Bloemdieren

baksanem.jpg
bak
steenanemoon
bakstee1.jpg
baksteenanemoon
haaranemoon.jpg
haaranemoon
scan105.jpg
scan106.jpg
weduwroosje
scan108.jpg
scan109.jpg
scan110.jpg
scan111.jpg
weduwroosje
scan112.jpg
scan140.jpg
zeeanjelier
scan148.jpg
zeeanjelier
scan152.jpg
zeeanjelier
scan154.jpg
zeeanjelier
scan158.jpg
zeeanjelier
scan161.jpg
zeeanjelier

Page:   1  2  3 

[ Prev ]      [ Next ]
 

Een korte beschrijving van sommige van de voorkomende soorten anemonen in de Oosterschelde, met dank aan Seamasters.

De zeeanjelier Deze anemoon komt vooral in de monding van de Oosterschelde voor en is typerend voor koud water. Hij kan tot 30 cm groot worden.We treffen ze soms in ware velden aan waarbij ze in bosjes van dezelfde kleur (wit, roze of bruin) staan. Een van zijn voornaamste vijanden is de vlokkige zeenaaktslak.

Het oranjekleurig Baksteenanemoontje (Diadumene cincta), ook wel Golfbrekeranemoon genoemd, komt massaal voor op de dijkglooiingen van de Oosterschelde. Het Baksteenanemoontjes zijn zeker niet kieskeurig wat het substraat betreft, want naast de stenen vinden we ze ook op palen, op wrakken en soms zelfs op wieren. De soort werd voor het eerst waargenomen in de Noordzee in 1913. Deze anemoon, die tot de kleinere anemonen behoort, wordt zo'n 10 cm groot en is berucht omwille van zijn vechtarmen waarmee hij soortgenoten en concurrerende anemonen mee aanvalt.
Zijn kleur varieert van donkeroranje tot bijna wit.

De Paardeanemoon (Actinia equina)  Deze houdt zich vrijwel altijd in de getijdenzone op, verscholen tussen de basaltblokken, en bij laag water al zijn tentakels naar binnen trekt. Het enige dat we dan nog zien is een op een bloedklonter lijkende ronde massa. De doorsnede is zelden groter dan 5 cm. De Paardeanemoon is meestal wijnrood of roestig bruin, maar kan ook olijfgroen zijn. Karakteristiek voor deze soort zijn de felblauwe zakjes aan de basis van de tentakels. Deze blauwe zakjes zijn gevuld met sterke netelcellen en zwellen op als er zich andere anemonen in zijn territorium bevinden. Met dit afweermechanisme kan de Paardeanemoon zich afweren tegen zijn belagers.

Het Weduweroosje (Sagartiogeton undatum) komt vooral voor op plaatsen met geringe waterbeweging. Hierdoor kwam het vroeger vooral in de Grevelingen voor. Sinds de voltooiing van de stormvloedkering zijn de stroomsnelheden sterk gereduceerd en is het water helderder, waardoor we het Weduweroosje ook in de Oosterschelde vaker tegenkomen. De weduwroos is betrekkelijk gemakkelijk te herkennen als hij zijn lange, slanke tentakels gestrekt heeft. Over deze tentakels lopen (inwendig) fijne lengtestrepen. Er is in heel Nederland geen enkele zeeanemoon met zulke lange tentakels in verhouding tot de lengte van de zuil. Een individu dat z'n zuil en/of z'n tentakels geheel of gedeeltelijk heeft ingetrokken, kan verward worden met de slibannemoon. Aan de zuil van de weduwroos zijn echter nooit schelpfragmenten gehecht.

De zeedahlia (Tealia felina) is de enige inheemse zeeanemoon die zulke korte, dikke tentakels heeft.
Het is één van de mooiste anemoonsoorten. Ze varieert erg in kleur en kan rood, oranje, blauw, groen en roze zijn. De Zeedhalia wordt niet erg hoog, maar kan wel een diameter van zo'n 10 cm bereiken.
Als de tentakels ingetrokken zijn, is de zeedahlia vaak redelijk gemakkelijk herkenbaar aan de ruwe huid die voorzien is van knobbels en hechtorgaantjes, waarmee schelpgruis e.d. vastgehouden wordt.
Kenmerkend voor de Zeedahlia is het strepenpatroon tussen de tentakels. Het is een zeldzame en beschermde anemoonsoort in de Oosterschelde. Hoe dichter we ons tegen de monding van de Oosterschelde bevinden, hoe meer kans we hebben om ze te bewonderen.

go back