|
| Kwallen |
| |||||||
| ||||||||
|
Blauwe haarkwal
Cyanea lamarcki
De blauwe haarkwal is een algemeen soort in de Oosterschelde. In
het Grevelingenmeer worden ze slechts zeer zelden waargenomen. Dit is de
enigste kwal die zo sterk netelig is dat de kwal ook zwemmers en duikers
last kunnen bezorgen. De kwal is schotelvormig en bereikt een diameter van
20 cm. Hij heeft 32 lobben aan de rand van de klok met vele tentakels. Deze
tentakels bevatten sterk netelige cellen en kunnen meer als een meter lang
worden. Zodra een prooi met deze tentakels in aanraking komt wordt hij
meestal direct gedood en door de tentakels naar de mond getransporteerd. De
blauwe haarkwal heeft 4 mondtentakels. De kleur van de blauwe haarkwal is
paarsblauw. Zeeanjelieren eten graag blauwe haarkwallen. De zeeanjelieren
hebben geen last van de netelcellen. Kompaskwal
Chrysaora hysoscella Dit is een
hele mooie kwal die voornamelijk in de Oosterschelde voorkomt. Het is een
algemeen soort. De kwal is parapluvorming. Hij dankt zijn naam aan de
donkere strepen die over de klok lopen. Dit doet denken aan een kompasroos.
De rand van zijn klok heeft 32 donker bruine lobben en een franje van 24
fijne tentakels. Zijn mondtentakels zijn veel langer als de andere soorten
die hier voorkomen. Deze vier tentakels kunnen meer als een meter lang
worden. De kwal kan een
diameter van 30 cm. bereiken. De kompaskwal maakt gedurende zijn kwalstadium
een geslachtsverandering door. De kompaskwallen zijn eerst mannelijk, daarna
tweeslachtig en uiteindelijk worden ze vrouwelijk. De kompaskwal heeft
netelcellen maar deze zijn voor de mens ongevaarlijk. Meloenkwalletje Beroe cucumis Het meloenkwalletje behoort tot de orde ribkwallen. Meloenkwalletjes komen algemeen voor zowel in de Oosterschelde als in het Grevelingenmeer. Het meloenkwalletje is doorzichtig met een langgerekt lichaam. Duidelijk is zijn spijsverteringskanaal te zien. Het meloenkwalletje kan 16 cm. groot worden maar hier in de Nederlandse wateren zijn ze meestal kleiner. Het meloenkwalletje is een rover. Met zijn grote uitstulpbare mond is hij in staat om een prooi op te eten die even groot is als de kwal zelf. Oorkwal
Aurelia
aurita De oorkwal is een veel voorkomende kwal in de
Oosterschelde en in mindere mate het Grevelingenmeer. De kwal bezit een
klokvormig lichaam dat ongeveer 25 cm. groot kan worden. De klok bestaat uit
een geleiachtige massa tussen twee lagen cellen. Dit fungeert in feite als
een soort primitief skelet. De oorkwal heeft geplooide mondarmen die langer
zijn als de vele korte tentakels aan de rand van de klok. De tentakels
bevatten netelcellen die echter niet gevaarlijk zijn voor de mens. De
oorkwal dankt zijn naam aan de vier ovaalvormige voortplantingsorganen die
van de bovenkant goed te zien zijn. De kwal kan zijn klok samentrekken en
stoot met deze beweging water uit. Hierdoor is de kwal in staat
zwembewegingen te maken. Meestal laat hij zich echter met de stroom
meedrijven. De kwal voedt zich met kleine visjes en kreeftachtigen die tegen
zijn tentakels opbotsten. De netelcellen verlammen de prooi en die wordt
door de mondtentakels naar de mondopening geduwd. De voortplanting van de
oorkwal is ingewikkeld. Het mannetje laat zijn zaadcellen los in het water,
wat vervolgens door het vrouwtje word opgenomen.
Het bevruchte eitje ontwikkelt zich tot een vrij zwemmende larve. De
larve hecht zich vervolgens vast aan een steen en ontwikkeld zich tot een
poliep (scyphistoma). Hierna vindt er een knopvorming plaats
waardoor er jonge kwalletjes zich afsnoeren, die zich tot volwassen
exemplaren ontwikkelen. De poliepen van deze kwallen worden regelmatig in
het Grevelingenmeer aangetroffen onder stenen e.d. Ook in de Oosterschelde
komen deze poliepen voor maar enkel op plaatsen waar er weinig stroming
staat. Zeedruifje Pleurobrachis
pileus De zeedruif heeft het uiterlijk van een kwal maar behoort
tot een aparte groep namelijk de ribkwallen. Deze groep dankt de naam aan de
in het lichaam zittende, duidelijk zichtbare, verticale ‘ribben’. Op
deze ribben zitten kleine plaatjes. De meeste soorten ribkwallen hebben
slechts twee tentakels die teruggetrokken kunnen worden in de scheden.
Tevens heeft het zeedruifje geen netelcellen. De zeedruif is een erg
roofzuchtig wezen. Hij beweegt zich voort door met de plaatjes op de ribben
heen en weer te slaan. Hierdoor zijn er iriserende golfjes langs zijn
lichaam te zien. Het is zeker de moeite waard om hier eens goed op te letten
tijdens de duik. Als hij zich voortbeweegt doet hij dat met de mond vooruit.
Zo vangt hij roeipootkreeftjes,
garnalen en vislarven. De twee lange tentakels sleept de kwal gewoon achter
zich aan. Zodra een prooi de tentakels raakt scheiden speciale cellen een
kleverige stof af waarmee de prooi vastgehouden wordt.
De tentakels worden ingetrokken en de prooi naar de mond gebracht. Het
zeedruifje is tweeslachtig. In het najaar scheid de kwal zowel zaadcellen
als eicellen af. Deze vinden elkaar in het water en uit de bevruchte
eicellen ontwikkelen zich zwevende larven die langzaam de volwassen vorm
aannemen. Zeepaddestoel
Rhizostoma pulmo Dit is één van
de grootste kwallen die in de Oosterschelde voorkomt. De lange koepelvormige
klok is geelwit en heeft een paars getinte rand. De kwal heeft 8 flinke
mondtentakel die gedeeltelijk met elkaar vergroeid zijn tot een
bloemkoolachtig geheel. De kwal kan ongeveer 90 cm. groot worden. De kwal is
ongevaarlijk voor de mens. Het eet voornamelijk plankton die door de
mondarmen naar binnen worden gezogen. Deze grote kwallen worden alleen in de
maanden september tot november in de Oosterschelde waargenomen. | ||||||||