Kwallen

kompaskwal.JPG
kompaskwal
kwal.jpg
oorkwal
kwal12.jpg
kwal
scan54.jpg
oorkwal
scan67.jpg
kwal
scan70.jpg
zeedruif
scan77.jpg
kwal ten prooi

Blauwe haarkwal Cyanea lamarcki  De blauwe haarkwal is een algemeen soort in de Oosterschelde. In het Grevelingenmeer worden ze slechts zeer zelden waargenomen. Dit is de enigste kwal die zo sterk netelig is dat de kwal ook zwemmers en duikers last kunnen bezorgen. De kwal is schotelvormig en bereikt een diameter van 20 cm. Hij heeft 32 lobben aan de rand van de klok met vele tentakels. Deze tentakels bevatten sterk netelige cellen en kunnen meer als een meter lang worden. Zodra een prooi met deze tentakels in aanraking komt wordt hij meestal direct gedood en door de tentakels naar de mond getransporteerd. De blauwe haarkwal heeft 4 mondtentakels. De kleur van de blauwe haarkwal is paarsblauw. Zeeanjelieren eten graag blauwe haarkwallen. De zeeanjelieren hebben geen last van de netelcellen.   

Kompaskwal Chrysaora hysoscella Dit is een hele mooie kwal die voornamelijk in de Oosterschelde voorkomt. Het is een algemeen soort. De kwal is parapluvorming. Hij dankt zijn naam aan de donkere strepen die over de klok lopen. Dit doet denken aan een kompasroos. De rand van zijn klok heeft 32 donker bruine lobben en een franje van 24 fijne tentakels. Zijn mondtentakels zijn veel langer als de andere soorten die hier voorkomen. Deze vier tentakels kunnen meer als een meter lang worden.  De kwal kan een diameter van 30 cm. bereiken. De kompaskwal maakt gedurende zijn kwalstadium een geslachtsverandering door. De kompaskwallen zijn eerst mannelijk, daarna tweeslachtig en uiteindelijk worden ze vrouwelijk. De kompaskwal heeft netelcellen maar deze zijn voor de mens ongevaarlijk.  

Meloenkwalletje  Beroe cucumis Het meloenkwalletje behoort tot de orde ribkwallen. Meloenkwalletjes komen algemeen voor zowel in de Oosterschelde als in het Grevelingenmeer. Het meloenkwalletje is doorzichtig met een langgerekt lichaam. Duidelijk is zijn spijsverteringskanaal te zien.  Het meloenkwalletje kan 16 cm. groot worden maar hier in de Nederlandse wateren zijn ze meestal kleiner. Het meloenkwalletje is een rover. Met zijn grote uitstulpbare mond is hij in staat om een prooi op te eten die even groot is als de kwal zelf.

Oorkwal  Aurelia aurita De oorkwal is een veel voorkomende kwal in de Oosterschelde en in mindere mate het Grevelingenmeer. De kwal bezit een klokvormig lichaam dat ongeveer 25 cm. groot kan worden. De klok bestaat uit een geleiachtige massa tussen twee lagen cellen. Dit fungeert in feite als een soort primitief skelet. De oorkwal heeft geplooide mondarmen die langer zijn als de vele korte tentakels aan de rand van de klok. De tentakels bevatten netelcellen die echter niet gevaarlijk zijn voor de mens. De oorkwal dankt zijn naam aan de vier ovaalvormige voortplantingsorganen die van de bovenkant goed te zien zijn. De kwal kan zijn klok samentrekken en stoot met deze beweging water uit. Hierdoor is de kwal in staat zwembewegingen te maken. Meestal laat hij zich echter met de stroom meedrijven. De kwal voedt zich met kleine visjes en kreeftachtigen die tegen zijn tentakels opbotsten. De netelcellen verlammen de prooi en die wordt door de mondtentakels naar de mondopening geduwd. De voortplanting van de oorkwal is ingewikkeld. Het mannetje laat zijn zaadcellen los in het water, wat vervolgens door het vrouwtje word opgenomen.  Het bevruchte eitje ontwikkelt zich tot een vrij zwemmende larve. De larve hecht zich vervolgens vast aan een steen en ontwikkeld zich tot een poliep (scyphistoma). Hierna vindt er een knopvorming plaats waardoor er jonge kwalletjes zich afsnoeren, die zich tot volwassen exemplaren ontwikkelen. De poliepen van deze kwallen worden regelmatig in het Grevelingenmeer aangetroffen onder stenen e.d. Ook in de Oosterschelde komen deze poliepen voor maar enkel op plaatsen waar er weinig stroming staat. 

Zeedruifje  Pleurobrachis pileus De zeedruif heeft het uiterlijk van een kwal maar behoort tot een aparte groep namelijk de ribkwallen. Deze groep dankt de naam aan de in het lichaam zittende, duidelijk zichtbare, verticale ‘ribben’. Op deze ribben zitten kleine plaatjes. De meeste soorten ribkwallen hebben slechts twee tentakels die teruggetrokken kunnen worden in de scheden. Tevens heeft het zeedruifje geen netelcellen. De zeedruif is een erg roofzuchtig wezen. Hij beweegt zich voort door met de plaatjes op de ribben heen en weer te slaan. Hierdoor zijn er iriserende golfjes langs zijn lichaam te zien. Het is zeker de moeite waard om hier eens goed op te letten tijdens de duik. Als hij zich voortbeweegt doet hij dat met de mond vooruit. Zo vangt hij  roeipootkreeftjes, garnalen en vislarven. De twee lange tentakels sleept de kwal gewoon achter zich aan. Zodra een prooi de tentakels raakt scheiden speciale cellen een kleverige stof af waarmee de prooi vastgehouden wordt.  De tentakels worden ingetrokken en de prooi naar de mond gebracht. Het zeedruifje is tweeslachtig. In het najaar scheid de kwal zowel zaadcellen als eicellen af. Deze vinden elkaar in het water en uit de bevruchte eicellen ontwikkelen zich zwevende larven die langzaam de volwassen vorm aannemen. 

Zeepaddestoel Rhizostoma pulmo Dit is één van de grootste kwallen die in de Oosterschelde voorkomt. De lange koepelvormige klok is geelwit en heeft een paars getinte rand. De kwal heeft 8 flinke mondtentakel die gedeeltelijk met elkaar vergroeid zijn tot een bloemkoolachtig geheel. De kwal kan ongeveer 90 cm. groot worden. De kwal is ongevaarlijk voor de mens. Het eet voornamelijk plankton die door de mondarmen naar binnen worden gezogen. Deze grote kwallen worden alleen in de maanden september tot november in de Oosterschelde waargenomen. 

go back