld.

Kispet

De leren broek, Kispet, is het belangrijkste en enige kledingsstuk van de worstelaar en wordt gemaakt uit 40 verschillende delen van waterbuffel- of kalfsleer. Slechts enkele gespecialiseerde kleermakers in Turkije verstaan de kunst een dergelijke broek te maken. Een dik touw aan de bovenkant zorgt ervoor dat de Kispet stevig om het middel van de worstelaar zit. Op de achterzijde staat in metalen noppen de plaats van herkomst van de worstelaar of de naam van de sponsor. De broeksrand net onder de knie heet Paca en wordt stevig vastgebonden en omgeslagen om te voorkomen dat een tegenstander de pijp los kan maken. De Kispet biedt worstelaars onderling houvast tijdens de wedstrijd. Soms probeert men een hand in de broek te klemmen om steun te zoeken voor een worp of greep. De zwarte kniebroek weegt vijf kilo en kost om en nabij de zeshonderd gulden. De atleten bewaren hun Kispet buiten de wedstrijden om in een speciaal hiervoor bestemde rieten zak, de Zembil.

Het artikel Met de navel naar de hemel werd gescheven door Leo-Alexander Schlangen met foto´s van Morad Bouchakour/Unit en verscheen in het jaar 2000 in de Esquire van september (jaargang 10)
Klik hier voor een link naar www.esquire.nl


All sites © Mohamed el-Fers | Home

free web counters