Vissen

botervis.jpg
botervis
botervis1.jpg
botervis1
botervis4.JPG
botervis
botervisje p-gunnelus.jpg
botervisje p-gunnelus
grondel2.jpg
grondel
grondelprooi1.jpg
grondel prooi
grondels gobius-niger.jpg
grondels gobius-niger
grote zeenaald.jpg
grote zeenaald
lipvis1.jpg
lipvis
lipvis2.jpg
lipvis
lipvis3.jpg
lipvis
m-molva.jpg
m-molva
paling a-anguilla.jpg
paling a-anguilla
schol.jpg
schol
snotolf c-lumpus.jpg
snotolf c-lumpus
snotolf.jpg
snotolf

Page:   1  2 

[ Prev ]      [ Next ]

 

Het botervisje p-gunnelus Lijkt op een kleine paling, maar toch zijn de verschillen duidelijk. Het is een slank visje met een kleine kop. De lange rugvin loopt van kop tot staart en aan de basis hiervan ligt aan weerszijden een rij van negen tot vijftien zwarte, met wit omzoomde stippen. Het is een nachtelijk roofdier.

De zeenaald is verwant aan het gekende zeepaardje. Hoewel deze laatste vrij zeldzaam is, wordt hij soms opgemerkt in de Oosterschelde. De zeenaald daarentegen komt veel frequenter voor en kan een lengte bereiken tot 50 cm.

De Zeedonderpad is een zich langzaam voortbewegende vis, die er de voorkeur aan geeft geduldig te wachten tot er een prooi voorbij komt. Zij zijn vraatzuchtige dieren, die zich niet alleen met schaaldieren en wormen voeden, maar ook met de larven en jongen van andere vissoorten. Ze kunnen tot dertig cm groot worden.

De vorskwab De geaccentueerde lippen geven hem een specifiek uiterlijk, het lichaam lijkt het meest op een reuze kikkervis. We vinden deze niet erg schuwe dieren in spleten, rotsholten en gaten. Het dier kan maximum ca. 35 cm lang worden, en de paaitijd van deze diepzwarte vis is van juli tot september.

De snotdolf of snotolf Cyclopterus lumpus. Het lichaam is met knobbeltjes bedekt, de huid slijmerig en dik. De buikvinnen zijn vergroeid tot een zuigschijf, waarmee het dier zich vastzuigt aan stenen e.d. Hoewel de snotdolf niet zo goed zwemt, kan hij toch een pelagisch leven leiden en voedt zich dan o.a. met ribkwallen en kwallen. Het skelet is bijna geheel kraakbenig. De tot 50 cm lange vis leeft in de noordelijke Atlantische Oceaan tot aan de Golf van Biskaje, ook in de Oostzee. De snotolfen komen elk jaar naar de ondiepe wateren om te paaien. Hij dringt in Nederland ook brak water binnen. De mannetjes bewaken en verdedigen de eieren.Snotolfen voeden zich vooral met schaaldieren, veelborstelwormen en jonge exemplaren van andere vissoorten. Volwassen exemplaren eten ook gewoon vis
Paaien gebeurt bij een watertempratuur van 5-8 graden Celsius op een stenige bodem. De eitjes worden in enkele keren afgezet. Het mannetje bewaakt de eitjes tot ze uitkomen. Deze periode duurt ongeveer 2 maanden waarbinnen veel snotolfen de dood vinden. Ze worden tijdens stormen tegen de rotsen gedood of vinden verder hun weg via roofvogels in de voedselketen. De vrouwtjes trekken na het afzetten van de eitjes weer naar dieper water.

 

go back