|
| Bloemdieren |
| ||||||||||||||||
| |||||||||||||||||
Page: 1 2 3 | |||||||||||||||||
| [ Prev ] [ Next ] | |||||||||||||||||
|
Een korte beschrijving van sommige van de voorkomende soorten anemonen in de Oosterschelde, met dank aan Seamasters. De zeeanjelier Deze anemoon komt vooral in de monding van de Oosterschelde voor en is typerend voor koud water. Hij kan tot 30 cm groot worden.We treffen ze soms in ware velden aan waarbij ze in bosjes van dezelfde kleur (wit, roze of bruin) staan. Een van zijn voornaamste vijanden is de vlokkige zeenaaktslak. Het oranjekleurig Baksteenanemoontje
(Diadumene cincta), ook wel Golfbrekeranemoon genoemd, komt massaal voor
op de dijkglooiingen van de Oosterschelde. Het Baksteenanemoontjes zijn
zeker niet kieskeurig wat het substraat betreft, want naast de stenen
vinden we ze ook op palen, op wrakken en soms zelfs op wieren. De soort
werd voor het eerst waargenomen in de Noordzee in 1913. Deze anemoon, die
tot de kleinere anemonen behoort, wordt zo'n 10 cm groot en is berucht
omwille van zijn vechtarmen waarmee hij soortgenoten en concurrerende
anemonen mee aanvalt. De Paardeanemoon (Actinia equina) Deze houdt zich vrijwel altijd in de getijdenzone op, verscholen tussen de basaltblokken, en bij laag water al zijn tentakels naar binnen trekt. Het enige dat we dan nog zien is een op een bloedklonter lijkende ronde massa. De doorsnede is zelden groter dan 5 cm. De Paardeanemoon is meestal wijnrood of roestig bruin, maar kan ook olijfgroen zijn. Karakteristiek voor deze soort zijn de felblauwe zakjes aan de basis van de tentakels. Deze blauwe zakjes zijn gevuld met sterke netelcellen en zwellen op als er zich andere anemonen in zijn territorium bevinden. Met dit afweermechanisme kan de Paardeanemoon zich afweren tegen zijn belagers. Het Weduweroosje (Sagartiogeton undatum) komt vooral voor op plaatsen met geringe waterbeweging. Hierdoor kwam het vroeger vooral in de Grevelingen voor. Sinds de voltooiing van de stormvloedkering zijn de stroomsnelheden sterk gereduceerd en is het water helderder, waardoor we het Weduweroosje ook in de Oosterschelde vaker tegenkomen. De weduwroos is betrekkelijk gemakkelijk te herkennen als hij zijn lange, slanke tentakels gestrekt heeft. Over deze tentakels lopen (inwendig) fijne lengtestrepen. Er is in heel Nederland geen enkele zeeanemoon met zulke lange tentakels in verhouding tot de lengte van de zuil. Een individu dat z'n zuil en/of z'n tentakels geheel of gedeeltelijk heeft ingetrokken, kan verward worden met de slibannemoon. Aan de zuil van de weduwroos zijn echter nooit schelpfragmenten gehecht. De zeedahlia (Tealia felina) is de enige
inheemse zeeanemoon die zulke korte, dikke tentakels heeft. |