|

DE EGYPTISCHE
VRIJMETSELARIJ
r
Copyrights
reserved versie 12.7.20002
![]()
Gegroet op alle punten van de Driehoek
Inleiding
Vertrek nergens heen, tenzij je
hiervoor voldoende tijd hebt en tevens beschikt over de noodzakelijke middelen
om je bestemming te bereiken. Weet dat er een verschil bestaat tussen de weg
‘kennen’ en de weg ‘bewandelen’.
Soms moet je het ondenkbare denkbaar
maken en zelfs het denkbare voor de toekomst ondenkbaar maken. Zo gaat de
wetenschappelijke vooruitgang in stappen. Zo zorg je voor geen evolutie in het
zijn en het denken door gewoon stil te staan.
Soms is er iemand nodig die observeert
en noteert wat er collectief in een maatschappij leeft, en dit dan ook publiek
maakt. Hoe langer hoe meer rijpt bij sommigen het inzicht dat een inwijding je
doet terugdenken aan hoe het je zelf ooit verging.
Gelijk welke maçonnieke groep staat
constant op de bres van de vernieuwingen, in ebbe en vloed. Soms is het
springtij, en dan gebeuren er plotse stroomversnellingen. De vernieuwingen komen
dan op je af, ongewild. Maar je kan ook de vernieuwing zelf opzoeken en het
onmogelijke mogelijk maken. Een mogelijkheid is op reis
gaan.
Begin aan geen nieuwe maçonnieke
carrière, indien je niet op een positieve wijze openstaat voor vernieuwing.
Vertrekken uit jouw oude omgeving is telkens opnieuw een beetje sterven.
Diegenen die achterblijven zullen dat niet willen begrijpen, en zullen de schuld
van jouw vertrek niet bij zichzelf leggen.
Maar reizen is ook de toekomst.
Openstaan voor het nieuwe, het onbekende, de emotie. Reis met mij mee naar het
land tussen Nout en Geb, Misraïm. Het land van de traditie en het mysterie.
Luister naar de stem van jouw hart.
Il ne faut
point esperer pour entreprendre, ni réussir pour persévérer.
Ik kan je alleen de Arcana van de Ritus
aangeven. Jij moet door de poort van de Ahabont. En als je terugkeert, ben jij
misschien zoals ik een Egyptische maçon geworden en zal je antwoorden op de
volgende vraag:
Van waar kom jij mijn
broeder?
Van de beide Egyptes,
A.M.
EERSTE BOEK
Hoe het begon
Op
een avond kwam ik broeder John tegen in de vochtige kamer. Hij was een en al
enthousiast over een andere Ritus dan hetgeen wij gewend zijn binnen de
klassieke vrijmetselarij van L.D.H.. Hij overviel mij bij het traktaat van een
eerste Vlaamse pint in de vochtige kamer van mijn werkplaats Klimop te Kortrijk.
Kort samengevat ging het als volgt
"Frank, ik heb
belangrijk nieuws. Er bestaat in België een Ritus die ik voorheen niet kende: de
Egyptische Ritus van Misraïm. Het is een moderne en aan de huidige tijd
aangepaste Ritus die andere symbolen hanteert. Het is een gemengde loge die
zichzelf als soeverein en onafhankelijk beschouwt. Zij kan op basis van
dezelfde rituelen mogelijks alleen met vrouwen of alleen met mannen
werken. Dit is niet essentieel. Het doel dat men er voor oog heeft in het
rituaal is veel belangrijker. En indien men meent dat dit doel beter
bereikt kan worden met vrouwen of mannen alleen is er geen bezwaar. Het
uitgangspunt is evenwel dat het gemengd gebeurt."
"Dan is dat
een belangrijke wijziging voor de gemengde vrijmetselarij" zei
ik.
"Ja, dat is
zo. Zij rekruteert ook helemaal niet de gedemotiveerde maçons van de voor
ons klassieke vrijmetselarij, integendeel. Zij is wel exclusief. Zij
beschouwt zich dan ook als dusdanig en dit maakt dit in het ritueel ook
duidelijk. Zij beschouwt zich echter niet beter of de beste want in wezen zijn
voor haar alle maçons gelijk. Daar het echter om vrienden gaat
verkiest de loge uit te kiezen dan zelf gekozen te worden," vervolgde
John. En voegde daaraan toe dat het allemaal een illusie
was.
Daar stond ik
nu te kijken. Zo had ik het niet begrepen, althans niet zo radicaal. Is dit nu
de betekenis van het woord maçonnieke illusie, vroeg ik mij nog af. Wat stelt de
maçonnieke illusie eigenlijk voor? Zijn wij dan een deel van het rijk der
schimmen, wilde ik nog zeggen, of bestaat de rituele realiteit dan niet? Ik
zweeg.
Ik
stond op het punt door een broeder in een maçonnieke zijweg te worden
geïnstrueerd. Ik had dus geen moeite te zwijgen. De stilte op de kolommen had
mijn hart vervuld met een warmte zodat ik vol spanning, in stilte, verder kon
luisteren.
"Er
kan daar nog veel over gedisputeerd of gedebatteerd worden, doch dit is
hier niet aan de orde," zei John.
"John, ben jij
dan lid van deze loge?" vroeg ik nog.
"Wat zou je
denken, jong?" zei hij. " Het wordt tijd dat ook jij er lid van wordt. Je weet
niet wat je mist."
In
feite wist ik dat ik veel miste in de klassiek vrijmetselarij, maar in hoever en
hoeveel? Hoe kan je dat weten, want wanneer je iets niet kent, kun je het ook
niet missen. En als je niet openstaat voor vernieuwing of verandering in je
leven, is het bijzonder moeilijk om te veranderen. Bovendien moet je weten dat
er een andere weg bestaat, door de poorten van de Arcana van de Ritus, en
geloven in de ernst van de gids.
Voor mij was
de vrijmetselarij een ideaalbeeld en de maçonnieke realiteit sprak dit soms
tegen. Ik was en ben meermaals ontgoocheld geweest, spijts ik wist dat het
allemaal maar een illusie kon zijn: een illusie van broederschap met vreemden
die ik voorheen niet kende en als ze gekend had op voorhand, ik misschien niet
tot hun vriendenkring zou hebben
willen behoren.
Pas
op, ik kies nog altijd mijn vrienden, sprak ik dan bij mezelf. Ik moest als het
ware mijzelf overtuigen van mijn eigen gelijk. In de loge kies je niet, je wordt
gekozen…
Maar had ik
dan ongelijk? De emoties zingen in de Tempel. Alleen was het soms onbelangrijk
wie er naast mij zat, en dat is pas een bevreemdend gevoel. Ik dreigde tijdens
ons gesprek in gedachten verzonken te geraken. Ik droomde en zag voor mij de
ideale vrijmetselarij, maar bestaat de ideale vrijmetselarij? John riep mij
terug tot de werkelijkheid¼
“Wel…’ zei hij en hij onderbrak plots zijn zin.
Hij wou plots niets meer zeggen toen een broeder naast ons kwam staan. Ik kreeg
John niet meer aan de praat. Was het omwille van die broeder? Waarschijnlijk,
want John had bij al de broeders van de werkplaats de naam van een ‘moeilijke
jongen’ te zijn. Je kent dat wel, de vooroordelen die zich tegen iemand
opstapelen, en die soms gegrond zijn op grond van jaloersheid over het talent
van de persoon die men wil treffen. Einstein vond dat het moeilijker is een
vooroordeel te splitsen, dan een atoom.
In
het profane leven spreekt men dan van mobbing, maar wees gerust ook in de
vrijmetselarij bestaat het fenomeen. Wij zijn precies toch allemaal mensen en
geen heiligen.
“Ja, John, soms regent het
evengoed binnen als buiten,” zei ik nog. Hij reageerde niet. Het was precies
alsof hij voor iets bang was. Wij begonnen aan een nietszeggend gesprek tussen
ons drieën. Maçonnieke etiquette heet zo'n gesprek. Wij zijn tenslotte allen
broeders, wij zijn allen logeleden en moeten met elkaar overweg kunnen. De avond
verstreek en ik bleef op mijn honger. Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. En
dat is gevaarlijk. Ik ken mijzelf.
r
L’histoire à
suivre
Zo’n gesprek
in de Loge is een ‘histoire à suivre’. Je kent dat. Tenslotte was John met iets
begonnen dat duidelijk belangrijk genoeg was voor ons beiden en het had hem in
de ban. Over wat had hij het dan? Over welke soort vrijmetselarij zou het gaan?
Deze vragen en andere spookten nog dagen verder in mijn hoofd. Steeds wanneer ik
er niet aan dacht, begonnen mijn gedachten af te glijden naar ons gesprek.
De
zin en de betekenis van de vrijmetselarij. Een groot onderwerp, waar over veel te oppervlakkig is geschreven. Het
is precies allemaal emotie en over emoties wordt veel te weinig nagedacht. Men
beleeft de emotie, men ondergaat de emotie, alsof er weinig aan te veranderen of
te begrijpen valt. Men neemt vooral de emotie niet
ernstig.
Het
is nog altijd de vraag wat nu die vrijmetselarij betekent. Nog moeilijker is de
vraag wie een maçon in feite is. Het is soms gemakkelijker een negatieve
definitie te geven. Een maçon zal nooit van zichzelf zeggen, dat hij zoals
Paulus van zijn paard is gevallen, maar dan aan de verkeerde kant. Dergelijke
moppen zijn voorbehouden terrein van Jezuïeten. Het zijn trouwens de Jezuïeten
die stellen dat meer is in je, of bij wijze van lijfspreuk: ‘meer is in u’. Toch
eigenaardig dat de Loge Bevrijding precies dit leidmotief heeft aangenomen. Meer
is in u, ja, maar wat is er meer in u na de inwijding? Het antwoord is
eenvoudig: het is het licht.
De
profaan zal terecht denken dat zo’n enigmatisch antwoord niets meer vertelt, en
dat is juist. Maar is dit niet voor alles zo? Je weet toch ook maar pas wat het
vaderschap of moederschap betekent, als je zelf vader of moeder bent geworden en
dan nog duurt het jaren voor je zo ver bent. In de vrijmetselarij is dit juist
hetzelfde. En leg nu maar eens uit wat dat betekent: vaderschap of moederschap.
Haast een onmogelijke opdracht.
Voor de
primaten als placentazoogdieren zijn de limbische hersenenactiviteiten misschien
niet te begrijpen. De mens als placentazoogdier is in staat zichzelf in zijn DNA-structuur te ontrafelen. Via
de kennis van de membraamcelstructuur weet de mens dat het leven uit het heelal
komt. Van boven. Het specieuze van deze celstructuur zit niet in het DNA maar in
de celwand. Verwijder de inhoud van een membraamcel, en vervang die door een
andere DNA-structuur en je zit volop in het klonen van cellen en van het leven.
Hier komt geen enkele opperbouwmeester van het heelal bij kijken en in elk geval
is de opperbouwmeester, indien hij bestaat, geen lid van eender welk gelijk, van
gelijk welke orde of religie, voor of tegen het klonen. Hij is ook geen lid van
de vrijmetselarij, en de vrijmetselarij heeft het monopolie niet over de
opperbouwmeester van het heelal. Laat ons duidelijk zijn. De vrijmetselarij is
hier de celwand. De Ritus is de DNA-structuur. Zo verhouden Ritus en
vrijmetselarij zich met elkaar.
Alleen kunnen
wij niet aanvaarden dat ons leven, eenmaal beëindigd, geen enkel zin heeft
gehad. Je moet ook van een bijzondere humor gespeend zijn om dit te kunnen
aanvaarden Wij willen, als in een vlucht, aan het leven een dimensie toevoegen,
en noemen dit het hiernamaals. Er is nog niemand teruggekeerd van het
hiernamaals en zo kunnen de godsdiensten verder speculeren over wat het begrip
inhoudt. Die onzekerheid over de toekomst wordt dan gekanaliseerd langs een
opperwezen, een oerkracht, een genese.
Zo
werken de maçons soms onder de geruststelling van de opperbouwmeester van het
heelal. Niemand zegt echter wie dat wezen is, en waar je er mee in contact kunt
treden. Voor sommigen is het de onbenoemde waarheid van het leven zelf. Wij zijn
hier en dat zal wel een betekenis hebben, maar is dat ook zo?
Je
moet op die vragen geen antwoord geven, zei een broeder mij nog laatst, omdat er
toch geen juist antwoord bestaat. Nu ja, als je het zo ziet, is het allemaal
nogal vrijblijvend wat er gebeurt ‘en loge’ antwoordde ik hem, maar hij was niet
eens verrast door mijn antwoord.
De
mens die een inzicht heeft in zijn basisstructuur, blijkt in het alledaagse
leven nog zo weinig inzicht te hebben in zijn eigen emoties. De celwand of
de vrijmetselarij die inzicht heeft
in haar (DNA)structuur blijkt zich weinig aan te trekken van haar omgeving.
Nochtans bestaat er een bijzondere relatie tussen de celwand en zijn omgeving,
maar daar zullen wij het later over hebben.
De
maçon blijkt bovendien geen of nauwelijks inzicht te hebben in de emotionele
werking van de ritualen op de groep, zodat bij de rekrutering geen of zeer
weinig rekening wordt gehouden met het emotioneel en persoonlijk profiel van de
kandidaat. Hij weet normaal gesproken niet eens wat de vrijmetselarij voorstelt.
Hij beleeft ze.
Er zijn – en
dit louter illustratief - zo veel psychologen lid van Le Droit Humain, maar men
vertikt het om een persoonlijkheidscreening uit te voeren bij het rekruteren.
Echter zou dat gemakkelijk in groepen kunnen gebeuren te Brussel in de zetel van
het Nationaal Secretariaat met enkele schriftelijke en mondelinge proeven onder
leiding van Broeders of Zusters psychologen, die daarvoor uiteraard betaald
worden. Dit gebeurt niet. Men betaalt liever 62.500 euro per jaar aan nationale
bijdrage aan de internationale federatie, om de beati electi, enkelen - en ik druk mij nog
eufemistisch uit - het comfort te gunnen van de paarse fluwelen zetels. Op vlak
van management is dat dodelijk. Na tien jaar vertegenwoordigt dit 625.000 euro
zonder rekening te houden met de belegde rentes, of een enorm bedrag waarover
geen enkel “democratisch” verkozen lichaam enige controle heeft over de
besteding ervan.
Integendeel
met de 62.500 euro die ieder jaar vrijkomt kan het personeel van het nationaal
Secretariaat beter worden betaald, en het zou mogen want zij waren tot dusver
niet goed betaald, hun grote discretie ten spijt.
Bovendien kan
een netwerk via PC uitgewerkt worden met alle secretarissen van de werkplaatsen.
Zo kunnen daarna de drukkosten (ook een miljoenen post op de begroting) op
termijn afgeschaft worden. Uiteindelijk is de gehele operatie winstgevend. Maar
dan heb je eerst bekwame mensen nodig die blijkt geven van
managementskwaliteiten.
En
vooral, het is onmogelijk een organisatie in de loop van haar bestaan te
wijzigen. Beter laat je de boel verrotten en begin je met iets nieuws, dan het
oude te willen herstellen. Ook dit is een sociologische wet, en daarmee
worstelen zelfs politieke partijen. De energie die vereist wordt om de wijziging
te bewerkstelligen is veel groter dan de energie die nodig is om met iets nieuws
te beginnen. Je ontglipt dan aan de inertie die veroorzaakt wordt door elkaar
neutraliserende acties en reacties die ontstaan indien je een bestaande toestand
wilt veranderen.
Alleen
beseffen de leden van L.D.H. nog niet wat 6.500 leden betekenen voor de
Opperraad. Echter heeft de Opperraad geen respect voor die leden. Het is voor de
Opperraad hoogstens 62.500 euro per jaar die zij jaarlijks over de balk kunnen
gooien. De leden van de blauwe loges willen hun Belgische organisatie veranderen
door af te scheuren van Parijs, maar zij zijn niet rijp voor die wijziging en
hebben geen energie teveel om dit te bewerkstelligen. Na het Internationaal
Convent te Parijs van 7 en 8 juni 2002 blijkt de Belgische Federatie zich thans
en zeker na de internetwijziging van 5.7.2002 als een ‘autonoom lid’ te
beschouwen van de Internationale Federatie, wat dit begrip ook moge inhouden. In
feite is dit een tegenstelling: ofwel is men lid, ofwel is men autonoom. Het
laatste woord is hier nog niet gezegd, blijkbaar. De vraag is hoelang het nog
zal duren voordat de internationale federatie de Belgische federatie het recht
zal ontzeggen de benaming L D H verder te gebruiken. Immers de jaarlijkse
capitaties niet
betalen staat
gelijk met rebellie. A suivre dus…
r
Vrije meningsuiting
Het is een even belangrijke
vraag hoe je staat tegenover vrije meningsuiting, wanneer de Nationale Raad van
L.D.H. de leden oplegt aan zelfcensuur te doen. Hoe pas je dan nog in dit
raderwerk, wanneer de grote machine als in een sekte handelt en haar leden
monddood maakt. Hoelang nog? Mijn antwoord is nu duidelijk. Tot zover is het
genoeg geweest. Vanaf nu zal het veranderen, om te beginnen met mijzelf. Ik
zwijg niet langer.
Ik
maak mij echter geen illusies: geen enkele godsdienst screent zijn toekomstige
leden op die manier, terwijl de katholieke kerk zelf haar voormannen of
priesters niet eens screent. Zij zijn al blij dat ze enkele kandidaten hebben.
Het is tijd, de hoogste tijd om een verandering te bewerkstelligen. Dit kan
slechts doordat uiteindelijk het
collectieve denken in de groep verandert.
Ik
maak mij ook geen illusies over de bereidheid binnen L.D.H. om een opening te
maken tegenover het Internet. Het enige waartoe het Convent bereid was, was het
stemmen voor een nietszeggende tekst die de internauten veeleer afschrikt dan
aantrekt. Deze tekst staat nu in vol ornaat op het web. Diegene die de tekst
willen lezen, kunnen wat mij betreft gerust gaan zoeken via een zoekrobot. Ik
sta niet in voor het resultaat. Op 5.7.2002 is dit dan weer veranderd en is de
webpagina aangepast en dus leesbaarder. Alleen blijken het nog steeds
nietszeggende teksten te zijn en kan er geen contact worden gelegd via
e-mail.
De
tekst op de URL van de drie leden van Vrij Onderzoek is daartegenover het lezen
waard: het is een zeer ver gaande tekst die opgesteld is door enkele leden van
die loge. Ik heb begrepen dat niet iedereen achter die teksten staat. Alleen
worden deze auteurs door hun Orde niet goed gezien, en kregen zij vroeger geen
enkele steun van de Nationale Orde. Integendeel zij werden beschouwd als
verraders, al beseffen zij dat niet. Nu blijken zij toch een link te hebben op
de webpagina’s van de Belgische federatie. Tijden veranderen, niet waar, maar
traag. Zo traag.
Nog
liever heeft men blijkbaar dat de antimaçonnisten alle vrijheid hebben op het
web om onze Ordes te banaliseren, te bevechten en desnoods belachelijk te maken.
Onder de mom van discretie worden de leden verplicht om zich te onthouden van
het reveleren van teksten over de orde op het internet. Dit zijn sektarische
trekken.
Het
is precies omwille van het feit dat de voormalige antimaçonnieke groep Squin de
Florian zonder probleem de orde
belachelijk maakte, dat ik mij heb gericht naar de nationale raad, met als
reactie het volgende: het is een afschrift van een brief
van de Gr. Secr. Ph. D. dat de volgende zinnen bevat:
"De
Nationale Raad dringt erop aan dat men de grootste discretie in acht zou nemen
voor het verspreiden van teksten of informaties over LE DROIT HUMAIN op Internet
" (ook sic)... als
een reactie van mijn oproep om in alle openheid op het web te zeggen waar de
vrijmetselarij voor staat en dit in een webpagina.
Ik
reageerde als volgtin een e-mail aan
“Het Nationaal Secretariaat,
…Van vrije meningsuiting gesproken.
Ik zelf heb nog geen teksten van L.D.H. op internet geplaatst en zal dat waarschijnlijk ook nooit doen. Ik heb daartoe niet de minste zin noch behoefte. De goesting ontbreekt. Dit belet niet dat ik aan het nationaal secretariaat heb meegedeeld wat de concurrentie doet. Jullie werden tot dusver op de hoogte gehouden van een en ander. Maar als je zelf vecht als minderheid in een katholiek land voor de vrije meningsuiting en je door jouw eigen Orde tot het omgekeerde wordt opgeroepen, ttz de autocensuur, dan sta ik daar enkele momenten stil bij en schud dan mijn hoofd uit onbegrip.
Moeten de antimaçonnisten dan het monopolie hebben op het internet en ons belachelijk maken of uitschelden zonder dat daar weerwerk tegen wordt gevoerd?
Ik dacht dat een positieve voorstelling van de V.M.
op het internet een positieve reactie kan veroorzaken bij de internauten. Ik
denk dat wij gewoon in een andere wereld leven en de vraag is wie er
wereldvreemd is. … dat je je als intellectueel je afkeert van de virtuele
werkelijkheid, is vandaag de dag een onvergeeflijke fout. Het ergste is dat
je als intellectueel de hulp weigert van diegenen die het virtuele licht wel
hebben gezien…
(mijn werksituatie) … is op de hoogte van het feit
dat ik maçon ben en dat komt zeker niet door het internet, maar door menselijk
niet-virtuele indiscretie...Er zijn altijd Broeders of Zusters die niet kunnen
zwijgen! Ik verwacht dan ook van de nationale raad geen lessen
in discretie, want ik weet wat de professionele gevolgen zijn van
indiscretie Ik heb ze aan den lijve ondervonden... en troost je ze waren
ernstig.”
Er
kwam geen enkele reactie op deze e-mail.
Gelukkig zijn
er nog rechtgeaarde maçons die hun mond durven opendoen. Dit werk zal ten slotte
duidelijk maken dat je de vrijmetselarij op het web niet kunt reveleren, maar dat iedere positieve bijdrage tot
publicatie, een bijdrage betekent in het voordeel van de vrijmetselarij. Want
wat niet belangrijk is, wordt immers niet gepubliceerd.
Anno 2002 zijn
wij gelukkig dat er een tijdsdocument bestaat als dit van Leo Taxil terwijl die
auteur in de negentiende eeuw als een verrader werd bestempeld. Nu geeft men aan
zijn petekind een facsimile van dat werk als geschenk, en deze facsimile is
overigens door het Groot Oosten heruitgegeven. Tijden veranderen, zei ik toch,
of niet?
r
Ik
ben veel op reis gegaan zoals dit een goed maçon past. Zo bijvoorbeeld bezocht
ik een soevereine Loge te Brussel. Het was een loge die de Operatieve Ritus van
Salomon beoefent, Alf.°. et Ath.°. genoemd. De leden hebben, terecht een aversie
aan het woord ‘wild’. Inderdaad zeven meesters maken de loge volmaakt. Het
betreft dan ook een regelmatige Loge…
Er
bestaan geen wilde loges. Alle loges zijn wild, want zij zijn niet erkend door
de paus. Voor een neofiet zegt dat natuurlijk niets, maar voor een maçon van het
Groot Oosten of Le Droit Humain, zegt de benaming Alf.°. et Ath.°. en de
Operatieve Ritus evenmin iets. Zij zien kleine broer nog niet staan. En vooral
leden van L.D.H. uit Brussel wordt opgedragen, zelfs verboden, om geen bezoek te
brengen aan die wilde loge… Nochtans gaat het over volwassen mensen, die weten
waar zij gaan en staan, maar op dat vlak precies ageren zoals een infant. Zij
hebben geen vrije wil meer over om zelf voor zichzelf uit te maken of zo’n
bezoek nog kan of niet. Men zou toch eerst moeten zien en dan pas oordelen, doch
hun opgedrongen vooroordelen zijn veel krachtiger dan het restant aan rede dat
hun overblijft. Grote heren en dames met een hersenactiviteit als een zombie. Zo
kwalificeer ik hen. De reden is eenvoudig: zij zijn bekend met de brainwash,
doch ontkennen in alle toonaarden.
De
operatieve ritus van Salomon is gewoon meer uitgewerkt met een mooie opening en
sluiting. De bouwstukken zijn esoterisch of maçonniek. Geen profaan gelul daar
op de stalle van de Redenaar. De zusjes dragen een zwart lang kleed. De schorten
zijn wit met een donkerblauwe rand. De keurmeester heeft zijn plaats aan het
Tableau, tussen de Eerste en de Tweede Opziener. Het rituaal is zeer ontroerend.
En vooral als je dit gezien hebt en dit ritueel hebt beleefd, weet je dat je
niets verkeerds hebt gedaan. De grote obediënties zijn gewoon bang dat je zal
vergelijken en moeten beseffen dat het elders beter kan.
Na
de zitting was de ontvangst van de Broeders en Zusters hartelijk. Onmiddellijk krijg je een tijdschema van
de zittingen, wat je niet anders kunt interpreteren als een uitnodiging om terug
te komen. Zo moet het trouwens zijn.
Ik
heb een zitting van een werkplaats van de Grande Loge Territoriale de Belgique,
le Fr.°.-M.°. te Brussel bezocht. Zij werken met dezelfde ritus van de loge Alfa
et Athanor. Le Fr.°.-M.°. maakt samen met een werkplaats te Dinant deel uit van
Ordre Initiatique et Traditionnel de l’ art Royal (afgekort OITAR) met
hoofdzetel in Parijs. Ik heb in hun
midden goede vrienden leren kennen. Steeds werd ik geconfronteerd met de
broederlijkheid, de gelijkheid en de vrijheid.
Hun
orde kent negen graden: leerling, gezel en meester, en dan: Geheim Meester (4)
Merkmeester (5) Ridder van het Koninklijk Gewelf (6) Ridder van het Rozekruis
(7) Bewaker van de Tempel (8) en Onuitwisbaar Meester (9) De zes hogere graden
worden verleend door de Opperraad.
De orde bestaat sinds 1974 en is ontstaan uit enkele meesters, allen lid
van het G.O.F. Zij hebben de algemene moederloge gesticht met het nummer 1. De
orde werkt tot glorie van de opperbouwmeester van het heelal en tot de
realisatie van het grote werk. Zij hebben zeven principes:
Respect voor anderen en waardigheid voor
zichzelf
Vrijheid
van geweten en perfecte gelijkheid
Wederzijds
begrip en wederzijdse verdraagzaamheid
Broederliefde
en trouwe vriendschap
Absoluut
vertrouwen en voorbeeldige toewijding
Rechtvaardigheid
voor iedereen en gelijkheid voor allen
De
individuele perfectie en de collectieve verbetering.
Er
is niets onoorbaars aan dergelijke uitgangspunten. Het zou trouwens als
voorbeeld kunnen dienen voor de overige gevestigde orden. Mooi is dat de
profanen worden uitgenodigd om in te werken in de groep, en vooraleer zij worden
ingewijd, nemen zij deel aan de galerijactiviteiten. De galerij is overigens de
plaats waar de stenen die dienen om te bouwen worden gestapeld. Deze stenen zijn
nodig voor het grote bouwwerk. En meteen is de toon van de orde gezet: maçonniek
in de eigen zin van het woord. Voor hen is de gezellengraad gewoon een
hoogtepunt. Iedere loge die met de Operatieve Ritus van Salomon wenst te werken
kan dat, maar daarom maakt deze loge nog geen deel uit van deze
orde.
Ik
heb verschillende malen een bezoek gebracht aan een Latijns-Amerikaanse Loge van
de Obediëntie G.O.L.A. Een eigenaardig maçonniek fenomeen. Toen Alliende in
Chili werd vermoord, heeft dit voor talrijke Chilenen betekend dat zij ofwel
vermoord gingen worden, ofwel dat zij vrijwillig hun vaderland zouden verlaten.
Velen kozen deze mogelijkheid en vertrokken naar Europa. In Frankrijk en daarna
In België werd hun Loge gesticht. Zij werden bijna direct bijgestaan door
Spaanssprekende Belgen en Spanjaarden. Hun rituaal verloopt dus in het Spaans,
doch enkel de Opening en de Sluiting gebeuren in het Spaans. Tussenin wordt er
Spaans en Frans gesproken, terwijl het bouwstuk normaal In het Frans wordt
opgeleverd.
De
warmte van Zuid-Amerika voel je daar op de kolommen. De muziek alludeert naar
hun cultuur. De avondmalen zijn Zuid-Amerikaans gekruid. Met één woord de sfeer
is prachtig.
Trouwens in
dezelfde stad opereert er nog een ‘wilde’ Loge: Het Lev.°. Sch.°.. Er doen nogal
wat verhaaltjes de ronde over deze werkplaats, die een Nederlandstalige Loge is
die in de R.E.R. werkt en tenslotte is toegetreden tot de Grootloge die recent
is gesticht en die de Gerectificeerde Schotse Ritus beoefent. Je weet hoe dat
gaat. Men weet dat het bestaat, doch de anderen weten helemaal niets over hun
ritus en dan fantaseert men er maar op los.
Maar je moet
ook maar eens de werkplaats LA LUZ
bezoeken. Deze werkplaats bestaat uit Spaanssprekende Belgen die elke op
hun manier een affiniteit hebben met het Spanje van na de Generalisimo Franco
dictatuur. Zij beoefenen een
Spaanse Ritus.
De
reis naar maçonnieke rariteiten is bijlange nog niet beëindigd. Zo bezocht ik La
Rose du Sable, een werkplaats van de Grande Loge Féminine Française de
Memphis-Misraïm in Frankrijk. Een
zusterloge bestaat in België, genaamd NOUT. Het zijn beide een vrouwenloge waar
de zusters gekleed zijn met een wit kleed. Zij zijn immers ‘les enfants de la
lumière’, wat mij deed besluiten dat de zusters van de Belgische
Vrouwengrootloge de kinderen van de duisternis moeten zijn: zij dragen immers
een zwart kleed. Nu de Franse zusjes hebben een mooi rituaal.
Tenslotte ben
ik een eind blijven stilstaan bij
de Ritus van Misraïm, in een
werkplaats te Luik, genaamd LA MAISON DE VIE. Deze loge blijkt anno 2002 te zijn
opgeheven.
Een
goede broeder die mij vergezelde heeft naar zijn zeggen meer dan 200 inwijdingen
meegemaakt, maar zelden een inwijding zoals bij Misraïm in de eerste graad. De
ritus is in grote trekken dezelfde als die van de zusters van La Rose du Sable.
Ten slotte is het maçonniek avontuur geëindigd in het oprichten van een nieuwe
werkplaats van de Ritus van Misraïm. Het belette mijn goede broeder evenwel niet
om kort na onze stichting, spijts de overdonderende kracht van onze eerste
inwijding, onze orde te verlaten. Hij zal wel zijn redenen hebben gehad, dachten
de meeste, juist alsof hun voorspelling waarheid werd. Zijn waarheid zat echter
goed verscholen, en de leden van zijn loges kennen die niet eens. Zij weten niet
eens met wie zij te doen hebben. Na deze onaangename ervaring, ben ik echter
achterdochtig geworden. Terecht want ik zag plots het
licht.
Het
is slecht door op bezoek te gaan naar werkplaatsen die met een andere ritus
werken, dat je beseft wat de waarde is van je eigen ritus. Over de Schotse Ritus
is veel geschreven. Volgens sommigen is het de best bewaarde ritus. Leden van
het Grootoosten zweren uiteraard bij de Franse Ritus, alhoewel er een paar Loges
uit die Obediëntie werken met de Schotse Ritus. In feite is er veel meer
vrijheid wat dat betreft in het Grootoosten dan in de Belgische Federatie van Le
Droit Humain. Deze obediëntie verplicht haar leden om exclusief te werken met de
Schotse Ritus. Waarom? Omdat G. Martin het zo wilde natuurlijk, maar is dit een
referentie?
Veel zusjes
van L.D.H. dwepen – het is hen van harte gegund – met Egytiserende symbolen. Zij
dragen een medaille met ISIS. Een werkplaats van de Vrouwengrootloge heeft als
logejuweel een Ankh. Een pas gestichte werkplaats in Oostende draagt de naam
ANKH. Maar wat heeft dat allemaal te maken met de Schotse Ritus? Ik zeg soms:
het is Schots en verkeerd. Het is natuurlijk niet verkeerd, maar mijn vraag is
wat hun emotionele binding is met dat Schots gebeuren? En is de Schotse Ritus
dan wel van Schotse oorsprong? Ik zou daar niets op durven
wedden.
Je denkt natuurlijk dat er
enkel Schotse muziek te horen valt, maar dan ben je pas goed verkeerd. Ik leerde
soms dat er slechts klassieke muziek kon worden opgevoerd, geen gezongen
stukken, en zeker de Bolero van Ravel niet. ‘Profane’ muziek zou volgens
sommigen zijn uitgesloten. Dan is mijn vraag of de zo voorgestelde muziek dan
iets anders is dan profane muziek? Men kan deze emotionele uiting toch moeilijk
definiëren als een hemels of astraal melodieus nectar, dat zo maar uit het nadir
komt gevallen. Muziek is niets anders dan een vertaling van zijn emoties. Dat
kan in alle talen, in alle muziekvormen gebeuren. Het enige wat wij in de loge
vragen is dat het sacrale gebeuren
zou onderstreept worden en dat de muziek niet als een stoorzender zou worden
ervaren. Meer is het niet. Er iets anders onder zien, is blijk geven van
emotionele blindheid. Of van maçonnieke verwaandheid.
r
Bij
herhaling stel ik mij de vraag of de loge een sekte is. Statutair en volgens de
grondwet en de reglementen als dusdanig van iedere grootloge is dit niet het
geval. Maar het is het levend maçonniek recht dat primeert en niet de dode
geschreven letters.
Maar plaatsen
wij ons terug in de roerselen van de geest van de primitieve mens. Hij leefde in
groepsverband. Dat was mogelijk omdat men groepsritualen hanteerde voor de
jacht, voor het sociaal leven, voor alles eigenlijk.
De
oermens leefde in een grote familie, in stamverband. Binnen dit kader
ontwikkelde hij gedragsregels die nauw verband houden met de activiteiten in de
limbische hersenen. Regels van aanvaarding en uitstoting, bijna op louter
emotionele basis.
De
mens van vandaag de dag heeft deze oerregels in zich. Zij komen naar boven
binnen het kader van de familie en bepalen de positie van het kind tegenover de
vader en de moeder. Wanneer een kind wegloopt wordt het teruggehaald en
overgehaald en daarna als het goed en wel teruggekeerd is, wordt het gestraft
omdat het tenslotte weggelopen is.
Het
zijn dezelfde oerregels die toegepast worden in een sekte. In een schadelijke
sekte worden deze regels overigens geïnstitutionaliseerd. Zij dienen om de
binding tussen de leden te waarborgen. Uittreden wordt dan bijna onmogelijk. Er
wordt vooral op de emoties gewerkt en op het emotionele denken. Een parallelle
activiteit naast de sekte uitoefenen wordt daar helemaal niet
getolereerd.
In
een loge komen deze oergevoelens soms tot uiting aan de basis, zogezegd omwille
van het goede doel. Ze worden gehanteerd zonder nadenken, want dacht men na dan
zouden zij niet worden gebruikt. Die regels worden dan niet van boven opgelegd,
maar zij verschijnen als een soms gewenst, soms ongewenst nevenproduct van de
vrijmetselarij. Zij zijn deel van de dagdagelijkse maçonnieke
omgang.
Die regels die zonder meer
worden gehanteerd in een loge zijn op zichzelf even gevaarlijk als indien zij gebruikt worden in een
schadelijke sekte. In die zin is de loge soms als een sekte, alleen is de vraag
of zij geen schadelijke sekte is. De leden zijn tenslotte statutair vrij om uit
te treden.
In de praktijk wordt dat
bemoeilijkt door pogingen om te overhalen terug te keren naar de stal. Ik hoorde
zelfs luidop zeggen binnen de loge dat het eenvoudiger is toe te treden dan uit
te treden. Maar indien het betrokken lid terugkeert naar zijn stal rest hem of
haar op termijn een sanctie. Dat behoort tot het wezen van die regels. De groep
zal wat onverschilliger en minder hartelijk reageren op zijn/haar aanwezigheid.
Dit kan maar goedgemaakt worden door extra inspanningen en vooral zwijgen en
onderdanig zijn.
Het zijn allemaal zeer
pijnlijke evenementen die ik ervaringsgewis heb vastgesteld. De zotste
redeneringen worden gebruikt om iemand over de brug te krijgen om terug te
komen. Als je bijvoorbeeld gedurende enkele maanden niet meer op bezoek gaat in
jouw loge, zal je dat wel aanvoelen bij jouw volgende aanwezigheid. Je hoort er
dan niet zo meer bij. De functies van de officianten zijn dan aan jou niet meer
besteed.
r
Sektegedrag
treedt op bij dissociatief gedrag. Dit betekent dat de zorg voor een
‘dissociatie’ of een ontkoppelen van de rest van de samenleving leidt tot een
‘sekte’ als gevolg. Het zich ‘beter’ of ‘verheven’ of ‘uitverkoren’ voelen is de
gemeenschappelijke deler. Bijna ieder godsdienstig systeem is hierin terug te
vinden. De logeman voelt zich duidelijk beter dan de rest, anders treedt je ook
niet toe en blijf je niet. Wij moeten ons daarvoor hoeden, omdat het niet
essentieel is voor onze vrijmetselarij.
Elk
dogmatisch gedrag leidt in principe tot een ‘rechts’gedrag. Het koppelen van
deze rechtse gedachtestructuur aan een ‘leider of verschillende leiders in
groepsverbond zoals een ‘Suprème Conseil van L.D.H.’ - die de houders zijn van
een 33ste-patent ad vitam en beschouwd worden als de ultieme machtshouders
binnen de orde - geeft aanleiding tot explosieve situaties op termijn. Wat niet
wegneemt dat de Orde in zijn totaliteit soms toch nog op het goede spoor kan
blijven.
En zo
worden er orderwoorden gesproken: een daarvan werd geformuleerd door het
hoofdbestuur van L.D.H. Brussel en bestond hierin dat ondergetekende - dubbellid
in L.D.H. - een te mijden man was
omdat hij een verrader was. Een bezoekster aan de loge Maât, die behoorde aan
een Luikse loge van L.D.H., werd als bij toeval bij ons gesignaleerd, omdat er
in hetzelfde gebouw op dezelfde dag een tentoonstelling was en haar Luikse
zusters en broeders, die dachten dat zij omwille van hetzelfde doel daar ook
was, daar ook aanwezig waren. Zij werd kort nadien geroepen door haar A.M. en
kreeg het verbod dit individu (ik dus !) te frequenteren. Waarin mijn
verraad bestond kon evenwel niemand zeggen, maar Brussel had beslist. Toen
tenslotte op 16.2.2002 haar partner mij dit verhaal vertelde in Parijs, en wees
gerust van dit moment bestaan er foto’s, heb ik bij mijn terugkomst in België op
17.2.2002 dadelijk een fax met mijn ontslag bij L.D.H. opgestuurd. Van dan af
ben ik geen lid meer van deze orde.
De mens mag zich niet enkel
laat leiden door zijn emoties alleen, want dan weent hij meer dan een kind…
Eindelijk was ik een vrij en te duchten man. “Free at last”, zei Martin L. King
en hij kreeg de kogel. Binnen L.D.H. kon ik niets tegenover de laster en de
eerroof. Buiten L.D.H. was ik vrij, en dit boek is er het resultaat
van.
Ik wil evenwel positief blijven
tegenover de vrijmetselarij die vroeger zelf, door de verwerpelijke acties van de
katholieke kerk, heeft ervaren, wat zij nu zelf haar eigen leden
aandoet.
r
Ik heb wel enkele desiderata te
formuleren om de goede werking van de vrijmetselarij te behoeden. Wij moeten
blijven streven naar de hoogste vorm van eclectisme
door het samenbrengen van verschillende ideeën en tegenstrijdigheden die voor
ons de bron zijn voor nieuwe gedachten en ons steeds weer verrijken. Onze
waarden zijn niet superieur. Leer de anderen te begrijpen en toon aan hoe zij
jou kunnen begrijpen. Verzet je tegen rechts gedachtegoed. Sta open.
Het steeds
nalopen van een synthese is geen noodzakelijkheid. Vragen mogen ‘onopgelost’
blijven bestaan als in een ‘mysterie’. Dit verdient de voorkeur boven een dogma
dat elk creatief denken doet stoppen. Er zullen natuurlijk veel onopgeloste
vragen blijven bestaan, maar wij moeten niet alles logisch kunnen uitleggen.
Laat nog iets over aan de generaties die na ons zullen komen, en laat hen
ontdekken, wat wij met onze beperkte middelen nog niet konden realiseren. Heb
vertrouwen in de toekomst van jouw kinderen
De rede
alleen is ook niet zaligmakend. Blijf open staan voor intuïtief gedrag, voor
emotionele kennis en wees vooral je zelf. Op jou komt het immers
aan.
Ik herhaal dus mijn vraag of
Le Droit Humain een sekte is. Mijn antwoord is ja. Dat heb ik geleerd uit de
houding van de voor het leven benoemde leden van de Opperraad en uit het beleid.
Is zij een schadelijke sekte? Mijn antwoord is ja, in die mate dat zij haar
leden beschadigt met termen als verrader. Dit is lasterlijk en eerrovend, in de
mate ook dat zij sommige leden individueel isoleert, als zwarte schapen. Wanneer
het individu wil vertrekken of in een andere organisatie wil overstappen, wordt
het getroffen in zijn menselijke integriteit door een sekte, dan is die sekte
schadelijk.
Dan is dan geen verschil
tussen L.D.H. en een als dusdanig gekwalificeerde sekte in het sekterapport van
het parlement. Indien ik vandaag zou geroepen worden om hierover te getuigen,
dan zou ik deze waarheid hebben aangeklaagd. En omdat er volgens de
parlementaire onderzoekscommissie nog niemand had geklaagd over de loge, werd de
vrijmetselarij niet beschouwd als een schadelijke sekte. Het volstaat het
naslagwerk te lezen hieromtrent.
Eerlijkheidshalve stel ik
dat de term loge ruimer is dan het begrip L.D.H. Ik zeg niet dat de
vrijmetselarij als dusdanig een kwaadwillige sekte is, maar sommigen van de
loges zijn het wel. L.D.H. wordt tenslotte bestuurd door leiders die als een
goeroe ad vitam zijn benoemd, spijts zij collectief optreden. Zij zijn met niet
veel en enkelen onder hen zijn zelfs voor ondergeschikte leden onbekend. Voor
hun macht moet alles wijken. Niets is dan bespreekbaar. Ik wijs hun collectief
aan als de verantwoordelijken en ik klaag hen meteen aan.
r
En toch zijn er de
individuele leden van diverse obediënties die zelfstandig hebben beslist om ons
toch te bezoeken. Sommigen gingen zo ver dat zij hun hulp aanboden bij de
ritualen of bij het vervaardigen van ritualia.
Zij handelden als eenlingen.
Zij werden soms achteraf door anderen hiervoor op de korrel genomen, maar de
meeste onder hen stoorden zich daar niet aan.
Het waren die broeders en
zusters die ons telkens weer aanzetten om verder te gaan, door de Arcana naar de
perfectie. Het was dankzij hun onbaatzuchtige hulp dat wij bestonden. Het was
door hun broedliefde dat er hoop was. Daarvoor zijn wij hen bijzonder dankbaar.
En dan vergeet ik nog de zusters en broeders van Nederland: hun morele steun
kwam van diverse hoeken. Ook aan
hen zijn wij een bijzondere dank verschuldigd.
En tenslotte onze reguliere
broeders die maakten dat het allemaal kon gebeuren zijn wij steeds zeer dankbaar
en zullen wij nooit vergeten…
r
Over erkenning
Het is een moeilijke opgave om aan een
nieuw boek te beginnen, met als start een blanco blad, zo blank als een wit
schootsvel van de leerling of de gezel. Soms heb je een trigger nodig
terwijl van binnen de drang
dwingt tot schrijven om mij aan de schrijftafel te
zetten en mijn gedachten te ordenen. De trigger was er plots. De aanzet was
banaal en eenvoudig de maçonnieke
onverdraagzaamheid die mij te beurt viel als lid van een Misraïmloge, toen ik
geconfronteerd werd met de eigenaardige houding van enkele broeders uit het
G.O.B. Oh ja wees gerust, ook van die kant ben ik belaagd
geworden…
‘Oh ja
Broeder, dan ben jij lid van een blauwe loge die niet erkend is, en die dus wild
is’, zei een broeder mij nog toen ik het Kapittel bezocht. ‘Wat bedoel je
nu?’ vroeg ik hem. ‘Wel, het is toch duidelijk’, zei hij,’ het Groot Oosten
erkende Misraïm niet en bovendien was er daaromtrent naar alle blauwe loge van
het G.O.B. een omzendbrief gestuurd, die ondertussen overal was voorgelezen, en
waarin stond dat mijn loge onbekend en onerkend was’… Ik stond aan de grond
genageld. Maar mij reactie bleef niet uit, omdat ik mij wel aan een dergelijke
reactie had verwacht, maar het feit van de omzendbrief bleef toch zwaar
doorwegen.
‘Mijn goede
broeder, ik heb altijd binnen de Vrijmetselarij geleerd dat de belangrijkste
taak van de maçon is het goede te doen omwille van het goede, en dit boven en
buiten elke godsdienst of filosofisch bestel. Of je nu christen bent, of
atheïst, het maakt allemaal niets uit, als je maar voor je zelf weet uit te
maken wat het verschil is tussen goed en kwaad en als je om tot dit oordeel te
komen geen religieuze vooroordelen moet aanwenden. De gedachten zijn immers
vrij, want anders behoor je tot een sectarische gemeenschap. Ik stel nu echter
vast dat jij voor je zelf niet kunt uitmaken wat het verschil is tussen goed en
kwaad, want Misraïm is niet erkend en is dus slecht. Broeder G.O.B. is blank en
broeder Misraim is zwart. Een beetje het eigen Groot Oosten eerst, of rechts
gedoe ! Jij hebt er dus niets van begrepen, zei ik, spijts jij denkt dat je
een goede maçon bent. Het spijt mij, maar met sectaire mensen houd ik mij niet
op. Indien je voor je zelf niet kunt komen tot de essentie van de
Vrijmetselarij, die geen godsdienst noch secte is maar een moralistisch
genootschap, dan hoeft er voor mij zelfs geen gesprek meer tussen ons.’
Ik was dus in
mijn reactie bijzonder hard geweest, maar terecht want die broeder had mij
gekwetst door zijn gebrek aan inzicht. En ik was van plan om mij niet langer
voor schut te laten zetten. De maçonnieke erkenning is een dwaalspoor dat door
oneerlijke mensen wordt naar voorgeschoven om minderheden te kraken.
r
Laat mij even
duidelijk zijn : het Grootoosten van België telt nagenoeg 9.000 leden en de
mediane leeftijd is meer dan 58 jaar, wat bijzonder hoog is. In de laatste tien
jaar is dit aantal met slechts 500 eenheden aangegroeid wat er op wijst dat de
recruteringscurve een verzwakking vertoont van relatieve lage groei, of een
groeivertraging. De reden hiervan zijn veelvuldig en ik troost mij met de
gedachten dat journalist Luc Van der Keelen in het tijdschrift Knack ooit op een
eerlijke wijze gewezen heeft op de maçonnieke inteelt. Het werd hem absoluut
niet in dank ontvangen. Het recruteringsvlak van de Vrijmetselarij is te nauw
geworden, omdat er te veel wordt gevist in de netten van het
gemeenschapsonderwijs en bij de atheïstische familie. En dit fenomeen leidt tot
maçonniek nepotisme, verstarring en onverdraagzaamheid. Ik heb nog een maçon
horen beweren dat het aangewezen was dat hij met een Citroën reed, omdat
destijds mijnheer Citroen, stichter van het merk, maçon was ! In alle ernst, hij
reed met een Xsara.
Indien een
dergelijke groep van maçons van de derde leeftijd, met alle respect, geconfronteerd wordt met een nieuwe
dynamische beweging die achter hun rug recruteert, dan zet dit kwaad bloed
omwille van de onmacht daarop te kunnen reageren. Een dergelijke jonge loge
wordt dan uit reactie niet-erkend, wat wil zeggen dat haar leden geen
bezoekrecht krijgen in het G.O.B.
Het is een
vorm van maçonnieke verstoting, discrimenerend gedrag en onverdraagzaamheid, die
als een muur wordt opgeworpen om het nieuwe initiatief, dat door zijn jonge
natuur dan ook zeer kwetsbaar is, dadelijk de kiem te smoren. Dan nog liever
allemaal de put in, dan dat er een andere orde sukses zou kennen, en het zal nog
wel onze tijd meegaan. Ik weet het en besef dat ik nu denk in termen van slogans
maar soms is dit nodig om de zaak op scherp te stellen.
Nochtans zijn
de maçons genoegzaam bekend met de rechten van de minderheden. Het cultuurpact
van 1958 ligt hen nog nauw aan het hart. 9.000 mensen op een bevolking van
10.000.000 zijn niet eens 1 % van de bevolking, die zich het recht aanmatigen om
de ‘Ritus van Misraïm’ als niet erkend te verklaren, terwijl er 9.991.000 mensen
overblijven in dit land, die daar niets over te zeggen zouden hebben. Dit is
geen democratie, dit is autocratie, of het vermeend recht van enkelen… dit is
waanzinnig.
r
Wel ik ben
één van die andere 9.991.000 mensen dit met die opvatting niet kan akkoord gaan
en ik zal onmiddellijk zeggen waarom. Maçonnieke erkenning speelt enkel en
alleen voor individuen, voor maçons. Het rituaal is ter zake duidelijk, de vraag
is : Broeder ben jij maçon ? Het antwoord is : mijn broeders
erkennen mij als zodanig. Het is
dus duidelijk dat de erkenning enkel de individuele maçon
aangaat.
Organisaties
worden in België niet erkend door de overheid, noch door de clerus. De grootste
organisatie erkent blijkbaar zichzelf en eigent zich het recht toe om andere
loges als dan niet te erkennen. Waar zij dat recht uit put is onduidelijk, want
het G.O.B. is door de eerste Engelse Grootloge niet erkend. Er bestaan enkel en
alleen convenanten tussen het G.O.B. en L.D.H., G.O.B en de Vrouwen Grootloge in
België. In deze convenanten is er enkel sprake van het feit dat de maçonnieke
organisaties met elkaar administratief zullen communiceren via hun
respectievelijke grootssecretariaten terwijl het individuele bezoekrecht
voorbehouden blijft aan de voorzittende meesters van de blauwe loges, die al dan
niet een lid van de andere obediënties of ordes zal kunnen toelaten of niet. Dit
wil zeggen dat deze convenanten zelfs voor de leden van de ordes strikt genomen
geen individuele erkenning van hun respectievelijke leden inhouden. Zij hebben
geen directe werking voor de leden, en scheppen in hun hoofde geen subjectieve
rechten. De praktijk is echter dat er door deze convenanten een souplesse is
ontstaan waarbij het individueel bezoekrecht de facto is gevestigd.
Het
grootoosten bezondigt zich niet voor de eerste keer aan de zelfde praktijken.
Reeds voorheen is het in de maçonnieke geschiedenis van dit land bekend dat het
G.O.B. in de periode dat de L.D.H. sterk aan het opkomen was, halstarig weigerde
om de broeders en zusters van deze laatste Federatie als maçons te erkennen door
hen de toegang tot de tempel te ontzeggen. Nu beschouwen de leden van L.D.H.
deze periode als een historisch anachronisme en de huidige broeders van het
G.O. B. erkennen dat er in het verleden fouten zijn gebeurd op dat vlak,
maar het G.O.B. begint telkens weer opnieuw wanneer er zich een nieuwe orde op
haar grondgebied aandient. Telkens weer de zelfde opmerking : jullie zijn
niet erkend, en dus komen jullie er niet in, want jullie behoren niet tot onze
vrijmetselarij. Jullie zijn maar schoonbroers…
Door de band
genomen, behoud ik mijn zin voor humor en besef ik dat de vrijmetselarij in
België, tot spijt van wie het benijdt niet veel voorstelt, maar toch dient daar
krachtdadig tegenover gereageerd te worden. Vooral omdat de omzendbrief die het
G.O.B. tegenover de Ritus van Misraïm verspreidde, ingegeven was door de
verkeerde houding van één enkeling in de groot- commissie die het allemaal
verkeerd begrepen had. Ik druk mij nu nog eufemistisch uit. Maar om kort te zijn
kwam het hier op neer dat hij door de aanwezigheid van een nieuwe loge van
Misraim in zijn oosten vreesde dat zijn huurster, een L.D.H.-loge, forfait zou
hebben gegeven, want op het eerste zicht was deze loge van Misraîm ontstaan uit
broeders en zusters die de loge van L.D.H. hadden verlaten. Die DH-Loge was dus
huurster van de gebouwen van het G.O.B. zoals dit steeds het geval is, en
betaalde een forse huur van 16.000 frank voor twee kalenderdagen per maand,
verwarming inbegrepen, wat dus zeer goed betaald is.
r
Nochtans was
dit alles maar een samenloop van omstandigheden. Maar doordat het aantal leden
van de DH – loge fel was verminderd, vreesde de broeder, die het ondertussen
zeer ver had geschopt in de Lakensestraat, dat de huur dreigde niet langer
betaald te worden. Zijn initiatief in de groot- commissie resulteerde in een
door ons omstreden omzendbrief. En hij zond ons bovendien zijn
spionnen…
Meteen is het
bewijs geleverd van het feit dat deze huur niet alleen overdreven was, maar ook
dat de broeders van het G.O.B. de loges van L.D.H. aanzien als financiële
hulpjes (ik zou beter zeggen citroenen, die kunnen uitgeperst worden ad libidum)
om hun grote kosten te delgen.
Toen ik mijn
loge wilde stichten in het zelfde Oosten, heb ik mij gewend tot reguliere
broeders, die mij aan bijzonder goede voorwaarden hebben ontvangen en moreel
hebben gesteund. Wij konden geen 16.000 frank per maand betalen, evenmin konden
wij de helft betalen. Maar door onze groei zou dit wel kunnen lukken in de
toekomst.
Broeder Roger
J. die het tempelgebouw van het G.O.B. in mijn oosten heeft opgericht, en ik
beken eerlijk dat zonder zijn verdienstelijke hulp en inzet dat initiatief
wellicht nooit gerealiseerd was geweest, zag nu zijn levenswerk bedreigd. Hij
had er immers op gerekend dat de huur stipt zou worden betaald en er waren
ondertussen nieuwe investeringen gedaan, die nu allemaal in het gedrang kwamen,
mocht de loge van L.D.H. verdwijnen…
De oplossing
lag dus voor de hand : de DHL loge moest beschermd worden door het leven
van de Misraïmloge onmogelijk te maken door de maçonnieke verbanning of de
vloek van de niet-erkenning. Voorwaar een simpele redenering die veel schade zou
kunnen aanrichten aan het prestige van Misraïm. Onderhandelaars op niveau weten
dat het volledig aberrant is om de tegenstander te vernederen. Je hebt er zo
ongevraagd een vijand bij. Maar om een goede onderhandelaar te zijn heb je
talent en niet zozeer intellect nodig. Het is bovendien steeds verkeerd om een
open gespek te weigeren, zoals dit gebeurd is door het G.O.B. Na mijn brief
gericht aan G.O.B. Lakensestraat met de vraag om met elkaar te spreken, ontving
ik geen enkel antwoord. Over dit en andere talenten zal dit boek
gaan.
Veelvuldig
zijn de sterren, doch uniek is het licht. Veelvuldig zijn de maçons, zij zijn de
verschillende facetten van het licht. Maar ik heb het reeds geschreven: het
licht is nergens lid van, ook niet van een loge. Het Groot Oosten is de waarheid
niet, evenmin als zou de Ritus van Misraïm de waarheid zijn. Het Groot Oosten
heeft geen patent op de waarheid. Wij zijn nederig, doch wij zijn gemiddeld jong
of toch jonger dan de mediane leeftijd van het Groot Oosten, en hebben de
toekomst voor ons. Wij willen ook ‘maçonniek jong’ zijn.
Maar de
fameuze erkenning, die niets anders is dan een convenant, is voor de kleinere
loges een valkuil, waarin destijds de Oude en Primitieve Ritus van
Memphis-Misraïm is gevallen. Inderdaad, wat onzegt iedere orde zich in dat
convenant? Het recht om iemand die door de andere orde is afgewezen, op te nemen
op de noorderkolom. Meteen is de grootste van de beide loges, die dus het meest
geconfronteerd wordt met aanvragen, de trendzetter en oefent zij op die wijze
onrechtstreeks invloed uit op de recrutering in de kleinere loge. Wat staat daar
tegenover ?
Niets dat
belangrijk genoeg kan genoemd worden om de soevereiniteit van de recrutering af
te staan. Het is dus een valkuil en een misverstand te geloven dat een
wederzijdse erkenning onder strenge voorwaarden, enig soelaas kan bieden.
En ons
laatste argument tegen een wederzijdse erkenning is louter maçonniek. Een
erkenning is exoterisch terwijl de Egyptische vrijmetselarij in se esoterisch en
hermetisch is. Van uit dat standpunt hebben wij geen exoterie
nodig.
Een banale
brief die wordt voorgelezen op het oosten van de tempels van het Groot Oosten
was dus de aanleiding om dit boek te schrijven. De diepere oorzaken en
beweegredenen daartoe zijn echter veelvuldiger. Dit werk is dan ook bedoelt om
de lezer wegwijs te maken in de Egyptische Vrijmetselarij en haar hermetische
wortels.
r
De versnippering
Ordes zien niet graag dat hun loges
versnipperen. Zij hebben liever weinig loges met veel leden dan omgekeerd veel
loges met weining leden. Nochtans zal de band die er heerst in een kleine loge
tussen de leden veel hechter zijn.
De Opperraad van de Federatie Le Droit
Humain zal dan ook zoveel mogelijk het proces van versnippering de laatste jaren
vertragen. Het tot standkomen van een L.D.H. werkplaats De Wenteltrap in
Koksijde duurde drie jaar en werd tegengehouden door de
Opperraad.
Er zit een patroon in onze
maatschappij, en dus ook in de vrijmetselarij. De biologen kennen het fenomeen
en noemen dit fission/fusion in het jargon van het apenonderzoek. Het komt er
hier op neer dat als het sociaal goed gaat, de apen verzameld zijn in grote
groepen. Als het slecht gaat, dan splitsen de groepen en gaan kleinere groepen
uitzwermen en gaan op stap naar voedsel. Verbetert het opnieuw dan worden de
groepen weer groter in een andere samenstelling. Het zelfde fenomeen doet zich
in de politiek voor.
Vandaag de dag zien wij een
versnippering van de vrijmetselarij door duidelijk meer ateliers, met een totaal
aantal maçons dat quasi gelijk gebleven is. Ieder atelier bestaat dan ook uit
minder leden. Dit is een evolutie die je niet kunt tegengaan, en dus ook niet
vertragen want dan treden er spanningsvelden op.
Hetzelfde fenomeen heeft zich op een
dramatische wijze voorgedaan in de Egyptische Ritus in Frankrijk De grootloge is
geëxplodeerd, niet in grote scheurgroepen, maar in een amalgaam van veel
subgroepen, met scheidingslijnen kriskras door elkaar. Nieuwe grootloges zijn
ontstaan. Dit is geen negatieve evolutie, maar het bewijs dat de Ritus van
misraïm en memphis op zoek is naar oplossingen om hun problemen op te lossen. De
sociale aanpassing aan de realiteit waarborgt met andere woorden de kans op
overleven van de Ritus.
Bovendien groeit deze Ritus opnieuw, en
dat is een positieve evolutie. Het volstaat dat wij die groei in goede banen
leiden. De zelfvoldane middenklasse die het voor het zeggen heeft in de
Belgische vrijmetselarij, heeft pas recent ontdekt dat er nog een andere
maçonnieke realiteit bestaat. Eigenlijk wist men het wel, maar heeft men altijd
gedaan of het allemaal niet bestond. Nu valt het niet langer te
ontkennen.
Naar buiten
toe is de Vrijmetselarij één grote macht. Naar binnen toe is zij verdeeld,
doordat zij onderscheiden Ritussen opvoert. Meer dan ooit geldt het
adagium : vive la différence, want veelvuldig zijn de
sterren.
r
Absenteïsme
Volgens
sommigen zou het absenteïsme te vinden zijn door het verkeerd recruteren. Indien
men natuurlijk bedoelt dat enkel volgzame mensen mogen gerecruteerd worden, is
er een fout in het recruteringsmanagement, maar dat is het niet.
Er bestaat
een fundamentele denkwijze in de liberale vrijmetselarij, die stelt dat de
Vrijmetselarij niemand recruteert, maar bevraagd wordt door de kandidaten via
hun peters. In die visie is de Vrijmetselarij geen vragende partij, maar is de
neofiet de vrager, die zijn nek uitsteekt. Een dergelijke visie getuigt van een
grenzeloze arrogantie en zelfgenoegzaamheid. Het is de houding van de monopolist
die weet dat niemand door de poort kan, zonder dat hij, de monopolist, zijn
goedkeuring geeft.
De
monopolist nestelt zich in zijn confortabele houding. Hij evolueert niet, want
dat is niet nodig. Het zijn de anderen die zich moeten aanpassen aan hem en niet
omgekeerd. De monopolist vergeet natuurlijk dat niets gelijk blijft en alles
altijd telkens opnieuw verandert. Op een dag is zijn monopolie zo verouderd en
onaangepast aan de maatschappij, dat de maatschappij zich van hem afkeert. Dan
gaat het natuurlijk vlug bergafwaarts.
En het is
deze liberale vrijmetselarij, die denkt dat zij alle wijsheid in pacht heeft, en
die vindt dat de nieuwe leerling, de gezel, of vooral de jonge meester te veel
afwezig is, zonder zich vragen te stellen waarom die wel afwezig is. De
reden van zijn afwezigheid is dan ook niet belangrijk en is het laaste waar
men aan denkt.
Ik denk dat
zij op die manier verkeerd bezig zijn. Begin bij je zelf en zoek de reden niet
bij anderen. Je kan anderen aan je binden door hen te motiveren, telkens
opnieuw. La mobilisation est du ressort du Vénérable Maître. Dan moet de
A.M. dan ook het juiste profiel hebben om anderen te motiveren en hen blijven
stimuleren om aanwezig et zijn. Er is daar een belangrijke taak weggelegd van de
A.M.. Kies een verkeerde voorzitter en de vereniging gaat overkop.
De afwezige
heeft geen ongelijk. Het is daartegenover de aanwezige die niet weet waarom hij
alleen op het oosten zit, die in de fout gaat. De reden ligt niet in de
recrutering, maar in het soms onmogelijke gedrag van de A.M. en de officianten
dignitarissen die van de maçonnieke macht niet kunnen scheiden. Zij laten geen
opening voor anderen en in de schaduw van een grote boom groeit
niets.
De
afwezige die verder zijn bijdrage betaalt, is de facto een sponsor en in de
milieu’s die leven van sponsors weet men dat je daar niet mee solt. De
vrijmetselarij leeft ook van haar sponsors, alleen hebben hun leiders geen
respect voor de afwezige sponsors, en worden zij beschouwd als minderbroeders.
Als twee/derden van de leden niet meer afkomen en verder betalen, leeft het
restant, of de actieve één/derde van hun sponsoring. Anders zou men de hoge
kosten van huisvesting niet kunnen delgen. En eerlijk gezegd, ik zou tekenen om
twee sponsors op drie te hebben. Dan heb je een cash flow en geen kritieken want
de afwezigen bemoeien zich in de regel met
niets.
De palmen
van Memphis moeten niet groot zijn. Het komt er op neer dat alle leden zich
blijvend goed moeten voelen in hun loge. Daar moet aan gewerkt worden, door
verzorgde rituelen in een begrijpelijke taal. Interessante bouwstukken die
iedereen verheffen tot de meerdere kennis. Een goed broedermaal aan een faire
prijs en vooral nooit het gevoel hebben voor ergens iets gebruikt of misbruikt
te worden.
Het aantal
leden moet niet hoger zijn dan 33, mag zelfs minder. Kwaliteit gaat voor
kwantiteit. De groep moet homogeen zijn, maar bepaalde beroepen of mensen uit
een zelfde interessesfeer mogen de bovenhand niet halen. Een verfrissing van de
loge zal ontstaan doordat de functies altijd opnieuw bespreekbaar worden gesteld
en eerlijk verdeeld worden onder alle leden van de werkplaats en niet steeds
onder de zelfden. Dan zal er geen absenteïsme meer zijn en zal iedereen zich
betrokken voelen.
Wij kunnen
uit de fouten van onszelf en anderen veel leren. Dan moeten wij een open blik
hebben en onze vooroordelen van ons afzetten. Door aangetpast te zijn aan de
maatschappij en aan de maçonnieke maatschappij zoals zij levend is vandaag,
zullen wij een succes kennen. Op ons komt het aan.
r
Actie en reactie
Sinds onze eerste inwijding in onze
Loge Maât te Koksijde, zijn drie
zusters, die nog banden hebben met Le Droit Humain door leden van deze
obediëntie benaderd geworden. Toeval ? Ik denk het
niet.
Bij een van de drie zusters had de
benadering een bijzonder effect. Het heeft bijzondere problemen veroorzaakt. De
andere zusters reageerden elk anders, op hun eigen manier. Mij laat dit alles
een gevoel van achterbaks gedoe. Het behoort tot de operatie beschadiging. Wie
zei ook weer : Mentez, et mentez encore. Il en restera toujours quelque
chose.
Ik dacht dat de Jezuieten hun wijsheden
voor zichzelf hielden, en dat zij daarvan het monopolie hadden. Helaas, driewerf
helaas, ook in de liberale vrijmetselarij is dit gedachtengoed verspreid. Ik
geef je een voorbeeld.
De idee dat als je zelf niet ingewijd
bent in de Ritus van Misraïm je dan zelf niet kunt inwijden in die Ritus, en dat
als je dan toch inwijdt, jij noodzakelijkwijze inwijdt in je eigen Ritus zonder
het te weten en niet in die van Misraïm. Het is nogal gecompliceerd en de
briljantste geesten hebben het moeilijk om het ongerijmde in deze stelling te
bewijzen. Het is een toepassing van het zogenaamd godsbewijs dat je gelovig bent
zonder het te weten. Die laatste idee wordt in de USA ook in maçonnieke kringen
weerhouden. Men zegt er dat je geen atheïst kunt zijn. Dat is onmogelijk want je ziet
graag je zelf doch god zit in je, en dus zie je graag je god, zonder het te
weten. Dus ben je een aanhanger van de godsdienst zonder dat te weten, het zal
wel zijn. Dit is zo absurd als maar mogelijk kan zijn.
Dat is uiteraard kletskoek, maar even
kletskoek is hetgeen onze zuster werd wijsgemaakt. Zij was destijds ingewijd in
de Schotse Ritus van Le Droit Humain. Zij werkte bij ons mee aan een inwijding
in de Egyptische Ritus op basis van de Egyptische ritualen en het feit dat zij
een inwijding vooraf had beleefd in de Ritus van Misraïm. Nu verkondigde men in
Le Droit Humain, waar men van toeten noch blazen weet wat het betekent om
ingewijd te zijn in de Egyptische Ritus, dat onze zus niet had kunnen inwijden
in de Ritus van Misraïm, omdat zij dat zelf niet was geweest en dat zij dus had
ingewijd in de mysterieën van Le Droit Humain, zonder dat te weten. Zij had
tevens haar eed van getrouwheid en stilte of de plicht tot discretie verbroken
zonder dat te weten. Zij had dus het recht niet gehad om in te wijden buiten
haar orde. Meer nog, de in onze loge ingewijde zus, was geen maçon…Je moet toch
maar durven.
De wederrechtelijke inwijding zou haar
wel vergeven worden, mits zij terugkwam naar de juiste stal. Een correcte
behandeling van onze zuster daartegenover ware volgens de eigen standregelen in
L.D.H. dan wel haar uitsluiting geweest, na een maçonniek proces wegens meineed.
Dat dit proces nooit heeft plaatsgehad en nooit zal plaatsgrijpen, is het beste
bewijs dat er van haar meineed geen enkele sprake was. Zij werd gewoon bedot en
zette op haar beurt ons voor schut.
Het ergste was dat dit gesprek dan nog
gebeurde in aanwezigheid van een pas ingewijde. Je kunt niet geloven hoe dat
verliep. Voor de neofiet was meteen haar inwijding ongedaan. Alle emoties van
toen verdwenen als sneeuw voor de zon, en je kan het de neofiet niet kwalijk
nemen. Het is een gezonde reactie. En voor ons, die pas begonnen waren, was dit
een zware klop onder de gordel, waardoor wij in ons zelfsvertrouwen werden
aangetast.
Wat ik hieruit heb geleerd is, dat je
daar geen energie in moet steken, en niet moet pogen hetgeen anderen weer
afbreken, terug op te bouwen. Je beheerst de situatie gewoon niet meer en moet
dat ondergaan, maar niet lijdzaam. Het is beter om energie in positieve zaken te
steken, en verder te doen. Het is beter om onafhankelijk te worden en moedig te
volharden, en je weerbaar op te stellen. Macht vraag je niet, macht grijp je. En
wat is macht : het is dreigen met een al dan niet denkbeeldig gevaar. Wat
zij kunnen, kunnen wij ook.
Maar onze kleine loge kreeg harde
klappen en er vertrokken enkele leden op de zelfde manier als zij waren
toegetreden : in stilte. Zij
vervoegden de oude demonen van L.D.H. en waren precies daarna zoals de gelovige
die na zijn geloof verloren te hebben, terug keert naar de kerk, nog vivanter
(of moetik zeggen devoter ?) maçons dan voorheen. Wat bewijst men
daarmee ?
r
Zo zie je dat de zielen in de
sectaristische beweging nooit verloren gaan. Het is tenslotte in Le Droit Humain
dat er 66 leden van de Opperraad en houder van de 33ste graad voor het leven
benoemd zijn. Het zijn zij die in L.D.H. het geld verteren, dat kleine maçons
door hun betaalde capitaties hen overmaken. Over dat verteren bestaat er geen
controle op het vlak en het niveau van diegene die betalen. De Opperraad
controleert zichzelf niet waar, en jij nu !
Bovendien is de invloed van de
theosofen in de Internationale Federatie van Le Droit Humain – ik denk nu vooral
aan de problematiek in Madraz – onder invloed van de opvolgster van Helena
Petrovna Blavatsky, met name Annie Besant - nooit weggeweest. De Opperraad houdt dit
evenwel geheim voor de nederige en volgzame maçon in de kleine landelijke blauwe
loge. In welke mate is dit allemaal nog kosjher in een blauwe atheïstische
L.D.H.-loge?
In onze Egyptische Ritus hebben wij van
in het begin afgehaakt van het idee dat een Grootmeester, ingevolge zijn patent,
voor het leven benoemd is. Wij hebben daartegenover democratische verkiezingen
geplaatst, om niet tot sectair gedrag te kunnen leiden.
Mensen met een universitair diploma
kunnen plots niet meer helder nadenken, omdat zij door gezondheidsproblemen,
ouderdom of het lot van het leven onevenwichtig zijn geworden. Dergelijke zwakke
mensen worden uitgepikt en bewerkt. Ik heb sinds jaren een bijzondere interesse in secten
en religies en in de beïnvloedingen die daar gebeuren. Welnu, de secten en
religies hebben daar het monopolie niet van. Wij vinden dat ook terug in de
vrijmetselarij en wij moeten ons daar voor hoeden. Wij moeten reglementen en
constituties opmaken die dergelijk gedrag onmogelijk maken, door het te
stigmatiseren. De gedachten zijn vrij !
Bovendien moeten wij ons hoeden voor
spionnen. Dit zijn ogenschijnlijk vriendelijke maçons die ons moreel steunen,
maar die er op uit zijn om informatie te vergaderen en die mee te delen op een
ander in hun orden. Hun bedoelingen zijn niet zo fraai. Ook hier dienen wij ons
vragen te stellen, en na te denken of al onze poorten nog langer dienen open te
staan voor iedereen die ergens in een regelmatige loge het licht heeft gezien.
Wij mogen daar zelf niet het slachtoffer van worden.
Tenslotte is onze Orde esoterisch en
niet-exoterisch, en dus niet bedoeld voor het grote publiek. Indien sommige
leden van L.D.H. zich beschouwen als vreemd aan een initiatie in de Egyptische
Ritus, moeten wij daar rekening mee houden en hen beschouwen als
niet-ingewijden, en dus vreemd aan onze Orde. Of er dan bezoekrecht is, behoort
tot de bevoegdheid van de A.M.. Er
moet worden uitgemaakt door de A.M. van het Atelier, na samenspraak daaromtrent
met zijn Officianten, of een bezoeker wordt toegelaten. Het best wordt hij
toegelaten op uitnodiging en niet omgekeerd omdat hij dan zichzelf uitnodigt.
Tenslotte aanvaard je ook in je priveleven niet dat anderen zichzelf bij je
thuis uitnodigen…
De A.M. draagt een belangrijke
verantwoordelijkheid hierin. Bovendien worden alle aanwezige maçons in het
rituaal van de inwijding van de profaan betrokken, zodat wij ons terecht vragen
dienen te stellen omtrent de maçonnieke bedoelingen van de bezoekers. Een
toelating tot de kolommen slechts na prealabele uitnodiging kan hier dus een
oplossing bieden.
Wie ongeschreven regels breekt, wordt
gestigmatiseerd. Wie grenzen wil verleggen, loopt ongewild een groot risico. Hij
wordt geïsoleerd en staat bloot aan pikgedrag. Té veel kritische massa moet ook
geïsoleerd worden, anders dreigt het oude systeem te ontploffen. Men kan immers
die kritische massa niet beheersen, niet controleren, niet manipuleren. Nog
liever eelt op de hersenen, dan koppijn hebben door het denken. Het is het
leidmotief van de volgzame schapen. Wou ik een schaap zijn, dan stapte ik in een
weide, maar niet in de loge.
Wij kunnen alleen verder bouwen aan ons
project. Dit zal ons ongetwijfeld
meer vreugde opleveren dan de routine en de oppervlakkigheid van de oude
uitgevlakte en de kleinburgerlijke werkplaatsen. Minstens worden wij ernstiger
genomen, en dat is reeds op zich een valabel motief om verder te
doen.
r
Naar het
sommigen verluidt werd de Ku Klux Klan ooit opgericht door de Br. Robert Pike,
een vooraanstaande 19e eeuwse maçon die de
'Schotse ritus' beoefende. Onjuist.
Het begon
allemaal met de 'onthullingen' van de Fransman Léo Taxil, een pseudoniem van de
journalist Gabriel Jogand-Pagès (1854-1907). Deze publiceerde in 1887 een aantal
verzonnen citaten van Pike in "Les mystères de la franc-maçonnerie dévoilés",
waarvan ook een Nederlandse vertaling verscheen. Taxil fantaseerde over
duivelverering, mensenoffers en alle andere wilde verhalen die zijn lezers graag
wilden geloven. Hij gold als een deskundige op dit gebied, omdat hij eerder zelf
maçon geweest was en hij had ook enkele fel anti-klerikale publicaties op zijn
naam staan. Toen hij plotseling een spectaculaire bekering onderging, en zoals
Paulus van zijn paard was gevallen, werd hij als een verloren zoon binnengehaald
door de hiërarchie van de rooms katholieke kerk en ging hij zelfs op audiëntie
bij paus Leo XIII.
Sindsdien
heeft in navolging van Taxil vrijwel elke anti-maçonnieke auteur het werk van
Robert Pike aangehaald om iets te bewijzen. Dit ondanks het feit dat Taxil in
1897 zelf heeft toegegeven dat het allemaal verzonnen was geweest. Zo wordt Pike door desinformatie in
antimaçonnieke middens nog steeds misbruikt.
En nu Misraïm. Omdat niemand uit de
liberale vrijmetselarij weet waarvoor Misraïm staat, verschijnen de zotste
geruchten en doen de wildste verhalen de
ronde, terwijl het verhaal van Misraïm in Belgiê allemaal begonnen is om
de zusters van de Belgische Federatie van Le Droit Humain aan hogere graden te
helpen. Maar goed, deze zusters wensen niet geholpen te worden, want zij hebben
geen probleem en zij zijn allemaal al reeds duizend maal gevraagd geworden voor
de Hogere Graden en hebben allemaal rechtgeaard zoals zij zijn, geweigerd. Toch
hebben zij pijn in het hart wanneer zij vernemen dat een jongere meester, die na
hen werd ingewijd, reeds opgeklommen is tot de vierdegraad en zij
niet.
En dan verschijnt de roddel over het
bidden in de tempel en het regulier zijn, het rondjes draaien, enzomeer. Je kan
je het zich niet inbeelden wat er allemaal wordt gezegd en geroddeld. Inzake
desinformatie zijn de groten der aarde sterk.
Hoe staan wij daar
tegenover ?
Dat is een moeilijk vraag, waarop ik
zelf geen antwoord weet. De Franse Grootmeester van de G.L.T.R.E. zegt dat wij
enkel ernstig kunnen werken. En wanneer wij dan bezoekers zullen ontvangen, dan
zal men zien hoe ernstig het er bij ons aan toegaat. Dan zal de kwalitiet van
onze arbeid voor zich spreken.
Ik weet niet of de oplossing zo
eenvoudig is, en of er wel een oplossing bestaat. In elk geval was de circulaire
brief van het Grootoosten van Belgiê een vrijbrief voor de leden van het G.O.B.
om over te gaan tot desinformatieve boodschappen, want Misraïm is niet erkend.
Meteen werden wij vogelvrij verklaard, waaruit wij moeten besluiten dat het
G.O.B. geen vriendschappelijke obediêntie is.
Een zus vroeg aan de achtbare van de
L.D.H. Loge Kortrijk, waarvan ik dubbel lid was, wat ik zou doen indien ik als
dubbellid met mijn decors van Misraïm zou ten tonele verschijnen. Het was de zus
die nog als tweede opziener een leerling aan de kaak stelde omdat hij zijn
handschoenen in de tempel niet aanhad. « A.M., er zit op de noorderkolom
een leerling die geen handschoenen draagt » zei zij tijdens het schouwen
van de kolommen. Om dood te vallen. Ik zou als A.M. afgestapt zijn van het
oosten, mijn handschoenen hebben afgedaan en ostentatief hebben gegeven aan de
leerling en terug mijn plaats hebben ingenomen.
Wel de zelfde zus maakte er een punt
van van iets dat geen probleem was. Nog nooit was ik verschenen met de schort
van Misraïm in hun midden. Ik wilde niet bruskeren. Zij peilde naar de reacties
van een broeder die naast mij meester was geworden en die nu autoriteit en
broederlijkheid moest uitstralen. Zijn reactie was kort en gebald : Misraïm
is geen loge zei hij kortaf. Nu weten wij het ook terwijl het allemal ging over
broeders en zusters van zijn en mijn obediëntie, want wij zijn omzeggens
allemaal van Misraïm dubbel lid met L.D.H.geweest. Mijn reactie is dan
gewoon : hij is mijn A.M. niet.
r
Bart komt zijn
vriend Stijn tegen en zegt: “Vriend, ik heb geluk gehad…”
“Oh
ja?” zegt Stijn.
“Ja, vriend
Stijn, ik heb de hoofdprijs
gewonnen: een jaar gratis om de week na de Decascoop! En dat is nog het
belangrijkste niet, deze prijs geldt voor twee. Ik moet dus een filmpartner
opgeven…”
Bart wacht een
ogenblik op de reactie van Stijn, die apathisch in de verte
staart.
“Ja, en ik heb
precies aan je gedacht, en ik wil jouw naam opgeven als partner”, zegeviert
Bart.
“Ja
maar ik wil toch eerst weten naar welke films je zal gaan, Bart, vooraleer ik
mij in iets engageer” zegt Stijn.
“Maar dat kan
ik toch niet op voorhand zeggen, Stijn, weet ik veel welke films er dit jaar
zullen uitgebracht worden…”
“Je
kan toch een lijstje opstellen voor de eerste maanden”’ reageert Stijn
nog.
“Ja
laat maar…” zegt Bart.
Tot
zover het eerste verhaal, en nu het volgende:
Bart komt zijn
vriend Stijn tegen en zegt: “Vriend, ik heb geluk gehad…”
“Ik
ben blij voor jou?” zegt Stijn.
“Ja, vriend
Stijn, ik heb de hoofdprijs
gewonnen: een jaar gratis om de week na de Decascoop! En dat is nog het
belangrijkste niet, deze prijs geldt voor twee. Ik moet dus een filmpartner
opgeven…”
Stijn wacht
geen ogenblik en reageert dadelijk met een glimlach.
“Ja, en ik heb
precies aan je gedacht, en ik wil jouw naam opgeven als partner”, zegeviert
Bart.
“Ja
ik wist dat ik aan jou een goede vriend had” zegt Stijn.
“Alleen weet
ik niet of ik iedere week vrij zal zijn om met je mee te gaan”, zegt Stijn
tenslotte.
“Geen
probleem”, zegt Bart, “ wij stellen op voorhand een verlanglijstje op. Wij zien
nog wel, maar ik heb wel begrepen dat ik je mag opgeven als mijn
filmpartner.”
Wie
is er emotioneel intelligent en wie niet. Nochtans is dat typeverhaal voor de
meesten onder ons stereotiep. Ofwel ben je de eerste Stijn, en geraak je in de
knoei met je medemens, ofwel ben jij de tweede Stijn, en gaat het je gezwind
door het leven. Mijn vraag is alleen, moet een maçon emotioneel intelligent zijn
of is dat een overbodige luxe?
r
Ben je emotioneel
intelligent?
1. Wat doe je ? Wanneer een secretaris
juist voor de zitting tegen jou als A.M. zegt dat hij niet tevreden is over jouw
prestaties, die hij ondermaats vindt.
a- loop je weg en ga je in de T.°.
zitten?
b-
sta je hem agressief te woord, en zeg
je dat hij geen kritiek te uiten heeft?
c- neem jij de tijd om met hem van
gedachten te wisselen, te luisteren en laat je desnoods de werkplaats even op
jullie wachten?
2. Wat doe je als iemand in de
loge de pluim op zijn hoed steekt
voor iets wat jij realiseerde?
a- bedank je die B.°. omdat hij naar jouw
werk verwees en leg je dat uitvoerig uit?
b-
mors je per ongeluk saus op zijn kledij
tijdens het eten?
c- vraag je of hij nog voldoende nachtrust
zal kennen na al die leugens?
3. Wat doe je als iemand op jouw plaats
gaat zitten in de T.°. ?
a- hem bij de schouder vastgrijpen en hem
op een andere plaats doen zitten?
b-
je doet niets, in de overtuiging dat je
daarvoor veel te vriendelijk bent?
c- de persoon in kwestie vragen of hij er
mee kan leven dat hij jou in verlegenheid brengt?
4. Wat doe je als een leerling overal
achter je aan blijft lopen?
a- je beveelt die persoon om op te
hoepelen?
b-
je omarmt het mens en zegt dat hij door
dergelijke afhankelijkheid zijn eigen maçonnieke groei in het gedrang
brengt?
c- je verstopt je zelf in de keuken van de
werkplaats zodat hij je niet meer kan vinden?
Resultaten:
1.
a) 1 b) 2 c) 3
2.
a) 3 b) 2 c) 1
3.
a) 1 b) 2 c) 3
4.
a) 2 b) 3 c) 1
Je score ligt
tussen:
9-12 : jij bent uitgesproken emotioneel
intelligent
5-8
: nog wat werken aan je emotionele
intelligentie, maar je komt er
wel
4-7
: als cipier van een gevangenis kun je
aan de slag
1-3
: jij beseft niet eens dat er iets
bestaat als emotionele intelligentie. Jij hoort gewoon niet thuis in een
groep.
De rationeelste
onder ons, is soms de emotioneel het minst ontwikkelde. Soms zijn ze beiden
tegelijk, zowel rationeel als emotioneel ontwikkeld. En als je het ongeluk hebt om een A.M.
te hebben die op emotioneel vlak er niets van begrepen heeft, en op het
rationele vlak tekort schiet, is de werkplaats in vrije val. De glijbaan naar
beneden. Hoe zei ik het ook weer: de gebuisde van het leven die in de loge de
plak zwaait over de kolommen. Horresco referens. Maar je kan nu eenmaal ook als
emotioneel gebuisde door het leven gaan.
r
Maçonnieke
verslaving
“Het is maar
als je in je eigen werkplaats diep ongelukkig bent, dat je soelaas zoekt op
andere kolommen”, zegt Robert. Robert zag het soms nogal zwart. Hij is ook fors
bejaard, maar het werken van de geest houdt hem jong. Hij verstond het zelf om
het Boek van Apostel over de vrijmetselarij, in het Frans te vertalen. Dat hield hem jong, zei hij dan. Hij is
verbeten op het Opus Dei en op kardinaal Ratzinger vooral. Met wat een
dossierkennis hij hierover kan spreken is ongehoord. Dan kijk je als jonge maçon
naar boven, en weet je dat er nog vele jaren zullen nodig zijn om dat niveau te
bereiken. Maar er is hoop, spijts de weg lang en gevaarlijk is. Jouw geweten is
een goede gids.
Mijn zoeken
naar andere werkplaatsen gebeurde steeds in een maçonniek diep dal. Een soort
vervreemding met mijn werkplaats lag daarvan steeds aan de basis. Maar ik kan je
nu reeds gerust stellen, het waren soms mijn beste momenten dat ik vrij als een
vogel andere werkplaatsen kon bezoeken. De contacten met andere broeders en
zusters waren zo vervullend dat ik geen moment getreurd heb.
Bij
wijlen denk in terug aan mijn katholieke opvoeding. Destijds heb ik als kind de
kerk gehaat en verwenst. Maar nog immer voel ik de invloed van dit instituut en
de reflex op hoe het niet moet. Een recente studie heeft ons geleerd dat onze
meest basale emoties, ons meest
primair gedrag worden beheerst door het basale zenuwcircuit. Elke vorm van
genoegdoening, eten, drinken, seks en ook vechten passeert via het zenuwcircuit
dat door de hersenstam en de middenhersenen loopt. Uiteraard omdat de primaire
functies sinds miljoenen jaren bestaan en dus in de evolutief oudste vorm van de
hersenen voorkomen: het basale gedeelte van de hersenen. Relatief nieuw is
gewoon de aangetoonde relatie van dopamine op de zenuwcellen. De smalle ruimten
tussen de zenuwcellen of de synapsen, worden overbrugd door neurotransmitters. Dit zijn
scheikundige stoffen zoals bijvoorbeeld dopamine. Via een interessante
wisselwerking tussen dopamine en de individuele zenuwcel ontstaat een soort
domino-effect, waarbij het signaal van de eerste cel alsmaar verder gaat over
andere cellen en de deze eerste cel de vrijgegeven dopamine terug opneemt en
zich sluit. De andere cellen volgen dezelfde wisselwerking en sluiten
zich.
Maar wanneer
je dit proces gaat beïnvloeden door bijvoorbeeld cocaïne, dan gaat het mis en de
eerste cel en de volgende cellen blijven gedurende een tiental dagen openstaan
en sluiten zich pas na verloop van die tijd. Hierdoor verhoogt de kans op
verslaving. Voor cocaïne is dit een uitgemaakte zaak, maar voor een
neuromorfine-achtige stof die vrijkomt bij het voeren van rituelen, is dit nog
niet wetenschappelijk in een laboratoriumtest uitgemaakt.
En
toch zijn religieuzen verslaafd aan de ritus. Niemand kan in redelijkheid
ontkennen dat er verslaving aan godsdienst
bestaat.
Wij
moeten ons ook hoeden voor de zogezegde verslaafden, diegene die om andere
redenen steeds overal aanwezig zijn, en die informatie vergaderen. Iedereen kent
in zijn maçonniek milieu wel iemand met zo’n profiel. Soms vallen zij op, som
weer niet. In feite pogen zij de sympathie te wekken van iedereen als een
passe-par-tout. Zij verzamelen ritualen, en kennen adressen en telefoonnummers
van alle obediënties. Zij kennen namen en willen goed staan bij de Groot C.O.D.
Zij gaan overal binnen en zijn overal lid van. Indien dit iemand is die voor de
staatsveiligheid werkt als een mol, heb ik geen echt probleem. De
staatsveiligheid zal hoe dan ook infiltreren, het is haar opdracht. Deze dienst
moet ook zijn werk doen en tenslotte is de loge geen criminele vergadering,
integendeel. Wij zijn niet staatsgevaarlijk, noch in de regel is Misraïm een
gevaarlijke sekte. Wij bestrijden de overheid niet.
Maar indien
deze mollen, en er zijn er, werken voor Opus Dei of aanverwante christelijke
organisaties tegen harde munt, dan moeten wij hard zijn en hard hiertegen
reageren. Open dus je ogen, vooraleer het Opus Dei jou
ziet…
Graag sta ik
nog even stil voor die hierboven uiteengezette periode van tien dagen. Het is
alsof de leiders van de katholieke kerk - door het verklaren van zonde indien je
niet om de week naar de mis gaat - precies weten dat de verslaving aan ritualen
pas optreedt als je minstens éénmaal per week deelneemt aan een
cultus.
Eerder
onderzoek heeft aangetoond dat dopamine tussenkomt in de leer- en de geheugenfuncties. De wijze hoe
dopamine werkt is verklarend voor het fenomeen van de verslaving.
Het
is dus ongezond – als je iedere verslaving een vorm van ongezond gedrag
verklaart – om meer dan eens om de veertien dagen deel te nemen aan
groepsritualen, waarin ik ook versta de logewerkzaamheden, want boven die frequentie ontstaat de
redelijke kans op verslaving. Weet dus dat als je meer dan in die frequentie
deelneemt aan een rituaal, je dan
ernstig bezig bent met een verslaving te kweken.
En
ik zie ze zo voor mij zitten, wanneer ik op de kolommen zit. In het begin van de
zitting, is hun blik nog normaal, maar na een half uurtje verandert hun blik.
Een blik van gelukzaligheid vervangt hun ernstig gezicht. Hun uitdrukking is van
allen die ‘het hebben’ gelijk. Zelfs het stemtimbre van de opzieners verandert
naargelang de zitting vordert. En bij een inwijdingszitting stralen de leden van
de loge dezelfde gelukzaligheid uit. Dan weet ik dat zij dopamines hebben
losgelaten in hun bloedbanen en dat het rituaal op hen inwerkt.
Ik
kan diegenen die er hard aan toe zijn zo uithalen. Dat betekent dan ook dat je
als observator moet optreden en mentaal een afstand moet bewaren tussen hetgeen
er zich afspeelt en je zelf. Want zelf opgaan in het rituaal, zal jouw
observatievermogen veranderen, en dan zie je de verslaving in de ogen van
anderen niet meer.
Triviaal
genoeg lijkt een dergelijke verslaving het leven van de mensen te rekken.
Praktiserende mensen leven immers langer dan
niet-praktiserende.
r
Discretie is
de ‘passe-par-tout’ die goedschiks of kwaadschiks wordt gebruikt om toekomstige
leden uit de loge te weren. Het volstaat dat je tegen een profaan bent, en zegt
van die profaan dat hij niet discreet is, en daar gaat hij of zij….Discretie is
dan geen doel op zich, het is verworden tot een middel.
Er
is veel gezegd geworden over de Nederlandse webpagina waarin zowat alle ritualen
werden publiek gemaakt. De reacties van het Nederlandse Grootoosten zijn niet
wijs. In deze orde was men even de pedalen kwijt. Plots, dacht men, was het
geheim onthuld. Ontreddering op de kolommen, gevolgd door emotioneel paniek
handelen via een rechtsingang. Bij tijd werd ingezien dat er beter een akkoord
kon worden afgesloten. Ik ben niet eens zeker dat de vrienden van het
Grootoosten hun procedureslag zouden hebben thuisgehaald. Het resultaat is dat
er zeven ritualen zijn ingetrokken. Een pover resultaat.
Twee zaken:
ten eerste beseffen de opstellers van de webpagina niet welke diensten zij
bewezen hebben aan de maçons. Immers het lezen van een rituaal staat gelijk met
de communicatie van een graad. Zo
werd G. Martin op een zaterdag verhoogd met 11 graden via de communicatie. Je
moet het maar kunnen. Eigenlijk heeft hij
concreet de graden die hij nog niet had op papier ontvangen en heeft hij,
of hebben zijn getrouwen de ritualen aangepast aan hun, toen nieuwe, orde. Wij
spreken eind negentiende eeuw.
Ten
tweede beseffen de broeders van het Nederlandse Grootoosten niet dat minstens 80
procent van de intermenselijk communicatie non-verbaal gebeurt. Er is dus
slechts voor 20 procent publiek gemaakt. Ik verduidelijk mijzelf: toen ik op
bezoek ging bij een profaan die kort nadien zou worden ingewijd als leerling,
zei hij mij stiekem dat hij op het Internet alle ritualen gedownload had. Hij
had ze nadien uitgeprint en was beginnen lezen. Al vlug had hij het voor bekeken
gehouden. Het sprak hem immers niet aan. Evenmin spreekt het lezen van een drama
in boekvorm weinig aan. Drama veronderstelt non-verbale taal op het podium en
het is precies de taak van de regisseur om deze vorm van communicatie te
verwoorden. Dan pas wordt het drama levendig. Je kan de vergelijking maken met
de oercellen uit het heelal: wanneer de inhoud van de cel zich bewust is van het
feit dat de omgeving niet nadelig is voor het ontstaan van een of andere
levensvorm, breekt het membraam. Het productieproces begint. Hier is het juist
hetzelfde: het is pas wanneer wij in de tempel de ritualen in de juiste omgeving
en in de juiste gemoedsgesteldheid opvoeren, dat het maçonnieke leven open
bloeit. En dat lees je niet op
Internet. Wat Léo Taxil niet kon in de negentiende eeuw, kan de onderzoeksgroep
en anti-vrijmetselarijclub Squin de Florian niet in de éénentwintigste eeuw.
Meteen heb ik
een antwoord voor de leden van Le Droit Humain: evenmin kon Frank Maas dat in
zijn internetboek DE STILTE IN MIJN HART. Diegenen die het omgekeerde beweren
hebben omtrent alle vormen van communicatie een probleem. Zij zijn als het ware
kleurenblind op dat vlak.
Met
andere woorden de zusjes en broertjes die de ritualen lezen op het internet,
zijn bij wijze van communicatie geïnitieerd in de hoogste graad. Zij zijn
33ste zonder het zelfs te beseffen. Dat is een revolutionaire idee,
die stof zal doen opwaaien in de hogere graden van de Belgische federatie, maar
een initiatie bij communicatie kun je niet terugdraaien. Ik vrees dat men de
invloed hiervan hic et nunc nog niet beseft. Het is gedaan met de betutteling.
Het is gedaan met de deuren van de perfectieloges van Le Droit Humain gesloten
te houden voor de Meesters die er toegang vragen. Alleen moeten deze Meesters
zich nog verzamelen onder een zelfde noemer en zelf de status opeisen die hen
toekomt. Het is hen dan ook toegelaten om alle ritualen op te voeren, van de
vierde tot de 33ste graad. Alleen zullen zij nog wat assistentie
behoeven van enkele Broeders die als regisseur willen optreden.
En
dan pas vragen zij aan de Opperraad of die de nieuwe perfectieloges, kapittels
en aëropagi wil erkennen in globo. Zij moeten zich evenwel geen illusies maken.
Ik weet dat een aanvraag voor een side degree is gestuurd via het Nationaal
Secretariaat naar de Opperraad. Er werd zelfs geen bevestiging van ontvangst
terug gestuurd, laat staan dat er een antwoord kwam.
Na
juist één jaar schreef ik opnieuw en zegde dat aangezien ik na één jaar geen
antwoord had bekomen, ik mocht veronderstellen dat er een akkoord was. En
opnieuw heerste de stilte op de kolommen.
Je
weet dan natuurlijk ook waar je staat: in het rijk van Kafka. Maar dat zulks
heden ten dage mogelijk is in de vrijmetselarij tussen broeders en zusters, tart
alle verbeelding. Pas op, ik schrijf de waarheid. Ik druk mij niet laatdunkend
uit over de Opperraad, maar schrijf alleen dat dit insituut voor ons Belgische
leden van Le Droit Humain zeer veel geld kost, terwijl er noch kwalitatief noch
kwantitatief iets tegenover staat. In de profane wereld neigt dit naar…
Maar het zal
verbeteren zegt men in de Nationale Raad: op het Internationaal Convent van juni
2002 moet een en ander uitgeklaard zijn. En zo houden de brave lieden zich bezig
alsof er op dat Convent plechtig kan gezegd worden dat de Belgische Federatie
het nu verder alleen mag doen. Je smijt geen 2.5 miljoen frank per jaar weg. Als
je dan ziet in welke situatie een partij als de Volksunie uit elkaar is gespat,
dan zeg ik dat je geen ontbinding van een relatie op termijn kunt plannen. Je
begint daar aan, of je begint daar niet aan: nu, onmiddellijk en niet straks
want straks is meestal nooit.
r
Tachtig
procent van alle communicatie verloopt non-verbaal. Daar sta je van te kijken.
Ik las nog onlangs dat de haardracht een en al communicatie is. Door je haar op
een bepaalde wijze te dragen, verstuur je naar de medemens signalen over hoe je
bent en wat je wil.
Haaruitval
wordt precies beschouwd als een teken van oud worden en van verval. Vandaar dat
haaruitval bij jonge mannen aanleiding kan geven tot emotionele problematiek.
Een jonge mens zonder haar straalt een ziektebeeld uit van iemand die
bijvoorbeeld chemotherapie heeft gehad. De innerlijke tweestrijd die dat
veroorzaakt is complex omdat je je niet wilt blootgeven en dus ook niet wil
bekennen dat je haar voor jezelf een probleem vormt waarover je
piekert.
De
kledij van de maçon is verbale taal. Aan de ruban zie je de graad die de
betrokkene bekleedt. De manier waarop de maçon in de loge recht staat is
communicatie. Dat kun je niet in ritualen neer schrijven. Dat moet je gezien
hebben vooraleer je het begrijpt.
Een
inwijding kun je pas beleven als toeschouwer, niet door het rituaal te lezen,
maar door het rituaal te zien en er aan deel te nemen. Je kunt de vrijmetselarij
slechts leren door er aan deel te nemen.
Wees er dus
van bewust dat je voor het merendeel niet-verbaal communiceert. Wees ook gerust
van het feit dat de vrijmetselarij niet wordt onthuld door alleen de ritualen
bekend te maken. Alleen is het voor de maçons zelf belangrijk dat zij inzicht
hebben in de ritualen van andere ordes, of in die van de hogere graden. Het is
hun ontvoogding…
De
publicatie van ritualen op het web is dus voor de maçons een geschenk. Alleen
begrijpen zij dat niet zo. En dat is jammer, want in het verleden is de
vrijmetselarij soms overgeleverd doordat enkelen zoals Prichard die de
vrijmetselarij hebben verraden. Zo konden anderen de vrijmetselarij opnieuw
opnemen en verder zetten doordat zij de boeken van de verraders verder
gebruikten. Zo is het steeds geweest en zo zal het altijd
zijn.
r
Er is geen enkele reden waarom een loge
niet op verantwoorde wijze zou worden geleid. Men spreekt van
bedrijfsmanagement, maar ook van overheidsmanagement en zelf van religieus
management. Toen men de wetten van de hydraulica toepaste op de elektriciteit
kwam men tot de onthutsende vaststelling dat alle problemen waar men in de
fysica voorheen niet overkwam, plots schenen opgelost te worden, en de oplossing
was nog juist ook.
Niets belet ons om de wetten van het
management toe te passen op de vrijmetselarij. Waarom zou in de C.O.D. niet
kunnen vergaderd worden met toepassing van de vergadertechnieken? Wie kan er
zich verzetten tegen een functionele benadering van zinvol en energiebesparend
vergaderen in de vrijmetselarij? Wat met dubbele of geheime agenda’s die er
altijd zullen zijn? Hoe maak je die bespreekbaar?
Goed leiderschap bestaat niet alleen in
het leger, maar ook in de staat, ja zelfs in de godsdienst. Wij hebben een
holistische oplossing nodig om onze vrijmetselarij des mensen te maken, t.t.z.
aangepast aan de noden van onze tijd. Een van die aspecten uit die visie is het
management. Wij kunnen ons niet blijven focussen op de traditie
alleen.
Klassiekers in de managementtheorieën
zeggen dat management plannen is, organiseren, leiden en controleren. Wij werken
in de vrijmetselarij met een groep mensen. Onmiddellijk komt daarbij het aspect
leidinggeven, en het aspect motiveren om de hoek kijken. Broeders en Zusters
moeten door de Voorzittende Meester en de C.O.D. steeds gemotiveerd worden om
terug te komen. Zij mogen echter niet het gevoel hebben dat zij het lijdend
voorwerp zijn. Neem als referentiepunt de A.Loge. “X». Deze loge bestaat anno
2001 drie jaar. Het ledenaantal is ongeveer 25 en op de zittingen is het
bezoekersaantal (bij het stichten 230 aanwezigen) is nu 35 à 40. Het succes van de werkplaats is
duidelijk. Hun aantrekkingspunt is het gebruik van het Spaans tijdens de
zittingen en hun verbondenheid met Chili.
Vergelijkt deze werkplaats nu met de
werkplaats “Y” die rond hetzelfde tijdstip werd gesticht. Het ledenaantal is
daar iets hoger, doch de bezoekersaantal
(bij stichten ca 200 aanwezigen) vermindert met de dag. Deze loge heeft
duidelijk geen succes. De werkplaats heeft ook niets buitengewoons dat als
aantrekking kan dienen.
Beide werkplaatsen hadden bij het begin
dezelfde kansen op slagen. Maar er is meer, en hier kom ik later op terug. Nu
reeds dat: de A.M. van “X” kan zijn leden motiveren, terwijl de Voorzittende
Meester van “Y” alles doet opdat niemand gemotiveerd zou zijn: hij speelt
cavalier seul.
r
Management is ingrijpen waar nodig en
met inzicht en oogmerk. Management moet niet steeds, want bijvoorbeeld de
ritualen werken zoals een cirkellogica, op zich zelf zoals in een film. Daar
dient niet “gemanaged” te worden maar indien nodig dient ingegrepen te worden op
basis van inzicht, kennis en ervaring. Het ingrijpen zelf is steeds in het licht
van het doel van de vrijmetselarij en dit is in de eerste plaats voor de
werkplaats: het voortbestaan ervan.
Er zijn diverse richtingen in het
management:
De rationele richting of de dominante
richting. Het is een toepassing van het Taylorisme. Taylor was van mening
dat volgens het scientific
management de verstandigste mensen de zaak bestuderen en vervolgens op
wetenschappelijke wijze een objectief voor eenieder
vastleggen.
Deze visie is onhoudbaar in de
Vrijmetselarij omdat zij geen plaats laat voor het individuele denken en de
uiting van de emoties. Maar enkele van zijn ideeën zijn wel nog hanteerbaar,
zoals bijvoorbeeld: men moet op een verstandige wijze rekruteren in functie van
de behoeften, en het profiel van de bestaande groep. Zijn ideeën omtrent een
eerlijke behandeling van de werknemers /leden, is ook bij ons van toepassing.
Het uitdenken van het segment van de bevolking waarin men wil rekruteren valt
hier onder. Welke criteria zetten wij voorop, in het kader van een globale
visie? Wat zijn tegenindicaties, en hoe beheersen wij die tegenindicaties?
Wanneer en hoe worden er uitzonderingen gemaakt of niet op het uitgangspunt? Is
het genoten onderwijs van de profaan of van zijn kinderen relevant en vooral
waarom?
Weber zei dat op de mesthoop van de
corruptie er geen vooruitgang kan worden geboekt. Hij bedoelde met het begrip
‘corruptie’ niet hetgeen wij in de juridische benadering zien als een eng
begrip, maar veel breder: corruptie als gemeenplaats voor de afwezigheid van onderscheid
tussen het eigen belang en het groepsbelang. Voor Weber is de cafébaas die in
zijn lade geld van de zaak benut voor de aankoop van een luxewagen een corrupt
man! Immers dat geld is niet van hem maar van zijn café en dient om de
leveranciers te betalen en de kosten van de uitbating. Wanneer de B.°. Hofmeester°. de
ontvangsten benut om tegen minderwaardige kwaliteit een maaltijd te serveren en
de winst in zijn zakken laat verdwijnen is hij corrupt, noch min noch meer. Hij
moet er uit, zonder pardon. De werkelijkheid is nooit zo hard. Er bestaan
tussenvormen, zoals bijv. de Hofmeester°. die doelbewust teveel eten aankoopt,
om ’s anderendaags privaat vrienden uit te nodigen en juist hetzelfde te
serveren. Ook dit is corruptie maar van een ander allooi. Het is in de regel
even verwerpelijk.
Maar ook de vriendjespolitiek is
volgens Weber verwerpelijk. Toegepast op de vrijmetselarij zou je kunnen stellen
dat de A.M. zijn opvolger niet kiest onder zijn vriendjes, maar dat in eerste
orde de werkplaats democratisch zijn nieuwe A.M. moet keizen, zoals dit
overigens in de meeste reglementen is bepaald. De realiteit is soms anders, met
alle gevolgen van dien. Vriendjespolitiek is de grootste vijand van correct
management. Ook beslissingen binnen het kader de van drie lichten zijn niet
aanvaardbaar. Het is ofwel de C.O.D. ofwel de middenkamer/werkplaats die
beslist. Vriendjespolitiek is een rem op de menselijke vooruitgang en is in de
profane maatschappij een verderfelijke praktijk die best buiten de muren van de
T.°. wordt gehouden, alleen maçons zijn ook maar mensen.
r
Scheef gegroeide reglementen zoals de
drie stemmingen binnen L.D.H. zijn oubollig en zijn overbodige administratieve
en tijdrovende tussenstappen en kunnen in één en dezelfde zitting worden
gebracht. Omslachtige procedures zijn misschien inherent aan een oud
maatschappijbeeld betreffende de administratie en het gerecht maar ook daar is
er een evolutie aan de gang. Je schiet geen vliegtuig neer omwille van een
navigatiefout is daar het credo, hetgeen ook best in de vrijmetselarij kan
worden overgenomen. Wij vergeten soms te veel dat wij met vrijmetselarij moeten
bezig zijn en niet met administratief beheer. Het symbool van de Reden. als
bewaker over de reglementen of de ritus is te eng. De Redenaar is veel meer dan
dat. Hij is het geweten van de Loge, en dit geweten is in eerste orde het
menselijk hart. Wij moeten dus een en ander weghakken aan de wortel van de boom
van de maçonnieke traditie die te ingewikkeld en te traag is geworden. Doe iets
wat op één dag kan gebeuren, waarvoor tot dusver weken nodig waren.
In het rituaal van de installatie van
de C.O.D.: laat de leden van de C.O.D. zoveel mogelijk collectief de eed
afleggen en neem de tijd die overschiet om te luisteren naar een goed bouwstuk.
Het zal meer voldoening geven aan iedereen. Je kan niet stellen dat in de
vrijmetselarij de tijd van geen belang is. De tijdsnood in de profane wereld –
vergis je niet want ook gepensioneerden verkeren steeds in tijdsnood - dwingt ons om spaarzaam te zijn met ons
maçonniek tijdsgebruik en dit op een ernstige wijze te
besteden.
Traditionele zware en ingewikkelde,
trage en inefficiënte procedures dienen radicaal te worden
herzien.
Nobelprijswinnaar Herbert Simon stelde
dat de mensen niet superrationeel zijn, maar wel rationeel en dan nog in een
beperkte mate. Ik verduidelijk mijzelf: mensen zijn van nature trouw, als blijk van emotioneel gedrag. De rede
moet veel wijken voor de emotie in onze handelingen. Zo zijn wij trouw aan onze
schoenenwinkelier, terwijl dezelfde schoenen misschien iets verder goedkoper
verkocht worden. Wij gaan ook altijd naar dezelfde bakker om brood. Mispak je
dus niet aan het menselijk gedrag. De maçon is in de regel trouw aan zijn
werkplaats. Het verlaten van die groep zal slechts het gevolg zijn van een
interne spanning die op emotioneel vlak vaak verscheurend is. Er moet al veel
gebeuren voordat men zich verlegt van werkplaats. Van de andere kant zijn
diegenen die niet veel in hun eigen werkplaats verschijnen, doch wel op bezoek
gaan elders, vaak rationeler en dus ook kieskeuriger. In principe kun je ook
veel meer wijzigingen doordrukken met die maçons, terwijl de achterblijvers
eerder behoedzame emotionele mensen zijn en vooral traditionalisten, die zich
tegen wijzigingen verzetten. Het vergt ook veel meer inspanningen om een
bestaande groepsgeest te veranderen dan een nieuwe groep te
stichten.
Veelal worden diegenen die kritiek
uitoefenen op het systeem niet geliefd omdat zij de toekomst van het systeem in
het gedrang brengen met hun kritiek, terwijl van uit hun eigen standpunt de
kritiekgever meestal het zeer goed meent en enkel wil wijzen op de
tekortkomingen en hier een oplossing/wijziging wil voorstellen. Hij wordt
verkeerd begrepen Dat is jammer, maar dat is een sociologisch
gegeven.
r
Scheiding van Kerk en Staat, de
Triasleer, alle wijzen zij op de behoefte en de nood het beheer van een
organisme van de Staat of weze dit nu de vrijmetselarij op te delen. Zet de melk
niet bij de kat. De hofmeester en de barverantwoordelijke ontvangen de gelden.
De penningmeester is diegene die de gelden controleert en die op zijn beurt
gecontroleerd wordt door enkele commissarissen. Dit heet: scheiding van front
office en back office.
Dit principe zal ieder maçon
aanvaarden, maar hetgeen ik nu zal zeggen, zal op veel meer onbegrip moeten
rekenen, nl. : ZET DE MELK NIET BIJ DE A.M.. Ik zie reacties, maar het principe
dat ik toepas is hetzelfde. De Achtbare moet geen A.M. zijn EN voorzitter van de
vergaderingen van de C.O.D. Dat laatste kan gerust worden waargenomen door een
moderator die niet de Achtbare is maar die bijzonder bekwaam is in vergaderen en
vergadertechnieken. Hij zal optreden als debatleider, aan iedereen het woord
geven en iedereen betrekken in de debatten. Hij bereidt qua aantal punten van de
agenda en wat tijdsbegroting ervan alles goed voor. Hij houdt de discussie
binnen de lijnen van de agenda, enz.. Het voordeel is dat de moderator zelf geen
mening heeft, wat niet altijd kan gezegd worden van een Achtbare. Laatst zei een
leerling mij dat zij niet begreep hoe het komt dat in de vrijmetselarij niet de
wijste of meer onderlegde persoon voorzitter wordt.
Dan verstaat die man/vrouw de kunst,
volgens die leerling, om leden die beter onderlegd zijn dan hem/haar de les te
spellen. Natuurlijk is dit in hoofde van de leerling een mis begrepen visie op
het gebeuren, maar het is evenzeer verkeerd in hoofde van de Achtbare om te
denken dat hij/zij anderen die wijzer en meer onderlegd zijn dan hem/haar de les
te kunnen spellen. Het voordeel van de splitsing van de macht van de A.M. is dat
de werkzaamheden serener kunnen verlopen. Conflicten worden dan vermeden, want
hoe dan ook met een Achtbare die zich gedraagt als een dictator minus of
maximus, het is gelijk, krijg je hommeles in de tempel.
Kwaliteit hoeft niet meer inspanningen
te vergen dan minder kwaliteit. Integendeel, de som van de kosten van het herstel
zijn benevens die van de aanschaf hoger bij minderwaardiger kwaliteit dan bij
kwaliteitsgoederen. Dit is ook zo in de loge. Minder kwaliteit kan niet. Op
ritualen kan niet besnoeid worden inzake kwaliteit. Het moet vlekkeloos verlopen
en de repetitie is geen overbodige luxe. Niemand, ook de A.M. mag de ritualen niet naar zijn hand zetten,
door zich schalks te gedragen als een redenaar. Aan elk zijn weloverwogen taak.
Maar de Redenaar moet zijn taak ernstig opnemen en kwaliteit geven als redenaar.
Hij moet niet samenvatten wat anderen allemaal al begrepen hebben na een
bouwstuk van een bezoeker, maar kan
hoogstens een meerwaarde leveren. Soms zit die meerwaarde in louter zwijgen,
wanneer de spreker veel competenter is dan de redenaar zelf. Anders krijg je een
anticlimax, en dat is te vermijden.
Ik pleit dus voor een
vrijmetselarij op mensenmaat, die haar kracht put uit de ethiek van haar leden.
Respect voor de mens, respect voor de maçon, ook al is hij/zij nog leerling.
Geen banaliseren van de leerlingen of gezellen. Het kan nooit regenen als twee
meesters praten en er leerlingen of gezellen voorbijkomen. Er zijn slechts twee
categorieën: profanen en maçons, zij die het licht zagen en anderen die het
licht nog niet gezien hebben. En al de rest is flauwe kul.
r
Waarom zou de kwaliteitszorg in de
vrijmetselarij niet hoeven? Geef mij een valabele reden. Waarom zouden wij in de
vrijmetselarij de kwaliteit niet moeten vooropstellen, en verkiezen boven de
kwantiteit. Wanneer onze loges te groot worden treedt er klanvorming op. Dat is
nefast voor de sfeer die er dan heerst. Het is dan beter om minder leden te
hebben in jouw loge.
Toch ziet er niemand heil in een kleine loge van maximaal 10 à 12 leden. Een dergelijke loge kan zich beperken tot de rituele initiaties en loonsverhogingen. De andere keren komt men dan gewoon samen in chambres d’amis. Niets belet dat er daar een spreker een korte uiteenzetting heeft. Maar de huiselijkheid en de nestwarmte die zal ervaren worden, elke keer opnieuw in het huis van een van de leden, zal zorgen voor een ongehoorde binding tussen de leden. Niets belet om dan nog op bezoek te gaan in andere loges. Ondertussen is de normale samenkomst niet ritualistisch, minder sacraal. Veel mensen zullen er zich beter bij voelen. Dat is de kwaliteit die wij moeten nastreven…
r
Hoe kun je van gemotiveerde maçons in
een korte tijd gedemotiveerde maçons maken? Geen moeilijke vraag. Zet twintig
maçons met allen goede bedoelingen samen en binnenkort heb je hommeles. Je moet
vooral geen managementtechnieken toepassen, want deze technieken hebben alleen
als doel het samenleven te bevorderen, en hier kan niets verkeerds aan
zijn.
De motivatie is het eerste dat
verdwijnt wanneer je in de vrijmetselarij het menselijke aspect uit het oog
verliest. De rekening kan in verhouding zwaarder zijn dan je fout de menselijke
factor te verwaarlozen. Motivatie verdwijnt, Broeders en Zusters slepen zich
naar de zittingen, of komen gewoon niet meer af. In de Tempel en in het voorhof
heerst er onvriendelijkheid en zeker frustratie, hetgeen op zichzelf weer een
factor is die versnellend werkt.
Tussen de kwaliteit van de
vrijmetselarij en het respect voor de mens moet er een evenwicht zijn. Ook hier
moet ik even stilstaan. Het evenwicht wordt bereikt in functie van het doel dat
men nastreeft. In de vrijmetselarij doet men veel dingen omwille van de
traditie. Welnu ik pleit dat wij in eerste orde iets moeten doen, omwille van
het oogmerk. Vraag aan velen waarom men zulks en zo doet in de vrijmetselarij en
men zal zeggen: omdat wij dat altijd zo hebben gedaan. Het verstand op nul,
vooral omdat ze denken dat ze niet op een andere wijze kunnen handelen.
Een verandering op zichzelf, omwille
van de verandering is even zinloos. De verandering moet er gewoon komen, indien
het oogmerk dat men wil bereiken het vergt. Ook de vrijmetselarij moet werken
met objectieven. Niet rekruteren omwille van de traditie, maar rekruteren van
die leden die de groep een meerwaarde kunnen bijbrengen, al ligt die meerwaarde
gewoon in hun persoonlijkheid. Tevens een aantal inwijdingen per jaar
vooropstellen bijv. in functie van de gemiddelde leeftijd van de werkplaats.
Alle leeftijdscategorieën boven de dertig jaar dienen in evenredigheid te zijn
vertegenwoordigd teneinde een menselijk homogene groep te bekomen. Wanneer een
ideaal aantal bereikt is – zoals afgesproken in de groep – kan je verminderen
met rekruteren.
Werken met zoals gezegd respect voor
elkaar, maar ook democratisch overleg, met autonome werkgroepen rond bepaalde
thema’s, met een vooral “dienende” en inspirerende leider, geen dictator. De
vrijmetselarij heeft een afkeer van een sterk leiderschap. De vrijmetselarij is
niet rechts. Leiderschap is slechts goed als het als legitiem wordt ervaren
binnen de groep.
Het leiderschap moet gedragen worden op
menselijke basis en op mensen, in een doorzichtige structuur. Geen geheime
agenda’s over verdeling van taken. Maar openheid en bespreekbaarheid van die
agenda’s. Jij wordt geen eerste Opziener°. om mij als A.M. daarna op te volgen.
Ik denk dat ik voldoende duidelijk ben Geen machtsmisbruik. Leiderschap moet je
immers verdienen elke zitting weer opnieuw.
De vrijmetselarij moet rekening houden
met trends in de maatschappij. Lange termijntrends en korte termijntrends. Zo
bijvoorbeeld is het in de maatschappij ondenkbaar zonder internet. Wie dat wil
gestand houden is een dwaas. Het internet valt niet tegen te houden. Maar
hetzelfde stelt zich in de vrijmetselarij. Beheers dus vanuit de vrijmetselarij
het internet en laat het niet over aan de reguliere broeders. Er is thans een
revolutie van de goede smaak bezig in de modewereld, maar ook in de
vrijmetselarij. Kleurige en meer versierde rubans, schouderlinten en schorten
zijn weer in. Verzet je niet tegen die evolutie maar onderken ze en beheers ze.
Van rechtshoekige schorten worden het misschien weer ronde schorten en waarom
niet. Het is allemaal het gevolg van de smaakrevolutie in de maatschappij, en
niet alleen in de kleding. Goede smaak is iets wat iedereen weet te appreciëren.
De nieuwe schorten moeten er gewoon goed uitzien en betaalbaar blijven.
Maar er is meer. Waarom zou je geen
e-mail gebruiken als communicatie vorm. Je kan deze e-mail beveiligen met een
paswoord. Waarom geen internetpagina met een log-in en paswoord waar je als
secretaris je formulieren kunt downloaden via het internet? In de
communicatiemaatschappij kan omzeggens iedereen lezen, en toch lezen de
Voorzittende Meesters nog briefwisseling voor in de tempel omwille van de
traditie, maar dat is verloren tijd natuurlijk. Briefwisseling kan
gefotokopieerd worden natuurlijk,
en verstuurd met de fax. Of via E-mail of gewoon via de post. Meer moet dat niet
zijn. Je moet dus rekening houden met de trends en de kunst is de trend op lange
termijn tijdig herkennen en vertalen binnen de groep.
De maçon is een strateeg, omdat de
vrijmetselarij een strategie behoeft tegenover concurrenten als andere
obediënties, andere groeperingen zoals AMORC, of New Age.
De strateeg kijkt vooruit. Het is het
omgekeerde van de traditie. De maçon past zijn taalgebruik aan aan de huidige
taal in de profane wereld. De ritualen worde periodiek semantisch herschreven. Geen oubollige
en onverstaanbare taal, of slecht vertaalde ritualen uit het Frans bijvoorbeeld.
De strateeg bekijkt de andere ritussen door er op bezoek te gaan. De aloude
schotse ritus is een goed bewaarde ritus, maar waarom moet men deze ritus
blijven volgen? Ik denk nu vooral in de H.G. en het deïsme dat er heerst. Waarom
geen H.G. van de Franse Ritus: 3 + 4 = 7 in plaats van 33. Overigens worden er
toch geen 33 graden gedaan, maar wel tussensprongen: 1 2 3 4 9 14 15 18 22 24 26
28 30 31 32 33. Waarom geen afschaffen van de wraakgraden?
Door een DECREET van 15.12.1808 van de
Franse Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, werden de negende en
de elfde graad gegeven bij loutere communicatie, alsook de negentiende, de twintigste en
de éénentwintigste graad. Maar ook de achtentwintigste en de dertigste graad.
Meteen werden de belangrijkste wraakgraden geweerd, t.t.z. men besteedde er geen
aandacht aan.
Waarom de Belgische Opperraad dat niet
doet, is mij een raadsel. Wij hebben toch iets geleerd uit de geschiedenis, en
moeten dus weten dat gedurende de tweede wereldoorlog in het bijzonder de
negende en de dertigste graad werden geëtaleerd tijdens de zogenaamd
anti-vrijmetselarijtentoonstellingen: doodshoofden, kisten, messen, bloederige
schorten, en wreedaardige af te leggen eden… je zou voor
minder…
Feit is dat de meest ongelovige
Broeder, door het verloop van de graden en door de verkeerd begrepen inhoud van
de maçons trouw, verglijdt naar een systeem waar alle kritiek verdwijnt. Zo
wordt men Prins Rozenkruiser op witte donderdag…zonder
morren.
r
Ware het niet beter
om:
-
in elk geval de wraakgraden louter als
een historische aberratie voor te stellen,
-
de 18de graad volledig te
déchristianiseren
-
de eed (eden) aan te
passen
-
zwaarden en messen te
weren
-
minder bezig te zijn met de
Opperbouwmeester en des te meer met de menselijke kant van de
zaak?
Ik weet dat er reeds evoluties zijn in
die zin, maar zij zijn te beperkend. Men weet precies niet wat er tegenover te
plaatsen, ten opzichte van hetgeen men laat wegvallen. Nochtans zijn er genoeg
broeders of zusters filosoof, of schrijver. Men kan een beetje hulp best
gebruiken. Maar natuurlijk wil men
zijn eigen falen niet openbreken naar buiten toe. Hulp aanvaarden van diegenen
die nog de graad niet hebben aangenomen, die dit zouden kunnen veranderen, kan
dan natuurlijk weer niet. En zo blijf je ter plaatse
trappen…
De katholieke kerk mist een ‘zinvolle’
zingeving bij haar ritus. De hogere graden verkeren, als pseudo-godsdienst, in
hetzelfde vaarwater.
Niemand weet precies wat er aan de hand
is. Maar waarom zou men geen bijzonder convent kunnen organiseren in buitenland
en op afstand. Mentaal verrijkt door talrijke experten – daarom misschien ook
geen leden - zou kunnen gewerkt worden aan een ‘raam’-denkwerk zoals een soort
kaderwet waarbinnen in grote lijnen tendensen worden uitgestippeld zodat een
einddoel kan bepaald worden. En pas nadien bij de terugkomst begint in
subgroepen het herschrijven van de graden, in alle rust, in een aanvaardbare
hedendaagse taal. Een opvolgende convent zou dan kunnen zorgen voor evaluatie en
afsluiting van de redactie.
Ik geef toe het is een mooi plan, en er
is geld om het convent te organiseren. Maar is er de wil om over te gaan tot
vernieuwing? Kun je zorgen voor
herstel, als diegene die ziek is, zijn ziekte
ontkent?
r
De strateeg kijkt naar buiten. De
‘concurrentie’ wordt nauwlettend gevolgd. Ook de houding van de kerk en van
andere genootschappen ten opzichte van de vrijmetselarij wordt gevolgd. De
vrijmetselarij neemt collectief standpunten in naar buiten toe omtrent ethische
kwesties.
De strateeg kijkt naar binnen. De
strateeg zal vooral bekommerd zijn om de innerlijke vervolmaking van ieder lid
en van de groep. Leg de nadruk op je eigenheden, je eigen talenten die leven in
de groep. Een zandbak als Tableau van een loge aan zee zal als verfrissend
worden ervaren. Je moet gewoon die eigenheden aanwenden. Werkplaats “Y” heeft
bijvoorbeeld geweigerd om een zandbak te gebruiken, en om tijdens de harmonie
geluid van golven en de zee te gebruiken. De tweetaligheid werd geweerd, terwijl
precies aan de kust veel Franstalige maçons op bezoek komen in het weekend. De
zittingen werden dan wel op zaterdag gehouden.
Je moet als het ware een evenwicht
vinden tussen en een keuze maken in de strategieën. Je kan niet alles tegelijk
doen. Je hebt al zorgen genoeg om de verschillende subgroepen in de werkplaats
in harmonie te brengen met elkaar. Geen samenzweringen dus tussen enkelen door
bijvoorbeeld met enkelen geregeld besloten samen te komen aan tafel. Dat moet bespreekbaar gesteld worden.
Niemand wil immers belazerd worden.
De A.M. kan een manager zijn. De A.M.
van werkplaats “X” wist dat iedereen valt voor emotie. Emoties werken
aanstekelijk. Hij gebruikte die emotie om te tonen hoe blij hij was dat je weer
eens een bezoek bracht. Hij omhelsde iedereen bij het verlaten van de T.°. Dat
was zijn natuur en zijn sterkte, en meteen ook de sterkte van de werkplaats “X”.
Vooraan gezeten gaf hij een show, maar dan een goede show. Nauwelijks kon hij
bij wijlen zijn eigen emoties bewaren. De A.M. van de werkplaats “Y” was op dat
vlak niets. Hij had weinig empathie met anderen, en was vooral in zichzelf
gekeerd. Hij was een eenzame A.M. op het oosten, en dat vertaalde zich in de
loge: een terugval in het aantal bezoekers.
Alleen is tijdelijk succesvol zijn geen
garantie op de toekomst. Op lange termijn moet jouw werkplaats flexibel genoeg
blijven om zich aan te passen aan de steeds wijzigende omstandigheden die zich
zullen voordoen. Van zodra de vrije val begint, gaat het vlug bergafwaarts. Soms
liggen er enkele leden aan de basis van dit verval en het ergste is dat zij dat
als dusdanig niet ervaren. Een uitzwerming is dan aan de orde, maar dat gaat in
de regel gepaard met een emotioneel verlies.
Je moet in de functie die je bekleedt
in de C.O.D. emotioneel intelligent genoeg zijn om je functie waar te nemen. Ik
geef een voorbeeld: de penningmeester die vaststelt dat een lid niet tijdig zijn
bijdrage betaalt, krijgt een boodschap. Ofwel kan het lid de bijdragen niet
betalen, en is er hulp nodig, ofwel wil hij die niet betalen, en heeft hij een
reden daartoe. In de beide gevallen moet er opgetreden worden, in het belang van
de loge. Het is aan de penningmeester om emotioneel intelligent genoeg te zijn
om contact op te nemen met dit lid en uit te maken waar het schoentje wringt.
Maar natuurlijk is het zo voor iedere functie als dusdanig. De harmoniekolom
moet als geen andere de collectieve emoties van het rituaal beheersen.
Emotionele intelligentie kun je
omschrijven als die wijsheid, kennis en vaardigheden die je toelaten goed om te
gaan met je medemens en zijn emoties. Soms vergt dit een stuk intuïtie. Het is
het beheersen van de winst- en verliesrekening tussen negatieve en positieve
emoties.
Negatieve emoties zijn: angst, vrees, wanhoop. Positieve emoties
zijn: optimisme, hoop, kracht,
schoonheid. Nu is de emotioneel intelligente mens iemand die de emoties van
anderen bewerkt, en ermee weet om te gaan. Zolans de emoties van anderen slechts
gebruikt worden, doch niet misbruikt, is daar niets verkeerds aan. De emoties
moeten immers binnen de vrijmetselarij°. gebruikt worden in functie van het
ethisch oogmerk van de groep. Je moet als A.M. de groep in een lichte euforie
kunnen brengen, maar het mag niet meer zijn dan dat omwille van ethische
redenen. Dan zullen de leden zich goed voelen. Dan komen zij terug naar de
werkplaats “X” en niet naar de werkplaats “Y”.
Ik heb in mijn boek DE STILTE IN MIJN
HART geschreven dat de vrijmetselarij werkt zoals in de cirkellogica,
zelfsturend of zelfregulerend. Dat was te voortvarend. Er zal altijd een
stuwende kracht nodig zijn binnen de werkplaats. In extreme gevallen is dat een
charismatisch figuur, met alle gevaar van dien, want dan verdwijnt de vrijheid
als sneeuw voor de zon. Maar mispak je niet: ook de A.M. van de werkplaats “Y”
was op zijn manier charismatisch. De vorige president Bill Clinton was bij
uitstek een charismatische figuur en hij leidde de wereld. Het zelfregulerend en
het sturende element sluiten elkaar in de vrijmetselarij niet uit. Dit is de
utdaging van het management: het oplossen van de schijnbare
paradox.
In hoeverre wordt er gedelegeerd op
basis van vertrouwen, zonder veel controle en word je bedrogen, ofwel controleer
je meer, maar dan zal het individueel initiatief
verdwijnen.
Het volstaat mijn inziens dat er een
kader wordt uitgetekend, waarin ieders plaats is bepaald en meteen de
speelruimte de overblijft. Ik ben geen profeet, doch ik tracht alleen gelukkig
te zijn om gelukkig te maken.
r
Het
profiel van de A.M.
Wat is het juiste profiel van een A.M..
Ik durf het niet zeggen. Tenminste ik durf geen positief profiel geven. Dat laat
ik over aan de goede broeders°. en de lieve zusters°. die met meer talent
onderricht hebben gehad op dat vlak. Ik weet wel welke de tegenindicaties zijn
en ik weet dat de A.M. minstens emotioneel intelligent genoeg moet zijn, maar
waarin ik wel duidelijk en hard in wil zijn: geen juiste profiel, geen A.M…
sorry.
Zo geef jouw hart nooit aan een
werkplaats waar de A.M. iemand is die verslaafd is. Je kan verslaafd zijn aan zo
wat alles, drank drugs of gokken, en het is ook niet altijd evident of iemand al
dan niet verslaafd is. Maar er zijn criteria om dat uit te maken. Stel je zelf de volgende vragen: heeft
de A.M. de gewoonte om te drinken voor en na de zittingen? Heeft de drank
invloed op zijn tussenkomsten? Is de A.M. bijwijlen agressief? Heeft hij recent
een verkeersongeval gehad in dronkenschap en weigerde hij al dan niet de
bloedproef? Is hij bereid zijn drankprobleem bespreekbaar te stellen? Zou hij
doorgaan met drinken ook indien hij wist of moest weten dat dit een negatieve
invloed heeft op de werkplaats? Heeft hij al geprobeerd te stoppen?
Als je antwoorden hebt op deze vragen,
stel je dan op het standpunt van de opname van een nieuw lid en vraag je af of
je een profaan met dergelijke kenmerken zou opnemen in jouw midden? Is het
antwoord negatief, dan moet de A.M. er uit, ten minste hij dient (tijdelijk)
zijn functie neer te leggen. Er zijn geen verschoningsgronden die kunnen worden
ingeroepen om verder dergelijke last te dragen in de loge. Hier moet men zich
kordaat opstellen, en dat heeft niets te zien met een rebellie tegen het gezag
van de A.M. Men moet immers dag na dag, zitting na zitting verdienen om A.M. te
zijn.
Hetzelfde kan bevraagd worden inzake
drugsverslaving, pillenverslaving, gokverslaving. Misschien kijk je op van
hetgeen in nu durf neer te schrijven, maar maçons zijn “des aardes” en de
problemen in de loge zijn dezelfde als diegene in de profane
wereld.
Indien er een strafonderzoek lopende is
tegen een kandidaat A.M. of tegen een A.M. in functie, moet je niet willen voor
advocaat spelen van jouw B.°. of Z.°. in kwestie. Laat het gerecht haar werk
doen, en maan een kandidaat A.M. aan tot geduld, zijn beurt komt nog wel.
Is de A.M. in verdenking gesteld, roep
een C.O.D. samen en vraag de A.M. om de eer aan zichzelf te laten. Zo lang hij
niet veroordeeld is, geniet hij van het voorrecht van het vermoeden van
onschuld, maar een inverdenkingstelling zal hoe dan ook zijn tol eisen. De A.M.
zal niet voor 100 procent meer functioneren en de werkplaats zal er onder
lijden. Daarom is er een eerste Opziener°. die kan vervangen, zonder
pardon.
Is de A.M. definitief veroordeeld, om
wat het ook zij, dan is hij misschien nog LIBRE/VRIJ maar niet meer
PROBE/RECHTSCHAPEN. Stel je weer op
het standpunt van de profaan: mag een profaan met een dergelijke veroordeling
opgenomen worden in je midden? Is
het antwoord negatief, dan moet de A.M. er uit. Minstens is het geraden dat hij
zijn functie definitief neerlegt. De A.M. moet immers het voorbeeld geven op het
vlak van de moraliteit van zijn werkplaats. Gedenk de eed die de A.M. heeft
afgelegd, en je antwoord is vlug gemaakt.
Is de A.M. agressief in zijn relatie
met zijn partner? Zo ja, dan heeft hij een ernstig probleem. Voert de A.M. een
echtscheidingsprocedure, dan is het aangewezen dat hij voor de duur van die
scheiding zijn functies tijdelijk neerlegt. Hij moet immers zijn aandacht
besteden aan zijn profane zaken, die hem zo danig zullen opeisen dat zijn
maçonswerk er onder zal lijden. En dat laatste kan niet getolereerd worden. Is
hij agressief tegenover zijn kinderen en slaat hij hen? De reactie moet
duidelijk zijn: dit probleem dient eerst en vooral te worden opgelost voordat de
A.M. verder de moker kan dragen.
Is de A.M. chronisch ontrouw? Een
buitenechtelijke relatie hoeft niet steeds te betekenen dat de persoon in
kwestie chronisch ontrouw is, maar indien deze situatie zich bestendigt, moet de
A.M. verwijderd worden uit zijn functies. Relaties onderhouden met verschillende
vrouwen, en dan nog de moraalridder uithangen, deze vlieger gaat niet
op.
Komt hij in opspraak voor (seksuele of
agressie) problemen met kinderen, dan kan je niet hard genoeg zijn. Recent werd
er een maçonnieke veroordeling uitgesproken in L.D.H. werkplaatsen. De B.°. werd
publiekelijk terechtgewezen en verwijderd uit de loge. Zo hoort het nu
eenmaal.
Heeft de kandidaat A.M. een bazig
karakter en kan hij moeilijk met anderen omgaan? Zo ja, dan is dat geen goede
kandidaat. Spreek hem daar
vrijmoedig voor aan en zeg wat je denkt. Laat je niet vlooien met de belofte van
een of andere functie die je graag zelf zou willen doen, maar waarvoor andere
kandidaten misschien beter geschikt zijn: dit is immers corruptie binnen de
orde. Het is een verwerpelijke techniek, die meestal op korte termijn succes
behaalt, maar die op langere termijn dodelijk kan zijn voor de
groep.
En wees consequent wanneer je tot de
geheime stemming overgaat. Ik stimuleer niemand om zwarte bollen te werpen, maar
enige zwarte bollen kunnen de kandidaat of de A.M. bij zijn verlenging tot
nadenken brengen. Er is hier slechts één belang en dit is het belang van de
groep dat moet prevaleren boven het belang van de leden
individueel.
Het maçonnieke genootschap moet een
eerbare vergadering zijn. Indien de kandidaten voor een functie of de
officianten in functie niet over genoeg zelfinzicht beschikken, dan moeten
anderen hen hierbij helpen. En let op het zijn soms nog de meest verstandige die
zichzelf het minst kennen.
Maar tegenover een waardige A.M. moet
je loyaal zijn. Neem zijn complimenten dankbaar in ontvangst. Luister naar zijn
gedachten en respecteer zijn mening. Zijn mening is even belangrijk als jouw
mening. Toon jouw dankbaarheid voor alles wat hij voor de Loge doet. Zeg hem
duidelijk wat je van hem verlangt, doch concentreer je op jouw eigen
vervolmaking. Besef tenslotte dat je zelf niet volmaakt
bent.
r
Un
franc-maçon libre dans une loge libre.
Dit
is een van de zeven principes die wij aanvaard hebben in onze Grootjurisdictie.
Ik som deze principes nog eens voor je op:
‘Régularité
des origines : chaque Grande Loge ou Juridiction
nationale doit avoir été dûment et régulièrement constituée par une autre Grande
Loge reconnue ou par au moins trois Loges justes et parfaites ou Triangles
dûment installés.
‘Le
symbole adogmatique du Grand Architecte de l'Univers est présent dans tous les
Ateliers.
‘Tous les Initiés doivent
prendre leurs obligations sur le volume
de la loi sacrée ouvert, sur le livre blanc ou sur tout
autre livre de la religion du Récipiendaire, bien en vue, ce qui signifie que la
Révélation qu’il transmet authentifie le Serment de l'individu qui est initié.
‘Tous les membres de la
Grande Loge et de ses Loges doivent être composées d'hommes et de femmes initiés dans
une loge juste et parfaite.
‘La Grande Loge,
souveraine sur toutes les Loges de sa
juridiction, doit être seule responsable de ses décisions, qu’elle prend en
toute autonomie. Elle exerce une autorité incontestée sur les travaux des degrés
symboliques (Apprenti, Compagnon et Maître Franc-Maçon) de sa juridiction. Elle
ne doit en aucun cas être divisée ou partager son autorité avec un Suprême
Conseil des Hautes Grades, même du Rite de Misraïm ou de Memphis, ou avec toute
autre puissance prétendant contrôler ou superviser ces degrés.
‘Les
Trois
Grandes Lumières de la
Franc-Vrijmetselarij, nommément la Règle, l'Équerre et le Compas, doivent
toujours être exhibées lorsque la Grande Loge ou ses Loges travaillent.
‘Toutes
discussions touchant la conviction Politique
ou la Religion
individuelle sont strictement interdites en Loge. ‘
r
Het
deelwoord FRANC is niets anders dan vrij. In het Nederlands spreken wij ook van
VRIJmetselars, met de nadruk op het deelwoord VRIJ.
Vrijheid is
de hoedanigheid die de profaan nodig heeft, samen met zijn eerbaarheid, om
opgenomen te worden in de vrijmetselarij. Dit is overal het zelfde. Nu beweren
vooral reguliere broeders dat er van bovenvermeld principe geen sprake kan
zijn.
Precies
daarom moet de neofiet zijn vrijheid opgeven wanneer hij toetreedt tot de
vrijmetselarij. Welnu, ik heb dat zelf toen ik destijds werd ingewijd, nooit zo
begrepen.
Vrijheid is
de eerste opdracht van een werkplaats. Los van de beroepservaringen of de
individuele geestelijke overtuiging, de maçons zullen zcih onder elkaar
beschouwen als vrij en gelijkwaardig. In 1723 aanvaardde de Engelse
Vrijmetselarij het nieuwe boek over de constituties opgesteld door Br. Anderson.
Deze constituties werden toen als modern beschouwd.
Het
eerste artikel ging als volgt "Un
maçon ne sera jamais athée stupide, ni libertin irréligieux, ni n'agira à
l'encontre de sa conscience. Si par le passé les Frères étaient tenus de se
conformer aux coutumes de chaque pays, ils sont maintenant astreints d'adhérer à
cette religion sur laquelle tous les hommes sont d'accord (laissant à chaque
Frères ses propres opinions), c'est-à-dire d'être hommes de bien et loyaux,
hommes d'honneur et de probité, quels que soient les noms, religions et partis
politiques qui aident à les distinguer".
Dit
eerste artikel geeft de mens als individu het recht op zijn eigen mening,
om
de andere maçons te verrijken. Dit is het maçonniek credo : jouw
onderscheid verrijkt mij.
Maar
ook vrij zijn in zijn eigen loge.
De
wederprestatie voor die vrijheid is de arbeid, de vervulde
plicht.
De plicht
in de vrijheid is een lange weg van de leerling naar de tolerantie toe, de
stilte en de luisterbereidheid naar anderen toe. Zich open stellen, iets
bespreekbaar stellen, delen en een oor hebben voor
anderen.
Dit is
hetgeen mij van in het begin in de vrijmetselarij is opgevallen : hoe goede
broeders kunnen luisteren naar elkaar. Zij beogen geen hoogoplopende discussies
onder elkaar. Niemand kraait er zijn gelijk uit. Iemand laten uitpraten totdat
hij zijn volledige mening heeft kunnen zeggen.
In de
vrijheid van de maçonnieke arbeid ligt de initiatieke weg. Het begin. Zo ontdekt
de maçon zijn vrijheid van spreken. Stap na stap, steen na steen. Hij ontdekt
dat hij ook de tijd heeft om na te denken. Om niet te spreken. Dat er tijd is om
maçonniek te rijpen. Stilte maakt de mensen in de communicatiemaatschappij bang.
Zij kennen dat niet-communicatiemiddel niet meer. Zij kennen de weldaad niet
meer van de stilte.
De
gemeentelijke autonomie is in ons land historisch gegroeid met de opkomst van de
steden en de ganzesteden. Dat zit zo diep in ons volk dat het nog steeds de
politiek regulariseert naar de gemeentelijek autonomie.
Sociologisch
gaat de voorkeur uit naar het lokale, het kleine, de schaalverkleining. Wij
wereken in de vrijmetselarij met kleine groepen en willen dat die groepen zoals
onze steden vroeger autonoom zijn en blijven.
’Un maçon
libre dans une loge libre’ is een aphorisme. Het is het beeld van hetgeen is zo
juist kwam te beschrijven. Zelfs
indien de loges gefedereerd worden in een grootloge, dan nog blijft het
individuele recht op vrijheid gegarandeerd. De gedachten blijven vrij !
Neen dus aan de exoterische macht.
’Un maçon
est libre, sa loge aussi.’
r
Is de Vrijmetselarij een
godsdienst ?
Ik zou je daar vroeger van meetaf aan
negatief hebben op geantwoord. Nu aarzel ik en denk ik na. Natuurlijk wil ik dat
de vrijmetselarij geen godsdienst is, maar is dat
voldoende ?
Wanneer wij in de meeste oudere werken
lezen dat de Officianten Dignitarissen in feite priesters zijn met elk hun
onderscheiden plaats en symbolen, en dat de vrijmetselarij god dient en de
individuele maçon leidt naar het licht of het aanvaarden van de opperbouwmeester
van het heelal, dan moeten wij nadenken. De Koninklijke Kunst is voor deze
maçons niets anders dan het priesterschap. De drie lichten zijn de
hogepriesters, waarbij de A.M., uit wie het licht vanuit het oosten schijnt, de
vertegenwoordiger is van de opperbouwmeester in de loge.
Nietegenstaande dit alles ben ik bereid
aan te nemen dat godsdiensten een middel zijn terwijl de vrijmetselarij een doel
is. Het doel is het individueel en collectief geluk gestoeld op de eerste
maçonnieke plicht om goed te doen omwille van het goede zelf en niet omwille van
een godsdienst.
Daarom moeten wij op zoek gaan naar de
roots van de vrijmetselarij die waarschijnlijk veel verder liggen dat hetgeen in
de Egyptische periode gecodificeerd werd. Het gaat over een oerreligie. Het gaat
bovendien om iets die ik gemakshalve de metareligie, naar analogie met de
meta-ethica, noem. Ik weet zelfs
niet of deze term wel goed gekoezen is. Maar de term is bruikbaar en zal
gaandeweg in dit werk zijn uitdrukking en betekenis
vinden.
Wij gaan stilstaan bij onze enige bron
die wij nog hebben van deze oerreligie,
namelijk de Egyptische perioden oa. via de Bijbel. Daaruit hopen wij te
leren waarover het allemaal gaat. Wij zijn op zoek naar het verre verleden, naar
de atavistische drang tot religie in onszelf, naar het archetype. Wij zijn ook op zoek naar de
toekomst, naar de zin en het nut van ons bestaan.

TWEEDE BOEK
Wat met de
hermetiek ?
De vrijmetselarij heeft steeds een van
de hermetische wetten in zich bewaard: namelijk wat boven is, is gelijk aan wat
beneden is. De maçons zien dat letterlijk : allen zijn leerlingen gebleven,
wat er op moet wijzen dat allen gelijk zijn, hoe hoog zij ook staan op de
initiatieke ladder.
Hoe de Egyptenaren deze wet ervaarden
is reeds voldoende beschreven in talrijke werken. Ik verwijs de lezer naar de
soms verbazingwekkende stellingen die vandaag de dag ontwikkeld worden, en die
dank zij de artificiële intelligentie bewezen worden. Ik heb het over
astrologie.
Maar in de
Egyptische renaissance - of noem ik het romantiek of egyptomanie? - was er
niet veel bekend over dit volk van bouwers dat er in geslaagd was om hun
bouwwerken duizenden jaren te laten overrijnd staan en die bovendien hun
geschriften aan de eeuwigheid hebben kunnen meedelen. Bovendien was in die
periode waarin de zoektocht naar het oude Egypte werkelijk een romantische
hoogvlucht kende, nog niets bekend over dat blijkbaar magisch geschrift dat wij
hiëroglyfen noemen.
In die
periode ontstonden, gezamenlijk met deze interesse naar het oosten, diverse
groeperingen die zich rond een of andere Egyptische Ritus schaarden. Sommigen
stellen dat de Egyptische hermetiek steeds bestaan heeft en zich onderhuids in
kleine cellen heeft voortgeplant. Wie zal dit bewijzen ? Omdat de
boekdrukkunst precies te weinig lang geleden is uitgevonden kunnen wij moeilijk
spreken over de periode van voor de boekdrukkunst. De weinige boeken die er
waren, zijn door de clerus vermenigvuldigd en bewaard, en wellicht soms
vernietigd.
Een
belangrijk document is het werk van historicus en Misraïmbroeder Clavel, genoemd ‘L’Histoire Pittoresque
de la Franc-maçonnerie’ van 1843. Dit is een bron van de Egyptische Ritus.
Clavel schreef : « Les degrés d’instruction de Misraïm étaient
empruntés de l’Ecossisme, du Martinisme, de la Maçonnerie Hermétique et des
différentes réformes autrefois en vigueur en France et en Allemagne ». Dit
werk is wellicht partijdig opgesteld in het voordeel van Misraïm.
Nochtans legt
Clavel de oorsprong van de Ritus van Misraïm in Italië. Indien je het standpunt
van Marc Bédarride vergelijkt over de geschiedenis van de orde, dan moet de
stichter wellicht zijn vader geweest zijn : Gad Bédarride, die geïnitieerd werd in 1782 te Cavaillon, door de wijze Patriarch
Ananiah, Groot Egyptisch Conservator. In het graafschap Venaissin waar de
Bédarrides woonden, waren de Rite des Elus Cohen de Martinez de Pasqually, en de
Rite des Illuminés de Pernety en de Rite Ecossais Philosophique zeer verbreid en
hebben wellicht invloed gehad. Volgens Clavel waren Lechangeur, de Tassoni en De
Lassalle de stichters van Misraïm.
Hij vermeldt
ook Cerbes als stichter, doch studie heeft uitgewezen dat Cerbes Groot Meester
was in Milaan en geen stichter van Misraïm.Hij heeft aan Michel (en niet Marc)
Bédarride tenslotte een charter gegeven, dat de opening van een Grootloge in
Frankrijk mogelijk maakte. Inderdaad, een Grootloge wordt regelmatig opgericht
indien zij door minstens drie loges wordt opgericht, of erkend wordt door een
andere grootloge. Dit laatste is precies gebeurd door
Cerbes.
Een andere
bron was de Afrikaanse
vrijmetselarij van CRATA REPOA, van von Kôppen en von Hymmen.
De
egyptomanie ontstond gaandeweg. Een element hiervan vinden wij reeds in het werk
Kircher (1652) Oedipus Aegyptiacus.
Abt
Terrasson, hellenist en academicus,
gaf reeds in 1728 een pseudo initiatieke roman uit : Sethos of het
leven uit monumenten en oud Egyptische anecdoten. Oude Egyptische initiaties
werd er op een denkbeeldige wijze in verwerkt.
Maar ook de
abt ROBIN heeft in 1779 een belangrijk werk over de inwijdingsritualen
geschreven, genaamd RECHERCHES SUR LES INITIATIONS ANCIENNES ET MODERNES.
Volgens Robin zijn er altijd en overal
bij elke volkeren geheime genootschappen geweest. Deze genootschappen
bewaarden belangrijke waarheden. Wanneer wij vandaag de dag vaststellen dat de
U.S.A. zogezegd omwille van het terrorisme het publiekelijk wetenschappelijk
onderzoek aan banden legt, zal er op termijn wel een orde gesticht worden die
zal zorgen voor de traditie van de wetenschappen en hun waarheden.
Robin staat
een moment stil bij de Egyptenaren, waarvan hij beweert dat haar priesters
leefden in onderaardse gangen, terwijl zij een arbeidsvol bestaan kenden, en
neofieten inwijdden in hun symboliek en kennis via de initiatie. Volgens Robin
waren de Egyptenaren bekend omwille van hun eruditie inzake astronomie,
scheikunde en mechanica, maar ook omwille van de zuiverheid van hun moraal, en
de wijsheid in hun legislatuur. Daar waar de vrijmetselarij niet langer een
leerschool is van exacte wetenschappen, wat zij destijds wel geweest is, blijft de Vrijmetselarij als belangrijk
aspect haar morele waarden propageren. De zuivere moraal is nog steeds het
leidmotief van de maçonnieke precepten. Van uit dat oogpunt is de Vrijmetselarij
reeds door de Egyptische traditie beïnvloed. Alleen werden er volgens Luc Van
der Kelen in een interview in de Knack begin 2002 alleen nog in de negentiende
eeuw wetten bedacht in de loges, en nu niet meer omwille van de ideeënarmoede
die er heerst. Op dat vlak scoort de Vrijmetselarij niet meer en dat is
jammer.
Voor velen
hadden destijds de hiëroglyfen een magische symbolische kracht. Een afbeelding
van een leeuw was gevaarlijk, want niets belette dat deze uitgebeelde leeuw
plots zou bijten. Een afgebeelde slang, symbool van de kracht in Egypte, werd
ervaren als een gevaarlijk dier dat plots kon uithalen.
Godsdiensten
bestrijden elkaar. Vandaag de dag geloven sommige volgelingen van de
Pinkstergemeente dat symbolen van andere godsdiensten
ongeluk
brengen. Meteen erkennen zij de kracht van deze symbolen, maar kleuren deze
kracht negatief in.
Grijpen wij even terug naar de CRATA
REPOA zoals die in 1760 (sommigen zeggen 1770) op schrift is gesteld en in het
grootste geheim circuleerde. Het betreft een Egyptische initiatie in de oude
Egyptische mysteries. De Crata Repoa verscheen voor het eerst in Duitsland,
zonder auteur noch uitgever. Nochtans was het werk vertaald geworden door von
Koppen en von Hymnen en Crata repoa is een anagram voor CATAR OPERA: Catar staat
voor hetgeen puur is. Denken wij maar aan het woord Catharsis of de zuivering en
de Catharen die zichzelf als zuivere mannen beschouwden. Repoa staat voor Opera:
het werk, in het Frans l’oeuvre. Samengesteld betekent dit ‘het zuivere werk’.
Het is a.h.w. de Egyptische traditie zelf. Het boek werd ook “silence of the
Gods” genoemd, refererend naar de oude traditie. Het boek beschrijft een oude
initiatie dat in de Grote Pyramide zou zijn opgevoerd. Men hanteerde een
geheimtaal: het Ammaniana.
Ik beschouw het als een van de
belangrijke bronnen van de hedendaagse Egyptische vrijmetselarij, van daar het
belang van een klein onderzoek naar dit fenomeen.
De orde van de Afrikaanse Architecten,
of ook de Afrikaanse Broeders genoemd, zijn gekend onder de Ritus van Crata
Repoa. Opgericht in 1767 in Pruisen, onder de auspiciën van Frederik II. De
Grootmeester was niemand minder dan Br. Van Koppen, ook lid van de Strikte
Tempel Observantie. In Pruisen werden er zeven graden genstalleerd. In Frankrijk bestond de Ritus tussen
1770 en 1778, en was gestructureerd op basis van 11 graden. Het was de
zogenaamde Ritus van Crata Repoa van Br. Bailleul. Wij vinden er de triade
Osiris –
Isis – Horus terug. Dit systeem had tot doel de geheimen van het oude Egypte te
reveleren en de alchemie in ere te herstellen.
r
Crata Repoa is de titel van de Constitutie van de
Masonic Order of African Master Builders, die werd gesticht door K.F. Köppen in
de jaren zeventig van de achttiende eeuw en dit als een reactie op de Stricte
Observantie in Berlijn. Volgens de legende was de Bijbelse Ham de eerste Groot
Meester van de orde, later opgevolgd door de tot het christendedom bekeerde
Essenen, die de hoeders werden van de Crata Repoa. Het boek beschrijft zeven
graden. Dit systeem werd dus gesticht in Berlijn en zwerfde uit naar zuidwest
Frankrijk en Rusland. Naast het Duits is het werk destijds uitgebracht in het
Frans en het Russich. In Bordeaux was er een vertakking die de Ritus toepaste.
Broeder Kûhn, die perfect Duistalig en Franstalig was - was diegene die de Ritus
in Frankrijk vulgariseerde. Hij was handelaar en kon dus veel reizen, hetgeen
hem toeliet om loges te stichten.
Volgens deze initiaties werden enkel
besneden mannen toegelaten. Zij werden maanden in kerkers ondergebracht, met een
minimum aan eten en drinken, als beproeving. Daarna ondervroeg men de neofiet,
en bracht men hem naar de galerij met de zuilen van Hermes, waarop zinnen
stonden die de neofiet van buiten diende te leren. Als hij dat kon, werd hij
ondervraagd door de Thesmosphores, gewapend met een grote zweep, die stond voor
de poort van de tempel. Men bracht de neofiet geblinddoekt onder de tempel in
het labyrint onder de tempel. De
neofiet werd gebracht voor de poort van de mannen. Thesmosphores raakt de
jongste leerling – die ook aan de poort stond - aan de schouder en dit was het
sein om deze leerling de neofiet binnen in de Tempel te laten aankondigen.Hij
klopte eerst aan de poort. De neofiet werd voor de open poort getuileerd. Indien
hij voldeed, werd hij geblinddoekt binnengeleid. Hij werd opnieuw door de
Hierophant ondervraagd, waarop men de neofiet deed reizen in ruimte van
Birantha. Hij werd opgeschrikt door artificiële bliksems en
donderslagen.
Toen las de Menies of de lezer van de
wetten ( zou dit dan de redenaar zijn?) De constitutie van de Crata Repoa voor.
De neofiet diende de eed van getrouwheid af te leggen: met het hoofd ontbloot,
doch verder geblinddoekt werd de neofiet voor de Hierophant gebracht en met de
punt van het zwaard op de keel werd de eed
van trouw en discretie afgelegd. Men riep de zon, de maan en de sterren
is als getuigen van deze eed. De blinddoek werd afgenomen. Men bracht de neofiet
tussen de kolommen of de BETILIES genaamd. Daar stond een ladder (bij de
christenen is dit de Jakobsladder) met zeven treden, en een andere allegorisch
constructie met acht verschillende poorten van verschillende afmetingen. De
Hierophant legde deze symbolen uit. Daarna liet men de neofiet op de ladder
klimmen, en legde men hem de symbolen trapsgewijs uit. Men wees hem er op dat de
namen en de hoedanigheden van de goden een geheel andere betekenis hadden dan
diegene die de gewone sterveling kent.
Toen onderwees men hem in de ware
oorzaak van bliksem en donder, de
oorsprong van de wind, de anatomie van de mens, de geneeskunst, en de farmacie.
Men onderwees ook de symbolisch taal en de hiëroglyfen.
Het paswoord werd gegeven: Amoun, wat
betekent wees discreet. Er werd een aanraking onderwezen. Aan de neofiet werd
een zwaard gegeven, met aan het handvat een afbeelding van de piramide, en hij kreeg een schootvel of XYLON
genoemd. Hij werd de nieuwe tempelsluiter of
Thesmosphorus.
Tot zover een getuigenis van de oude
Egyptische mysteries en de hermetische traditie. Dit rituaal was in principe
bedoeld voor mannen.
Gedurende één jaar werd de
Thesmosphorus voorbereid om Neocoris te worden. Toen werd hij in een duistere
kamer, Endimion genoemd, gebracht waar hij werd qua eten en drinken goed bediend
door mooie dames, teneinde weer op kracht te komen. Het waren de echtgenotes van
de priesters en zelfs maagden-priesteressen. Hij werd verleid doch diende aan de
verleiding te weerstaan om te slagen. Indien hij slaagde werd hij opnieuw
ondervraagd over de kennis die hij ondertussen had opgedaan. Hij werd dan in de
vergadering gebracht waar hij overgoten werd met water om hem te
zuiveren.
Een gouden slang werd op hem gelegd.
Hij diende in een kamer te komen waar er overal (ontgifte) slangen zaten. Indien
hij zich moedig gedroeg werd hij
tussen de beide kolommen (genoemd Oosten en Westen) gebracht. Daar stond een
symbool van de zon, en een triskel of swastika wiel met drie (vier) tanden, als
symbool van de seizoenen (Egypte kent slechts drie seizoenen, terwijl in West
Europa er vier seizoenen zijn). Hij werd onderwezen in de leer om de
overstromingen van de Nijl te berekenen, hetgeen voorbehouden was aan de leden
van de sekte. Hij kreeg lessen in architectuur en meetkunde.
Hij ontving het symbool van de graad:
een staf met een slang. Het woord
was: EVA. Het teken van de graad was de armen gekruist op de borst. Zijn
taak bestond er in de kolommen te wassen.
r
Wij moeten toch voorzichtig zijn met
wat het begrip traditie dekt. Wat is de oudste traditie? Wat is oud en wat werd
er gaandeweg aan toegevoegd?
Soms zweren maçons trouw aan
traditionele elementen van de ritualen terwijl uit een studie blijkt dat deze
specifieke elementen negentiende-eeuwse toevoegingen zijn aan een veel ouder
rituaal. Ik verwijs hier naar de negentiende eeuw en de symboliek van de spiegel
bijvoorbeeld. Wat is er dan verkeerd om recentere toegevoegde elementen in vraag
te stellen? Trouwens hierdoor wijzigt men de ware aard van de vrijmetselarij, de
hermetische traditie niet.
Soms moet je je als een kind laten
verwonderen door de symbolen en de dubbele, driedubbele en zelfs meervoudige
betekenis die de symbolen kunnen hebben. Wanneer de katholieke priester de
hostie boven de kelk toont aan de menigte,
zie je deze hostie in de
vorm van een cirkel. Het is als het ware de zon als element vuur boven de kelk
met wijn als vloeiend element. Maar zo zien de katholieken dit gebaar evenwel
niet, maar hebben wij dan ongelijk?
“Het licht schijnt ook in de diepste duisternis” ("la lumière brille MEME dans l'obscurité la plus profonde") is een zin die steeds aan het einde van het rituaal in de Federatie van Le Droit Humain wordt voorgelezen. De vraag is of de leden van de Opperraad gelijk hadden deze zin verplichtend in te voegen inde ritualen in plaats van de redenaar te laten lezen in de opening van het rituaal: “ het licht schijnt in de diepste duisternis ("la lumière brille dans les ténèbres les plus profondes") of “het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het licht niet gegrepen” ("la lumière brille dans les ténèbres et les ténèbres ne l'ont point reçue").
Dit woord “ook” of in het Frans “même”
wijst op een absolute tegenstelling. En dat is juist, want hoe donkerder de
duisternis, hoe beter het licht wordt ervaren. Maar deze zin door de Opperraad
ingevoerd, is niet terug te vinden in de vroegere ritualen van de achttiende en
de negentiende eeuw, meer nog deze zin blijkt niet uit de ritualen ingevoerd
voor de Aloude Aangenomen Schotse Ritus - overigens door de Federatie wordt
gebruikt bij exclusiviteit, behoudens enkele werkplaatsen in Frankrijk die met
de EmulatieRitus werken – en in 1877 gecodificeerd en aangenomen tijdens het
Convent van LAUSANNE.
Deze zin is dus duidelijk jonger.
Vandaar een goed voorbeeld waarom wij voorzichtig moeten zijn met het begrip
traditie en wat de traditie inhoudt.
Bijvoorbeeld waren er in de primitieve
Ritus van de Graad van het Rozen Kruis in de vijfde graad drie seizoenen,
refererend naar de seizoenen in Egypte en werd deze Ritus in de negentiende eeuw
gemoderniseerd en werden het vier seizoenen. Er is niemand die daarover ooit
gevallen is en toch werd het rituaal aangepast aan het klimaat in West-Europa (
zie J.M. Ragon in Ordre Chapitral
Nouveau Grade de Rose-Croix blz.
2).
Los van hetgeen sommigen denken, die
eigenlijk de ritualen willen blokkeren en zich verzetten tegen elke wijziging,
hebben de ritualen in het verleden steeds het voorwerp uitgemaakt van
wijzigingen. Dit is steeds zo geweest, tot spijt van wie het benijdt. Sommige
elementen die wij beschouwen als inherent aan de Vrijmetselarij, zijn ooit als
innovaties ingevoerd geworden.
Getrouw zijn aan de traditie (nochtans
steeds aanwezig sinds Anderson) betekent niet dat je trouw moet zijn aan iedere
letter. Het is pogen een
traditioneel idee steeds te verwoorden in een taal die aangepast is aan de tijd
waarin zij wordt gebruikt. Vergeet ook niet dat wij sinds de tweede wereldoorlog
aan onze derde spelling bezig zijn. Dit zegt genoeg over de evolutie van onze
taal. Een taal hanteren die duidelijk te oud is, is niet plechtiger zoals
sommigen dit willen doen geloven. Bovendien is die oude taal meestal slecht
vertaald uit het Frans. Ik huiver.
De oude ritualen die verlaten worden,
vergaan niet omdat zij steeds terug te vinden zijn in bibliotheken. Het zijn dan
archiefstukken, maar zij blijven een betekenis behouden voor de onderzoeker die
ze als studieobject bestudeert. Zij zijn echter niet meer
levend.
Wanneer een rituaal niet meer aangepast
wordt aan de steeds bewegende tijd, verwordt het gewoon tot folklore. En dat
hebben wij zat in het profane leven. Dan wordt een vereniging die dergelijke
ritualen hanteert op haar beurt folklore. Onze geliefde broeder Hiram die sterft
en verheven wordt lijkt mij loutere folklore te zijn. Dat gegeven is gewoon niet
ernstig meer te noemen.
Traditie slaat dus enerzijds op een
geestesgesteldheid, een houding, maar niet op de wijze waarop men zich uitdrukt.
Voorzeker houdt een innovatie een risico in. Het innoverende kan na verloop van
tijd eerder een anachronisme zijn, of een dermate storende tegenstelling. Maar
dat wil niet zeggen dat wij tegen de innovatie moeten zijn. Behoudsgezindheid
leidt naar een zekere vorm van sclerose, een overwinning van de dood op het
leven, het plaatsen in formol in
een bokaal op een plank van een museum. De loges die werken aan de vooruitgang
van de mensheid hebben per definitie een probleem met het begrip
traditie.
r
Gaan wij nu even terug naar de Crata
Repoa. De neofiet werd er Melanephorus genoemd, en werd gebracht voor de poort
van de dood. In het voorhof stonden grafstenen en mummies. Dergelijke
afbeeldingen stonden er op de muren geschilderd. Wij zijn in het mortuarium: het
Osirion. In het midden stond het graf van Osiris. Osiris werd afgebeeld op het
ogenblik dat hij pas werd vermoord. Er waren nog
bloedsporen.
Onmiddellijk werd hij ondervraagd over
zijn vermeende medeplichtigheid in de moord. Na zijn negatief antwoord werd hij
overmeesterd door twee Tapixeytes (grafdelvers). Hij werd gebracht bij de andere
in het zwart geklede Melanephori. De koning (Seth?) Zelf ontving de neofiet met
gratie, en stelde hem voor om een kroon te dragen, indien hij zich niet wilde
onderwerpen aan de proeven die hem zouden worden opgelegd. De neofiet besefte
dat hij de kroon diende te weigeren en wierp die op de grond waarop de koning
riep: “moord, verraad”! Hij sloeg de neofiet zacht met de hakbijl op het hoofd,
de twee Tapixeytes deden de recipiënt achterover vallen, en omwonden zijn
gezicht met linten zoals een mummie. Men legde hem op een draagberrie en bracht
hem in het Heiligdom van de Geesten.
Men plaatse de neofiet als een dode en
omringde hem met kaarsen. Een tribunaal verscheen. Men opende zijn mond. Hij
werd streng ondervraagd, maar kreeg de kans niet om te antwoorden. Hij werd
veroordeeld tot de kerker. Daar werd hij ondergebracht en ontdeed men hem van de
linten. Hier ontving hij nieuwe instructies: nooit bloeddorstig zijn en steeds
de leden van de orde helpen in geval van nood. Hij werd onderricht in de
schilderkunst, en het mummificeren. Hij kreeg verder onderricht in alle soorten
wetenschappen.
Het teken van de graad was een soort
kus waarbij de kracht van de dood werd onderstreept. Het woord was Monach Caron
(ik tel de dagen van woede). De neofiet werd dagen in de kerker ondergebracht
totdat hij het bewijs leverde van in staat te zijn in waardigheid een hogere
graad te bekleden: Parakiste of Heroi. Zoniet bleef hij eeuwig in de
kerker.
Dit rituaal sluit veel dichter aan bij
de Egyptische Mysteries. Het is allesbehalve Judaïstisch. De verheffing is er
ook niet. En voor een goede verstaander is deze verheffing in de hogere graden
zelfs overbodig, want in de vierde graad is Hiram (blijvend) gestorven. Ik denk
dat de verheffing bovendien een innovatie, geïnspireerd door het Christendom, is
geweest en dit tegenover de oorspronkelijke Hermetica.
Misschien is er nog een reden om de
verheffing af te schaffen, en dit omdat zij in de Schotse rits van 33 graden
ritualistisch overbodig lijkt.
Bovendien schrikt deze verheffing veel nieuwe meesters af. Het treft hen
soms zozeer dat zij argwanend zijn tegenover de hogere graden. Soms zijn zij nog
meer verschrikt van de Ritus van Memphis, omdat er 99 graden zijn, of driemaal
33. Alleen al om deze goede maçons tot rede te brengen is uitleg
nodig.
De ideeën achter het rituaal in de
derde graad van Crata Repoa spreekt wel aan: Het is Seth, de moordenaar van zijn
broer die als koning de neofiet probeert om te kopen met een gouden kroon. En
wanneer die weigert, roept Seth moord en verraad en wordt de ongelukkige
veroordeeld door de rechtbank tot de kerker. Het Tribunaal, in dienst van de
koning, is allesbehalve rechtvaardig, want de neofiet is onschuldig voor de
moord van Osiris en toch wordt hij veroordeeld. Na achttien maanden, toen de
tijd van de woede voorbij waren werd hij ingewijd in de vierde graad, een soort
wraakgraad. Uiteindelijk gaat het in totaal over zeven graden, en de houder van
de zevende graad is Propheta of diegene die de mysteries kent: in het wit
gekleed ontving hij een kruis…
Het rituaal van de derde graad leert de neofiet om
voorzichtig te zijn, maar ook om zijn lot dat hij niet beheerst, met moed te
dragen. Hij beseft dat zij lot soms van anderen afhangt, en dat hij wordt
geleefd in plaats van te leven. Dit is een universeel gegeven dat nog steeds
vandaag de dag actueel is. Het is des mensen. Bovendien is het rituaal passend
voor zowel mannen als vrouwen. Het is met andere woorden
universeel.
r
In de
achttiende eeuw hebben wij het discours van Ramsey, wat welbekend is, maar nog
door bijna geen enkele hedendaagse maçon is gelezen. Het zelfde kan gezegd
worden van de geschriften van Anderson. Welnu beide geschriften verwijzen naar
de oude Egyptische Mysteries…
Ik vraag mij
soms af wat de onwetende liberale maçon hierover zou denken indien hij de beide
werken had gelezen. En er is geen reden meer om dit niet te doen, nu de
verschillende teksten zo maar van op het internet te plukken zijn. Van de rede
van Ramsay zijn er bij mijn weten drie verschillende versies beschikbaar.
Hetgeen wij nu in de Egyptische Ritus doen zal dan wel niet meer zo belachelijk zijn… of lacht men zoals
de dwaze en onnozele ?
‘Il ne faut
jamais réveiller l’Egyptien qui sommeille en moi...’ hoor ik ze soms
binnensmonds denken, alsof men bang is van zijn eigen ik. Bang van zichzelf,
maar ook bang tegenover de anderen in de groep van te moeten zeggen dat zij door
hun ouderdom ook niet meer zeker zijn dat er niets bestaat, en dat zij ook niet
weten waarom ze hier en nu zijn. Bang om te moeten toegeven dat alle symbolen
van de Vrijmetselarij uit het religieuze zijn ontstaan. Bang om tenslotte te
moeten beseffen, dat men niet altijd alle gelijk aan zijn kant heeft.
Het gelijk
heeft immers twee kanten, zoals de balans van Maât. Hoe het gelijk is, is van
geen belang. Het is het evenwicht dat men dient te bewaren dat de essentie van
alles is. Noch de Schotse, noch de Egyptische meester heeft gelijk. Zij zijn
beiden bezig met zichzelf te vervolmaken en beoefenen de vrijmetselarij omwille
van het goede. Wie dat niet begrepen heeft, diende niet ingewijd te worden.
Enkel een evenwichtige houding - die er in bestaat elkaar te tolereren en
verdraagzaam te zijn jegens elkaar - kan
een goede oplossing bieden. Meer nog, wij zouden elkaar moeten helpen en
in solidariteit onze gebouwen voor elkaar moeten openzetten tegen redelijke
huurprijzen.
r
Er zijn nog
andere bronnen van de Egyptische Ritus die het vermelden waard zijn : het
zijn tenslotte in onbruik geraakte hogere graden en ordes waarvan de ritualen
werden overgenomen. Ik verwijs naar de Rite de la Grande Loge des Maîtres
Réguliers de Lyon, de Rite de la
Mère Loge Ecossaise de Marseille, de Rite du Chapitre Métropolitain de France,
de Rite de Perfection, de Rite Adonhiramite. Ik verwijs naar het goede boek
daaromtrent van de negentiende eeuwse schrijver J.M. Ragon, die in Brugge werd
geinitiëerd. Zij werk draagt de titel ‘Tuileur Général de la Franc-maçonnerie’.
In dit boek kun je de ritualen nalezen en zelfs vergelijken met de hogere graden
van de Egyptische Ritus.
Een argument
tegenover het feit dat discipelen van de Schotse of Franse Ritus gemeenzaam
lachen met het grote aantal graden in Memphis, is misschien het feit dat
hierdoor bepaalde graden bewaard zijn gebleven en dat de Egyptische Ritus
derhalve een historische waarde heeft als conservator van Riten, hetgeen hun
respectievelijke ordes niet hebben, tot spijt van wie het benijdt. Tenslotte is
hij die lacht om iets meestal onwetend.
Tenslotte is
de context waarin alles gebeurd is het vermelden waard : enerzijds de mode
op dat moment, wat wij nu de egypyomanie zijn gaan noemen, maar ook de
veldslagen van Napoléon in Egypte, die zijn nederlaag verkocht als een
overwinning. De opera van Mozart « de toverfluit » evoceert oude
Egyptische mysteries. Sommigen fragmenten zoals « in diesen Heiligen
Hallen » mag volgens sommigen in de Schotse Ritus niet ontbreken op een
inwijding. Maar ook schrijvers van Franse Encyclopedieën hebben hun invloed
gehad. En dit heeft later ten slotte ook Gérard de Nerval beïnvloed in zijn boek
‘Voyage à l’Orient » waar hij de hirammythe, eigenlijk een Osirismythe,
romaniseert.
Men heeft
tijdens de Franse Revolutie diverse pogingen ondernomen om een nieuwe godsdienst
te willen maken, gebaseerd op de oude Egyptische Mythen, hetgeen later werd
overgedaan onder invloed van de Oostenrijkse Thuleloge door de Nasi’s in
Duitsland, waarin het opzet wel is geslaagd met alle gevolgen van dien.
Overigens was de nieuwe staatsgodsdienst van het derde rijk in Duitsland
gebaseerd op de Duitse
vrijmetselarij en de ridderthematiek. Het Thulegezelschap was overigens
onrechtstreeks beïnvloed door Helena Blavatsky. Zij werd naar het verluidt als
eerste vrouw ingewijd in de Ritus van Misraïm in Italië en heeft via Annie
Besant veel invloed gehad in de Federatie van Le Droit Humain. Zo zie je dat de
wereld klein is.
Ten slotte
wordt Annie
Besant geassocieerd met Dr. Baron, en Julius D'Evola (beticht voor
oorlogsmisdaden) en via D'Evola met Benito Mussolini, "Il Duce".
Zij bekwam dat Mussolini artikels
schreef in haar magazine "Star of The Herald of the East", wat een orgaan was
van de theosofisch gezelschap dat de "Messias Jiddu Krishnamurti” ondersteunde.
r
Aan Annie
Besant, destijds haar leven lang lid van L.D.H. zoals haar dochter trouwens,
werd via de filiatie van de Egyptische Ritus van de theosofen, waartoe Besant
behoorde en waartoe in het begin een groot deel van le Droit Humain behoorde,
een patent van de Ritus van Memphis overhandigd. Reginald Gambier Mac Bean kende
Annie Bessant zeer goed, toen zij nog voorzitster was van het theosofisch
genootschap. In 1913 in Stockholm tijdens het Theosofisch Congres leerde hij
haar kennen.
Later gaf hij
aan een groep maçons, waaronder Charles Webster Leadbeater en James Ingall
Wedgwood een patent voor de Ritus van Memphis voor de gemengde Vrijmetselarij
van de Britse Federatie van Le Droit Humain. Annie Besant en Annie Rusek waren
in het geheim lid van de groep die van Gambier het patent hadden ontvangen. Hun
naam werd niet op de ledenlijst vermeld, om niet te mishagen aan de gever van
het patent en het werd bewaard tot aan de tweede wereldoorlog waarna het
ogenschijnlijk verdwenen is, alhoewel je weet maar nooit.
Er bestaat
vandaag in de schoot van de Belgische Federatie van Le Droit Humain een geheime
Side Degree die reeds veel kritiek heeft veroorzaakt binnen de obediëntie, en
waarvan niets mag verteld worden, ook niet tegen leden van de Federatie.
Misschien is deze side degree gebaseerd op een egytische Ritus en waarom wordt
dit zo geheim gehouden? In elk geval toen ik in februari 2000 aan de belgische
Grootmeester om de toelating vroeg om een side degree te stichten (circulum
solis) werd mij mondeling op het nationaal secretariaat verwezen naar deze
degree en de moeilijkheden daaromtrent.
De Soeverein
Groot Commandeur T.W. Shepard, die zijn graden heeft gekregen van Leadbeater
zelf, preciseerde later dat dit patent werd teruggevonden in een oude doos in
het bos van Camberley... in het district Surrey. Het patent werd verstuurd naar
Adyar (Madraz Indië of de streek van Annie Besant) naar het hoofdkwartier van de
Theosofische gemeenschap, zonder dat de Opperraad van Le Droit Humain hiervan
wist. De mythe was dus gecreêerd.
Annie Besant
werd Grootmeester in de haar Federatie van Le Droit Humain en was samen met
Jinaradasa samen co-voorzitter van de Theosofische
Societeit.
Ik heb via
een e-mail groep weet gehad van een Amerikaans rituaal dat zeer esoterisch was.
Dit rituaal was naar het verluidt afkomstig uit Madraz. De Angelsaksische loges van le Droit
Humain beoefenen de Ritus van Sidney, een herschrijven van de Emulatie Ritus met
theosofische inslag. Maar er bestaan nog steeds enkele loges in het theosofisch
milieu die werken met de Egyptische Ritus, of wat zij ervan hebben gemaakt,
zeker één in Sidney, of de plaats
waar C.W. Leadbeater woonde.
Nochtans
heeft de theosofische gemeenschap in het begin Le Droit Humain groot gemaakt.
Maar op een bepaald moment wou men af van de theosofen – wij kunnen de reden
raden - spijts de Internationale Federatie NOOIT afstand heeft genomen van
hetgeen in Madraz gebeurde en nog gebeurt. In de tempels van de federatie
adoreert men nu blijkbaar nog een bijzondere godheid. Dit kwam enkele tijd
terug ter sprake in het nationaal
Convent te Brussel, doch dit onderwerp werd zijdelings besproken en afgevoerd
omdat het te geladen was.
In landen
waar de theosofisch groep binnen L.D.H. veel invloed heeft gehad (Engeland,
Nederland) is de Federatie nu nog amper vertegenwoordigd. Men spreekt van minder
dan 200 leden in Nederland. In feite is het Belgiê en Frankrijk dat het gros
uitmaakt van deze Internationale federatie, en tussen die twee landen gaat het
al langer niet meer zo goed.
r
En als laatst
het bestaan, zoals gezegd, van andere Egyptische Riten, in het bijzonder in
Italië, waar er een belangrijke hermetistische oude traditie bestond. Deze
traditie was pythagoriaans of neoplatonicistisch. Br. Daniel Beresniak heeft
enkele tijd terug een boek geschreven over l’Académie Platonicienne de Florence.
Italiê was nooit veraf van Griekenland, en het nabije Oosten. Deze traditie
heeft zich ruim gemengd in de Italiaanse vrijmetselarij. In het begin van de
negentiende eeuw waren er in Italië reeds liberale loges en esoterische loges.
De laatste in Venetiê en Napels, welke steden belangrijk waren voor de Ritus van
Misraïm.
In het begin
was Misraïm een Egyptische orde naast andere Egyptische ordes uit die tijd, al
dan niet verdwenen, met name : de Rite Sacré des Sophiciens, Les Parfaits
Initiés d’Egypte, La Souveraine Pyramide des Amis du Désert de Toulouse, en nog
vele andere. Het feit dat de Ritus van Misraïm heeft overleefd, bewijst haar
kracht.
De Ritus werd
niet in eens gemaakt, maar is gelaagd in functie van de tijd. Verschillende
systemen van hogere graden werden ingevoerd en weer aangepast. In andere
filiaties werden andere klemtonen gelegd. Soms werden de eerste drie graden
overboord gegooid, zoals dit thans nog in de Verenigde Staten het geval is. Daar
waar de originele Ritus van Misraïm weinig Egyptisch is, is de Ritus van Memphis
dat wel. De eerste Ritus blijft achttiendeeuws, terwijl de tweede Ritus veel
moderner is en gedateerd is op de negentiende eeuw. Tenslotte zijn de beide
Ritussen samengebracht in een systeem en werd dit systeem later in Frankrijk
bijgewerkt en wel aangepast aan de noden van de tijd door Robert Ambelain.
Indien je in het boek van Serge Caillet , met name Arcanes et Rituels,
vergelijkt met de ritualen zoals die zijn geconcipiêerd door Robert Ambelain,
leert een eerste lezing reeds dat er belangrijke verschillen zijn.
r
Er
bestaan grosso modo VIER grote bewegingen in de diverse Ritussen die de
vrijmetselarij rijk is. Ik geef een ruim kader waarin elke Ritus wel zijn plaats
kan vinden:
-
de traditionele (operatieve)
Vrijmetselarij
-
de spirituele
Vrijmetselarij
-
de hermetische
Vrijmetselarij
-
de liberale of humanistische
Vrijmetselarij
De eerste drie soorten vrijmetselarij
situeren zich allen onder de gemene noemer van de Initiatieke Vrijmetselarij
waar de traditionele obediënties onder vallen. De laatste categorie of de
humanistische Vrijmetselarij is een
contradictio in terminis, een antropismitische tegenstelling als het
ware.
De pseudo-operatieve Vrijmetselarij van
het grote werk, “le grand oeuvre”, hecht een groot belang aan de bouw van de
T.°. De Ritus van Salomon is hier het voorbeeld bij uitstek van. Er zijn een
drietal loges in België die onder deze Ritus werken. Een bijzondere Ritus waar
de profanen eerst in een Galerijrituaal worden ontvangen om te kunnen
vaststellen dat de neofieten zullen passen in het profiel van de groep. Dit is
een wezenlijke verbetering in de wijze van rekrutering. Bij mijn weten is dit de
enige Ritus die op die wijze handelt. Ook de andere graden verschillen grondig
van de overige Ritussen, waarbij de tweede graad uiteraard een kerngraad is
geworden. Zeer symbolistisch. Het
is een artisanale, artistieke en architecturale Initiatieke ladder van graden.
De A.M. heet er « le Vénérable Maître d’œuvre ». In de Egyptische
Ritus is dat : « le Vénérable Maître en
Chair ».
De operatieve symbolen kennen in
O.I.T.A.R. een absolute voorrang, terwijl het alchemistisch proces slechts op
een tweede plaats komt. Soms wordt dit element zelfs doelbewust vergeten. Andere
elementen als bijvoorbeeld de kabbala, de astrologie en de ridderschap komen als
bijkomstig voor. Maar ook de EMULATIE RITUS (emulation) past onder deze noemer.
Bij mijn weten zijn er in België niet veel loges die werken onder deze Ritus,
spijst zij zich nu gegroepeerd hebben en er in de reguliere vrijmetselarij
enkele loges met die ritus werken. Het recentste boek van Piet van Brabant is
daarvan de getuigenis. In Frankrijk en België is O.I.T.A.R. reeds ruim
verspreid: 50 loges in Frankrijk en 3 loges in België. Oitar komt goed op en is
de chalenger van L.D.H. geworden.
De spirituele vrijmetselarij die wij
kennen in de R.G.L.B. is zeer esoterisch, en werkt in velerlei systemen van
hogere graden, aspirerend naar de verschillende traditionele bronnen. Deïstisch
eclectisme, waar de neofiet geplaatst wordt in een groter kosmisch en goddelijk
kader: de zichzelf revelerende godheid. De grote Angelsaksische en Amerikaanse
Vrijmetselarij werkt in dit kader. In België is de R.E.A.A. of de Aloude
Aangenomen Schotse Ritus en de R.E.R. of de Gerectificeerde Schotse Ritus, en
zelfs de Franse Ritus, maar dan met meer nadruk op de Opperbouwmeester van het
Heelal, perfect hanteerbaar binnen de Spiritualistische Vrijmetselarij. Ook
bepaalde oude werkplaatsen van L.D.H., enkele werkplaatsen van het Groot Oosten
van België en zelfs van de Belgische Grootloge kunnen spiritualistisch worden
genoemd. In Frankrijk: G.L.N.F., G.L.F. en de G.L.T. et S. of ook Opéra Français
genoemd naar de naam van de straat waar zij destijds in Parijs
huizden.
De hermetische vrijmetselarij staat
openlijk open voor de alchemistische benadering, ook hermeneutisch genoemd (of
de interpretatie van heilige teksten) en gebruiken de psychoanalytische deugden
van de rituelen ostentatief. Het is een vorm van spiritualistische
Vrijmetselarij die verrijkt is met bijvoorbeeld de Egyptische traditie. In
België zijn er twee werkplaatsen die onder de Ritus van Misraïm werken. Zij
behoren tot de Belgische Groot Jurisdictie van de Egyptische Ritus. In Frankrijk
is er naast de G.L.T.R.E. de G.L.F. de Misraïm nog de G.L.S. de France of de
Rite de Memphis-Misraïm.
Maar de oude restanten van FUDOSI zijn
nog aanwezig in België. Ik kom hier later op terug.
Tenslotte, iets waar wel iedereen iets
vanaf weet: de humanistische of de zogenaamd liberale Vrijmetselarij, waarvan ik
doorgaans gezegd heb dat het op zich een tegenstelling is om humanisme in de
vrijmetselarij te willen integreren. De nadruk gaat naar de maatschappij, de
vooruitgang van de maatschappij of de perfectie van de mens in zijn sociaal
kader. Deze vrijmetselarij is laïciserend, en heeft een beroep gedaan op
uitgebeende versie van de R.E.A.A. of van de Rite Français. Vaak schiet er niet
veel over van de oorspronkelijke ritualen. De spirituelen en hermetisten
appreciëren normaal gesproken die vorm van vrijmetselarij niet. Zij vinden het
sprokkelhout. Het is volgens hen een verwaterde vrijmetselarij. Deze
laïciserende vorm van Vrijmetselarij noemt zich progressief. Bij ons L.D.H. maar
dan de jongste loges, het G.O.B. soms ook G.L.B. Volgens sommigen zijn ritualen
en symbolen in de humanistische loges van tweede rang en
belangrijkheid.
Misschien is er minder sacraliteit in
hun tempels?
Alleen heb ik bedenkingen bij het feit
dat broeders en zusters in de humanistische loges actief, na hun opgang in de hogere graden plots
veel spiritueler zijn geworden, terwijl zij nog altijd beweren dat zij atheïst
dan wel agnost zijn gebleven. Je
kunt nu eenmaal niet wit en zwart zijn tegelijk. Je moet ergens kunnen en durven
kiezen en vooral kunnen aanvaarden dat je in jouw leven door ouderdom, ervaring
en wijsheid gelouterd, kunt veranderen…
r
Welk profiel van de profaan past er bij
welke soort vrijmetselarij?
Let op datgene wat ik hierboven zeg wat
betreft de manspersoon, in de ‘hij’ vorm
dus, past evengoed voor een ‘zij’. Maar evengoed komen nog andere vragen
aan de orde die prealabel moeten worden beantwoord zoals: Is hij devoot? Of zoekt hij een
leidraad, een geestelijke meester die hem leidt in zijn leven? Zo ja, dan is het antwoord: mijd voor
hem de vrijmetselarij of beter nog, de vrijmetselarij dient hem te mijden. Zo
simpel is dat.
r
MISRAÏM of
MEMPHIS, of beiden?
Ik
ben van de vaststelling vertrokken dat de Vrijmetselarij en de maçons in het
bijzonder neigen naar de Traditie, de aloudste traditie. Ik denk dan aan wat 6.000 jaar geleden is ontstaan:
niet het geschrift zoals de Broeders van het G.O.B. dit zeggen, maar die grote
beschaving in Egypte ook Mizraïm genoemd, het land van Memphis, de beide
Egyptes. Is dit Opper en Neder-Egypte? Dat kan best, doch er is er evenveel voor
te zeggen dat het gaat over boven en beneden: Boven is Nout en beneden is Geb.
De Egyptenaren hadden geen zonnecultis, noch maancultus, maar een
meteorietencultus. Zij vonden dat de aarde door de hemel bevrucht werd. In die
zin werd Nout afgebeeld als een
vrouw in tafelhouding met twee lange benen en armen, of zijn dit de vier
gewelven? Die vrouw had veel borsten, teken van vruchtbaarheid of bevruchting
van boven. De kracht kwam dus van boven. Het cultiveren van de “benben”, weze
een meteoriet die beschreven met hiëroglyfen boven op een pyramide of op een
obelisk werd geplaatst, is er niet voor niets.
Het
woord Misraïm is ook afkomstig van het Hebreeuws Mitzraïm of ook Misrahim. In
het Arabisch is het Misra of Masra, wat staat voor Egypte.
Het
was een belangrijke beschaving die stand hield door de rijkdom, en de welstand
die de Nijl iedere keer opnieuw ieder jaar met zich meebracht. Vandaar de
geborneerdheid van de Egyptenaren naar het cyclische: dag en nacht, de
seizoenen… maar ook dat beneden gelijk is als boven. Wij kennen het cyclische
ook in de Vrijmetselarij maar wist je dat de Egyptenaren meenden dat de melkweg
een reflectie is van de Nijl, of omgekeerd, en de piramiden een reflectie van de
sterren? Zo boven, zo beneden.
Wij
kennen de Zon en de Maan in onze ritualen. Wij kennen de
zonnewenden.
Maar
er is een zucht naar meer: bijvoorbeeld zijn er twee kapittels van het Soeverein
College voor de Schotse Ritus van België die zich Achnaton en Ptah noemen. Dit
is niet evident versus logisch, omdat de Schotse Ritus niet werkt met
Oriëntaalse begrippen en symbolen… en toch die Egyptiserende benaming. Het klopt
ergens niet.
Talrijk
zijn de Zusters in L.D.H. die het teken van ISIS dragen. Niet evident, voorwaar
nu ook L.D.H. werkt alleen in de Schotse Ritus en deze Ritus verplicht is en
opgelegd wordt door de Opperraad en de Internationale
Constitutie.
Bijvoorbeeld
spreekt men in het inwijdingrituaal van de loge KLIMOP KORTRIJK, en dat is denk
ik hetzelfde als dit van de loge BAKEN GENT, van de "kinderen van Memphis"… Doch
meer er wordt daar niets meer over gezegd.
In
het Duits zou ik spreken als van een "sehnsucht" naar maçonnieke romantiek: het
verlangen naar andere oorden, reizen, het vreemde, het verleden, de andere
cultuur, de verwondering die dit met zich meebrengt.
Hebben
wij dit allemaal niet in ons? Is dat bevreemdend? Is dat
acceptabel?
Velen
onder ons zijn reeds op reis geweest naar Egypte, als in een pelgrimage naar de
fundamenten van ons collectief bewustzijn. Zij waren verwonderd door de
schoonheid van het verleden en de confrontatie met het huidige Egypte, maakt dat
zij die reis niet voor herhaling vatbaar stellen, terwijl de organisatie van het
oude Egypte veel gelijkenissen vertoont met ons maatschappijbeeld, vandaag de
dag. Veel zaken zijn verbazingwekkend genoeg gelijk. Sommigen durven beweren dat
de bevolking die nu leeft in Egypte als ras niet genetisch overeenstemt met de
bevolking tijdens het Grote Rijk en dat het klimaat toen daar overeenstemt met
het huidig klimaat in het westen. Zij gaan op het mythologisch pad van
RAM.
Iedereen
blijft op dat romantisch vlak ergens op zijn honger binnen de blauwe
vrijmetselarij, en terecht. Toen wij met drie Broeders en twee Zussen in 1999 op bezoek zijn
geweest naar de G.L.F. de M.M. in het Noorden van Frankrijk, waren wij allen
onder de indruk van die andere vrijmetselarij, de niet-Schotse Vrijmetselarij,
of de Egyptiserende Vrijmetselarij. Broederlijke contacten werden daarna gelegd
met deze orde en met MM in België.
Een
tweede vaststelling was het ‘onprettig gevoelen’ van Zusters binnen L.D.H., die
zich -terecht- verongelijkt voelen in de benadering van de hogere graden van de
federatie. U weet dat de federatie alle graden verleent van 1 tot 33: namelijk
minstens 1-2-3-4-14-18-30. En dan 31 en 32. Het aantallen 33sten is werkelijk
beperkt. Zij zijn ad vitam gecoöpteerd in de Suprème
Conseil.
Bovendien
is de toegang tot de 4de graad zo moeilijk als je Vlaming bent en
niet Fransprekend. Ik dacht nog dat de hogere graden zich in Vlaanderen op
termijn zullen opheffen door hoge leeftijd en dood als gevolg.
Ten
einde tegemoet te komen aan de zoektocht van onze Zusters naar meer licht werd
de weg geopend naar MISRAIM. Vergis je niet: het is geen vrijmetselarij zoals al
de andere. Het is ook geen surrogaat voor hogere graden. Het is een hermetische
maçonnieke beleving, met andere waarden, als daar zijn: de
gelijkheid.
De
gelijkheid vind je niet altijd terug in de Blauwe - Groene -Rode - Zwarte en
Witte vrijmetselarij. De hiërarchie van de graden laat geen gelijkheid toe. Je
bent niet toegelaten tot een hogere graad indien je niet gecoöpteerd wordt. Ik
schreef de volgende brief aan Fides Et Amor Vallei Gent op 26 augustus
1999.
"Zeer
Wijze,
Lieve ZZ.°.
en BB.°.,
"Ik schrijf
U als maçon, lid van de Federatie van LE DROIT HUMAIN 1278 O.°.KLIMOP KORTRIJK
en 1688 DE WENTELTRAP O.°. KOKSIJDE, lid van de A.A.S.R. La Réunion des Amis du
Nord (R.A.N.) Val. BRUGGE.
"Ieder jaar
opnieuw stel ik vast dat lieve ZZ.°. uit de beide werkplaatsen zich ongelukkig
voelen omdat zij niet geroepen worden tot de VIERDE graad in hun eigen
Federatie. De BB.°. van de Federatie kunnen altijd terecht bij de mannen -
perfectieloges. Zij doen dat dan ook, bij gemis aan mogelijkheden binnen hun
eigen Federatie.
"Dit is
spijtig. Want volgens de opvatting van de stichters van de Federatie mocht er
geen hiaat zijn tussen de diverse graden en werd het onderscheid tussen de
kleuren: blauw groen rood zwart en wit in de Federatie niet behouden. De stap
van twee naar drie mag dus niet moeilijker zijn dan de stap van drie naar
vier…
"Ik ben op
zoek gegaan naar de reden hiervan. In het boek van L. TAXIL
(facsimile
LES MYSTERES DE LA FRANC-MACONNERIE blz 194)staat het volgende:: Vous avez
compris que, si nous affectons, dans les loges, de ne tenir aucun compte des
degrés maçonniques supérieures à la Maitrise, c'est pour en éloigner les esprits
superficiels qui ne sont pas capables de les apprécier…
"De lieve
ZZ.°. van de werkplaatsen begrijpen ook Frans, en sommigen onder hen hebben ook
TAXIL gelezen. Wat denken zij dan bij dergelijke overwegingen? Zijn hun
besluiten terecht? Is dit dan de reden waarom er zo veel goede MM.°. afkerig
geworden zijn van de 'hogere' graden en de kwestie zelfs onbespreekbaar hebben
gesteld binnen de werkplaatsen?
"Slechts
wie de toekomst haat, verdraagt geen verjonging. Een Perfectieloge die stopt met
rekruteren - los van de
redenen hiervan -begraaft haar eigen
toekomst.
"Ik ben van
mening dat kritiek spuwen geen goede zaak is. De vraag is gewoon: wat doe je er
aan? Kan er geen brug worden gelegd tussen onze Loges en uw Kapittel? Wie kan
hiervoor ingezet worden en wil dit ook doen?
"Ik vraag
dan ook eerbiedig, broederlijk doch met aandrang deze smeekbrief in overweging
te willen nemen. Ik vraag niets voor mezelf, maar ik in eigen naam ten spijt
spreek en met niemand vooraf aan deze brief overlegd heb, vraag ik het voor al
die lieve ZZ.°. en goede BB.°. van onze werkplaatsen. Ik wil mij hiervoor
volledig inzetten.
"Met de
meeste Broederlijke groeten. "
De
brief was ondertekend en opgestuurd naar de Secretaris op het juiste adres. Tot
zover deze tekst. Wat was nu het antwoord denk je? Niets, niemendal, nihil, ne
rien… in alle talen.
Maar
goed, dan mag men niet zeggen dat de inspanning niet is geleverd om contact te
zoeken en de eerste stap te zetten. Men kan dan niet zeggen: nous ne le savions
pas. Wat doe je daar aan? Ook niets. Er valt gewoon niets aan te doen, tenzij je
alles overboord gooit en zelf met iets nieuws begint.
Dat
was de aanzet om over te gaan tot studie en schrijven.
r
Studie
vooral over het oude Egypte. Studie over hoe het vroeger was, en of dat veel
verschillend is met wat nu leeft. En inderdaad er zijn gelijkenissen met de
vrijmetselarij: niet alleen bestonden er veel goden die werden vereerd, iedere
god had zijn eigen Ritus, zijn eigen organisatie. Is het niet ook zo dat in de
Vrijmetselarij iedere orde zijn eigen Ritus heeft, zijn eigen organisatie? De
diverse orden zorgden niet voor verkondiging van hun leer tegenover de andere
ordes, integendeel. Zij deden niet wat de Katholieken hebben gedaan: de
negertjes in Afrika bekeerd…
Neen,
zij stelden een bijzondere moreel en een ethisch hoogstaand gedrag van hun
hogepriesters of profeten
voorop,
als voorbeeldfunctie voor de maatschappij. Is het dat niet dat leeft binnen de
Vrijmetselarij: vertrekkend van een vrij en rechtschapen mens, een voorbeeldig
mens te worden voor de maatschappij?
De
eerste contacten met het oude Egypte zaten dus goed. Vanuit mijn persoonlijk
impressie van een zitting bij Memphis-Misraïm heb ik vertrekkend van het canvas
de Rite Ecossais Rectifié en van de oorspronkelijk ritualen van R. Ambelain,
maar ook de rite des Philadelphes Narbonnes 1779, Rite de Misraim Montauban 1815
en Rite de Memphis Venise 1788, die hun respectievelijke invloeden hebben gehad
op de huidige Ritus van Misraïm, de
ritualen in het Nederlands herschreven: de Egyptiserende of de Egyptische
Emulatie Ritus.
Overigens
bestaan er hic et nunc slechts twee Belgische werkplaatsen behorend tot de
G.J.B.R.E., één te Luik en één te Koksijde. Er is nog één loge van de
G.L.Féminine Belge de Memhis Misraïm te Brussel met als benaming ‘NOUT’, of de
witte zusters, de kinderen van het licht. Er is tenslotte nog een werkplaats van
die orde die ik recent heb ontdekt te Namur.
Natuurlijk
mag je niet vies zijn van Egyptische Symbolen, en verwijzingen. Het is de
uiteindelijke bedoeling via de blauwe vrijmetselarij te komen tot de groene,
rode, zwarte, witte vrijmetselarij, en hoger. Dit is de roeping van onze orde in
Belgiê: het openstellen van de hogere gemengde vrijmetselarij. Hier hebben wij
een taak te vervullen en op dit punt zullen wij door de maçonnieke geschiedenis
worden beoordeeld.
Wij
zijn een initiërend genootschap dat zich voornamelijk bezig houdt met
initiaties. Vanaf de vierde graad werken wij onder auspiciën van het Soeverein
Sanctuarium van de Arcana Arcanorum van onze Orde, dat het orgaan is, dat de
hogere graden verleent, oorspronkelijk onder de leiding van Br. Guy Ren. houder
van een patent ad vitam die dit laatste recht afgestaan heeft.
Het enige dat mij spijtig voorkomt is –
vooral in de Westhoek, maar het kan overwaaien - het onbegrip van leden van
L.D.H. en G.O.B., de vrees voor concurrentie, terwijl de basisreden en
grondreden van het bestaan van die Ritus in België precies gelegen is in het
feit dat in L.D.H. de hogere graden onbereikbaar zijn voor de meeste van hen.
Het is dan ook onbegrijpelijk dat een A.M. in een L.D.H.-Loge in de westhoek
haar leerlingen heeft verboden om op bezoek te komen in onze tempel. Ik dacht
dat het alleen een wild dier was, dat bijt in je hand als je het voedsel geeft.
Ik dacht
dat er tegenover deze beweging er slechts twee houdingen maçonniek verantwoord
zijn: één het enthousiasme voor de
mogelijkheden die openstaan, of twee de onverschilligheid indien het je niet
interesseert. Een derde weg of … en ik laat het je dat zelf wel invullen, is
vanuit geen enkel maçonniek oogpunt verdedigbaar. Het is onrechtvaardig,
verkeerd en geeft blijk van een maçonnieke geborneerdheid en sektegedrag.

Vergeet nooit dat als je klopt, er zal
worden opengedaan, als je spreekt, dat wij zullen luisteren, en als je vraagt je
dan zult ontvangen. Je klopte en werd ingewijd. Toen sprak jij op de stalle van
de redenaar en wij luisterden, en toen vroeg de redenaar voor jou jouw salaris
en je kreeg het en deelde brood en wijn met al je broeders en zusters. Zo
ontdekte je de broederschap, stap voor stap, in de hoop gelukkig te worden in de
Vrijmetselarij. Eerst wil ik je nog iets leren over de Koninklijke Kunst van het
priesterschap. Laat ons beginnen met een stukje
geschiedenis.
r
Cagliostro
Een
belangrijke figuur in de geschiedenis van de Egyptische Ritus is de persoon van
Cagliostro. Hij had de naam van Graaf van Cagliostro geërfd van zijn oom en dit
bij geschreven testament.
Hij was
geboren onder de naam naam Giuseppe Belsamo te Palermo op 2.6.1743. Gehuwd met
Lorenza Féliciani, die zichzelf Sérafina liet noemen, reisde hij door Italie, om
zich daarna in London in 1776 te vestigen. Hij werd 1777 ingewijd in een Engelse
Loge met de naam ‘Espérance’. Daar kreeg hij zijn drie blauwe
graden.
Twee jaar
later vinden wij hem terug in Luik, waar hij op bezoek gaat in de loge La
Parfaite Egalité. In 1778 creëerde hij te Brussel een Ritus voor Maçons in drie
graden. Na een tijd in Nederland te hebben verbleven was hij enkele jaren in
Strasbourg,
Hij
vertrekt tenslotte naar Zuid Frankrijk, nl. Bordeaux en plaatst zich iets later
onder de bescherming van een van de belangrijkste maçons uit die tijd:
Jean-Baptiste Willermoz uit Lyon, en stichter van de Strikte Observantie. In
1782 stichtte hij een Egyptische Ritus te Lyon in de Loge 'La Sagesse
Triomphante'.
In 1785
richtte hij te Parijs de ‘Moederloge’ op van de Egyptische Ritus. Hij zelf
schreef de Rituelen voor deze inwijdingscyclus. Hij werd de eerste Grootmeester
van de Ritus. Hij kent er een enorme populariteit in het bijzonder aan het Koninklijk
Hof. Hij wordt in het profane leven
genezer, alchimist, filosoof, en mytholoog. Hij was bovendien hypnotiseur en
gebruikte de hypnose om genezingen te realiseren.
Tenslotte
wordt hij het slachtoffer van zijn eigen succes en geraakt zo in ongenade en
wordt overgebracht na zijn arrestatie op 23.08.1785 naar de Bastille op
beschuldiging van een complot te hebben gesmeed tegen de Kardinaal van Rohan.
Een nieuw proces volgde wegens het wederrechtelijk voeren van een adellijke
titel, doch hij werd vrijgesproken. In juni 1786 werd hij het land uitgewezen en
vertrok naar Engeland om van daaruit naar Rome te vluchten.
In Rome
kreeg hij met de Inquisitie moeilijk. De Paus tekende een arrestatiebevel op
27.12.1789. Op 21.03.1791 werd hij tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld
wegens verderfelijke Maçonspraktijken en ketterij. Al zijn bezittingen werden
publiekelijk verbrand. Het ging vooral om Orde-emblemen, rituele benodigdheden
en boeken. In gevangenis werd hij gewurgd op 26.8.1795.
Cagliostro’s
deïstische Ritus is duidelijk een bron van de Egyptische Ritus, en het is dan toch Garibaldi die werkelijk
aan de oorsprong ligt van de Ritus van Memphis-Misraïm.
r
Ritus van
Misraïm

De ‘Ritus
van Misraïm’ is ontstaan volgens Robert Ambelain in 1788 in Venetië.
Deze Ritus
werd later omstreeks 1814-1815 in Frankrijk ingevoerd door Charles Lechangeur
die de graden creëerde op basis van de Rite van Cagliostro. Hij vond oa.
snel hulp in de Joodse gebroeders Bédarride Michel, Marc en Joseph, die een
belangrijke invloeg hebben gehad. Vandaar dat gezegd wordt dat de Ritus van
Misraïm, in tegenstelling van die van Memphis, Judaïstisch is. In 1822 waren er
reeds in 24 steden loges verspreid.
De Ritus
kent dus in Frankrijk van in het begin een belangrijke groei, omdat de negentig
graden en het Egyptische element bijzonder aantrekkelijk bleken en er leden van
de Schotse Ritus werden aangetrokken en bedacht met maçonnieke eretitels, mits
zij bescherming gaven. En dat gebeurde. Het groot Oosten voerde van in het begin
een belangrijke oppositie tegen deze toen nieuwe orde. Maar ook intern voerde de
in Italie geînitieerde broeder Joly, gesteund overigens door de bekende
schrijver J.M. Ragon, oppositie en declareerde zichzelf als chef van de
orde.
Tenslotte
kregen de gebroeders Bédarirde van hun broeders veel kritiek omdat zij zich
volgens hen gedroegen als eigenaars van de Ritus.
r
Misraïm of
Mitzraïm of ook Misrahim is het Hebreeuws woord voor de beide Egyptes. De Ritus
is ontstaan in een periode waarin belangrijke ontdekkingen werden gedaan in
Egypte, waarbij ook het Egyptisch schrift werd ontsluierd. In 1799 was de Steen
van Rosetta ontdekt en enkele tijd voerde Napoleon oorlog in Egypte. Belangrijke
vondsten werden als trofeeën overgebracht naar Frankrijk, maar de belangrijkste
stukken, waaronder mummies, uit deze oorlogsbuit werden bij de pacificatie
overgebracht naar Engeland, die tenslotte de Egyptische oorlag had gewonnen. De
elementen van de oorlogsbuit zijn vandaag de dag nog te vinden in Londen en
Parijs.
Die steen
van Rosetta zal dan ook door hedendaags maçons gebruikt worden om te bewijzen
dat de maçonnerie niet afkomsig kan zijn uit Egypte. Immers, zo luidt de
redenering, de maçonnerie bestond reeds meer dan honderd jaar toen deze steen
werd gevonden. Dit is een belachelijk argument omdat de hermetische traditie
niet via de Egyptische symbolische taal is overgedragen, maar door het Grieks.
De laatste Egyptisch bloeiperiode was immers hellenistisch. De bijbel is precies
ook in het Grieks vertaald om zo tot ons te komen. Zo is de Egyptische traditie
via de Griekse cultuur bij ons geraakt, en maar goed ook.
Ten tijde
van Cagliostro gaf deze belangrijke vondst directe aanleiding om de Egyptische
symboliek, waar mogelijk, te integreren in de Vrijmetselarij.
De
stichting van de eerste afdeling is in 1788 te Venetië ontstaan onder impuls van
‘Die Strikte Observance’ van Karl von Hund. In 1815 bestond te Napels de loge
‘La Vigilanza’ die werkte met de Egyptische Ritus van Cagliostro.
Een andere
betwistbare bron stelt dat in 1747 reeds deze Ritus is ontstaan te Napels en in
1805 werd hervormd. In elk geval nadat de Ritus in Italië was ontstaan, werd die
enige jaren later in Frankrijk ingevoerd.
In 1822
werden de Loges van Misraïm door de Franse autoriteiten gesloten en bestond
vanaf dan officiëel niets meer in Frankrijk. Marc Bédaridde kreeg in 1822 een
huiszoeking door de politie die echter niets bezwarend heeft gevonden. De
Carbonnari bleken geïnfiltreerd in de orde en de overheid greep na verklikking
in. De Egyptische maçons hadden de fout begaan zich in te laten met de politiek.
Misraïm werd beschouwd als een dekmantel voor de Carbonnari. Misraïm werd
verboden. Slechts na de revolutie van juli 1830 kan de Ritus opnieuw legaal
herbeginnen. Het elan van voor 1822 was gebroken en de concurrentie van Memphis
is dan al zeer belangrijk.
In de
periode van 1882-1890 werd de Misraïm-Ritus gaandeweg feitelijk erkend door de
Grand-Oriënt de France. De Egyptische moederloge ‘Arc en Ciel’ opgericht in 1815
te Parijs bleef, na korte onderbreking, er actief tot 1925. De Ritus van Misraïm
kende onder het bewind van de Grootmeester Jules Osselin in Frankrijk vanaf 1884
een groei en kende nog later ook in België een succes. Er waren in haast alle
grote steden in Frankrijk Loges te vinden.
De
Egyptische Ritus werd verder verspreid in de verenigde Staten, Engeland,
Ierland, Italië en Zwitserland. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? In elk
geval geen ritualen zoals wij die kennen in de Franse en Schotse blauwe
vrijmetselarij. De Egyptische ritualen waren van in het begin ‘hogere
initiërende graden’, zoals dit touwens nog zo is in de verenigde
Staten.
Maar reeds
in 1890 onder het bewind van de zoon Jules Osselin ontstaat binnen de orde een
schisma tussen een minoriteit spiritualisten en een laiciserende meerderheid.
Deze laatste gaan over naar het Groot Oosten. Er blijft niets anders over dan
die ene loge Arc en Ciel in Parijs.
Deze Ritus
was echter in het begin van haar ontstaan door het Groot Oosten niet erkend,
maar dit belette niet dat het zelfde Franse Groot Oosten de Ritus aanvaardde
naast de Franse Ritus en de Schotse Ritus, de Ritus van Memphis en integreerde.
Het Groot
Oosten Van Frankrijk had de reputatie van een controleur te zijn van alles wat
er zich op het maçonnieke vlak in Frankrijk afspeelde. De Egyptische Orde werd
dus grosso modo opgeheven in Frankrijk door absortie in het Groot Oosten. Dit
moet het gevolg geweest zijn van het feit dat deze Ritus toch bepaalde
belangrijke kenmerken heeft en interessant genoeg was om verder binnen die grote
obedientie te laten evolueren. Er zijn tenslotte geen andere obedienties dan die
van Misraïm, die kunnen laten gelden dat zij Napoleon Bonaparte als leerling te
hebben ingewijd. Veel occultisten zijn lid geweest van deze orde. Papus vroeg
tot tweemaal toe in 1896 en 1897 zijn opname, doch werd geweigerd. Als reactie
verlieten zijn vrienden en broeders martinisten de Ritus van Misraïm in
1898.
Er bleven
nog slechts een handvol leden over en na een nieuwe twist werd de orde in 1900
in slaap gesteld.
r
De
Ritus van Memphis

Marconis
de Nègre
Het woord
‘Egypte’ is afgeleid van het Grieks Aigiptos
of Aigyptos in ons schrift. Het Griekse swoord wordt soms wel eens afgeleid van
Hot-ko-pthah. Een en ander houdt in het oud-Egyptisch verband met het grote huis
van Ptah in Memphis, of de tempel van Ptah, de god en ook de hogepriester van
Memphis. Aigyptos, en onrechtsreeks Egypte, staat dus voor
Memphis.
Volgens de
officiele versie van de Ritus zou de vader van Jacques Marconis de Nègre,
namelijk Gabriel, van het oude Egypte
samen met de broeder Honis en enkele anderen de Ritus van Memphis hebben
meegebracht. Een erste Loge zou zijn gesticht in 1815 te Montaubin –
vandaar ook de benaming Rite de Montauban. De eerste loge in Montauban noemde
tenslotte niet voor niets ‘Les Disciples de Memphis’.
Reeds van in
1816 werd die loge in slaap gesteld. De Ritus werd heropgenomen in 1838 door
Jacques Marconis de Nègre. Het is slechts van dan af dat de geschiedenis van
Memphis begint.
Betreffende
de Rite Primitif des Philadelphes de Narbonne – vandaar de Ritus van Narbonne –
die men soms aanwijst als de bron van de Ritus van Memphis, staat het vast
dat Marconis de Nègre daar wel enig
belang aan hechte omdat de eerste loges in Parijs en London de naam droegen van
‘Philadephes’. Alhoewel in de officiële teksten spreekt Marconis de Nègre niet
van een filiatie met de Ritus van Narbonne. Het zouden dan ook eerder zijn
opvolgers zijn die een directe band met de Ritus van Narbonne
opeisten.
De
origine van de Ritus is nochtans duidelijk. Vader Marconis de Nègre was voorheen
tot tweemaal toe lid geweest van de Ritus van MisraÏm, eerst in 1833 in Parijs
en later tussen 1835 en 1838 te Lyon. Tot tweemaal toe werd hij geëxpulseerd. De
Ritus van Memphis is dus gegroeid uit en na een schisma met de Ritus van
Misraïm.
Voor de rest
wijs ik er op dat de Engelse Broeder Morison de Greenfiel, eerder lid van
Misraïm, later lid werd van Memphis en tenslotte nadien een van de leiders van
deze Ritus werd. In 1838 stichte Marconis zijn eigen Ritus van Memphis. Wellicht
was hij ook in andere Ritussen ingewijd en was zijn enige bron niet die van
Misraïm. Dre streek van Marconis Montauban was steeds een plaats waar de Hogere
Graden sterk in trek waren geweest. Er bestond overigens in het begin van de
negentiende eeuw in Toulouse een kleine Egyptische Ritus, genaamd ‘Les Amis du
Désert’. Of Marconis daar lid van geweest is, is onbekend, doch die Ritus kan
eventueel invloed hebben gehad op de Ritus van Memphis.
Tussen 1838
en 1850 bestond er een soort maçonnieke oorlog tussen de Ritus van Misraïm en
die van Memphis, die ten einde kwam door de dood van hun respectievelijk
protagonisten. Aan alles komt er een einde. De officiele periode van Memphis
strekt zich uit van 1838 tot 1862.
r
Marconis de
Nègres
Hij was de
eerste die probeerde om de beide Egyptische Ritussen te fusioneren, doch hij
mislukte. Omdat Marconis een officiële erkenning wou van zijn orde, aanvaardde
hij in 1862 om zich te plaatsen onder het bannier van het Franse Groot Oosten.
Dit werd de Ritus fataal, omdat Memphis in het Groot Oosten in plaats van
geholpen te worden, belaagd werd om te verdwijnen. Wij kunnen daar veel uit
leren.
In die
periode (Second Empire) was de vrijmetselarij een staatszaak, want de
Grootmeester was benoemd door de overheid. De Vrijmetselarij en het Groot Oosten
was toe ook een staatszaak en men vond het niet abnormaal dat de Ritus van
Memphis werd opgenomen in het staatsmaçonnisme via het Groot Oosten. Andere
riten werden toen ook opgenomen. Vandaar dat het Goot Oosten in Frankrijk geen
Groot Loge is die trouw is aan één Ritus,
maar een federatie van
Riten. Dit is de historische reden.
Of die reden opgaat voor België is een andere zaak, terwijl nochtans het
Belgische Groot Oosten zowel de Franse Ritus als de Schotse Ritus (een
minderheid van loges) aankleeft.
Om terug te
komen tot de drie Parijse Memphisloges, is het duidelijk dat zij genoegzaam
werkten onder het Franse Grootoosten terwijl de loge van Marseille ‘Les
Chevaliers de Palestine’ autonoom bleef. En terwijl memphis in Frankrijk
doodbloedt, herneemt de Ritus kracht dankzij patenten die Marconis in illo
tempore in het buiteland heeft verstrekt namelijk in de Verenigde Staten en in
Egypte. Tenslote is het de Amerikaanse Grootmeester Seymour die John Yarker in
Engeland introniseerde als Grootmeester van Memphis voor Groot
Britanië.
r
Garibaldi
Hij slaagde
er in om de fusie tussen de beide Ritussen te bewerkstelligen dankzij zijn
populariteit en zijn afkomst.
Toen in 1881
de rivaliteit tussen Memphis en Misraïm was opgeheven, ontstond er een alliantie
tussen de Soevereine Sanctuarium van Misraïm van Napels, geleid door
Jean-Baptiste Pessina – of ook Rite de Pessina genoemd- en het Soeverein Sanctuarium van Mamphis
van de Verenigde Staten, Groot Britanië en Roemenië. Het was generaal Garibaldi
die er Groot Hiérophant werd benoemd, doch slechts voor korte tijd was in 1882
sterft hij. Hij wordt opgevold door John Yarker die hetgeen eerst was
overeengekomen tot een eenmaking van Memphis en Misraïm concreet uitwerkt tot
een Ritus van Memphis-Misraïm. Echter de Franse Ritus van Misraïm bleef volkomen
afzijdig in dit initiatief en het Franse Misraïm zal van dan af volkomen
autonoom zijn eigen koers varen, tot aan de persoon van Robert Ambelain en zijn
opvolger Kloppel. Nadien gaan de Grootmachten opnieuw uit elkaar, maar wij komen
hier later op terug.
De Ritus van
MisraÏm verdwijnt in Frankrijk dus omstreeks 1900 en tot aan de eerste
wereldoorlog wordt John Yarker blijkbaar erkend als enige Mondiale Groot
Hierophant en hoofd van de Riten. Hij werd erkend door Papus in Frankrijk en
door Reuss in Duitsland, en door Frosini in Italiê, die op zijn beurt een andere
Ritus had gecreëerd. Dit zou er kunnen op wijze ndat zijn charter ook niet
regelmatig is, maar wie interesseert dit vandaag de dag nog, buiten de louter
geschiedkundigen?
De Ritus van
Memphis is dus duidelijk jonger dan die van Misraïm. Daar twijfelt vandaag de
dag niemand aan.
r
In
Frankrijk
In 1902
verdwijnt de autonome Ritus van Memphis in Frankrijk. John Yarker volgt Delli
Oddi op als Groot Hierophant. Het Soeverein Sanctuaroium van Groot Brittantië
levert een constitutiepatent af aan Théodore Reuss voor Duitsland. In 1908
levert deze laatste een constitutiecharter af voor Franrkijk aan Papus als
Grootmeester et Teder als Adjunct Grootmeester van de Souverain Grand-Conseil
Général pour la France.

teder
In 1909
oordeelde John Yarker dat Georges Boge de Lagrèze, die de 33ste graad bekleedde
in de Schotse Ritus (G.O.F.) een patent verdiende en kende hem dit toe als Grootmeester voor
le Souverain Sanctuaire de France.
Op 20.3. 1910
stierf John Yarker en hij wordt opgevolgd door T. Reuss als Groot
Hierophant.
Op 25.10.1916
sterft Papus en wordt opgevolgd door Teder. Dit wordt door Lagrèze die nochtans
houder is van een patent nooit betwist. De reden daartoe heb ik nog net
achterhaald.
Op 25.9.1918
sterft Teder en de Franse Ritus gaat in slaap omwille van de oorlosgsituatie. Op
10.9.1919 levert het Duitse Souverein Sanctuarium een charter aan Bricaud als
Grootmeester en Lagrèze zwijgt. Op 21.2.1934 sterft Bricaud en Constant
Chevillon volgt hem op als Grootmeester voor Frankrijk.
In 1942 voor
het eerst herinnert Lagrèze zich dat hij een patent heeft, en stelt vast dat de
Ritus in Frankrijk in slaap is gesteld. Hij beslist van de Ritus clandestien op
te nemen en onder de auspiscipen
van de Ritus van Memphis-Misraïm, en steunt zich voor het eerst op zijn patent
dat hij in 1909 had ontvanegn van John Yarker.
Nadat hij er
zich van verzekerd had dat Constant Chevillon niet wou werken in de
clandestiniatit stelt Georges Boge
de Lagrèze Br. Robert Ambelain aan in 1942-43 met diverse titels en graden
waaronder die van 95ste graad en Substituut Grootmeester voor Frankrijk. In 1959
werd Robert Ambelain aangesteld als opvolger door Henry Dupont, die als motief
de eenheid van de orde wilde bewerkstelligen. Dupont trad op als opvolger van
Bricaud.
In 1960 wordt
door René Wibaux, ere-Groot Commandeur van de Orde aan Robert Ambelain het
archief van de Belgische Grootmeester Delaive, die in de oorlog werd onthoofd
door de Duiste bezetter, overgemaakt. Zijn motieven bleken de bevestiging te
zijn van de houding van Dupont voornoemd.
De supprematie van Robert Ambelain wordt een feit. Het is tenslotte
Robert Ambelain die de Orde buiten de invloed van het martinisme heeft gehouden,
spijts hij zelf in die orde een belang heeft gehad.
r
John Yarker,
Reuss, en Lagrèze… en vele anderen.

John Yarker
was de mondiale Grootmeester of Groot Hierophant die in 1909 aan Georges Lagrèze
een patent van de 90ste graad overhandigde. Er wordt her en der beweerd dat
het
charter van Yarker een afkomst kent die niet regulier zou zijn. Robert Ambelain
beweert dat John Yarker dit charter gaf aan een Superieur Inconnu met de nomen
mysticum Mikaël van de Martinistenorde. Deze Mikaël is echter niemand minder dan
George ( Boge ) de Lagrèze.
Spijts hij
houder was van dit patent gebruikte hij het niet toen de opvolger van Yarker,
Thédore Reuss, Dr. Gérard Encausse
alias Papus aanstelde als Grootmeester van de Ritus van Memphis-Misraïm voor
Frankrijk. Reuss was zeer goed
bevriend met Papus.
Papus was ook
geweigerd door het Groot Oosten van Frankrijk omdat hij in 1902 in een boek
verschrikkelijke dingen heeft geschreven over de vrijmetselarij. Zeven jaar
later wordt hij Grootmeester van Memphis-Misraïm. Dit lijkt aberrant maar Papus
was ook geen gewone jongen. Het tijdschrift Acacia van omstreeks 1905 leert ons
dat er een polemiek was ontstaan tussen oud gedienden van Misraïm en de
hoofdredacteur van het tijdschrift, waarin de discussie omtrent Papus wordt
uiteengezet. Een ander boek is van de hand van Marc Haven, postuum onder de
titel ‘Marc Haven’ gepubliceerd en dat gaat over personen. Haven erkent dat hij
lid was van Misraïm en handelt ook over Papus. Naar het verluidt zou Papus
geïnitieerd zijn door dissidente broeders van de wilde loge
L'Arc-en-Ciel voor het einde van de de negentiene eeuw. Dit gegeven valt
natuurlijk niet te controleren, maar is best mogelijk.
r
Marcel
Roggemans verwijst op zijn webpagina over de geschiedenis van de occulte orden
naar een
opmerkelijk boek verschenen van de hand van Gastone Ventura alias Aldebaran ‘I Riti Masonici di Misraïm e Memphis’,
vertaald naar het Frans door Gérard Galtier en Sophie Salbreux, dat een meer dan
merkwaardige geschiedenis over Papus vertelt. Hij gaat er vanuit dat heel wat
charters wel eens een dubieuze afkomst zouden kunnen hebben.
Gérard
Galtier werd ingewijd in 1987. Hij heeft kort voor zijn inwijding op initiatief
van Gérard Kloppel als profaan een rede gehouden tijdens een gesloten blanke
zitting in de Loge Constant Constant Chevillon over les Origines du Rite de
Misraïm. Deze rede is een betrouwbare bron.
Philippe
Encausse beweerd dat zijn vader, Gérard Encausse alias Papus, over twee charters
beschikt van 25/03/1907 afkomstig uit Italië. De inhoud van deze documenten is
mij niet bekend.
Het vorige
charter uit 1906 afkomstig van ‘L’Antiguo y Primitivo Rito Oriental de Memphis y
Mizraïm’ , toegekend door Villarino del Villar was een opvolger in de
lijn van Giambattista Pessina.
Opmerkelijk
zegt Roggemans is de uitspraak uit 1910 van Papus :
"Dans mes
conversations avec les Très Illustres Frère John Yarker, Chef suprême du Rite
Primitif et Originel, avec le docteur Westcott et la Société Rosicrucienne
d’Angleterre, avec Villarino del Villar, l’illustre Maçon Espagnol ...Beaucoup
de Suprêmes Conseils étrangers m’ont fait le grand honneur de m’inscrire parmi
leurs membres honoraires ou au nombre de leurs représentants en France."

Papus
Opmerkelijk
is dat Papus zelf zegt dat het hier gaat om erediploma’s ‘à titre honorifique’.
Het was overigens de gewoonte om leiders van andere Ordes, bij wijze van
erkentelijkheid, een dergelijk erediploma te overhandigen. Het is wel duidelijk
dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen een ‘charter’ en een ‘erediploma’.
Papus was inderdaad een leider in het Martinisme. De dissidente broeders die
papus naar verluit zouden hebben ingewijd in de eerste blauwe graden, zullen
wellicht martinisten zijn geweest.
Uit de
dossiers van Papus weten we, schrijft Roggemans, dat hij nooit een officiële
inwijding heeft gehad in de eerste drie graden van de Vrijmetselarij. Dit
gegeven is dus een blijvend punt van twijfel. Zonder deze inwijdingen zijn
initiaties in het om het even welke andere Ritus opvolgend aan de eerste drie
basisgraden, eigenlijk waardeloos, zegt Roggemans…en het is dan ook een
niet-maçon die dat moet schrijven. Voor ons maçons is het niet zo eenvoudig,
omdat graden kunnen gecommuniceerd worden. In de Internationale Federatie van le
Droit Huamin wordt de 33ste graad bij delegatie toegekend aan de Belgische
Grootmeester Nationaal, zonder inwijding dus.
Reuss
Maar ook
omtrent Theodor Reuss is Roggemans niet mals : Spijts Reuss een begrip is voor het ‘Ordo Templi
Oriëntis,’ was hij lid van de Socialistische Liga in Groot-Brittannië voor
rekening van de Duitse politie onder de naam Karl Theodor. Hij was journalist
voor de Süddeutsche Presse te Munchen, de Berliner Zeitung te Berlijn en voor de
Engelse krant Central News te Londen. Toen men ontdekte dat hij voor de geheime
diensten werktte werd hij in 1884 prompt uit de Socialistische Liga gezet. Nadat
hij terugkeerde naar Duitsland, vlak voor de eerste wereldoorlog, werkte hij een
korte tijd voor de Duitse contraspionage in de buurt van de Nederlands-Duitse
grens. Nadien kwam hij in Bazel terecht waar hij Engels onderwees aan de
Berlitzschool.
Op het
congres dat hij voor het Ordo Templi Oriëntis organiseerde in 1917, wist Reuss
zichzelf te verrijken met het uitwisselen van charters en octrooien van allerlei
Ordes. Deze getuigenis is afkomstig van Roberto Landmann.

Bricaud
Bij deze
figuur ging Jean Bricaud ten rade voor zijn charter, eindigt Roggemans en
besluit : Een (internationale) Ritus die een dergelijke faam heeft in de
wereld van de occulte en mystieke broederschappen en die bovendien van zichzelf
beweert een zekere geheime kennis mondeling door te geven in de vier hoogste
graden, de Arcana Arcanorum genoemd, kan nog moeilijk ernstig worden genomen.
Dergelijk talrijke splitsingen en afscheuringen kunnen op z’n zachtst gezegd
moeilijk tot voorbeeld strekken als een Orde met een ernstige doorgegeven
traditie. Let wel op,
omdat wij hier spreken over de Internationale Orde van Memphis-Misraïm en niet
over de Franse Orde, die haar eigen geschiedenis kent in deze
periode.
Arcana
Arcanorum
Lees veel en denk goed na… Onderzoek de
betekenis van de verscheidene allegorieën en vergelijk ze met elkaar. Op jou
komt het aan. Jij moet zelf de Arcana binnendringen. Niemand ter wereld kan je
de betekenis van de Arcana meedelen in een begrijpbare taal, want de Arcana
Arcanorum zijn niet meedeelbaar…
Over de
Arcana Arcanorum, die enkel mondeling worden gegeven, wil ik nog een en ander
uiteenzetten. Het is de traditie dat er niets geschreven wordt over de arcana
arcanorum : de traditie moet levend zijn. Niets belet dat er reeds veel
hierover geschreven is.
Omdat de
geinitieerde beschouwd wordt als een levende steen, waarvan het kappen gebeurt
tijdens de logearbeid, heeft de Hoge Vrijmetselarij van Cagliostro , maar ook de
hermetishe beweging van de Orde van de 2lus de Cohen de martinès de Pasqually
hadden beide interesse is de judeo-christelijke gnose. Beide systemen, die hun
respectievelijke stichters niet hebben overleefd, hebben hun latere belang
voldoende bewezen. Hun invloed op
de hedendaagse Egyptische vrijmetselarij is opmerkelijk.
Deze
arcanen zijn het paradepaardje van de Egyptische Ritus. Sommige grootloges
beweren op het internet dat zij de enige zijn die de arcana arcanorum bezitten
en verwijzen naar Ventura die het eerste van de drie arcanen zou hebben
verbrand, omdat telkens als hij een arcana opende, er een oorlog uitbarste. Nus
is het zo dat dagdagelijks ergens op aarde er een oorlog aan de gang is. Volgens
anderen verwijst deze arcanen naar het werk van Cagliostro. De mythe wordt dus
bewaard, maar ook gevoed in talrijke nietszeggende teksten. En het is de mythe dat
de arcana arcanorum leiden naar een hoger systeem, een hogere
orde.
Recent werd mij monderling de arcana
arcanorum meegedeeld. Aan diegene die het waard is, zal ik mondeling het zelfde
doen.
r
Het
Internationaal Convent van Brussel
Na de eerste
poging van een Convent in 1908, werd een tweede Convent gehouden in juli 1920 in
Zurich om een eenmaking te bewerkstelligen tussen de R.E.C. (Rite Ecossais
Primitif dit Cerneau) en Memphis-Misraïm.Na dit Convent is er niet veel
veranderd. De protagoonisten werden uitgeschakeld : Matthew Mac Blain werd
in de USA veroordeeld, Theodor Reuss stierf in 1924, en na diens dood beschouwde
Jean Briacud zich als zijn opvolger en het internationaal initiatief
verwaterde.
Het internationaal convent van Brussel in 1936 stelde Georges Lagrèze aan als Substituut Mondiaal Grootmeester, n