|
| Geleedpotigen |
| ||||||||||||||||
| |||||||||||||||||
Page: 1 2 | |||||||||||||||||
| [ Prev ] [ Next ] | |||||||||||||||||
|
Heremietkreeften Pagurus bernhardus onderscheiden zich van andere kreeften doordat ze een week achterlijf hebben. Daarom moeten heremietkreeften lege slakkenhuizen of schelpen zoeken om in te wonen. Wanneer ze lopen of eten steken hun antennes, scharen en twee paar looppoten uit de opening van de schelp. Als ze worden aangevallen, trekken ze zich snel terug in de schelp. De grote schaar, het laatste lichaamsdeel dat wordt teruggetrokken, doet dan dienst als deur en sluit de schelp af van de aanvallers. Naarmate hermietkreeften groter worden, moeten ze steeds grotere schelpen zoeken om in te wonen. Europese zeekreeften Homarus gammarus gebruiken hun asymmetrisch gevormde scharen niet alleen om zich voort te bewegen en voedsel te hanteren, maar ook als bescherming en steun. Soms hechten kleinere zeedieren, zoals kokerwormen en zeepokken zich aan het harde buitenschild, of aan het uitwendige skelet van de kreeft. De gewone steurgarnaal Palaemon elegans voedt zich vooral met wormen en kleine schaaldieren, ook groenwier, hydroïdpoliepen en dierlijk afval. Garnalen zijn overwegend 's nachts actief |