DE EGYPTISCHE VRIJMETSELARIJ

 

 

r

 

 

Frank MAAS

 

 

 

 

Copyrights reserved versie 12.7.20002

 

 

 

 

Gegroet op alle punten van de Driehoek

 

Inleiding

 

Vertrek nergens heen, tenzij je hiervoor voldoende tijd hebt en tevens beschikt over de noodzakelijke middelen om je bestemming te bereiken. Weet dat er een verschil bestaat tussen de weg ‘kennen’ en de weg ‘bewandelen’.

Soms moet je het ondenkbare denkbaar maken en zelfs het denkbare voor de toekomst ondenkbaar maken. Zo gaat de wetenschappelijke vooruitgang in stappen. Zo zorg je voor geen evolutie in het zijn en het denken door gewoon stil te staan.

Soms is er iemand nodig die observeert en noteert wat er collectief in een maatschappij leeft, en dit dan ook publiek maakt. Hoe langer hoe meer rijpt bij sommigen het inzicht dat een inwijding je doet terugdenken aan hoe het je zelf ooit verging.

Gelijk welke maçonnieke groep staat constant op de bres van de vernieuwingen, in ebbe en vloed. Soms is het springtij, en dan gebeuren er plotse stroomversnellingen. De vernieuwingen komen dan op je af, ongewild. Maar je kan ook de vernieuwing zelf opzoeken en het onmogelijke mogelijk maken. Een mogelijkheid is op reis gaan.

Begin aan geen nieuwe maçonnieke carrière, indien je niet op een positieve wijze openstaat voor vernieuwing. Vertrekken uit jouw oude omgeving is telkens opnieuw een beetje sterven. Diegenen die achterblijven zullen dat niet willen begrijpen, en zullen de schuld van jouw vertrek niet bij zichzelf leggen.

Maar reizen is ook de toekomst. Openstaan voor het nieuwe, het onbekende, de emotie. Reis met mij mee naar het land tussen Nout en Geb, Misraïm. Het land van de traditie en het mysterie. Luister naar de stem van jouw hart.

Il ne faut point esperer pour entreprendre, ni réussir pour persévérer.

Ik kan je alleen de Arcana van de Ritus aangeven. Jij moet door de poort van de Ahabont. En als je terugkeert, ben jij misschien zoals ik een Egyptische maçon geworden en zal je antwoorden op de volgende vraag:

 

Van waar kom jij mijn broeder?

Van de beide Egyptes, A.M.

 

 

EERSTE BOEK

 

Hoe het begon

 

Op een avond kwam ik broeder John tegen in de vochtige kamer. Hij was een en al enthousiast over een andere Ritus dan hetgeen wij gewend zijn binnen de klassieke vrijmetselarij van L.D.H.. Hij overviel mij bij het traktaat van een eerste Vlaamse pint in de vochtige kamer van mijn werkplaats Klimop te Kortrijk. Kort samengevat ging het als volgt

 

"Frank, ik heb belangrijk nieuws. Er bestaat in België een  Ritus die ik voorheen niet kende: de Egyptische Ritus van Misraïm. Het is een moderne en aan de huidige tijd aangepaste Ritus die andere symbo­len hanteert. Het is een gemengde loge die zichzelf als soeve­rein en onafhankelijk beschouwt. Zij kan op basis van dezelfde ritue­len moge­lijks alleen met vrouwen of alleen met mannen werken. Dit is niet essentieel. Het doel dat men er voor oog heeft in het ritu­aal is veel belangrijker. En indien men meent dat dit doel beter bereikt kan worden met vrouwen of mannen alleen is er geen bezwaar. Het uitgangspunt is evenwel dat het gemengd gebeurt."

 

"Dan is dat een belangrijke wijziging voor de gemengde vrijmetselarij" zei ik.

 

"Ja, dat is zo. Zij rekruteert ook helemaal niet de gedemoti­veerde maçons van de voor ons klassie­ke vrijmetselarij, integen­deel. Zij is wel exclusief. Zij be­schouwt zich dan ook als dusdanig en dit maakt dit in het ritueel ook duidelijk. Zij beschouwt zich echter niet beter of de beste want in wezen zijn voor haar alle maçons ge­lijk. Daar het echter om vrienden gaat ver­kiest de loge uit te kiezen dan zelf gekozen te wor­den," vervolgde John. En voegde daaraan toe dat het allemaal een illusie was.

 

Daar stond ik nu te kijken. Zo had ik het niet begrepen, althans niet zo radicaal. Is dit nu de betekenis van het woord maçonnieke illusie, vroeg ik mij nog af. Wat stelt de maçon­nieke illusie eigenlijk voor? Zijn wij dan een deel van het rijk der schimmen, wilde ik nog zeggen, of bestaat de rituele realiteit dan niet? Ik zweeg.

 

Ik stond op het punt door een broeder in een maçonnieke zijweg te worden geïnstrueerd. Ik had dus geen moeite te zwijgen. De stilte op de kolommen had mijn hart vervuld met een warmte zodat ik vol spanning, in stilte, verder kon luisteren.

 

"Er kan daar nog veel over gedisputeerd of gedebatteerd wor­den, doch dit is hier niet aan de orde," zei John.

"John, ben jij dan lid van deze loge?" vroeg ik nog.

 

"Wat zou je denken, jong?" zei hij. " Het wordt tijd dat ook jij er lid van wordt. Je weet niet wat je mist."

 

In feite wist ik dat ik veel miste in de klassiek vrijmetselarij, maar in hoever en hoeveel? Hoe kan je dat weten, want wanneer je iets niet kent, kun je het ook niet missen. En als je niet openstaat voor vernieuwing of verandering in je leven, is het bijzonder moeilijk om te veranderen. Bovendien moet je weten dat er een andere weg bestaat, door de poorten van de Arcana van de Ritus, en geloven in de ernst van de gids.

 

Voor mij was de vrijmetselarij een ideaalbeeld en de maçonnieke realiteit sprak dit soms tegen. Ik was en ben meermaals ontgoocheld geweest, spijts ik wist dat het allemaal maar een illusie kon zijn: een illusie van broederschap met vreemden die ik voorheen niet kende en als ze gekend had op voorhand, ik misschien niet tot hun vriendenkring  zou hebben willen behoren.

 

Pas op, ik kies nog altijd mijn vrienden, sprak ik dan bij mezelf. Ik moest als het ware mijzelf overtuigen van mijn eigen gelijk. In de loge kies je niet, je wordt gekozen…

Maar had ik dan ongelijk? De emoties zingen in de Tempel. Alleen was het soms onbelangrijk wie er naast mij zat, en dat is pas een bevreemdend gevoel. Ik dreigde tijdens ons gesprek in gedachten verzonken te geraken. Ik droomde en zag voor mij de ideale vrijmetselarij, maar bestaat de ideale vrijmetselarij? John riep mij terug tot de werkelijkheid¼

 

“Wel…’  zei hij en hij onderbrak plots zijn zin. Hij wou plots niets meer zeggen toen een broeder naast ons kwam staan. Ik kreeg John niet meer aan de praat. Was het omwille van die broeder? Waarschijnlijk, want John had bij al de broeders van de werkplaats de naam van een ‘moeilijke jongen’ te zijn. Je kent dat wel, de vooroordelen die zich tegen iemand opstapelen, en die soms gegrond zijn op grond van jaloersheid over het talent van de persoon die men wil treffen. Einstein vond dat het moeilijker is een vooroordeel te splitsen, dan een atoom.

 

In het profane leven spreekt men dan van mobbing, maar wees gerust ook in de vrijmetselarij bestaat het fenomeen. Wij zijn precies toch allemaal mensen en geen heiligen.

“Ja, John, soms regent het evengoed binnen als buiten,” zei ik nog. Hij reageerde niet. Het was precies alsof hij voor iets bang was. Wij begonnen aan een nietszeggend gesprek tussen ons drieën. Maçonnieke etiquette heet zo'n gesprek. Wij zijn tenslotte allen broeders, wij zijn allen logeleden en moeten met elkaar overweg kunnen. De avond verstreek en ik bleef op mijn honger. Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. En dat is gevaarlijk. Ik ken mijzelf.

r

L’histoire à suivre

 

Zo’n gesprek in de Loge is een ‘histoire à suivre’. Je kent dat. Tenslotte was John met iets begonnen dat duidelijk belangrijk genoeg was voor ons beiden en het had hem in de ban. Over wat had hij het dan? Over welke soort vrijmetselarij zou het gaan? Deze vragen en andere spookten nog dagen verder in mijn hoofd. Steeds wanneer ik er niet aan dacht, begonnen mijn gedachten af te glijden naar ons gesprek. 

 

De zin en de betekenis van de vrijmetselarij. Een groot onderwerp, waar over  veel te oppervlakkig is geschreven. Het is precies allemaal emotie en over emoties wordt veel te weinig nagedacht. Men beleeft de emotie, men ondergaat de emotie, alsof er weinig aan te veranderen of te begrijpen valt. Men neemt vooral de emotie niet ernstig.

 

Het is nog altijd de vraag wat nu die vrijmetselarij betekent. Nog moeilijker is de vraag wie een maçon in feite is. Het is soms gemakkelijker een negatieve definitie te geven. Een maçon zal nooit van zichzelf zeggen, dat hij zoals Paulus van zijn paard is gevallen, maar dan aan de verkeerde kant. Dergelijke moppen zijn voorbehouden terrein van Jezuïeten. Het zijn trouwens de Jezuïeten die stellen dat meer is in je, of bij wijze van lijfspreuk: ‘meer is in u’. Toch eigenaardig dat de Loge Bevrijding precies dit leidmotief heeft aangenomen. Meer is in u, ja, maar wat is er meer in u na de inwijding? Het antwoord is eenvoudig: het is het licht.

 

De profaan zal terecht denken dat zo’n enigmatisch antwoord niets meer vertelt, en dat is juist. Maar is dit niet voor alles zo? Je weet toch ook maar pas wat het vaderschap of moederschap betekent, als je zelf vader of moeder bent geworden en dan nog duurt het jaren voor je zo ver bent. In de vrijmetselarij is dit juist hetzelfde. En leg nu maar eens uit wat dat betekent: vaderschap of moederschap. Haast een onmogelijke opdracht.

 

Voor de primaten als placentazoogdieren zijn de limbische hersenenactiviteiten misschien niet te begrijpen. De mens als placentazoogdier is in staat zichzelf  in zijn DNA-structuur te ontrafelen. Via de kennis van de membraamcelstructuur weet de mens dat het leven uit het heelal komt. Van boven. Het specieuze van deze celstructuur zit niet in het DNA maar in de celwand. Verwijder de inhoud van een membraamcel, en vervang die door een andere DNA-structuur en je zit volop in het klonen van cellen en van het leven. Hier komt geen enkele opperbouwmeester van het heelal bij kijken en in elk geval is de opperbouwmeester, indien hij bestaat, geen lid van eender welk gelijk, van gelijk welke orde of religie, voor of tegen het klonen. Hij is ook geen lid van de vrijmetselarij, en de vrijmetselarij heeft het monopolie niet over de opperbouwmeester van het heelal. Laat ons duidelijk zijn. De vrijmetselarij is hier de celwand. De Ritus is de DNA-structuur. Zo verhouden Ritus en vrijmetselarij zich met elkaar.

 

Alleen kunnen wij niet aanvaarden dat ons leven, eenmaal beëindigd, geen enkel zin heeft gehad. Je moet ook van een bijzondere humor gespeend zijn om dit te kunnen aanvaarden Wij willen, als in een vlucht, aan het leven een dimensie toevoegen, en noemen dit het hiernamaals. Er is nog niemand teruggekeerd van het hiernamaals en zo kunnen de godsdiensten verder speculeren over wat het begrip inhoudt. Die onzekerheid over de toekomst wordt dan gekanaliseerd langs een opperwezen, een oerkracht, een genese.

 

Zo werken de maçons soms onder de geruststelling van de opperbouwmeester van het heelal. Niemand zegt echter wie dat wezen is, en waar je er mee in contact kunt treden. Voor sommigen is het de onbenoemde waarheid van het leven zelf. Wij zijn hier en dat zal wel een betekenis hebben, maar is dat ook zo?

 

Je moet op die vragen geen antwoord geven, zei een broeder mij nog laatst, omdat er toch geen juist antwoord bestaat. Nu ja, als je het zo ziet, is het allemaal nogal vrijblijvend wat er gebeurt ‘en loge’ antwoordde ik hem, maar hij was niet eens verrast door mijn antwoord.

 

De mens die een inzicht heeft in zijn basisstructuur, blijkt in het alledaagse leven nog zo weinig inzicht te hebben in zijn eigen emoties. De celwand of de  vrijmetselarij die inzicht heeft in haar (DNA)structuur blijkt zich weinig aan te trekken van haar omgeving. Nochtans bestaat er een bijzondere relatie tussen de celwand en zijn omgeving, maar daar zullen wij het later over hebben.

 

De maçon blijkt bovendien geen of nauwelijks inzicht te hebben in de emotionele werking van de ritualen op de groep, zodat bij de rekrutering geen of zeer weinig rekening wordt gehouden met het emotioneel en persoonlijk profiel van de kandidaat. Hij weet normaal gesproken niet eens wat de vrijmetselarij voorstelt. Hij beleeft ze.

Er zijn – en dit louter illustratief - zo veel psychologen lid van Le Droit Humain, maar men vertikt het om een persoonlijkheidscreening uit te voeren bij het rekruteren. Echter zou dat gemakkelijk in groepen kunnen gebeuren te Brussel in de zetel van het Nationaal Secretariaat met enkele schriftelijke en mondelinge proeven onder leiding van Broeders of Zusters psychologen, die daarvoor uiteraard betaald worden. Dit gebeurt niet. Men betaalt liever 62.500 euro per jaar aan nationale bijdrage aan de internationale federatie, om de beati electi,  enkelen - en ik druk mij nog eufemistisch uit - het comfort te gunnen van de paarse fluwelen zetels. Op vlak van management is dat dodelijk. Na tien jaar vertegenwoordigt dit 625.000 euro zonder rekening te houden met de belegde rentes, of een enorm bedrag waarover geen enkel “democratisch” verkozen lichaam enige controle heeft over de besteding ervan.

Integendeel met de 62.500 euro die ieder jaar vrijkomt kan het personeel van het nationaal Secretariaat beter worden betaald, en het zou mogen want zij waren tot dusver niet goed betaald, hun grote discretie ten spijt.

 

Bovendien kan een netwerk via PC uitgewerkt worden met alle secretarissen van de werkplaatsen. Zo kunnen daarna de drukkosten (ook een miljoenen post op de begroting) op termijn afgeschaft worden. Uiteindelijk is de gehele operatie winstgevend. Maar dan heb je eerst bekwame mensen nodig die blijkt geven van managementskwaliteiten.

 

En vooral, het is onmogelijk een organisatie in de loop van haar bestaan te wijzigen. Beter laat je de boel verrotten en begin je met iets nieuws, dan het oude te willen herstellen. Ook dit is een sociologische wet, en daarmee worstelen zelfs politieke partijen. De energie die vereist wordt om de wijziging te bewerkstelligen is veel groter dan de energie die nodig is om met iets nieuws te beginnen. Je ontglipt dan aan de inertie die veroorzaakt wordt door elkaar neutraliserende acties en reacties die ontstaan indien je een bestaande toestand wilt veranderen.

 

Alleen beseffen de leden van L.D.H. nog niet wat 6.500 leden betekenen voor de Opperraad. Echter heeft de Opperraad geen respect voor die leden. Het is voor de Opperraad hoogstens 62.500 euro per jaar die zij jaarlijks over de balk kunnen gooien. De leden van de blauwe loges willen hun Belgische organisatie veranderen door af te scheuren van Parijs, maar zij zijn niet rijp voor die wijziging en hebben geen energie teveel om dit te bewerkstelligen. Na het Internationaal Convent te Parijs van 7 en 8 juni 2002 blijkt de Belgische Federatie zich thans en zeker na de internetwijziging van 5.7.2002 als een ‘autonoom lid’ te beschouwen van de Internationale Federatie, wat dit begrip ook moge inhouden. In feite is dit een tegenstelling: ofwel is men lid, ofwel is men autonoom. Het laatste woord is hier nog niet gezegd, blijkbaar. De vraag is hoelang het nog zal duren voordat de internationale federatie de Belgische federatie het recht zal ontzeggen de benaming L D H verder te gebruiken. Immers de jaarlijkse capitaties niet

betalen staat gelijk met rebellie. A suivre dus…

 

 

r

 

Vrije meningsuiting

 

Het is een even belangrijke vraag hoe je staat tegenover vrije meningsuiting, wanneer de Nationale Raad van L.D.H. de leden oplegt aan zelfcensuur te doen. Hoe pas je dan nog in dit raderwerk, wanneer de grote machine als in een sekte handelt en haar leden monddood maakt. Hoelang nog? Mijn antwoord is nu duidelijk. Tot zover is het genoeg geweest. Vanaf nu zal het veranderen, om te beginnen met mijzelf. Ik zwijg niet langer.

 

Ik maak mij echter geen illusies: geen enkele godsdienst screent zijn toekomstige leden op die manier, terwijl de katholieke kerk zelf haar voormannen of priesters niet eens screent. Zij zijn al blij dat ze enkele kandidaten hebben. Het is tijd, de hoogste tijd om een verandering te bewerkstelligen. Dit kan slechts doordat uiteindelijk  het collectieve denken in de groep verandert.

 

Ik maak mij ook geen illusies over de bereidheid binnen L.D.H. om een opening te maken tegenover het Internet. Het enige waartoe het Convent bereid was, was het stemmen voor een nietszeggende tekst die de internauten veeleer afschrikt dan aantrekt. Deze tekst staat nu in vol ornaat op het web. Diegene die de tekst willen lezen, kunnen wat mij betreft gerust gaan zoeken via een zoekrobot. Ik sta niet in voor het resultaat. Op 5.7.2002 is dit dan weer veranderd en is de webpagina aangepast en dus leesbaarder. Alleen blijken het nog steeds nietszeggende teksten te zijn en kan er geen contact worden gelegd via e-mail.

 

De tekst op de URL van de drie leden van Vrij Onderzoek is daartegenover het lezen waard: het is een zeer ver gaande tekst die opgesteld is door enkele leden van die loge. Ik heb begrepen dat niet iedereen achter die teksten staat. Alleen worden deze auteurs door hun Orde niet goed gezien, en kregen zij vroeger geen enkele steun van de Nationale Orde. Integendeel zij werden beschouwd als verraders, al beseffen zij dat niet. Nu blijken zij toch een link te hebben op de webpagina’s van de Belgische federatie. Tijden veranderen, niet waar, maar traag. Zo traag.

 

Nog liever heeft men blijkbaar dat de antimaçonnisten alle vrijheid hebben op het web om onze Ordes te banaliseren, te bevechten en desnoods belachelijk te maken. Onder de mom van discretie worden de leden verplicht om zich te onthouden van het reveleren van teksten over de orde op het internet. Dit zijn sektarische trekken.

 

Het is precies omwille van het feit dat de voormalige antimaçonnieke groep Squin de Florian  zonder probleem de orde belachelijk maakte, dat ik mij heb gericht naar de nationale raad, met als reactie het volgende: het is een afschrift van een brief van de Gr. Secr. Ph. D. dat de volgende zinnen bevat:

 

"De Nationale Raad dringt erop aan dat men de grootste discretie in acht zou nemen voor het verspreiden van teksten of informaties over LE DROIT HUMAIN op Internet " (ook sic)... als een reactie van mijn oproep om in alle openheid op het web te zeggen waar de vrijmetselarij voor staat en dit in een webpagina.

 

Ik reageerde als volgtin een e-mail aan

 

“Het Nationaal Secretariaat,

 

Van vrije meningsuiting gesproken.

 

Ik zelf heb nog geen teksten van L.D.H. op internet geplaatst en zal dat waarschijnlijk ook nooit doen. Ik heb daartoe niet de minste zin noch behoefte. De goesting ontbreekt. Dit belet niet dat ik aan het nationaal secretariaat heb meegedeeld wat de concurrentie doet. Jullie werden tot dusver op de hoogte gehouden van een en ander. Maar als je zelf vecht als minderheid in een katholiek land voor de vrije meningsuiting en je door jouw eigen Orde tot het omgekeerde wordt opgeroepen, ttz de autocensuur, dan sta ik daar enkele momenten stil bij en schud dan mijn hoofd uit onbegrip.

 

Moeten de antimaçonnisten dan het monopolie hebben op het internet en ons belachelijk maken of uitschelden zonder dat daar weerwerk tegen wordt gevoerd?

 

Ik dacht dat een positieve voorstelling van de V.M. op het internet een positieve reactie kan veroorzaken bij de internauten. Ik denk dat wij gewoon in een andere wereld leven en de vraag is wie er wereldvreemd is. … dat  je je als intellectueel je afkeert van de virtuele werkelijkheid, is vandaag de dag een onvergeeflijke fout. Het ergste is dat je als intellectueel de hulp weigert van diegenen die het virtuele licht wel hebben gezien…

(mijn werksituatie) … is op de hoogte van het feit dat ik maçon ben en dat komt zeker niet door het internet, maar door menselijk niet-virtuele indiscretie...Er zijn altijd Broeders of Zusters die niet kunnen zwijgen! Ik verwacht dan ook van de nationale raad geen lessen in discretie, want ik weet wat de professionele gevolgen zijn van indiscretie  Ik heb ze aan den lijve ondervonden... en troost je ze waren ernstig.”

 

 

Er kwam geen enkele reactie op deze e-mail.

 

Gelukkig zijn er nog rechtgeaarde maçons die hun mond durven opendoen. Dit werk zal ten slotte duidelijk maken dat je de vrijmetselarij op het web niet kunt reveleren,  maar dat iedere positieve bijdrage tot publicatie, een bijdrage betekent in het voordeel van de vrijmetselarij. Want wat niet belangrijk is, wordt immers niet gepubliceerd.

 

Anno 2002 zijn wij gelukkig dat er een tijdsdocument bestaat als dit van Leo Taxil terwijl die auteur in de negentiende eeuw als een verrader werd bestempeld. Nu geeft men aan zijn petekind een facsimile van dat werk als geschenk, en deze facsimile is overigens door het Groot Oosten heruitgegeven. Tijden veranderen, zei ik toch, of niet?

 

 

r

 

 

Bezoekrecht

 

 

Ik ben veel op reis gegaan zoals dit een goed maçon past. Zo bijvoorbeeld bezocht ik een soevereine Loge te Brussel. Het was een loge die de Operatieve Ritus van Salomon beoefent, Alf.°. et Ath.°. genoemd. De leden hebben, terecht een aversie aan het woord ‘wild’. Inderdaad zeven meesters maken de loge volmaakt. Het betreft dan ook een regelmatige Loge…

 

Er bestaan geen wilde loges. Alle loges zijn wild, want zij zijn niet erkend door de paus. Voor een neofiet zegt dat natuurlijk niets, maar voor een maçon van het Groot Oosten of Le Droit Humain, zegt de benaming Alf.°. et Ath.°. en de Operatieve Ritus evenmin iets. Zij zien kleine broer nog niet staan. En vooral leden van L.D.H. uit Brussel wordt opgedragen, zelfs verboden, om geen bezoek te brengen aan die wilde loge… Nochtans gaat het over volwassen mensen, die weten waar zij gaan en staan, maar op dat vlak precies ageren zoals een infant. Zij hebben geen vrije wil meer over om zelf voor zichzelf uit te maken of zo’n bezoek nog kan of niet. Men zou toch eerst moeten zien en dan pas oordelen, doch hun opgedrongen vooroordelen zijn veel krachtiger dan het restant aan rede dat hun overblijft. Grote heren en dames met een hersenactiviteit als een zombie. Zo kwalificeer ik hen. De reden is eenvoudig: zij zijn bekend met de brainwash, doch ontkennen in alle toonaarden.

 

De operatieve ritus van Salomon is gewoon meer uitgewerkt met een mooie opening en sluiting. De bouwstukken zijn esoterisch of maçonniek. Geen profaan gelul daar op de stalle van de Redenaar. De zusjes dragen een zwart lang kleed. De schorten zijn wit met een donkerblauwe rand. De keurmeester heeft zijn plaats aan het Tableau, tussen de Eerste en de Tweede Opziener. Het rituaal is zeer ontroerend. En vooral als je dit gezien hebt en dit ritueel hebt beleefd, weet je dat je niets verkeerds hebt gedaan. De grote obediënties zijn gewoon bang dat je zal vergelijken en moeten beseffen dat het elders beter kan.

 

Na de zitting was de ontvangst van de Broeders en Zusters hartelijk.  Onmiddellijk krijg je een tijdschema van de zittingen, wat je niet anders kunt interpreteren als een uitnodiging om terug te komen. Zo moet het trouwens zijn.

 

Ik heb een zitting van een werkplaats van de Grande Loge Territoriale de Belgique, le Fr.°.-M.°. te Brussel bezocht. Zij werken met dezelfde ritus van de loge Alfa et Athanor. Le Fr.°.-M.°. maakt samen met een werkplaats te Dinant deel uit van Ordre Initiatique et Traditionnel de l’ art Royal (afgekort OITAR) met hoofdzetel in Parijs.  Ik heb in hun midden goede vrienden leren kennen. Steeds werd ik geconfronteerd met de broederlijkheid, de gelijkheid en de vrijheid.

 

Hun orde kent negen graden: leerling, gezel en meester, en dan: Geheim Meester (4) Merkmeester (5) Ridder van het Koninklijk Gewelf (6) Ridder van het Rozekruis (7) Bewaker van de Tempel (8) en Onuitwisbaar Meester (9) De zes hogere graden worden verleend door de Opperraad.  De orde bestaat sinds 1974 en is ontstaan uit enkele meesters, allen lid van het G.O.F. Zij hebben de algemene moederloge gesticht met het nummer 1. De orde werkt tot glorie van de opperbouwmeester van het heelal en tot de realisatie van het grote werk. Zij hebben zeven principes:

 

Respect voor anderen en waardigheid voor zichzelf

Vrijheid van geweten en perfecte gelijkheid

Wederzijds begrip en wederzijdse verdraagzaamheid

Broederliefde en trouwe vriendschap

Absoluut vertrouwen en voorbeeldige toewijding

Rechtvaardigheid voor iedereen en gelijkheid voor allen

De individuele perfectie en de collectieve verbetering.

 

Er is niets onoorbaars aan dergelijke uitgangspunten. Het zou trouwens als voorbeeld kunnen dienen voor de overige gevestigde orden. Mooi is dat de profanen worden uitgenodigd om in te werken in de groep, en vooraleer zij worden ingewijd, nemen zij deel aan de galerijactiviteiten. De galerij is overigens de plaats waar de stenen die dienen om te bouwen worden gestapeld. Deze stenen zijn nodig voor het grote bouwwerk. En meteen is de toon van de orde gezet: maçonniek in de eigen zin van het woord. Voor hen is de gezellengraad gewoon een hoogtepunt. Iedere loge die met de Operatieve Ritus van Salomon wenst te werken kan dat, maar daarom maakt deze loge nog geen deel uit van deze orde.

 

Ik heb verschillende malen een bezoek gebracht aan een Latijns-Amerikaanse Loge van de Obediëntie G.O.L.A. Een eigenaardig maçonniek fenomeen. Toen Alliende in Chili werd vermoord, heeft dit voor talrijke Chilenen betekend dat zij ofwel vermoord gingen worden, ofwel dat zij vrijwillig hun vaderland zouden verlaten. Velen kozen deze mogelijkheid en vertrokken naar Europa. In Frankrijk en daarna In België werd hun Loge gesticht. Zij werden bijna direct bijgestaan door Spaanssprekende Belgen en Spanjaarden. Hun rituaal verloopt dus in het Spaans, doch enkel de Opening en de Sluiting gebeuren in het Spaans. Tussenin wordt er Spaans en Frans gesproken, terwijl het bouwstuk normaal In het Frans wordt opgeleverd.

De warmte van Zuid-Amerika voel je daar op de kolommen. De muziek alludeert naar hun cultuur. De avondmalen zijn Zuid-Amerikaans gekruid. Met één woord de sfeer is prachtig.

 

Trouwens in dezelfde stad opereert er nog een ‘wilde’ Loge: Het Lev.°. Sch.°.. Er doen nogal wat verhaaltjes de ronde over deze werkplaats, die een Nederlandstalige Loge is die in de R.E.R. werkt en tenslotte is toegetreden tot de Grootloge die recent is gesticht en die de Gerectificeerde Schotse Ritus beoefent. Je weet hoe dat gaat. Men weet dat het bestaat, doch de anderen weten helemaal niets over hun ritus en dan fantaseert men er maar op los.

 

Maar je moet ook maar eens de werkplaats LA LUZ  bezoeken. Deze werkplaats bestaat uit Spaanssprekende Belgen die elke op hun manier een affiniteit hebben met het Spanje van na de Generalisimo Franco dictatuur. Zij beoefenen een  Spaanse Ritus.

 

De reis naar maçonnieke rariteiten is bijlange nog niet beëindigd. Zo bezocht ik La Rose du Sable, een werkplaats van de Grande Loge Féminine Française de Memphis-Misraïm  in Frankrijk. Een zusterloge bestaat in België, genaamd NOUT. Het zijn beide een vrouwenloge waar de zusters gekleed zijn met een wit kleed. Zij zijn immers ‘les enfants de la lumière’, wat mij deed besluiten dat de zusters van de Belgische Vrouwengrootloge de kinderen van de duisternis moeten zijn: zij dragen immers een zwart kleed. Nu de Franse zusjes hebben een mooi rituaal.

 

Tenslotte ben ik een eind blijven stilstaan bij  de Ritus van Misraïm,  in een werkplaats te Luik, genaamd LA MAISON DE VIE. Deze loge blijkt anno 2002 te zijn opgeheven.

 

Een goede broeder die mij vergezelde heeft naar zijn zeggen meer dan 200 inwijdingen meegemaakt, maar zelden een inwijding zoals bij Misraïm in de eerste graad. De ritus is in grote trekken dezelfde als die van de zusters van La Rose du Sable. Ten slotte is het maçonniek avontuur geëindigd in het oprichten van een nieuwe werkplaats van de Ritus van Misraïm. Het belette mijn goede broeder evenwel niet om kort na onze stichting, spijts de overdonderende kracht van onze eerste inwijding, onze orde te verlaten. Hij zal wel zijn redenen hebben gehad, dachten de meeste, juist alsof hun voorspelling waarheid werd. Zijn waarheid zat echter goed verscholen, en de leden van zijn loges kennen die niet eens. Zij weten niet eens met wie zij te doen hebben. Na deze onaangename ervaring, ben ik echter achterdochtig geworden. Terecht want ik zag plots het licht.

 

Het is slecht door op bezoek te gaan naar werkplaatsen die met een andere ritus werken, dat je beseft wat de waarde is van je eigen ritus. Over de Schotse Ritus is veel geschreven. Volgens sommigen is het de best bewaarde ritus. Leden van het Grootoosten zweren uiteraard bij de Franse Ritus, alhoewel er een paar Loges uit die Obediëntie werken met de Schotse Ritus. In feite is er veel meer vrijheid wat dat betreft in het Grootoosten dan in de Belgische Federatie van Le Droit Humain. Deze obediëntie verplicht haar leden om exclusief te werken met de Schotse Ritus. Waarom? Omdat G. Martin het zo wilde natuurlijk, maar is dit een referentie?

 

Veel zusjes van L.D.H. dwepen – het is hen van harte gegund – met Egytiserende symbolen. Zij dragen een medaille met ISIS. Een werkplaats van de Vrouwengrootloge heeft als logejuweel een Ankh. Een pas gestichte werkplaats in Oostende draagt de naam ANKH. Maar wat heeft dat allemaal te maken met de Schotse Ritus? Ik zeg soms: het is Schots en verkeerd. Het is natuurlijk niet verkeerd, maar mijn vraag is wat hun emotionele binding is met dat Schots gebeuren? En is de Schotse Ritus dan wel van Schotse oorsprong? Ik zou daar niets op durven wedden.

Je denkt natuurlijk dat er enkel Schotse muziek te horen valt, maar dan ben je pas goed verkeerd. Ik leerde soms dat er slechts klassieke muziek kon worden opgevoerd, geen gezongen stukken, en zeker de Bolero van Ravel niet. ‘Profane’ muziek zou volgens sommigen zijn uitgesloten. Dan is mijn vraag of de zo voorgestelde muziek dan iets anders is dan profane muziek? Men kan deze emotionele uiting toch moeilijk definiëren als een hemels of astraal melodieus nectar, dat zo maar uit het nadir komt gevallen. Muziek is niets anders dan een vertaling van zijn emoties. Dat kan in alle talen, in alle muziekvormen gebeuren. Het enige wat wij in de loge vragen is dat het sacrale  gebeuren zou onderstreept worden en dat de muziek niet als een stoorzender zou worden ervaren. Meer is het niet. Er iets anders onder zien, is blijk geven van emotionele blindheid. Of van maçonnieke verwaandheid.

 

 

r

 

 

Is de loge een sekte?

 

 

Bij herhaling stel ik mij de vraag of de loge een sekte is. Statutair en volgens de grondwet en de reglementen als dusdanig van iedere grootloge is dit niet het geval. Maar het is het levend maçonniek recht dat primeert en niet de dode geschreven letters.

 

Maar plaatsen wij ons terug in de roerselen van de geest van de primitieve mens. Hij leefde in groepsverband. Dat was mogelijk omdat men groepsritualen hanteerde voor de jacht, voor het sociaal leven, voor alles eigenlijk.

 

De oermens leefde in een grote familie, in stamverband. Binnen dit kader ontwikkelde hij gedragsregels die nauw verband houden met de activiteiten in de limbische hersenen. Regels van aanvaarding en uitstoting, bijna op louter emotionele basis.

 

De mens van vandaag de dag heeft deze oerregels in zich. Zij komen naar boven binnen het kader van de familie en bepalen de positie van het kind tegenover de vader en de moeder. Wanneer een kind wegloopt wordt het teruggehaald en overgehaald en daarna als het goed en wel teruggekeerd is, wordt het gestraft omdat het tenslotte weggelopen is.

 

Het zijn dezelfde oerregels die toegepast worden in een sekte. In een schadelijke sekte worden deze regels overigens geïnstitutionaliseerd. Zij dienen om de binding tussen de leden te waarborgen. Uittreden wordt dan bijna onmogelijk. Er wordt vooral op de emoties gewerkt en op het emotionele denken. Een parallelle activiteit naast de sekte uitoefenen wordt daar helemaal niet getolereerd.

 

In een loge komen deze oergevoelens soms tot uiting aan de basis, zogezegd omwille van het goede doel. Ze worden gehanteerd zonder nadenken, want dacht men na dan zouden zij niet worden gebruikt. Die regels worden dan niet van boven opgelegd, maar zij verschijnen als een soms gewenst, soms ongewenst nevenproduct van de vrijmetselarij. Zij zijn deel van de dagdagelijkse maçonnieke omgang.

 

Die regels die zonder meer worden gehanteerd in een loge zijn op zichzelf even gevaarlijk als  indien zij gebruikt worden in een schadelijke sekte. In die zin is de loge soms als een sekte, alleen is de vraag of zij geen schadelijke sekte is. De leden zijn tenslotte statutair vrij om uit te treden.

In de praktijk wordt dat bemoeilijkt door pogingen om te overhalen terug te keren naar de stal. Ik hoorde zelfs luidop zeggen binnen de loge dat het eenvoudiger is toe te treden dan uit te treden. Maar indien het betrokken lid terugkeert naar zijn stal rest hem of haar op termijn een sanctie. Dat behoort tot het wezen van die regels. De groep zal wat onverschilliger en minder hartelijk reageren op zijn/haar aanwezigheid. Dit kan maar goedgemaakt worden door extra inspanningen en vooral zwijgen en onderdanig zijn.

Het zijn allemaal zeer pijnlijke evenementen die ik ervaringsgewis heb vastgesteld. De zotste redeneringen worden gebruikt om iemand over de brug te krijgen om terug te komen. Als je bijvoorbeeld gedurende enkele maanden niet meer op bezoek gaat in jouw loge, zal je dat wel aanvoelen bij jouw volgende aanwezigheid. Je hoort er dan niet zo meer bij. De functies van de officianten zijn dan aan jou niet meer besteed.

 

r

 

Sektegedrag treedt op bij dissociatief gedrag. Dit betekent dat de zorg voor een ‘dissociatie’ of een ontkoppelen van de rest van de samenleving leidt tot een ‘sekte’ als gevolg. Het zich ‘beter’ of ‘verheven’ of ‘uitverkoren’ voelen is de gemeenschappelijke deler. Bijna ieder godsdienstig systeem is hierin terug te vinden. De logeman voelt zich duidelijk beter dan de rest, anders treedt je ook niet toe en blijf je niet. Wij moeten ons daarvoor hoeden, omdat het niet essentieel is voor onze vrijmetselarij.

Elk dogmatisch gedrag leidt in principe tot een ‘rechts’gedrag. Het koppelen van deze rechtse gedachtestructuur aan een ‘leider of verschillende leiders in groepsverbond zoals een ‘Suprème Conseil van L.D.H.’ - die de houders zijn van een 33ste-patent ad vitam en beschouwd worden als de ultieme machtshouders binnen de orde - geeft aanleiding tot explosieve situaties op termijn. Wat niet wegneemt dat de Orde in zijn totaliteit soms toch nog op het goede spoor kan blijven.

En zo worden er orderwoorden gesproken: een daarvan werd geformuleerd door het hoofdbestuur van L.D.H. Brussel en bestond hierin dat ondergetekende - dubbellid in L.D.H. -  een te mijden man was omdat hij een verrader was. Een bezoekster aan de loge Maât, die behoorde aan een Luikse loge van L.D.H., werd als bij toeval bij ons gesignaleerd, omdat er in hetzelfde gebouw op dezelfde dag een tentoonstelling was en haar Luikse zusters en broeders, die dachten dat zij omwille van hetzelfde doel daar ook was, daar ook aanwezig waren. Zij werd kort nadien geroepen door haar A.M. en kreeg het verbod dit individu (ik dus !) te frequenteren. Waarin mijn verraad bestond kon evenwel niemand zeggen, maar Brussel had beslist. Toen tenslotte op 16.2.2002 haar partner mij dit verhaal vertelde in Parijs, en wees gerust van dit moment bestaan er foto’s, heb ik bij mijn terugkomst in België op 17.2.2002 dadelijk een fax met mijn ontslag bij L.D.H. opgestuurd. Van dan af ben ik geen lid meer van deze orde.

De mens mag zich niet enkel laat leiden door zijn emoties alleen, want dan weent hij meer dan een kind… Eindelijk was ik een vrij en te duchten man. “Free at last”, zei Martin L. King en hij kreeg de kogel. Binnen L.D.H. kon ik niets tegenover de laster en de eerroof. Buiten L.D.H. was ik vrij, en dit boek is er het resultaat van.

Ik wil evenwel positief blijven tegenover de vrijmetselarij die vroeger zelf,  door de verwerpelijke acties van de katholieke kerk, heeft ervaren, wat zij nu zelf haar eigen leden aandoet.

r

Ik heb wel enkele desiderata te formuleren om de goede werking van de vrijmetselarij te behoeden. Wij moeten blijven streven naar de hoogste vorm van eclectisme door het samenbrengen van verschillende ideeën en tegenstrijdigheden die voor ons de bron zijn voor nieuwe gedachten en ons steeds weer verrijken. Onze waarden zijn niet superieur. Leer de anderen te begrijpen en toon aan hoe zij jou kunnen begrijpen. Verzet je tegen rechts gedachtegoed. Sta open.

Het steeds nalopen van een synthese is geen noodzakelijkheid. Vragen mogen ‘onopgelost’ blijven bestaan als in een ‘mysterie’. Dit verdient de voorkeur boven een dogma dat elk creatief denken doet stoppen. Er zullen natuurlijk veel onopgeloste vragen blijven bestaan, maar wij moeten niet alles logisch kunnen uitleggen. Laat nog iets over aan de generaties die na ons zullen komen, en laat hen ontdekken, wat wij met onze beperkte middelen nog niet konden realiseren. Heb vertrouwen in de toekomst van jouw kinderen

De rede alleen is ook niet zaligmakend. Blijf open staan voor intuïtief gedrag, voor emotionele kennis en wees vooral je zelf. Op jou komt het immers aan.

Ik herhaal dus mijn vraag of Le Droit Humain een sekte is. Mijn antwoord is ja. Dat heb ik geleerd uit de houding van de voor het leven benoemde leden van de Opperraad en uit het beleid. Is zij een schadelijke sekte? Mijn antwoord is ja, in die mate dat zij haar leden beschadigt met termen als verrader. Dit is lasterlijk en eerrovend, in de mate ook dat zij sommige leden individueel isoleert, als zwarte schapen. Wanneer het individu wil vertrekken of in een andere organisatie wil overstappen, wordt het getroffen in zijn menselijke integriteit door een sekte, dan is die sekte schadelijk.

Dan is dan geen verschil tussen L.D.H. en een als dusdanig gekwalificeerde sekte in het sekterapport van het parlement. Indien ik vandaag zou geroepen worden om hierover te getuigen, dan zou ik deze waarheid hebben aangeklaagd. En omdat er volgens de parlementaire onderzoekscommissie nog niemand had geklaagd over de loge, werd de vrijmetselarij niet beschouwd als een schadelijke sekte. Het volstaat het naslagwerk te lezen hieromtrent.

Eerlijkheidshalve stel ik dat de term loge ruimer is dan het begrip L.D.H. Ik zeg niet dat de vrijmetselarij als dusdanig een kwaadwillige sekte is, maar sommigen van de loges zijn het wel. L.D.H. wordt tenslotte bestuurd door leiders die als een goeroe ad vitam zijn benoemd, spijts zij collectief optreden. Zij zijn met niet veel en enkelen onder hen zijn zelfs voor ondergeschikte leden onbekend. Voor hun macht moet alles wijken. Niets is dan bespreekbaar. Ik wijs hun collectief aan als de verantwoordelijken en ik klaag hen meteen aan.

 

 

r

 

 

 

En toch zijn er de individuele leden van diverse obediënties die zelfstandig hebben beslist om ons toch te bezoeken. Sommigen gingen zo ver dat zij hun hulp aanboden bij de ritualen of bij het vervaardigen van ritualia.

Zij handelden als eenlingen. Zij werden soms achteraf door anderen hiervoor op de korrel genomen, maar de meeste onder hen stoorden zich daar niet aan.

Het waren die broeders en zusters die ons telkens weer aanzetten om verder te gaan, door de Arcana naar de perfectie. Het was dankzij hun onbaatzuchtige hulp dat wij bestonden. Het was door hun broedliefde dat er hoop was. Daarvoor zijn wij hen bijzonder dankbaar. En dan vergeet ik nog de zusters en broeders van Nederland: hun morele steun kwam van diverse hoeken.  Ook aan hen zijn wij een bijzondere dank verschuldigd.

En tenslotte onze reguliere broeders die maakten dat het allemaal kon gebeuren zijn wij steeds zeer dankbaar en zullen wij nooit vergeten…

 

r

Over erkenning

 

Het is een moeilijke opgave om aan een nieuw boek te beginnen, met als start een blanco blad, zo blank als een wit schootsvel van de leerling of de gezel. Soms heb je een trigger nodig terwijl  van binnen de drang dwingt  tot  schrijven om mij aan de schrijftafel te zetten en mijn gedachten te ordenen. De trigger was er plots. De aanzet was banaal en  eenvoudig de maçonnieke onverdraagzaamheid die mij te beurt viel als lid van een Misraïmloge, toen ik geconfronteerd werd met de eigenaardige houding van enkele broeders uit het G.O.B. Oh ja wees gerust, ook van die kant ben ik belaagd geworden…

‘Oh ja Broeder, dan ben jij lid van een blauwe loge die niet erkend is, en die dus wild is’, zei een broeder mij nog toen ik het Kapittel bezocht. ‘Wat bedoel je nu?’ vroeg ik hem. ‘Wel, het is toch duidelijk’, zei hij,’ het Groot Oosten erkende Misraïm niet en bovendien was er daaromtrent naar alle blauwe loge van het G.O.B. een omzendbrief gestuurd, die ondertussen overal was voorgelezen, en waarin stond dat mijn loge onbekend en onerkend was’… Ik stond aan de grond genageld. Maar mij reactie bleef niet uit, omdat ik mij wel aan een dergelijke reactie had verwacht, maar het feit van de omzendbrief bleef toch zwaar doorwegen.

 

‘Mijn goede broeder, ik heb altijd binnen de Vrijmetselarij geleerd dat de belangrijkste taak van de maçon is het goede te doen omwille van het goede, en dit boven en buiten elke godsdienst of filosofisch bestel. Of je nu christen bent, of atheïst, het maakt allemaal niets uit, als je maar voor je zelf weet uit te maken wat het verschil is tussen goed en kwaad en als je om tot dit oordeel te komen geen religieuze vooroordelen moet aanwenden. De gedachten zijn immers vrij, want anders behoor je tot een sectarische gemeenschap. Ik stel nu echter vast dat jij voor je zelf niet kunt uitmaken wat het verschil is tussen goed en kwaad, want Misraïm is niet erkend en is dus slecht. Broeder G.O.B. is blank en broeder Misraim is zwart. Een beetje het eigen Groot Oosten eerst, of rechts gedoe ! Jij hebt er dus niets van begrepen, zei ik, spijts jij denkt dat je een goede maçon bent. Het spijt mij, maar met sectaire mensen houd ik mij niet op. Indien je voor je zelf niet kunt komen tot de essentie van de Vrijmetselarij, die geen godsdienst noch secte is maar een moralistisch genootschap, dan hoeft er voor mij zelfs geen gesprek meer tussen ons.’

 

Ik was dus in mijn reactie bijzonder hard geweest, maar terecht want die broeder had mij gekwetst door zijn gebrek aan inzicht. En ik was van plan om mij niet langer voor schut te laten zetten. De maçonnieke erkenning is een dwaalspoor dat door oneerlijke mensen wordt naar voorgeschoven om minderheden te kraken.

 

r

 

 

Laat mij even duidelijk zijn : het Grootoosten van België telt nagenoeg 9.000 leden en de mediane leeftijd is meer dan 58 jaar, wat bijzonder hoog is. In de laatste tien jaar is dit aantal met slechts 500 eenheden aangegroeid wat er op wijst dat de recruteringscurve een verzwakking vertoont van relatieve lage groei, of een groeivertraging. De reden hiervan zijn veelvuldig en ik troost mij met de gedachten dat journalist Luc Van der Keelen in het tijdschrift Knack ooit op een eerlijke wijze gewezen heeft op de maçonnieke inteelt. Het werd hem absoluut niet in dank ontvangen. Het recruteringsvlak van de Vrijmetselarij is te nauw geworden, omdat er te veel wordt gevist in de netten van het gemeenschapsonderwijs en bij de atheïstische familie. En dit fenomeen leidt tot maçonniek nepotisme, verstarring en onverdraagzaamheid. Ik heb nog een maçon horen beweren dat het aangewezen was dat hij met een Citroën reed, omdat destijds mijnheer Citroen, stichter van het merk, maçon was ! In alle ernst, hij reed met een Xsara.

 

Indien een dergelijke groep van maçons van de derde leeftijd, met alle respect,  geconfronteerd wordt met een nieuwe dynamische beweging die achter hun rug recruteert, dan zet dit kwaad bloed omwille van de onmacht daarop te kunnen reageren. Een dergelijke jonge loge wordt dan uit reactie niet-erkend, wat wil zeggen dat haar leden geen bezoekrecht krijgen in het G.O.B.

 

Het is een vorm van maçonnieke verstoting, discrimenerend gedrag en onverdraagzaamheid, die als een muur wordt opgeworpen om het nieuwe initiatief, dat door zijn jonge natuur dan ook zeer kwetsbaar is, dadelijk de kiem te smoren. Dan nog liever allemaal de put in, dan dat er een andere orde sukses zou kennen, en het zal nog wel onze tijd meegaan. Ik weet het en besef dat ik nu denk in termen van slogans maar soms is dit nodig om de zaak op scherp te stellen.

 

Nochtans zijn de maçons genoegzaam bekend met de rechten van de minderheden. Het cultuurpact van 1958 ligt hen nog nauw aan het hart. 9.000 mensen op een bevolking van 10.000.000 zijn niet eens 1 % van de bevolking, die zich het recht aanmatigen om de ‘Ritus van Misraïm’ als niet erkend te verklaren, terwijl er 9.991.000 mensen overblijven in dit land, die daar niets over te zeggen zouden hebben. Dit is geen democratie, dit is autocratie, of het vermeend recht van enkelen… dit is waanzinnig.

 

r

 

 

Wel ik ben één van die andere 9.991.000 mensen dit met die opvatting niet kan akkoord gaan en ik zal onmiddellijk zeggen waarom. Maçonnieke erkenning speelt enkel en alleen voor individuen, voor maçons. Het rituaal is ter zake duidelijk, de vraag is : Broeder ben jij maçon ? Het antwoord is : mijn broeders erkennen mij als zodanig.  Het is dus duidelijk dat de erkenning enkel de individuele maçon aangaat.

 

Organisaties worden in België niet erkend door de overheid, noch door de clerus. De grootste organisatie erkent blijkbaar zichzelf en eigent zich het recht toe om andere loges als dan niet te erkennen. Waar zij dat recht uit put is onduidelijk, want het G.O.B. is door de eerste Engelse Grootloge niet erkend. Er bestaan enkel en alleen convenanten tussen het G.O.B. en L.D.H., G.O.B en de Vrouwen Grootloge in België. In deze convenanten is er enkel sprake van het feit dat de maçonnieke organisaties met elkaar administratief zullen communiceren via hun respectievelijke grootssecretariaten terwijl het individuele bezoekrecht voorbehouden blijft aan de voorzittende meesters van de blauwe loges, die al dan niet een lid van de andere obediënties of ordes zal kunnen toelaten of niet. Dit wil zeggen dat deze convenanten zelfs voor de leden van de ordes strikt genomen geen individuele erkenning van hun respectievelijke leden inhouden. Zij hebben geen directe werking voor de leden, en scheppen in hun hoofde geen subjectieve rechten. De praktijk is echter dat er door deze convenanten een souplesse is ontstaan waarbij het individueel bezoekrecht de facto is gevestigd.

 

Het grootoosten bezondigt zich niet voor de eerste keer aan de zelfde praktijken. Reeds voorheen is het in de maçonnieke geschiedenis van dit land bekend dat het G.O.B. in de periode dat de L.D.H. sterk aan het opkomen was, halstarig weigerde om de broeders en zusters van deze laatste Federatie als maçons te erkennen door hen de toegang tot de tempel te ontzeggen. Nu beschouwen de leden van L.D.H. deze periode als een historisch anachronisme en de huidige broeders van het G.O. B. erkennen dat er in het verleden fouten zijn gebeurd op dat vlak, maar het G.O.B. begint telkens weer opnieuw wanneer er zich een nieuwe orde op haar grondgebied aandient. Telkens weer de zelfde opmerking : jullie zijn niet erkend, en dus komen jullie er niet in, want jullie behoren niet tot onze vrijmetselarij. Jullie zijn maar schoonbroers…

 

Door de band genomen, behoud ik mijn zin voor humor en besef ik dat de vrijmetselarij in België, tot spijt van wie het benijdt niet veel voorstelt, maar toch dient daar krachtdadig tegenover gereageerd te worden. Vooral omdat de omzendbrief die het G.O.B. tegenover de Ritus van Misraïm verspreidde, ingegeven was door de verkeerde houding van één enkeling in de groot- commissie die het allemaal verkeerd begrepen had. Ik druk mij nu nog eufemistisch uit. Maar om kort te zijn kwam het hier op neer dat hij door de aanwezigheid van een nieuwe loge van Misraim in zijn oosten vreesde dat zijn huurster, een L.D.H.-loge, forfait zou hebben gegeven, want op het eerste zicht was deze loge van Misraîm ontstaan uit broeders en zusters die de loge van L.D.H. hadden verlaten. Die DH-Loge was dus huurster van de gebouwen van het G.O.B. zoals dit steeds het geval is, en betaalde een forse huur van 16.000 frank voor twee kalenderdagen per maand, verwarming inbegrepen, wat dus zeer goed betaald is.

 

r

 

 

Nochtans was dit alles maar een samenloop van omstandigheden. Maar doordat het aantal leden van de DH – loge fel was verminderd, vreesde de broeder, die het ondertussen zeer ver had geschopt in de Lakensestraat, dat de huur dreigde niet langer betaald te worden. Zijn initiatief in de groot- commissie resulteerde in een door ons omstreden omzendbrief. En hij zond ons bovendien zijn spionnen…

 

Meteen is het bewijs geleverd van het feit dat deze huur niet alleen overdreven was, maar ook dat de broeders van het G.O.B. de loges van L.D.H. aanzien als financiële hulpjes (ik zou beter zeggen citroenen, die kunnen uitgeperst worden ad libidum) om hun grote kosten te delgen.

 

Toen ik mijn loge wilde stichten in het zelfde Oosten, heb ik mij gewend tot reguliere broeders, die mij aan bijzonder goede voorwaarden hebben ontvangen en moreel hebben gesteund. Wij konden geen 16.000 frank per maand betalen, evenmin konden wij de helft betalen. Maar door onze groei zou dit wel kunnen lukken in de toekomst.

 

Broeder Roger J. die het tempelgebouw van het G.O.B. in mijn oosten heeft opgericht, en ik beken eerlijk dat zonder zijn verdienstelijke hulp en inzet dat initiatief wellicht nooit gerealiseerd was geweest, zag nu zijn levenswerk bedreigd. Hij had er immers op gerekend dat de huur stipt zou worden betaald en er waren ondertussen nieuwe investeringen gedaan, die nu allemaal in het gedrang kwamen, mocht de loge van L.D.H. verdwijnen…

 

De oplossing lag dus voor de hand : de DHL loge moest beschermd worden door het leven van de Misraïmloge onmogelijk te maken door de maçonnieke verbanning of de vloek van de niet-erkenning. Voorwaar een simpele redenering die veel schade zou kunnen aanrichten aan het prestige van Misraïm. Onderhandelaars op niveau weten dat het volledig aberrant is om de tegenstander te vernederen. Je hebt er zo ongevraagd een vijand bij. Maar om een goede onderhandelaar te zijn heb je talent en niet zozeer intellect nodig. Het is bovendien steeds verkeerd om een open gespek te weigeren, zoals dit gebeurd is door het G.O.B. Na mijn brief gericht aan G.O.B. Lakensestraat met de vraag om met elkaar te spreken, ontving ik geen enkel antwoord. Over dit en andere talenten zal dit boek gaan.

 

Veelvuldig zijn de sterren, doch uniek is het licht. Veelvuldig zijn de maçons, zij zijn de verschillende facetten van het licht. Maar ik heb het reeds geschreven: het licht is nergens lid van, ook niet van een loge. Het Groot Oosten is de waarheid niet, evenmin als zou de Ritus van Misraïm de waarheid zijn. Het Groot Oosten heeft geen patent op de waarheid. Wij zijn nederig, doch wij zijn gemiddeld jong of toch jonger dan de mediane leeftijd van het Groot Oosten, en hebben de toekomst voor ons. Wij willen ook ‘maçonniek jong’ zijn.

 

Maar de fameuze erkenning, die niets anders is dan een convenant, is voor de kleinere loges een valkuil, waarin destijds de Oude en Primitieve Ritus van Memphis-Misraïm is gevallen. Inderdaad, wat onzegt iedere orde zich in dat convenant? Het recht om iemand die door de andere orde is afgewezen, op te nemen op de noorderkolom. Meteen is de grootste van de beide loges, die dus het meest geconfronteerd wordt met aanvragen, de trendzetter en oefent zij op die wijze onrechtstreeks invloed uit op de recrutering in de kleinere loge. Wat staat daar tegenover ?

 

Niets dat belangrijk genoeg kan genoemd worden om de soevereiniteit van de recrutering af te staan. Het is dus een valkuil en een misverstand te geloven dat een wederzijdse erkenning onder strenge voorwaarden, enig soelaas kan bieden.

 

En ons laatste argument tegen een wederzijdse erkenning is louter maçonniek. Een erkenning is exoterisch terwijl de Egyptische vrijmetselarij in se esoterisch en hermetisch is. Van uit dat standpunt hebben wij geen exoterie nodig.

 

Een banale brief die wordt voorgelezen op het oosten van de tempels van het Groot Oosten was dus de aanleiding om dit boek te schrijven. De diepere oorzaken en beweegredenen daartoe zijn echter veelvuldiger. Dit werk is dan ook bedoelt om de lezer wegwijs te maken in de Egyptische Vrijmetselarij en haar hermetische wortels.

 

 

r

 

 

De versnippering

Ordes zien niet graag dat hun loges versnipperen. Zij hebben liever weinig loges met veel leden dan omgekeerd veel loges met weining leden. Nochtans zal de band die er heerst in een kleine loge tussen de leden veel hechter zijn.

De Opperraad van de Federatie Le Droit Humain zal dan ook zoveel mogelijk het proces van versnippering de laatste jaren vertragen. Het tot standkomen van een L.D.H. werkplaats De Wenteltrap in Koksijde duurde drie jaar en werd tegengehouden door de Opperraad.

Er zit een patroon in onze maatschappij, en dus ook in de vrijmetselarij. De biologen kennen het fenomeen en noemen dit fission/fusion in het jargon van het apenonderzoek. Het komt er hier op neer dat als het sociaal goed gaat, de apen verzameld zijn in grote groepen. Als het slecht gaat, dan splitsen de groepen en gaan kleinere groepen uitzwermen en gaan op stap naar voedsel. Verbetert het opnieuw dan worden de groepen weer groter in een andere samenstelling. Het zelfde fenomeen doet zich in de politiek voor.

Vandaag de dag zien wij een versnippering van de vrijmetselarij door duidelijk meer ateliers, met een totaal aantal maçons dat quasi gelijk gebleven is. Ieder atelier bestaat dan ook uit minder leden. Dit is een evolutie die je niet kunt tegengaan, en dus ook niet vertragen want dan treden er spanningsvelden op.

Hetzelfde fenomeen heeft zich op een dramatische wijze voorgedaan in de Egyptische Ritus in Frankrijk De grootloge is geëxplodeerd, niet in grote scheurgroepen, maar in een amalgaam van veel subgroepen, met scheidingslijnen kriskras door elkaar. Nieuwe grootloges zijn ontstaan. Dit is geen negatieve evolutie, maar het bewijs dat de Ritus van misraïm en memphis op zoek is naar oplossingen om hun problemen op te lossen. De sociale aanpassing aan de realiteit waarborgt met andere woorden de kans op overleven van de Ritus.

Bovendien groeit deze Ritus opnieuw, en dat is een positieve evolutie. Het volstaat dat wij die groei in goede banen leiden. De zelfvoldane middenklasse die het voor het zeggen heeft in de Belgische vrijmetselarij, heeft pas recent ontdekt dat er nog een andere maçonnieke realiteit bestaat. Eigenlijk wist men het wel, maar heeft men altijd gedaan of het allemaal niet bestond. Nu valt het niet langer te ontkennen.

Naar buiten toe is de Vrijmetselarij één grote macht. Naar binnen toe is zij verdeeld, doordat zij onderscheiden Ritussen opvoert. Meer dan ooit geldt het adagium : vive la différence, want veelvuldig zijn de sterren.

 

r

 

 

Absenteïsme

 

 

Volgens sommigen zou het absenteïsme te vinden zijn door het verkeerd recruteren. Indien men natuurlijk bedoelt dat enkel volgzame mensen mogen gerecruteerd worden, is er een fout in het recruteringsmanagement, maar dat is het niet.

 

Er bestaat een fundamentele denkwijze in de liberale vrijmetselarij, die stelt dat de Vrijmetselarij niemand recruteert, maar bevraagd wordt door de kandidaten via hun peters. In die visie is de Vrijmetselarij geen vragende partij, maar is de neofiet de vrager, die zijn nek uitsteekt. Een dergelijke visie getuigt van een grenzeloze arrogantie en zelfgenoegzaamheid. Het is de houding van de monopolist die weet dat niemand door de poort kan, zonder dat hij, de monopolist, zijn goedkeuring geeft.

 

De monopolist nestelt zich in zijn confortabele houding. Hij evolueert niet, want dat is niet nodig. Het zijn de anderen die zich moeten aanpassen aan hem en niet omgekeerd. De monopolist vergeet natuurlijk dat niets gelijk blijft en alles altijd telkens opnieuw verandert. Op een dag is zijn monopolie zo verouderd en onaangepast aan de maatschappij, dat de maatschappij zich van hem afkeert. Dan gaat het natuurlijk vlug bergafwaarts.

 

En het is deze liberale vrijmetselarij, die denkt dat zij alle wijsheid in pacht heeft, en die vindt dat de nieuwe leerling, de gezel, of vooral de jonge meester te veel afwezig is, zonder zich vragen te stellen waarom die wel afwezig is. De reden van zijn afwezigheid is dan ook niet belangrijk en is het laaste waar men aan denkt.

 

Ik denk dat zij op die manier verkeerd bezig zijn. Begin bij je zelf en zoek de reden niet bij anderen. Je kan anderen aan je binden door hen te motiveren, telkens opnieuw. La mobilisation est du ressort du Vénérable Maître. Dan moet de A.M. dan ook het juiste profiel hebben om anderen te motiveren en hen blijven stimuleren om aanwezig et zijn. Er is daar een belangrijke taak weggelegd van de A.M.. Kies een verkeerde voorzitter en de vereniging gaat overkop.

 

De afwezige heeft geen ongelijk. Het is daartegenover de aanwezige die niet weet waarom hij alleen op het oosten zit, die in de fout gaat. De reden ligt niet in de recrutering, maar in het soms onmogelijke gedrag van de A.M. en de officianten dignitarissen die van de maçonnieke macht niet kunnen scheiden. Zij laten geen opening voor anderen en in de schaduw van een grote boom groeit niets.


De afwezige die verder zijn bijdrage betaalt, is de facto een sponsor en in de milieu’s die leven van sponsors weet men dat je daar niet mee solt. De vrijmetselarij leeft ook van haar sponsors, alleen hebben hun leiders geen respect voor de afwezige sponsors, en worden zij beschouwd als minderbroeders. Als twee/derden van de leden niet meer afkomen en verder betalen, leeft het restant, of de actieve één/derde van hun sponsoring. Anders zou men de hoge kosten van huisvesting niet kunnen delgen. En eerlijk gezegd, ik zou tekenen om twee sponsors op drie te hebben. Dan heb je een cash flow en geen kritieken want de afwezigen bemoeien zich in de regel met niets.

 

De palmen van Memphis moeten niet groot zijn. Het komt er op neer dat alle leden zich blijvend goed moeten voelen in hun loge. Daar moet aan gewerkt worden, door verzorgde rituelen in een begrijpelijke taal. Interessante bouwstukken die iedereen verheffen tot de meerdere kennis. Een goed broedermaal aan een faire prijs en vooral nooit het gevoel hebben voor ergens iets gebruikt of misbruikt te worden.

 

Het aantal leden moet niet hoger zijn dan 33, mag zelfs minder. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. De groep moet homogeen zijn, maar bepaalde beroepen of mensen uit een zelfde interessesfeer mogen de bovenhand niet halen. Een verfrissing van de loge zal ontstaan doordat de functies altijd opnieuw bespreekbaar worden gesteld en eerlijk verdeeld worden onder alle leden van de werkplaats en niet steeds onder de zelfden. Dan zal er geen absenteïsme meer zijn en zal iedereen zich betrokken voelen.

 

Wij kunnen uit de fouten van onszelf en anderen veel leren. Dan moeten wij een open blik hebben en onze vooroordelen van ons afzetten. Door aangetpast te zijn aan de maatschappij en aan de maçonnieke maatschappij zoals zij levend is vandaag, zullen wij een succes kennen. Op ons komt het aan.

 

 

r

 

 

Actie en reactie

 

 

Sinds onze eerste inwijding in onze Loge Maât te Koksijde,  zijn drie zusters, die nog banden hebben met Le Droit Humain door leden van deze obediëntie benaderd geworden. Toeval ? Ik denk het niet.

 

Bij een van de drie zusters had de benadering een bijzonder effect. Het heeft bijzondere problemen veroorzaakt. De andere zusters reageerden elk anders, op hun eigen manier. Mij laat dit alles een gevoel van achterbaks gedoe. Het behoort tot de operatie beschadiging. Wie zei ook weer : Mentez, et mentez encore. Il en restera toujours quelque chose.

 

Ik dacht dat de Jezuieten hun wijsheden voor zichzelf hielden, en dat zij daarvan het monopolie hadden. Helaas, driewerf helaas, ook in de liberale vrijmetselarij is dit gedachtengoed verspreid. Ik geef je een voorbeeld.

 

De idee dat als je zelf niet ingewijd bent in de Ritus van Misraïm je dan zelf niet kunt inwijden in die Ritus, en dat als je dan toch inwijdt, jij noodzakelijkwijze inwijdt in je eigen Ritus zonder het te weten en niet in die van Misraïm. Het is nogal gecompliceerd en de briljantste geesten hebben het moeilijk om het ongerijmde in deze stelling te bewijzen. Het is een toepassing van het zogenaamd godsbewijs dat je gelovig bent zonder het te weten. Die laatste idee wordt in de USA ook in maçonnieke kringen weerhouden. Men zegt er dat je geen atheïst kunt  zijn. Dat is onmogelijk want je ziet graag je zelf doch god zit in je, en dus zie je graag je god, zonder het te weten. Dus ben je een aanhanger van de godsdienst zonder dat te weten, het zal wel zijn. Dit is zo absurd als maar mogelijk kan zijn.

 

Dat is uiteraard kletskoek, maar even kletskoek is hetgeen onze zuster werd wijsgemaakt. Zij was destijds ingewijd in de Schotse Ritus van Le Droit Humain. Zij werkte bij ons mee aan een inwijding in de Egyptische Ritus op basis van de Egyptische ritualen en het feit dat zij een inwijding vooraf had beleefd in de Ritus van Misraïm. Nu verkondigde men in Le Droit Humain, waar men van toeten noch blazen weet wat het betekent om ingewijd te zijn in de Egyptische Ritus, dat onze zus niet had kunnen inwijden in de Ritus van Misraïm, omdat zij dat zelf niet was geweest en dat zij dus had ingewijd in de mysterieën van Le Droit Humain, zonder dat te weten. Zij had tevens haar eed van getrouwheid en stilte of de plicht tot discretie verbroken zonder dat te weten. Zij had dus het recht niet gehad om in te wijden buiten haar orde. Meer nog, de in onze loge ingewijde zus, was geen maçon…Je moet toch maar durven.

 

De wederrechtelijke inwijding zou haar wel vergeven worden, mits zij terugkwam naar de juiste stal. Een correcte behandeling van onze zuster daartegenover ware volgens de eigen standregelen in L.D.H. dan wel haar uitsluiting geweest, na een maçonniek proces wegens meineed. Dat dit proces nooit heeft plaatsgehad en nooit zal plaatsgrijpen, is het beste bewijs dat er van haar meineed geen enkele sprake was. Zij werd gewoon bedot en zette op haar beurt ons voor schut.

 

Het ergste was dat dit gesprek dan nog gebeurde in aanwezigheid van een pas ingewijde. Je kunt niet geloven hoe dat verliep. Voor de neofiet was meteen haar inwijding ongedaan. Alle emoties van toen verdwenen als sneeuw voor de zon, en je kan het de neofiet niet kwalijk nemen. Het is een gezonde reactie. En voor ons, die pas begonnen waren, was dit een zware klop onder de gordel, waardoor wij in ons zelfsvertrouwen werden aangetast.

 

Wat ik hieruit heb geleerd is, dat je daar geen energie in moet steken, en niet moet pogen hetgeen anderen weer afbreken, terug op te bouwen. Je beheerst de situatie gewoon niet meer en moet dat ondergaan, maar niet lijdzaam. Het is beter om energie in positieve zaken te steken, en verder te doen. Het is beter om onafhankelijk te worden en moedig te volharden, en je weerbaar op te stellen. Macht vraag je niet, macht grijp je. En wat is macht : het is dreigen met een al dan niet denkbeeldig gevaar. Wat zij kunnen, kunnen wij ook.

 

Maar onze kleine loge kreeg harde klappen en er vertrokken enkele leden op de zelfde manier als zij waren toegetreden : in stilte.  Zij vervoegden de oude demonen van L.D.H. en waren precies daarna zoals de gelovige die na zijn geloof verloren te hebben, terug keert naar de kerk, nog vivanter (of moetik zeggen devoter ?) maçons dan voorheen. Wat bewijst men daarmee ?

 

r

 

Zo zie je dat de zielen in de sectaristische beweging nooit verloren gaan. Het is tenslotte in Le Droit Humain dat er 66 leden van de Opperraad en houder van de 33ste graad voor het leven benoemd zijn. Het zijn zij die in L.D.H. het geld verteren, dat kleine maçons door hun betaalde capitaties hen overmaken. Over dat verteren bestaat er geen controle op het vlak en het niveau van diegene die betalen. De Opperraad controleert zichzelf niet waar, en jij nu !

Bovendien is de invloed van de theosofen in de Internationale Federatie van Le Droit Humain – ik denk nu vooral aan de problematiek in Madraz – onder invloed van de opvolgster van Helena Petrovna Blavatsky, met name Annie Besant -  nooit weggeweest. De Opperraad houdt dit evenwel geheim voor de nederige en volgzame maçon in de kleine landelijke blauwe loge. In welke mate is dit allemaal nog kosjher in een blauwe atheïstische L.D.H.-loge?

In onze Egyptische Ritus hebben wij van in het begin afgehaakt van het idee dat een Grootmeester, ingevolge zijn patent, voor het leven benoemd is. Wij hebben daartegenover democratische verkiezingen geplaatst, om niet tot sectair gedrag te kunnen leiden.

Mensen met een universitair diploma kunnen plots niet meer helder nadenken, omdat zij door gezondheidsproblemen, ouderdom of het lot van het leven onevenwichtig zijn geworden. Dergelijke zwakke mensen worden uitgepikt en bewerkt. Ik heb sinds  jaren een bijzondere interesse in secten en religies en in de beïnvloedingen die daar gebeuren. Welnu, de secten en religies hebben daar het monopolie niet van. Wij vinden dat ook terug in de vrijmetselarij en wij moeten ons daar voor hoeden. Wij moeten reglementen en constituties opmaken die dergelijk gedrag onmogelijk maken, door het te stigmatiseren. De gedachten zijn vrij !

Bovendien moeten wij ons hoeden voor spionnen. Dit zijn ogenschijnlijk vriendelijke maçons die ons moreel steunen, maar die er op uit zijn om informatie te vergaderen en die mee te delen op een ander in hun orden. Hun bedoelingen zijn niet zo fraai. Ook hier dienen wij ons vragen te stellen, en na te denken of al onze poorten nog langer dienen open te staan voor iedereen die ergens in een regelmatige loge het licht heeft gezien. Wij mogen daar zelf niet het slachtoffer van worden.

Tenslotte is onze Orde esoterisch en niet-exoterisch, en dus niet bedoeld voor het grote publiek. Indien sommige leden van L.D.H. zich beschouwen als vreemd aan een initiatie in de Egyptische Ritus, moeten wij daar rekening mee houden en hen beschouwen als niet-ingewijden, en dus vreemd aan onze Orde. Of er dan bezoekrecht is, behoort tot de bevoegdheid van de A.M..  Er moet worden uitgemaakt door de A.M. van het Atelier, na samenspraak daaromtrent met zijn Officianten, of een bezoeker wordt toegelaten. Het best wordt hij toegelaten op uitnodiging en niet omgekeerd omdat hij dan zichzelf uitnodigt. Tenslotte aanvaard je ook in je priveleven niet dat anderen zichzelf bij je thuis uitnodigen…

De A.M. draagt een belangrijke verantwoordelijkheid hierin. Bovendien worden alle aanwezige maçons in het rituaal van de inwijding van de profaan betrokken, zodat wij ons terecht vragen dienen te stellen omtrent de maçonnieke bedoelingen van de bezoekers. Een toelating tot de kolommen slechts na prealabele uitnodiging kan hier dus een oplossing bieden.

Wie ongeschreven regels breekt, wordt gestigmatiseerd. Wie grenzen wil verleggen, loopt ongewild een groot risico. Hij wordt geïsoleerd en staat bloot aan pikgedrag. Té veel kritische massa moet ook geïsoleerd worden, anders dreigt het oude systeem te ontploffen. Men kan immers die kritische massa niet beheersen, niet controleren, niet manipuleren. Nog liever eelt op de hersenen, dan koppijn hebben door het denken. Het is het leidmotief van de volgzame schapen. Wou ik een schaap zijn, dan stapte ik in een weide, maar niet in de loge.

 

Wij kunnen alleen verder bouwen aan ons project. Dit zal ons ongetwijfeld  meer vreugde opleveren dan de routine en de oppervlakkigheid van de oude uitgevlakte en de kleinburgerlijke werkplaatsen. Minstens worden wij ernstiger genomen, en dat is reeds op zich een valabel motief om verder te doen.

 

r

 

 

Desinformatie leidt tot destabilisatie

 

Naar het sommigen verluidt werd de Ku Klux Klan ooit opgericht door de Br. Robert Pike, een vooraanstaande 19e eeuwse maçon die de  'Schotse ritus' beoefende. Onjuist.

 

Het begon allemaal met de 'onthullingen' van de Fransman Léo Taxil, een pseudoniem van de journalist Gabriel Jogand-Pagès (1854-1907). Deze publiceerde in 1887 een aantal verzonnen citaten van Pike in "Les mystères de la franc-maçonnerie dévoilés", waarvan ook een Nederlandse vertaling verscheen. Taxil fantaseerde over duivelverering, mensenoffers en alle andere wilde verhalen die zijn lezers graag wilden geloven. Hij gold als een deskundige op dit gebied, omdat hij eerder zelf maçon geweest was en hij had ook enkele fel anti-klerikale publicaties op zijn naam staan. Toen hij plotseling een spectaculaire bekering onderging, en zoals Paulus van zijn paard was gevallen, werd hij als een verloren zoon binnengehaald door de hiërarchie van de rooms katholieke kerk en ging hij zelfs op audiëntie bij paus Leo XIII.

 

Sindsdien heeft in navolging van Taxil vrijwel elke anti-maçonnieke auteur het werk van Robert Pike aangehaald om iets te bewijzen. Dit ondanks het feit dat Taxil in 1897 zelf heeft toegegeven dat het allemaal verzonnen was geweest.  Zo wordt Pike door desinformatie in antimaçonnieke middens nog steeds misbruikt.

 

En nu Misraïm. Omdat niemand uit de liberale vrijmetselarij weet waarvoor Misraïm staat, verschijnen de zotste geruchten en doen de wildste verhalen de  ronde, terwijl het verhaal van Misraïm in Belgiê allemaal begonnen is om de zusters van de Belgische Federatie van Le Droit Humain aan hogere graden te helpen. Maar goed, deze zusters wensen niet geholpen te worden, want zij hebben geen probleem en zij zijn allemaal al reeds duizend maal gevraagd geworden voor de Hogere Graden en hebben allemaal rechtgeaard zoals zij zijn, geweigerd. Toch hebben zij pijn in het hart wanneer zij vernemen dat een jongere meester, die na hen werd ingewijd, reeds opgeklommen is tot de vierdegraad en zij niet.

 

En dan verschijnt de roddel over het bidden in de tempel en het regulier zijn, het rondjes draaien, enzomeer. Je kan je het zich niet inbeelden wat er allemaal wordt gezegd en geroddeld. Inzake desinformatie zijn de groten der aarde sterk.

 

Hoe staan wij daar tegenover ?

 

Dat is een moeilijk vraag, waarop ik zelf geen antwoord weet. De Franse Grootmeester van de G.L.T.R.E. zegt dat wij enkel ernstig kunnen werken. En wanneer wij dan bezoekers zullen ontvangen, dan zal men zien hoe ernstig het er bij ons aan toegaat. Dan zal de kwalitiet van onze arbeid voor zich spreken.

 

Ik weet niet of de oplossing zo eenvoudig is, en of er wel een oplossing bestaat. In elk geval was de circulaire brief van het Grootoosten van Belgiê een vrijbrief voor de leden van het G.O.B. om over te gaan tot desinformatieve boodschappen, want Misraïm is niet erkend. Meteen werden wij vogelvrij verklaard, waaruit wij moeten besluiten dat het G.O.B. geen vriendschappelijke obediêntie is.

 

Een zus vroeg aan de achtbare van de L.D.H. Loge Kortrijk, waarvan ik dubbel lid was, wat ik zou doen indien ik als dubbellid met mijn decors van Misraïm zou ten tonele verschijnen. Het was de zus die nog als tweede opziener een leerling aan de kaak stelde omdat hij zijn handschoenen in de tempel niet aanhad. « A.M., er zit op de noorderkolom een leerling die geen handschoenen draagt » zei zij tijdens het schouwen van de kolommen. Om dood te vallen. Ik zou als A.M. afgestapt zijn van het oosten, mijn handschoenen hebben afgedaan en ostentatief hebben gegeven aan de leerling en terug mijn plaats hebben ingenomen.

 

Wel de zelfde zus maakte er een punt van van iets dat geen probleem was. Nog nooit was ik verschenen met de schort van Misraïm in hun midden. Ik wilde niet bruskeren. Zij peilde naar de reacties van een broeder die naast mij meester was geworden en die nu autoriteit en broederlijkheid moest uitstralen. Zijn reactie was kort en gebald : Misraïm is geen loge zei hij kortaf. Nu weten wij het ook terwijl het allemal ging over broeders en zusters van zijn en mijn obediëntie, want wij zijn omzeggens allemaal van Misraïm dubbel lid met L.D.H.geweest. Mijn reactie is dan gewoon : hij is mijn A.M. niet.

 

 

r

 

 

 

Emotionele intelligentie versus emotionele non-intelligentie

 

 

Bart komt zijn vriend Stijn tegen en zegt: “Vriend, ik heb geluk gehad…”

“Oh ja?” zegt Stijn.

“Ja, vriend Stijn, ik heb  de hoofdprijs gewonnen: een jaar gratis om de week na de Decascoop! En dat is nog het belangrijkste niet, deze prijs geldt voor twee. Ik moet dus een filmpartner opgeven…”

Bart wacht een ogenblik op de reactie van Stijn, die apathisch in de verte staart.

“Ja, en ik heb precies aan je gedacht, en ik wil jouw naam opgeven als partner”, zegeviert Bart.

“Ja maar ik wil toch eerst weten naar welke films je zal gaan, Bart, vooraleer ik mij in iets engageer” zegt Stijn.

“Maar dat kan ik toch niet op voorhand zeggen, Stijn, weet ik veel welke films er dit jaar zullen uitgebracht worden…”

“Je kan toch een lijstje opstellen voor de eerste maanden”’ reageert Stijn nog.

“Ja laat maar…” zegt Bart.

 

Tot zover het eerste verhaal, en nu het volgende:

 

Bart komt zijn vriend Stijn tegen en zegt: “Vriend, ik heb geluk gehad…”

“Ik ben blij voor jou?” zegt Stijn.

“Ja, vriend Stijn, ik heb  de hoofdprijs gewonnen: een jaar gratis om de week na de Decascoop! En dat is nog het belangrijkste niet, deze prijs geldt voor twee. Ik moet dus een filmpartner opgeven…”

Stijn wacht geen ogenblik en reageert dadelijk met een glimlach.

“Ja, en ik heb precies aan je gedacht, en ik wil jouw naam opgeven als partner”, zegeviert Bart.

“Ja ik wist dat ik aan jou een goede vriend had” zegt Stijn.

“Alleen weet ik niet of ik iedere week vrij zal zijn om met je mee te gaan”, zegt Stijn tenslotte.

“Geen probleem”, zegt Bart, “ wij stellen op voorhand een verlanglijstje op. Wij zien nog wel, maar ik heb wel begrepen dat ik je mag opgeven als mijn filmpartner.”

 

Wie is er emotioneel intelligent en wie niet. Nochtans is dat typeverhaal voor de meesten onder ons stereotiep. Ofwel ben je de eerste Stijn, en geraak je in de knoei met je medemens, ofwel ben jij de tweede Stijn, en gaat het je gezwind door het leven. Mijn vraag is alleen, moet een maçon emotioneel intelligent zijn of is dat een overbodige luxe?

 

r

 

 

 

 

Ben je emotioneel intelligent?

 

1. Wat doe je ? Wanneer een secretaris juist voor de zitting tegen jou als A.M. zegt dat hij niet tevreden is over jouw prestaties, die hij ondermaats vindt.

a-     loop je weg en ga je in de T.°. zitten?

b-    sta je hem agressief te woord, en zeg je dat hij geen kritiek te uiten heeft?

c-     neem jij de tijd om met hem van gedachten te wisselen, te luisteren en laat je desnoods de werkplaats even op jullie wachten?

 

2. Wat doe je als iemand in de loge  de pluim op zijn hoed steekt voor iets wat jij realiseerde?

 

a-     bedank je die B.°. omdat hij naar jouw werk verwees en leg je dat uitvoerig uit?

b-    mors je per ongeluk saus op zijn kledij tijdens het eten?

c-     vraag je of hij nog voldoende nachtrust zal kennen na al die leugens?

 

3. Wat doe je als iemand op jouw plaats gaat zitten in de T.°. ?

 

a-     hem bij de schouder vastgrijpen en hem op een andere plaats doen zitten?

b-    je doet niets, in de overtuiging dat je daarvoor veel te vriendelijk bent?

c-     de persoon in kwestie vragen of hij er mee kan leven dat hij jou in verlegenheid brengt?

 

4. Wat doe je als een leerling overal achter je aan blijft lopen?

 

a-     je beveelt die persoon om op te hoepelen?

b-    je omarmt het mens en zegt dat hij door dergelijke afhankelijkheid zijn eigen maçonnieke groei in het gedrang brengt?

c-     je verstopt je zelf in de keuken van de werkplaats zodat hij je niet meer kan vinden?

 

Resultaten:

 

1. a)   1    b)   2     c)   3

2. a)   3    b)   2     c)   1

3. a)   1    b)    2    c)   3

4. a)   2    b)    3    c)   1

 

 

Je score ligt tussen:

 

9-12   : jij bent uitgesproken  emotioneel intelligent

5-8            : nog wat werken aan je emotionele intelligentie, maar je komt er      wel

4-7            : als cipier van een gevangenis kun je aan de slag

1-3             : jij beseft niet eens dat er iets bestaat als emotionele intelligentie. Jij hoort gewoon niet thuis in een groep.

 

 

De rationeelste onder ons, is soms de emotioneel het minst ontwikkelde. Soms zijn ze beiden tegelijk, zowel rationeel als emotioneel ontwikkeld.  En als je het ongeluk hebt om een A.M. te hebben die op emotioneel vlak er niets van begrepen heeft, en op het rationele vlak tekort schiet, is de werkplaats in vrije val. De glijbaan naar beneden. Hoe zei ik het ook weer: de gebuisde van het leven die in de loge de plak zwaait over de kolommen. Horresco referens. Maar je kan nu eenmaal ook als emotioneel gebuisde door het leven gaan.

 

r

 

 

 

Maçonnieke verslaving

 

 

 

“Het is maar als je in je eigen werkplaats diep ongelukkig bent, dat je soelaas zoekt op andere kolommen”, zegt Robert. Robert zag het soms nogal zwart. Hij is ook fors bejaard, maar het werken van de geest houdt hem jong. Hij verstond het zelf om het Boek van Apostel over de vrijmetselarij, in het Frans te vertalen.  Dat hield hem jong, zei hij dan. Hij is verbeten op het Opus Dei en op kardinaal Ratzinger vooral. Met wat een dossierkennis hij hierover kan spreken is ongehoord. Dan kijk je als jonge maçon naar boven, en weet je dat er nog vele jaren zullen nodig zijn om dat niveau te bereiken. Maar er is hoop, spijts de weg lang en gevaarlijk is. Jouw geweten is een goede gids.

 

Mijn zoeken naar andere werkplaatsen gebeurde steeds in een maçonniek diep dal. Een soort vervreemding met mijn werkplaats lag daarvan steeds aan de basis. Maar ik kan je nu reeds gerust stellen, het waren soms mijn beste momenten dat ik vrij als een vogel andere werkplaatsen kon bezoeken. De contacten met andere broeders en zusters waren zo vervullend dat ik geen moment getreurd heb.

 

Bij wijlen denk in terug aan mijn katholieke opvoeding. Destijds heb ik als kind de kerk gehaat en verwenst. Maar nog immer voel ik de invloed van dit instituut en de reflex op hoe het niet moet. Een recente studie heeft ons geleerd dat onze meest basale emoties,  ons meest primair gedrag worden beheerst door het basale zenuwcircuit. Elke vorm van genoegdoening, eten, drinken, seks en ook vechten passeert via het zenuwcircuit dat door de hersenstam en de middenhersenen loopt. Uiteraard omdat de primaire functies sinds miljoenen jaren bestaan en dus in de evolutief oudste vorm van de hersenen voorkomen: het basale gedeelte van de hersenen. Relatief nieuw is gewoon de aangetoonde relatie van dopamine op de zenuwcellen. De smalle ruimten tussen de zenuwcellen of de synapsen, worden overbrugd  door neurotransmitters. Dit zijn scheikundige stoffen zoals bijvoorbeeld dopamine. Via een interessante wisselwerking tussen dopamine en de individuele zenuwcel ontstaat een soort domino-effect, waarbij het signaal van de eerste cel alsmaar verder gaat over andere cellen en de deze eerste cel de vrijgegeven dopamine terug opneemt en zich sluit. De andere cellen volgen dezelfde wisselwerking en sluiten zich.

 

Maar wanneer je dit proces gaat beïnvloeden door bijvoorbeeld cocaïne, dan gaat het mis en de eerste cel en de volgende cellen blijven gedurende een tiental dagen openstaan en sluiten zich pas na verloop van die tijd. Hierdoor verhoogt de kans op verslaving. Voor cocaïne is dit een uitgemaakte zaak, maar voor een neuromorfine-achtige stof die vrijkomt bij het voeren van rituelen, is dit nog niet wetenschappelijk in een laboratoriumtest uitgemaakt.

 

En toch zijn religieuzen verslaafd aan de ritus. Niemand kan in redelijkheid ontkennen dat er verslaving aan godsdienst  bestaat.

 

Wij moeten ons ook hoeden voor de zogezegde verslaafden, diegene die om andere redenen steeds overal aanwezig zijn, en die informatie vergaderen. Iedereen kent in zijn maçonniek milieu wel iemand met zo’n profiel. Soms vallen zij op, som weer niet. In feite pogen zij de sympathie te wekken van iedereen als een passe-par-tout. Zij verzamelen ritualen, en kennen adressen en telefoonnummers van alle obediënties. Zij kennen namen en willen goed staan bij de Groot C.O.D. Zij gaan overal binnen en zijn overal lid van. Indien dit iemand is die voor de staatsveiligheid werkt als een mol, heb ik geen echt probleem. De staatsveiligheid zal hoe dan ook infiltreren, het is haar opdracht. Deze dienst moet ook zijn werk doen en tenslotte is de loge geen criminele vergadering, integendeel. Wij zijn niet staatsgevaarlijk, noch in de regel is Misraïm een gevaarlijke sekte. Wij bestrijden de overheid niet.

 

Maar indien deze mollen, en er zijn er, werken voor Opus Dei of aanverwante christelijke organisaties tegen harde munt, dan moeten wij hard zijn en hard hiertegen reageren. Open dus je ogen, vooraleer het Opus Dei jou ziet…

 

Graag sta ik nog even stil voor die hierboven uiteengezette periode van tien dagen. Het is alsof de leiders van de katholieke kerk - door het verklaren van zonde indien je niet om de week naar de mis gaat - precies weten dat de verslaving aan ritualen pas optreedt als je minstens éénmaal per week deelneemt aan een cultus.

 

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat dopamine tussenkomt in de leer-  en de geheugenfuncties. De wijze hoe dopamine werkt is verklarend voor het fenomeen van de verslaving.

 

Het is dus ongezond – als je iedere verslaving een vorm van ongezond gedrag verklaart – om meer dan eens om de veertien dagen deel te nemen aan groepsritualen, waarin ik ook versta de logewerkzaamheden,  want boven die frequentie ontstaat de redelijke kans op verslaving. Weet dus dat als je meer dan in die frequentie deelneemt aan een rituaal,  je dan ernstig bezig bent met een verslaving te kweken.

 

En ik zie ze zo voor mij zitten, wanneer ik op de kolommen zit. In het begin van de zitting, is hun blik nog normaal, maar na een half uurtje verandert hun blik. Een blik van gelukzaligheid vervangt hun ernstig gezicht. Hun uitdrukking is van allen die ‘het hebben’ gelijk. Zelfs het stemtimbre van de opzieners verandert naargelang de zitting vordert. En bij een inwijdingszitting stralen de leden van de loge dezelfde gelukzaligheid uit. Dan weet ik dat zij dopamines hebben losgelaten in hun bloedbanen en dat het rituaal op hen inwerkt.

 

Ik kan diegenen die er hard aan toe zijn zo uithalen. Dat betekent dan ook dat je als observator moet optreden en mentaal een afstand moet bewaren tussen hetgeen er zich afspeelt en je zelf. Want zelf opgaan in het rituaal, zal jouw observatievermogen veranderen, en dan zie je de verslaving in de ogen van anderen niet meer.

 

Triviaal genoeg lijkt een dergelijke verslaving het leven van de mensen te rekken. Praktiserende mensen leven immers langer dan niet-praktiserende.

 

 

r

 

Discretie

 

 

Discretie is de ‘passe-par-tout’ die goedschiks of kwaadschiks wordt gebruikt om toekomstige leden uit de loge te weren. Het volstaat dat je tegen een profaan bent, en zegt van die profaan dat hij niet discreet is, en daar gaat hij of zij….Discretie is dan geen doel op zich, het is verworden tot een middel.

 

Er is veel gezegd geworden over de Nederlandse webpagina waarin zowat alle ritualen werden publiek gemaakt. De reacties van het Nederlandse Grootoosten zijn niet wijs. In deze orde was men even de pedalen kwijt. Plots, dacht men, was het geheim onthuld. Ontreddering op de kolommen, gevolgd door emotioneel paniek handelen via een rechtsingang. Bij tijd werd ingezien dat er beter een akkoord kon worden afgesloten. Ik ben niet eens zeker dat de vrienden van het Grootoosten hun procedureslag zouden hebben thuisgehaald. Het resultaat is dat er zeven ritualen zijn ingetrokken. Een pover resultaat.

 

Twee zaken: ten eerste beseffen de opstellers van de webpagina niet welke diensten zij bewezen hebben aan de maçons. Immers het lezen van een rituaal staat gelijk met de communicatie van een graad.  Zo werd G. Martin op een zaterdag verhoogd met 11 graden via de communicatie. Je moet het maar kunnen. Eigenlijk heeft hij  concreet de graden die hij nog niet had op papier ontvangen en heeft hij, of hebben zijn getrouwen de ritualen aangepast aan hun, toen nieuwe, orde. Wij spreken eind negentiende eeuw.

 

Ten tweede beseffen de broeders van het Nederlandse Grootoosten niet dat minstens 80 procent van de intermenselijk communicatie non-verbaal gebeurt. Er is dus slechts voor 20 procent publiek gemaakt. Ik verduidelijk mijzelf: toen ik op bezoek ging bij een profaan die kort nadien zou worden ingewijd als leerling, zei hij mij stiekem dat hij op het Internet alle ritualen gedownload had. Hij had ze nadien uitgeprint en was beginnen lezen. Al vlug had hij het voor bekeken gehouden. Het sprak hem immers niet aan. Evenmin spreekt het lezen van een drama in boekvorm weinig aan. Drama veronderstelt non-verbale taal op het podium en het is precies de taak van de regisseur om deze vorm van communicatie te verwoorden. Dan pas wordt het drama levendig. Je kan de vergelijking maken met de oercellen uit het heelal: wanneer de inhoud van de cel zich bewust is van het feit dat de omgeving niet nadelig is voor het ontstaan van een of andere levensvorm, breekt het membraam. Het productieproces begint. Hier is het juist hetzelfde: het is pas wanneer wij in de tempel de ritualen in de juiste omgeving en in de juiste gemoedsgesteldheid opvoeren, dat het maçonnieke leven open bloeit. En dat lees  je niet op Internet. Wat Léo Taxil niet kon in de negentiende eeuw, kan de onderzoeksgroep en anti-vrijmetselarijclub Squin de Florian niet in de éénentwintigste eeuw.

 

Meteen heb ik een antwoord voor de leden van Le Droit Humain: evenmin kon Frank Maas dat in zijn internetboek DE STILTE IN MIJN HART. Diegenen die het omgekeerde beweren hebben omtrent alle vormen van communicatie een probleem. Zij zijn als het ware kleurenblind op dat vlak.

 

Met andere woorden de zusjes en broertjes die de ritualen lezen op het internet, zijn bij wijze van communicatie geïnitieerd in de hoogste graad. Zij zijn 33ste zonder het zelfs te beseffen. Dat is een revolutionaire idee, die stof zal doen opwaaien in de hogere graden van de Belgische federatie, maar een initiatie bij communicatie kun je niet terugdraaien. Ik vrees dat men de invloed hiervan hic et nunc nog niet beseft. Het is gedaan met de betutteling. Het is gedaan met de deuren van de perfectieloges van Le Droit Humain gesloten te houden voor de Meesters die er toegang vragen. Alleen moeten deze Meesters zich nog verzamelen onder een zelfde noemer  en zelf de status opeisen die hen toekomt. Het is hen dan ook toegelaten om alle ritualen op te voeren, van de vierde tot de 33ste graad. Alleen zullen zij nog wat assistentie behoeven van enkele Broeders die als regisseur willen optreden.

 

En dan pas vragen zij aan de Opperraad of die de nieuwe perfectieloges, kapittels en aëropagi wil erkennen in globo. Zij moeten zich evenwel geen illusies maken. Ik weet dat een aanvraag voor een side degree is gestuurd via het Nationaal Secretariaat naar de Opperraad. Er werd zelfs geen bevestiging van ontvangst terug gestuurd, laat staan dat er een antwoord kwam.

 

Na juist één jaar schreef ik opnieuw en zegde dat aangezien ik na één jaar geen antwoord had bekomen, ik mocht veronderstellen dat er een akkoord was. En opnieuw heerste de stilte op de kolommen.

 

Je weet dan natuurlijk ook waar je staat: in het rijk van Kafka. Maar dat zulks heden ten dage mogelijk is in de vrijmetselarij tussen broeders en zusters, tart alle verbeelding. Pas op, ik schrijf de waarheid. Ik druk mij niet laatdunkend uit over de Opperraad, maar schrijf alleen dat dit insituut voor ons Belgische leden van Le Droit Humain zeer veel geld kost, terwijl er noch kwalitatief noch kwantitatief iets tegenover staat. In de profane wereld neigt dit naar…

 

Maar het zal verbeteren zegt men in de Nationale Raad: op het Internationaal Convent van juni 2002 moet een en ander uitgeklaard zijn. En zo houden de brave lieden zich bezig alsof er op dat Convent plechtig kan gezegd worden dat de Belgische Federatie het nu verder alleen mag doen. Je smijt geen 2.5 miljoen frank per jaar weg. Als je dan ziet in welke situatie een partij als de Volksunie uit elkaar is gespat, dan zeg ik dat je geen ontbinding van een relatie op termijn kunt plannen. Je begint daar aan, of je begint daar niet aan: nu, onmiddellijk en niet straks want straks is meestal nooit.

 

 

r

 

 

Tachtig procent van alle communicatie verloopt non-verbaal. Daar sta je van te kijken. Ik las nog onlangs dat de haardracht een en al communicatie is. Door je haar op een bepaalde wijze te dragen, verstuur je naar de medemens signalen over hoe je bent en wat je wil.

 

Haaruitval wordt precies beschouwd als een teken van oud worden en van verval. Vandaar dat haaruitval bij jonge mannen aanleiding kan geven tot emotionele problematiek. Een jonge mens zonder haar straalt een ziektebeeld uit van iemand die bijvoorbeeld chemotherapie heeft gehad. De innerlijke tweestrijd die dat veroorzaakt is complex omdat je je niet wilt blootgeven en dus ook niet wil bekennen dat je haar voor jezelf een probleem vormt waarover je piekert.

 

De kledij van de maçon is verbale taal. Aan de ruban zie je de graad die de betrokkene bekleedt. De manier waarop de maçon in de loge recht staat is communicatie. Dat kun je niet in ritualen neer schrijven. Dat moet je gezien hebben vooraleer je het begrijpt.

 

Een inwijding kun je pas beleven als toeschouwer, niet door het rituaal te lezen, maar door het rituaal te zien en er aan deel te nemen. Je kunt de vrijmetselarij slechts leren door er aan deel te nemen.

 

Wees er dus van bewust dat je voor het merendeel niet-verbaal communiceert. Wees ook gerust van het feit dat de vrijmetselarij niet wordt onthuld door alleen de ritualen bekend te maken. Alleen is het voor de maçons zelf belangrijk dat zij inzicht hebben in de ritualen van andere ordes, of in die van de hogere graden. Het is hun ontvoogding…

 

De publicatie van ritualen op het web is dus voor de maçons een geschenk. Alleen begrijpen zij dat niet zo. En dat is jammer, want in het verleden is de vrijmetselarij soms overgeleverd doordat enkelen zoals Prichard die de vrijmetselarij hebben verraden. Zo konden anderen de vrijmetselarij opnieuw opnemen en verder zetten doordat zij de boeken van de verraders verder gebruikten. Zo is het steeds geweest en zo zal het altijd zijn.

 

 

r

 

 

Management

 

 

Er is geen enkele reden waarom een loge niet op verantwoorde wijze zou worden geleid. Men spreekt van bedrijfsmanagement, maar ook van overheidsmanagement en zelf van religieus management. Toen men de wetten van de hydraulica toepaste op de elektriciteit kwam men tot de onthutsende vaststelling dat alle problemen waar men in de fysica voorheen niet overkwam, plots schenen opgelost te worden, en de oplossing was nog juist ook.

 

Niets belet ons om de wetten van het management toe te passen op de vrijmetselarij. Waarom zou in de C.O.D. niet kunnen vergaderd worden met toepassing van de vergadertechnieken? Wie kan er zich verzetten tegen een functionele benadering van zinvol en energiebesparend vergaderen in de vrijmetselarij? Wat met dubbele of geheime agenda’s die er altijd zullen zijn? Hoe maak je die bespreekbaar?

 

Goed leiderschap bestaat niet alleen in het leger, maar ook in de staat, ja zelfs in de godsdienst. Wij hebben een holistische oplossing nodig om onze vrijmetselarij des mensen te maken, t.t.z. aangepast aan de noden van onze tijd. Een van die aspecten uit die visie is het management. Wij kunnen ons niet blijven focussen op de traditie alleen.

 

Klassiekers in de managementtheorieën zeggen dat management plannen is, organiseren, leiden en controleren. Wij werken in de vrijmetselarij met een groep mensen. Onmiddellijk komt daarbij het aspect leidinggeven, en het aspect motiveren om de hoek kijken. Broeders en Zusters moeten door de Voorzittende Meester en de C.O.D. steeds gemotiveerd worden om terug te komen. Zij mogen echter niet het gevoel hebben dat zij het lijdend voorwerp zijn. Neem als referentiepunt de A.Loge. “X». Deze loge bestaat anno 2001 drie jaar. Het ledenaantal is ongeveer 25 en op de zittingen is het bezoekersaantal (bij het stichten 230 aanwezigen) is nu  35 à 40. Het succes van de werkplaats is duidelijk. Hun aantrekkingspunt is het gebruik van het Spaans tijdens de zittingen en hun verbondenheid met Chili.

 

Vergelijkt deze werkplaats nu met de werkplaats “Y” die rond hetzelfde tijdstip werd gesticht. Het ledenaantal is daar iets hoger, doch de bezoekersaantal  (bij stichten ca 200 aanwezigen) vermindert met de dag. Deze loge heeft duidelijk geen succes. De werkplaats heeft ook niets buitengewoons dat als aantrekking  kan dienen.

 

Beide werkplaatsen hadden bij het begin dezelfde kansen op slagen. Maar er is meer, en hier kom ik later op terug. Nu reeds dat: de A.M. van “X” kan zijn leden motiveren, terwijl de Voorzittende Meester van “Y” alles doet opdat niemand gemotiveerd zou zijn: hij speelt cavalier seul.

 

r

 

 

Management is ingrijpen waar nodig en met inzicht en oogmerk. Management moet niet steeds, want bijvoorbeeld de ritualen werken zoals een cirkellogica, op zich zelf zoals in een film. Daar dient niet “gemanaged” te worden maar indien nodig dient ingegrepen te worden op basis van inzicht, kennis en ervaring. Het ingrijpen zelf is steeds in het licht van het doel van de vrijmetselarij en dit is in de eerste plaats voor de werkplaats: het voortbestaan ervan.

 

Er zijn diverse richtingen in het management:

 

De rationele richting of de dominante richting. Het is een toepassing van het Taylorisme. Taylor was van mening dat  volgens het scientific management de verstandigste mensen de zaak bestuderen en vervolgens op wetenschappelijke wijze een objectief voor eenieder vastleggen.

 

Deze visie is onhoudbaar in de Vrijmetselarij omdat zij geen plaats laat voor het individuele denken en de uiting van de emoties. Maar enkele van zijn ideeën zijn wel nog hanteerbaar, zoals bijvoorbeeld: men moet op een verstandige wijze rekruteren in functie van de behoeften, en het profiel van de bestaande groep. Zijn ideeën omtrent een eerlijke behandeling van de werknemers /leden, is ook bij ons van toepassing. Het uitdenken van het segment van de bevolking waarin men wil rekruteren valt hier onder. Welke criteria zetten wij voorop, in het kader van een globale visie? Wat zijn tegenindicaties, en hoe beheersen wij die tegenindicaties? Wanneer en hoe worden er uitzonderingen gemaakt of niet op het uitgangspunt? Is het genoten onderwijs van de profaan of van zijn kinderen relevant en vooral waarom?

 

Weber zei dat op de mesthoop van de corruptie er geen vooruitgang kan worden geboekt. Hij bedoelde met het begrip ‘corruptie’ niet hetgeen wij in de juridische benadering zien als een eng begrip, maar veel breder: corruptie als gemeenplaats  voor de afwezigheid van onderscheid tussen het eigen belang en het groepsbelang. Voor Weber is de cafébaas die in zijn lade geld van de zaak benut voor de aankoop van een luxewagen een corrupt man! Immers dat geld is niet van hem maar van zijn café en dient om de leveranciers te betalen en de kosten van de uitbating.  Wanneer de B.°. Hofmeester°. de ontvangsten benut om tegen minderwaardige kwaliteit een maaltijd te serveren en de winst in zijn zakken laat verdwijnen is hij corrupt, noch min noch meer. Hij moet er uit, zonder pardon. De werkelijkheid is nooit zo hard. Er bestaan tussenvormen, zoals bijv. de Hofmeester°. die doelbewust teveel eten aankoopt, om ’s anderendaags privaat vrienden uit te nodigen en juist hetzelfde te serveren. Ook dit is corruptie maar van een ander allooi. Het is in de regel even verwerpelijk.

 

Maar ook de vriendjespolitiek is volgens Weber verwerpelijk. Toegepast op de vrijmetselarij zou je kunnen stellen dat de A.M. zijn opvolger niet kiest onder zijn vriendjes, maar dat in eerste orde de werkplaats democratisch zijn nieuwe A.M. moet keizen, zoals dit overigens in de meeste reglementen is bepaald. De realiteit is soms anders, met alle gevolgen van dien. Vriendjespolitiek is de grootste vijand van correct management. Ook beslissingen binnen het kader de van drie lichten zijn niet aanvaardbaar. Het is ofwel de C.O.D. ofwel de middenkamer/werkplaats die beslist. Vriendjespolitiek is een rem op de menselijke vooruitgang en is in de profane maatschappij een verderfelijke praktijk die best buiten de muren van de T.°. wordt gehouden, alleen maçons zijn ook maar mensen.

 

r

 

 

Scheef gegroeide reglementen zoals de drie stemmingen binnen L.D.H. zijn oubollig en zijn overbodige administratieve en tijdrovende tussenstappen en kunnen in één en dezelfde zitting worden gebracht. Omslachtige procedures zijn misschien inherent aan een oud maatschappijbeeld betreffende de administratie en het gerecht maar ook daar is er een evolutie aan de gang. Je schiet geen vliegtuig neer omwille van een navigatiefout is daar het credo, hetgeen ook best in de vrijmetselarij kan worden overgenomen. Wij vergeten soms te veel dat wij met vrijmetselarij moeten bezig zijn en niet met administratief beheer. Het symbool van de Reden. als bewaker over de reglementen of de ritus is te eng. De Redenaar is veel meer dan dat. Hij is het geweten van de Loge, en dit geweten is in eerste orde het menselijk hart. Wij moeten dus een en ander weghakken aan de wortel van de boom van de maçonnieke traditie die te ingewikkeld en te traag is geworden. Doe iets wat op één dag kan gebeuren, waarvoor tot dusver weken nodig waren.

 

In het rituaal van de installatie van de C.O.D.: laat de leden van de C.O.D. zoveel mogelijk collectief de eed afleggen en neem de tijd die overschiet om te luisteren naar een goed bouwstuk. Het zal meer voldoening geven aan iedereen. Je kan niet stellen dat in de vrijmetselarij de tijd van geen belang is. De tijdsnood in de profane wereld – vergis je niet want ook gepensioneerden verkeren steeds in tijdsnood -  dwingt ons om spaarzaam te zijn met ons maçonniek tijdsgebruik en dit op een ernstige wijze te besteden.

Traditionele zware en ingewikkelde, trage en inefficiënte procedures dienen radicaal te worden herzien.

 

Nobelprijswinnaar Herbert Simon stelde dat de mensen niet superrationeel zijn, maar wel rationeel en dan nog in een beperkte mate. Ik verduidelijk mijzelf: mensen zijn van nature trouw, als  blijk van emotioneel gedrag. De rede moet veel wijken voor de emotie in onze handelingen. Zo zijn wij trouw aan onze schoenenwinkelier, terwijl dezelfde schoenen misschien iets verder goedkoper verkocht worden. Wij gaan ook altijd naar dezelfde bakker om brood. Mispak je dus niet aan het menselijk gedrag. De maçon is in de regel trouw aan zijn werkplaats. Het verlaten van die groep zal slechts het gevolg zijn van een interne spanning die op emotioneel vlak vaak verscheurend is. Er moet al veel gebeuren voordat men zich verlegt van werkplaats. Van de andere kant zijn diegenen die niet veel in hun eigen werkplaats verschijnen, doch wel op bezoek gaan elders, vaak rationeler en dus ook kieskeuriger. In principe kun je ook veel meer wijzigingen doordrukken met die maçons, terwijl de achterblijvers eerder behoedzame emotionele mensen zijn en vooral traditionalisten, die zich tegen wijzigingen verzetten. Het vergt ook veel meer inspanningen om een bestaande groepsgeest te veranderen dan een nieuwe groep te stichten.

 

Veelal worden diegenen die kritiek uitoefenen op het systeem niet geliefd omdat zij de toekomst van het systeem in het gedrang brengen met hun kritiek, terwijl van uit hun eigen standpunt de kritiekgever meestal het zeer goed meent en enkel wil wijzen op de tekortkomingen en hier een oplossing/wijziging wil voorstellen. Hij wordt verkeerd begrepen Dat is jammer, maar dat is een sociologisch gegeven.

 

r

 

Scheiding van Kerk en Staat, de Triasleer, alle wijzen zij op de behoefte en de nood het beheer van een organisme van de Staat of weze dit nu de vrijmetselarij op te delen. Zet de melk niet bij de kat. De hofmeester en de barverantwoordelijke ontvangen de gelden. De penningmeester is diegene die de gelden controleert en die op zijn beurt gecontroleerd wordt door enkele commissarissen. Dit heet: scheiding van front office en back office.

 

Dit principe zal ieder maçon aanvaarden, maar hetgeen ik nu zal zeggen, zal op veel meer onbegrip moeten rekenen, nl. : ZET DE MELK NIET BIJ DE A.M.. Ik zie reacties, maar het principe dat ik toepas is hetzelfde. De Achtbare moet geen A.M. zijn EN voorzitter van de vergaderingen van de C.O.D. Dat laatste kan gerust worden waargenomen door een moderator die niet de Achtbare is maar die bijzonder bekwaam is in vergaderen en vergadertechnieken. Hij zal optreden als debatleider, aan iedereen het woord geven en iedereen betrekken in de debatten. Hij bereidt qua aantal punten van de agenda en wat tijdsbegroting ervan alles goed voor. Hij houdt de discussie binnen de lijnen van de agenda, enz.. Het voordeel is dat de moderator zelf geen mening heeft, wat niet altijd kan gezegd worden van een Achtbare. Laatst zei een leerling mij dat zij niet begreep hoe het komt dat in de vrijmetselarij niet de wijste of meer onderlegde persoon voorzitter wordt.

 

Dan verstaat die man/vrouw de kunst, volgens die leerling, om leden die beter onderlegd zijn dan hem/haar de les te spellen. Natuurlijk is dit in hoofde van de leerling een mis begrepen visie op het gebeuren, maar het is evenzeer verkeerd in hoofde van de Achtbare om te denken dat hij/zij anderen die wijzer en meer onderlegd zijn dan hem/haar de les te kunnen spellen. Het voordeel van de splitsing van de macht van de A.M. is dat de werkzaamheden serener kunnen verlopen. Conflicten worden dan vermeden, want hoe dan ook met een Achtbare die zich gedraagt als een dictator minus of maximus, het is gelijk, krijg je hommeles in de tempel.

 

Kwaliteit hoeft niet meer inspanningen te vergen dan minder kwaliteit. Integendeel,  de som van de kosten van het herstel zijn benevens die van de aanschaf hoger bij minderwaardiger kwaliteit dan bij kwaliteitsgoederen. Dit is ook zo in de loge. Minder kwaliteit kan niet. Op ritualen kan niet besnoeid worden inzake kwaliteit. Het moet vlekkeloos verlopen en de repetitie is geen overbodige luxe. Niemand, ook de A.M. mag  de ritualen niet naar zijn hand zetten, door zich schalks te gedragen als een redenaar. Aan elk zijn weloverwogen taak. Maar de Redenaar moet zijn taak ernstig opnemen en kwaliteit geven als redenaar. Hij moet niet samenvatten wat anderen allemaal al begrepen hebben na een bouwstuk van een  bezoeker, maar kan hoogstens een meerwaarde leveren. Soms zit die meerwaarde in louter zwijgen, wanneer de spreker veel competenter is dan de redenaar zelf. Anders krijg je een anticlimax, en dat is te vermijden.

 

Ik pleit dus voor een vrijmetselarij op mensenmaat, die haar kracht put uit de ethiek van haar leden. Respect voor de mens, respect voor de maçon, ook al is hij/zij nog leerling. Geen banaliseren van de leerlingen of gezellen. Het kan nooit regenen als twee meesters praten en er leerlingen of gezellen voorbijkomen. Er zijn slechts twee categorieën: profanen en maçons, zij die het licht zagen en anderen die het licht nog niet gezien hebben. En al de rest is flauwe kul.

 

 

r

 

Een product als een ander…

 

 

De vrijmetselarij is een dienst als een ander. De wetten van de marketing zijn op haar toepasselijk zoals op een product. Dit is harde taal, maar er zit een grond van  waarheid in.

 

Waarom zou de kwaliteitszorg in de vrijmetselarij niet hoeven? Geef mij een valabele reden. Waarom zouden wij in de vrijmetselarij de kwaliteit niet moeten vooropstellen, en verkiezen boven de kwantiteit. Wanneer onze loges te groot worden treedt er klanvorming op. Dat is nefast voor de sfeer die er dan heerst. Het is dan beter om minder leden te hebben in jouw loge.

 

Toch ziet er niemand heil in een kleine loge van maximaal 10 à 12 leden.  Een dergelijke loge kan zich beperken tot de rituele initiaties en loonsverhogingen. De andere keren komt men dan gewoon samen in chambres d’amis. Niets belet dat er daar een spreker een korte uiteenzetting heeft. Maar de huiselijkheid en de nestwarmte die zal ervaren worden, elke keer opnieuw in het huis van een van de leden, zal zorgen voor een ongehoorde binding tussen de leden. Niets belet om dan nog op bezoek te gaan in andere loges. Ondertussen is de normale samenkomst niet  ritualistisch, minder sacraal. Veel mensen zullen er zich beter bij voelen. Dat is de kwaliteit die wij moeten nastreven…

 

 

r

 

Motivatie

 

 

Hoe kun je van gemotiveerde maçons in een korte tijd gedemotiveerde maçons maken? Geen moeilijke vraag. Zet twintig maçons met allen goede bedoelingen samen en binnenkort heb je hommeles. Je moet vooral geen managementtechnieken toepassen, want deze technieken hebben alleen als doel het samenleven te bevorderen, en hier kan niets verkeerds aan zijn.

De motivatie is het eerste dat verdwijnt wanneer je in de vrijmetselarij het menselijke aspect uit het oog verliest. De rekening kan in verhouding zwaarder zijn dan je fout de menselijke factor te verwaarlozen. Motivatie verdwijnt, Broeders en Zusters slepen zich naar de zittingen, of komen gewoon niet meer af. In de Tempel en in het voorhof heerst er onvriendelijkheid en zeker frustratie, hetgeen op zichzelf weer een factor is die versnellend werkt.

Tussen de kwaliteit van de vrijmetselarij en het respect voor de mens moet er een evenwicht zijn. Ook hier moet ik even stilstaan. Het evenwicht wordt bereikt in functie van het doel dat men nastreeft. In de vrijmetselarij doet men veel dingen omwille van de traditie. Welnu ik pleit dat wij in eerste orde iets moeten doen, omwille van het oogmerk. Vraag aan velen waarom men zulks en zo doet in de vrijmetselarij en men zal zeggen: omdat wij dat altijd zo hebben gedaan. Het verstand op nul, vooral omdat ze denken dat ze niet op een andere wijze kunnen handelen.

 

Een verandering op zichzelf, omwille van de verandering is even zinloos. De verandering moet er gewoon komen, indien het oogmerk dat men wil bereiken het vergt. Ook de vrijmetselarij moet werken met objectieven. Niet rekruteren omwille van de traditie, maar rekruteren van die leden die de groep een meerwaarde kunnen bijbrengen, al ligt die meerwaarde gewoon in hun persoonlijkheid. Tevens een aantal inwijdingen per jaar vooropstellen bijv. in functie van de gemiddelde leeftijd van de werkplaats. Alle leeftijdscategorieën boven de dertig jaar dienen in evenredigheid te zijn vertegenwoordigd teneinde een menselijk homogene groep te bekomen. Wanneer een ideaal aantal bereikt is – zoals afgesproken in de groep – kan je verminderen met rekruteren.

 

Werken met zoals gezegd respect voor elkaar, maar ook democratisch overleg, met autonome werkgroepen rond bepaalde thema’s, met een vooral “dienende” en inspirerende leider, geen dictator. De vrijmetselarij heeft een afkeer van een sterk leiderschap. De vrijmetselarij is niet rechts. Leiderschap is slechts goed als het als legitiem wordt ervaren binnen de groep.

 

Het leiderschap moet gedragen worden op menselijke basis en op mensen, in een doorzichtige structuur. Geen geheime agenda’s over verdeling van taken. Maar openheid en bespreekbaarheid van die agenda’s. Jij wordt geen eerste Opziener°. om mij als A.M. daarna op te volgen. Ik denk dat ik voldoende duidelijk ben Geen machtsmisbruik. Leiderschap moet je immers verdienen elke zitting weer opnieuw.

 

De vrijmetselarij moet rekening houden met trends in de maatschappij. Lange termijntrends en korte termijntrends. Zo bijvoorbeeld is het in de maatschappij ondenkbaar zonder internet. Wie dat wil gestand houden is een dwaas. Het internet valt niet tegen te houden. Maar hetzelfde stelt zich in de vrijmetselarij. Beheers dus vanuit de vrijmetselarij het internet en laat het niet over aan de reguliere broeders. Er is thans een revolutie van de goede smaak bezig in de modewereld, maar ook in de vrijmetselarij. Kleurige en meer versierde rubans, schouderlinten en schorten zijn weer in. Verzet je niet tegen die evolutie maar onderken ze en beheers ze. Van rechtshoekige schorten worden het misschien weer ronde schorten en waarom niet. Het is allemaal het gevolg van de smaakrevolutie in de maatschappij, en niet alleen in de kleding. Goede smaak is iets wat iedereen weet te appreciëren. De nieuwe schorten moeten er gewoon goed uitzien en betaalbaar blijven.

 

Maar er is meer. Waarom zou je geen e-mail gebruiken als communicatie vorm. Je kan deze e-mail beveiligen met een paswoord. Waarom geen internetpagina met een log-in en paswoord waar je als secretaris je formulieren kunt downloaden via het internet? In de communicatiemaatschappij kan omzeggens iedereen lezen, en toch lezen de Voorzittende Meesters nog briefwisseling voor in de tempel omwille van de traditie, maar dat is verloren tijd natuurlijk. Briefwisseling kan gefotokopieerd  worden natuurlijk, en verstuurd met de fax. Of via E-mail of gewoon via de post. Meer moet dat niet zijn. Je moet dus rekening houden met de trends en de kunst is de trend op lange termijn tijdig herkennen en vertalen binnen de groep.

 

De maçon is een strateeg, omdat de vrijmetselarij een strategie behoeft tegenover concurrenten als andere obediënties, andere groeperingen zoals AMORC, of New Age.

 

De strateeg kijkt vooruit. Het is het omgekeerde van de traditie. De maçon past zijn taalgebruik aan aan de huidige taal in de profane wereld. De ritualen worde periodiek  semantisch herschreven. Geen oubollige en onverstaanbare taal, of slecht vertaalde ritualen uit het Frans bijvoorbeeld. De strateeg bekijkt de andere ritussen door er op bezoek te gaan. De aloude schotse ritus is een goed bewaarde ritus, maar waarom moet men deze ritus blijven volgen? Ik denk nu vooral in de H.G. en het deïsme dat er heerst. Waarom geen H.G. van de Franse Ritus: 3 + 4 = 7 in plaats van 33. Overigens worden er toch geen 33 graden gedaan, maar wel tussensprongen: 1 2 3 4 9 14 15 18 22 24 26 28 30 31 32 33. Waarom geen afschaffen van de wraakgraden? 

 

Door een DECREET van 15.12.1808 van de Franse Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, werden de negende en de elfde graad gegeven bij loutere communicatie,  alsook de negentiende, de twintigste en de éénentwintigste graad. Maar ook de achtentwintigste en de dertigste graad. Meteen werden de belangrijkste wraakgraden geweerd, t.t.z. men besteedde er geen aandacht aan.

 

Waarom de Belgische Opperraad dat niet doet, is mij een raadsel. Wij hebben toch iets geleerd uit de geschiedenis, en moeten dus weten dat gedurende de tweede wereldoorlog in het bijzonder de negende en de dertigste graad werden geëtaleerd tijdens de zogenaamd anti-vrijmetselarijtentoonstellingen: doodshoofden, kisten, messen, bloederige schorten, en wreedaardige af te leggen eden… je zou voor minder…

 

Feit is dat de meest ongelovige Broeder, door het verloop van de graden en door de verkeerd begrepen inhoud van de maçons trouw, verglijdt naar een systeem waar alle kritiek verdwijnt. Zo wordt men Prins Rozenkruiser op witte donderdag…zonder morren.

 

 

r

 

 

Heeft dat nu nog zin?

 

 

Ware het niet beter om:

 

-         in elk geval de wraakgraden louter als een historische aberratie voor te stellen,

-         de 18de graad volledig te déchristianiseren

-         de eed (eden) aan te passen

-         zwaarden en messen te weren

-         minder bezig te zijn met de Opperbouwmeester en des te meer met de menselijke kant van de zaak?

 

Ik weet dat er reeds evoluties zijn in die zin, maar zij zijn te beperkend. Men weet precies niet wat er tegenover te plaatsen, ten opzichte van hetgeen men laat wegvallen. Nochtans zijn er genoeg broeders of zusters filosoof, of schrijver.  Men kan een beetje hulp best gebruiken.  Maar natuurlijk wil men zijn eigen falen niet openbreken naar buiten toe. Hulp aanvaarden van diegenen die nog de graad niet hebben aangenomen, die dit zouden kunnen veranderen, kan dan natuurlijk weer niet. En zo blijf je ter plaatse trappen…

 

De katholieke kerk mist een ‘zinvolle’ zingeving bij haar ritus. De hogere graden verkeren, als pseudo-godsdienst, in hetzelfde vaarwater.

 

Niemand weet precies wat er aan de hand is. Maar waarom zou men geen bijzonder convent kunnen organiseren in buitenland en op afstand. Mentaal verrijkt door talrijke experten – daarom misschien ook geen leden - zou kunnen gewerkt worden aan een ‘raam’-denkwerk zoals een soort kaderwet waarbinnen in grote lijnen tendensen worden uitgestippeld zodat een einddoel kan bepaald worden. En pas nadien bij de terugkomst begint in subgroepen het herschrijven van de graden, in alle rust, in een aanvaardbare hedendaagse taal. Een opvolgende convent zou dan kunnen zorgen voor evaluatie en afsluiting van de redactie.

 

Ik geef toe het is een mooi plan, en er is geld om het convent te organiseren. Maar is er de wil om over te gaan tot vernieuwing? Kun je zorgen voor  herstel, als diegene die ziek is, zijn ziekte ontkent?

 

 

 

r

 

 

Strategie

 

 

 

De strateeg kijkt naar buiten. De ‘concurrentie’ wordt nauwlettend gevolgd. Ook de houding van de kerk en van andere genootschappen ten opzichte van de vrijmetselarij wordt gevolgd. De vrijmetselarij neemt collectief standpunten in naar buiten toe omtrent ethische kwesties.

 

De strateeg kijkt naar binnen. De strateeg zal vooral bekommerd zijn om de innerlijke vervolmaking van ieder lid en van de groep. Leg de nadruk op je eigenheden, je eigen talenten die leven in de groep. Een zandbak als Tableau van een loge aan zee zal als verfrissend worden ervaren. Je moet gewoon die eigenheden aanwenden. Werkplaats “Y” heeft bijvoorbeeld geweigerd om een zandbak te gebruiken, en om tijdens de harmonie geluid van golven en de zee te gebruiken. De tweetaligheid werd geweerd, terwijl precies aan de kust veel Franstalige maçons op bezoek komen in het weekend. De zittingen werden dan wel op zaterdag gehouden.

 

Je moet als het ware een evenwicht vinden tussen en een keuze maken in de strategieën. Je kan niet alles tegelijk doen. Je hebt al zorgen genoeg om de verschillende subgroepen in de werkplaats in harmonie te brengen met elkaar. Geen samenzweringen dus tussen enkelen door bijvoorbeeld met enkelen geregeld besloten samen te komen aan tafel.  Dat moet bespreekbaar gesteld worden. Niemand wil immers belazerd worden.

 

De A.M. kan een manager zijn. De A.M. van werkplaats “X” wist dat iedereen valt voor emotie. Emoties werken aanstekelijk. Hij gebruikte die emotie om te tonen hoe blij hij was dat je weer eens een bezoek bracht. Hij omhelsde iedereen bij het verlaten van de T.°. Dat was zijn natuur en zijn sterkte, en meteen ook de sterkte van de werkplaats “X”. Vooraan gezeten gaf hij een show, maar dan een goede show. Nauwelijks kon hij bij wijlen zijn eigen emoties bewaren. De A.M. van de werkplaats “Y” was op dat vlak niets. Hij had weinig empathie met anderen, en was vooral in zichzelf gekeerd. Hij was een eenzame A.M. op het oosten, en dat vertaalde zich in de loge: een terugval in het aantal bezoekers.

 

Alleen is tijdelijk succesvol zijn geen garantie op de toekomst. Op lange termijn moet jouw werkplaats flexibel genoeg blijven om zich aan te passen aan de steeds wijzigende omstandigheden die zich zullen voordoen. Van zodra de vrije val begint, gaat het vlug bergafwaarts. Soms liggen er enkele leden aan de basis van dit verval en het ergste is dat zij dat als dusdanig niet ervaren. Een uitzwerming is dan aan de orde, maar dat gaat in de regel gepaard met een emotioneel verlies.

 

Je moet in de functie die je bekleedt in de C.O.D. emotioneel intelligent genoeg zijn om je functie waar te nemen. Ik geef een voorbeeld: de penningmeester die vaststelt dat een lid niet tijdig zijn bijdrage betaalt, krijgt een boodschap. Ofwel kan het lid de bijdragen niet betalen, en is er hulp nodig, ofwel wil hij die niet betalen, en heeft hij een reden daartoe. In de beide gevallen moet er opgetreden worden, in het belang van de loge. Het is aan de penningmeester om emotioneel intelligent genoeg te zijn om contact op te nemen met dit lid en uit te maken waar het schoentje wringt. Maar natuurlijk is het zo voor iedere functie als dusdanig. De harmoniekolom moet als geen andere de collectieve emoties van het rituaal beheersen.

 

Emotionele intelligentie kun je omschrijven als die wijsheid, kennis en vaardigheden die je toelaten goed om te gaan met je medemens en zijn emoties. Soms vergt dit een stuk intuïtie. Het is het beheersen van de winst- en verliesrekening tussen negatieve en positieve emoties.

 

Negatieve emoties zijn: angst,  vrees, wanhoop. Positieve emoties zijn:  optimisme, hoop, kracht, schoonheid. Nu is de emotioneel intelligente mens iemand die de emoties van anderen bewerkt, en ermee weet om te gaan. Zolans de emoties van anderen slechts gebruikt worden, doch niet misbruikt, is daar niets verkeerds aan. De emoties moeten immers binnen de vrijmetselarij°. gebruikt worden in functie van het ethisch oogmerk van de groep. Je moet als A.M. de groep in een lichte euforie kunnen brengen, maar het mag niet meer zijn dan dat omwille van ethische redenen. Dan zullen de leden zich goed voelen. Dan komen zij terug naar de werkplaats “X” en niet naar de werkplaats “Y”.

 

Ik heb in mijn boek DE STILTE IN MIJN HART geschreven dat de vrijmetselarij werkt zoals in de cirkellogica, zelfsturend of zelfregulerend. Dat was te voortvarend. Er zal altijd een stuwende kracht nodig zijn binnen de werkplaats. In extreme gevallen is dat een charismatisch figuur, met alle gevaar van dien, want dan verdwijnt de vrijheid als sneeuw voor de zon. Maar mispak je niet: ook de A.M. van de werkplaats “Y” was op zijn manier charismatisch. De vorige president Bill Clinton was bij uitstek een charismatische figuur en hij leidde de wereld. Het zelfregulerend en het sturende element sluiten elkaar in de vrijmetselarij niet uit. Dit is de utdaging van het management: het oplossen van de schijnbare paradox.

 

In hoeverre wordt er gedelegeerd op basis van vertrouwen, zonder veel controle en word je bedrogen, ofwel controleer je meer, maar dan zal het individueel initiatief verdwijnen.

Het volstaat mijn inziens dat er een kader wordt uitgetekend, waarin ieders plaats is bepaald en meteen de speelruimte de overblijft. Ik ben geen profeet, doch ik tracht alleen gelukkig te zijn om gelukkig te maken.

 

r

 

 

Het profiel van de A.M.

 

 

Wat is het juiste profiel van een A.M.. Ik durf het niet zeggen. Tenminste ik durf geen positief profiel geven. Dat laat ik over aan de goede broeders°. en de lieve zusters°. die met meer talent onderricht hebben gehad op dat vlak. Ik weet wel welke de tegenindicaties zijn en ik weet dat de A.M. minstens emotioneel intelligent genoeg moet zijn, maar waarin ik wel duidelijk en hard in wil zijn: geen juiste profiel, geen A.M… sorry.

 

Zo geef jouw hart nooit aan een werkplaats waar de A.M. iemand is die verslaafd is. Je kan verslaafd zijn aan zo wat alles, drank drugs of gokken, en het is ook niet altijd evident of iemand al dan niet verslaafd is. Maar er zijn criteria om dat uit te maken.  Stel je zelf de volgende vragen: heeft de A.M. de gewoonte om te drinken voor en na de zittingen? Heeft de drank invloed op zijn tussenkomsten? Is de A.M. bijwijlen agressief? Heeft hij recent een verkeersongeval gehad in dronkenschap en weigerde hij al dan niet de bloedproef? Is hij bereid zijn drankprobleem bespreekbaar te stellen? Zou hij doorgaan met drinken ook indien hij wist of moest weten dat dit een negatieve invloed heeft op de werkplaats? Heeft hij al geprobeerd te stoppen?

 

Als je antwoorden hebt op deze vragen, stel je dan op het standpunt van de opname van een nieuw lid en vraag je af of je een profaan met dergelijke kenmerken zou opnemen in jouw midden? Is het antwoord negatief, dan moet de A.M. er uit, ten minste hij dient (tijdelijk) zijn functie neer te leggen. Er zijn geen verschoningsgronden die kunnen worden ingeroepen om verder dergelijke last te dragen in de loge. Hier moet men zich kordaat opstellen, en dat heeft niets te zien met een rebellie tegen het gezag van de A.M. Men moet immers dag na dag, zitting na zitting verdienen om A.M. te zijn.

 

Hetzelfde kan bevraagd worden inzake drugsverslaving, pillenverslaving, gokverslaving. Misschien kijk je op van hetgeen in nu durf neer te schrijven, maar maçons zijn “des aardes” en de problemen in de loge zijn dezelfde als diegene in de profane wereld.

 

Indien er een strafonderzoek lopende is tegen een kandidaat A.M. of tegen een A.M. in functie, moet je niet willen voor advocaat spelen van jouw B.°. of Z.°. in kwestie. Laat het gerecht haar werk doen, en maan een kandidaat A.M. aan tot geduld, zijn beurt komt nog wel.

 

Is de A.M. in verdenking gesteld, roep een C.O.D. samen en vraag de A.M. om de eer aan zichzelf te laten. Zo lang hij niet veroordeeld is, geniet hij van het voorrecht van het vermoeden van onschuld, maar een inverdenkingstelling zal hoe dan ook zijn tol eisen. De A.M. zal niet voor 100 procent meer functioneren en de werkplaats zal er onder lijden. Daarom is er een eerste Opziener°. die kan vervangen, zonder pardon.

 

Is de A.M. definitief veroordeeld, om wat het ook zij, dan is hij misschien nog LIBRE/VRIJ maar niet meer PROBE/RECHTSCHAPEN.  Stel je weer op het standpunt van de profaan: mag een profaan met een dergelijke veroordeling opgenomen worden in  je midden? Is het antwoord negatief, dan moet de A.M. er uit. Minstens is het geraden dat hij zijn functie definitief neerlegt. De A.M. moet immers het voorbeeld geven op het vlak van de moraliteit van zijn werkplaats. Gedenk de eed die de A.M. heeft afgelegd, en je antwoord is vlug gemaakt.

 

Is de A.M. agressief in zijn relatie met zijn partner? Zo ja, dan heeft hij een ernstig probleem. Voert de A.M. een echtscheidingsprocedure, dan is het aangewezen dat hij voor de duur van die scheiding zijn functies tijdelijk neerlegt. Hij moet immers zijn aandacht besteden aan zijn profane zaken, die hem zo danig zullen opeisen dat zijn maçonswerk er onder zal lijden. En dat laatste kan niet getolereerd worden. Is hij agressief tegenover zijn kinderen en slaat hij hen? De reactie moet duidelijk zijn: dit probleem dient eerst en vooral te worden opgelost voordat de A.M. verder de moker kan dragen.

 

Is de A.M. chronisch ontrouw? Een buitenechtelijke relatie hoeft niet steeds te betekenen dat de persoon in kwestie chronisch ontrouw is, maar indien deze situatie zich bestendigt, moet de A.M. verwijderd worden uit zijn functies. Relaties onderhouden met verschillende vrouwen, en dan nog de moraalridder uithangen, deze vlieger gaat niet op.

 

Komt hij in opspraak voor (seksuele of agressie) problemen met kinderen, dan kan je niet hard genoeg zijn. Recent werd er een maçonnieke veroordeling uitgesproken in L.D.H. werkplaatsen. De B.°. werd publiekelijk terechtgewezen en verwijderd uit de loge. Zo hoort het nu eenmaal.

 

Heeft de kandidaat A.M. een bazig karakter en kan hij moeilijk met anderen omgaan? Zo ja, dan is dat geen goede kandidaat.  Spreek hem daar vrijmoedig voor aan en zeg wat je denkt. Laat je niet vlooien met de belofte van een of andere functie die je graag zelf zou willen doen, maar waarvoor andere kandidaten misschien beter geschikt zijn: dit is immers corruptie binnen de orde. Het is een verwerpelijke techniek, die meestal op korte termijn succes behaalt, maar die op langere termijn dodelijk kan zijn voor de groep.

 

En wees consequent wanneer je tot de geheime stemming overgaat. Ik stimuleer niemand om zwarte bollen te werpen, maar enige zwarte bollen kunnen de kandidaat of de A.M. bij zijn verlenging tot nadenken brengen. Er is hier slechts één belang en dit is het belang van de groep dat moet prevaleren boven het belang van de leden individueel.

 

Het maçonnieke genootschap moet een eerbare vergadering zijn. Indien de kandidaten voor een functie of de officianten in functie niet over genoeg zelfinzicht beschikken, dan moeten anderen hen hierbij helpen. En let op het zijn soms nog de meest verstandige die zichzelf het minst kennen.

 

Maar tegenover een waardige A.M. moet je loyaal zijn. Neem zijn complimenten dankbaar in ontvangst. Luister naar zijn gedachten en respecteer zijn mening. Zijn mening is even belangrijk als jouw mening. Toon jouw dankbaarheid voor alles wat hij voor de Loge doet. Zeg hem duidelijk wat je van hem verlangt, doch concentreer je op jouw eigen vervolmaking. Besef tenslotte dat je zelf niet volmaakt bent.

 

 

r

 

 

Un franc-maçon libre dans une loge libre.

 

 

Dit is een van de zeven principes die wij aanvaard hebben in onze Grootjurisdictie. Ik som deze principes nog eens voor je op:

‘Régularité des origines : chaque Grande Loge ou Juridiction nationale doit avoir été dûment et régulièrement constituée par une autre Grande Loge reconnue ou par au moins trois Loges justes et parfaites ou Triangles dûment installés.

‘Le symbole adogmatique du Grand Architecte de l'Univers est présent dans tous les Ateliers.

‘Tous les Initiés doivent prendre leurs obligations sur le volume de la loi sacrée ouvert, sur le livre blanc ou sur tout autre livre de la religion du Récipiendaire, bien en vue, ce qui signifie que la Révélation qu’il transmet authentifie le Serment de l'individu qui est initié.

‘Tous les membres de la Grande Loge et de ses Loges doivent être composées d'hommes et de femmes initiés dans une loge juste et parfaite.

‘La Grande Loge, souveraine sur toutes les Loges de sa juridiction, doit être seule responsable de ses décisions, qu’elle prend en toute autonomie. Elle exerce une autorité incontestée sur les travaux des degrés symboliques (Apprenti, Compagnon et Maître Franc-Maçon) de sa juridiction. Elle ne doit en aucun cas être divisée ou partager son autorité avec un Suprême Conseil des Hautes Grades, même du Rite de Misraïm ou de Memphis, ou avec toute autre puissance prétendant contrôler ou superviser ces degrés.

‘Les Trois Grandes Lumières de la Franc-Vrijmetselarij, nommément la Règle, l'Équerre et le Compas, doivent toujours être exhibées lorsque la Grande Loge ou ses Loges travaillent.

‘Toutes discussions touchant la conviction Politique ou la Religion individuelle sont strictement interdites en Loge. ‘

 

r

Het deelwoord FRANC is niets anders dan vrij. In het Nederlands spreken wij ook van VRIJmetselars, met de nadruk op het deelwoord VRIJ.

Vrijheid is de hoedanigheid die de profaan nodig heeft, samen met zijn eerbaarheid, om opgenomen te worden in de vrijmetselarij. Dit is overal het zelfde. Nu beweren vooral reguliere broeders dat er van bovenvermeld principe geen sprake kan zijn.

Precies daarom moet de neofiet zijn vrijheid opgeven wanneer hij toetreedt tot de vrijmetselarij. Welnu, ik heb dat zelf toen ik destijds werd ingewijd, nooit zo begrepen.

 

Vrijheid is de eerste opdracht van een werkplaats. Los van de beroepservaringen of de individuele geestelijke overtuiging, de maçons zullen zcih onder elkaar beschouwen als vrij en gelijkwaardig. In 1723 aanvaardde de Engelse Vrijmetselarij het nieuwe boek over de constituties opgesteld door Br. Anderson. Deze constituties werden toen als modern beschouwd.

Het eerste artikel ging als volgt
"Un maçon ne sera jamais athée stupide, ni libertin irréligieux, ni n'agira à l'encontre de sa conscience. Si par le passé les Frères étaient tenus de se conformer aux coutumes de chaque pays, ils sont maintenant astreints d'adhérer à cette religion sur laquelle tous les hommes sont d'accord (laissant à chaque Frères ses propres opinions), c'est-à-dire d'être hommes de bien et loyaux, hommes d'honneur et de probité, quels que soient les noms, religions et partis politiques qui aident à les distinguer".

Dit eerste artikel geeft de mens als individu het recht op zijn eigen mening,

om de andere maçons te verrijken. Dit is het maçonniek credo : jouw onderscheid verrijkt mij.

 

Maar ook vrij zijn in zijn eigen loge.

 

De wederprestatie voor die vrijheid is de arbeid, de vervulde plicht.

De plicht in de vrijheid is een lange weg van de leerling naar de tolerantie toe, de stilte en de luisterbereidheid naar anderen toe. Zich open stellen, iets bespreekbaar stellen, delen en een oor hebben voor anderen.

 

Dit is hetgeen mij van in het begin in de vrijmetselarij is opgevallen : hoe goede broeders kunnen luisteren naar elkaar. Zij beogen geen hoogoplopende discussies onder elkaar. Niemand kraait er zijn gelijk uit. Iemand laten uitpraten totdat hij zijn volledige mening heeft kunnen zeggen.

 

In de vrijheid van de maçonnieke arbeid ligt de initiatieke weg. Het begin. Zo ontdekt de maçon zijn vrijheid van spreken. Stap na stap, steen na steen. Hij ontdekt dat hij ook de tijd heeft om na te denken. Om niet te spreken. Dat er tijd is om maçonniek te rijpen. Stilte maakt de mensen in de communicatiemaatschappij bang. Zij kennen dat niet-communicatiemiddel niet meer. Zij kennen de weldaad niet meer van de stilte.

 

De gemeentelijke autonomie is in ons land historisch gegroeid met de opkomst van de steden en de ganzesteden. Dat zit zo diep in ons volk dat het nog steeds de politiek regulariseert naar de gemeentelijek autonomie.

 

Sociologisch gaat de voorkeur uit naar het lokale, het kleine, de schaalverkleining. Wij wereken in de vrijmetselarij met kleine groepen en willen dat die groepen zoals onze steden vroeger autonoom zijn en blijven.


Un maçon libre dans une loge libre’ is een aphorisme. Het is het beeld van hetgeen is zo juist kwam  te beschrijven. Zelfs indien de loges gefedereerd worden in een grootloge, dan nog blijft het individuele recht op vrijheid gegarandeerd. De gedachten blijven vrij ! Neen dus aan de exoterische macht.


Un maçon est libre, sa loge aussi.’

 

 

r

 

 

Is de Vrijmetselarij een godsdienst ?

 

 

Ik zou je daar vroeger van meetaf aan negatief hebben op geantwoord. Nu aarzel ik en denk ik na. Natuurlijk wil ik dat de vrijmetselarij geen godsdienst is, maar is dat voldoende ?

 

Wanneer wij in de meeste oudere werken lezen dat de Officianten Dignitarissen in feite priesters zijn met elk hun onderscheiden plaats en symbolen, en dat de vrijmetselarij god dient en de individuele maçon leidt naar het licht of het aanvaarden van de opperbouwmeester van het heelal, dan moeten wij nadenken. De Koninklijke Kunst is voor deze maçons niets anders dan het priesterschap. De drie lichten zijn de hogepriesters, waarbij de A.M., uit wie het licht vanuit het oosten schijnt, de vertegenwoordiger is van de opperbouwmeester in de loge.

 

Nietegenstaande dit alles ben ik bereid aan te nemen dat godsdiensten een middel zijn terwijl de vrijmetselarij een doel is. Het doel is het individueel en collectief geluk gestoeld op de eerste maçonnieke plicht om goed te doen omwille van het goede zelf en niet omwille van een godsdienst.

 

Daarom moeten wij op zoek gaan naar de roots van de vrijmetselarij die waarschijnlijk veel verder liggen dat hetgeen in de Egyptische periode gecodificeerd werd. Het gaat over een oerreligie. Het gaat bovendien om iets die ik gemakshalve de metareligie, naar analogie met de meta-ethica,  noem. Ik weet zelfs niet of deze term wel goed gekoezen is. Maar de term is bruikbaar en zal gaandeweg in dit werk zijn uitdrukking en betekenis vinden.

 

Wij gaan stilstaan bij onze enige bron die wij nog hebben van deze oerreligie,  namelijk de Egyptische perioden oa. via de Bijbel. Daaruit hopen wij te leren waarover het allemaal gaat. Wij zijn op zoek naar het verre verleden, naar de atavistische drang tot religie in onszelf, naar het  archetype. Wij zijn ook op zoek naar de toekomst, naar de zin en het nut van ons bestaan.

 

 

 

 

TWEEDE BOEK

 

 

Wat met de hermetiek ?

 

 

De vrijmetselarij heeft steeds een van de hermetische wetten in zich bewaard: namelijk wat boven is, is gelijk aan wat beneden is. De maçons zien dat letterlijk : allen zijn leerlingen gebleven, wat er op moet wijzen dat allen gelijk zijn, hoe hoog zij ook staan op de initiatieke ladder.

 

Hoe de Egyptenaren deze wet ervaarden is reeds voldoende beschreven in talrijke werken. Ik verwijs de lezer naar de soms verbazingwekkende stellingen die vandaag de dag ontwikkeld worden, en die dank zij de artificiële intelligentie bewezen worden. Ik heb het over astrologie.

 

Maar in de Egyptische renaissance - of noem ik het romantiek of egyptomanie? - was er niet veel bekend over dit volk van bouwers dat er in geslaagd was om hun bouwwerken duizenden jaren te laten overrijnd staan en die bovendien hun geschriften aan de eeuwigheid hebben kunnen meedelen. Bovendien was in die periode waarin de zoektocht naar het oude Egypte werkelijk een romantische hoogvlucht kende, nog niets bekend over dat blijkbaar magisch geschrift dat wij hiëroglyfen noemen.

 

In die periode ontstonden, gezamenlijk met deze interesse naar het oosten, diverse groeperingen die zich rond een of andere Egyptische Ritus schaarden. Sommigen stellen dat de Egyptische hermetiek steeds bestaan heeft en zich onderhuids in kleine cellen heeft voortgeplant. Wie zal dit bewijzen ? Omdat de boekdrukkunst precies te weinig lang geleden is uitgevonden kunnen wij moeilijk spreken over de periode van voor de boekdrukkunst. De weinige boeken die er waren, zijn door de clerus vermenigvuldigd en bewaard, en wellicht soms vernietigd.

 

Een belangrijk document is het werk van historicus en Misraïmbroeder  Clavel, genoemd ‘L’Histoire Pittoresque de la Franc-maçonnerie’ van 1843. Dit is een bron van de Egyptische Ritus. Clavel schreef : «  Les degrés d’instruction de Misraïm étaient empruntés de l’Ecossisme, du Martinisme, de la Maçonnerie Hermétique et des différentes réformes autrefois en vigueur en France et en Allemagne ». Dit werk is wellicht partijdig opgesteld in het voordeel van Misraïm.

 

Nochtans legt Clavel de oorsprong van de Ritus van Misraïm in Italië. Indien je het standpunt van Marc Bédarride vergelijkt over de geschiedenis van de orde, dan moet de stichter wellicht zijn vader geweest zijn : Gad Bédarride,  die geïnitieerd werd in 1782 te  Cavaillon, door de wijze Patriarch Ananiah, Groot Egyptisch Conservator. In het graafschap Venaissin waar de Bédarrides woonden, waren de Rite des Elus Cohen de Martinez de Pasqually, en de Rite des Illuminés de Pernety en de Rite Ecossais Philosophique zeer verbreid en hebben wellicht invloed gehad. Volgens Clavel waren Lechangeur, de Tassoni en De Lassalle de stichters van Misraïm.

 

Hij vermeldt ook Cerbes als stichter, doch studie heeft uitgewezen dat Cerbes Groot Meester was in Milaan en geen stichter van Misraïm.Hij heeft aan Michel (en niet Marc) Bédarride tenslotte een charter gegeven, dat de opening van een Grootloge in Frankrijk mogelijk maakte. Inderdaad, een Grootloge wordt regelmatig opgericht indien zij door minstens drie loges wordt opgericht, of erkend wordt door een andere grootloge. Dit laatste is precies gebeurd door Cerbes.

 

Een andere bron  was de Afrikaanse vrijmetselarij van CRATA REPOA, van von Kôppen en von Hymmen.

 

De egyptomanie ontstond gaandeweg. Een element hiervan vinden wij reeds in het werk Kircher (1652) Oedipus Aegyptiacus.

 

Abt Terrasson, hellenist en academicus,  gaf reeds in 1728 een pseudo initiatieke roman uit : Sethos of het leven uit monumenten en oud Egyptische anecdoten. Oude Egyptische initiaties werd er op een denkbeeldige wijze in verwerkt.

 

Maar ook de abt ROBIN heeft in 1779 een belangrijk werk over de inwijdingsritualen geschreven, genaamd RECHERCHES SUR LES INITIATIONS ANCIENNES ET MODERNES. Volgens Robin zijn er altijd en overal  bij elke volkeren geheime genootschappen geweest. Deze genootschappen bewaarden belangrijke waarheden. Wanneer wij vandaag de dag vaststellen dat de U.S.A. zogezegd omwille van het terrorisme het publiekelijk wetenschappelijk onderzoek aan banden legt, zal er op termijn wel een orde gesticht worden die zal zorgen voor de traditie van de wetenschappen en hun waarheden.

 

Robin staat een moment stil bij de Egyptenaren, waarvan hij beweert dat haar priesters leefden in onderaardse gangen, terwijl zij een arbeidsvol bestaan kenden, en neofieten inwijdden in hun symboliek en kennis via de initiatie. Volgens Robin waren de Egyptenaren bekend omwille van hun eruditie inzake astronomie, scheikunde en mechanica, maar ook omwille van de zuiverheid van hun moraal, en de wijsheid in hun legislatuur. Daar waar de vrijmetselarij niet langer een leerschool is van exacte wetenschappen, wat zij destijds wel geweest is,  blijft de Vrijmetselarij als belangrijk aspect haar morele waarden propageren. De zuivere moraal is nog steeds het leidmotief van de maçonnieke precepten. Van uit dat oogpunt is de Vrijmetselarij reeds door de Egyptische traditie beïnvloed. Alleen werden er volgens Luc Van der Kelen in een interview in de Knack begin 2002 alleen nog in de negentiende eeuw wetten bedacht in de loges, en nu niet meer omwille van de ideeënarmoede die er heerst. Op dat vlak scoort de Vrijmetselarij niet meer en dat is jammer.

 

Voor velen hadden destijds de hiëroglyfen een magische symbolische kracht. Een afbeelding van een leeuw was gevaarlijk, want niets belette dat deze uitgebeelde leeuw plots zou bijten. Een afgebeelde slang, symbool van de kracht in Egypte, werd ervaren als een gevaarlijk dier dat plots kon uithalen.

Godsdiensten bestrijden elkaar. Vandaag de dag geloven sommige volgelingen van de Pinkstergemeente dat symbolen van andere godsdiensten

ongeluk brengen. Meteen erkennen zij de kracht van deze symbolen, maar kleuren deze kracht negatief in.

 

Grijpen wij even terug naar de CRATA REPOA zoals die in 1760 (sommigen zeggen 1770) op schrift is gesteld en in het grootste geheim circuleerde. Het betreft een Egyptische initiatie in de oude Egyptische mysteries. De Crata Repoa verscheen voor het eerst in Duitsland, zonder auteur noch uitgever. Nochtans was het werk vertaald geworden door von Koppen en von Hymnen en Crata repoa is een anagram voor CATAR OPERA: Catar staat voor hetgeen puur is. Denken wij maar aan het woord Catharsis of de zuivering en de Catharen die zichzelf als zuivere mannen beschouwden. Repoa staat voor Opera: het werk, in het Frans l’oeuvre. Samengesteld betekent dit ‘het zuivere werk’. Het is a.h.w. de Egyptische traditie zelf. Het boek werd ook “silence of the Gods” genoemd, refererend naar de oude traditie. Het boek beschrijft een oude initiatie dat in de Grote Pyramide zou zijn opgevoerd. Men hanteerde een geheimtaal: het Ammaniana.

 

Ik beschouw het als een van de belangrijke bronnen van de hedendaagse Egyptische vrijmetselarij, van daar het belang van een klein onderzoek naar dit fenomeen.

 

De orde van de Afrikaanse Architecten, of ook de Afrikaanse Broeders genoemd, zijn gekend onder de Ritus van Crata Repoa. Opgericht in 1767 in Pruisen, onder de auspiciën van Frederik II. De Grootmeester was niemand minder dan Br. Van Koppen, ook lid van de Strikte Tempel Observantie. In Pruisen werden er zeven graden genstalleerd.  In Frankrijk bestond de Ritus tussen 1770 en 1778, en was gestructureerd op basis van 11 graden. Het was de zogenaamde Ritus van Crata Repoa van Br. Bailleul. Wij vinden er de triade Osiris – Isis – Horus terug. Dit systeem had tot doel de geheimen van het oude Egypte te reveleren en de alchemie in ere te herstellen.
 

r

 

Crata Repoa is de titel van de Constitutie van de Masonic Order of African Master Builders, die werd gesticht door K.F. Köppen in de jaren zeventig van de achttiende eeuw en dit als een reactie op de Stricte Observantie in Berlijn. Volgens de legende was de Bijbelse Ham de eerste Groot Meester van de orde, later opgevolgd door de tot het christendedom bekeerde Essenen, die de hoeders werden van de Crata Repoa. Het boek beschrijft zeven graden. Dit systeem werd dus gesticht in Berlijn en zwerfde uit naar zuidwest Frankrijk en Rusland. Naast het Duits is het werk destijds uitgebracht in het Frans en het Russich. In Bordeaux was er een vertakking die de Ritus toepaste. Broeder Kûhn, die perfect Duistalig en Franstalig was - was diegene die de Ritus in Frankrijk vulgariseerde. Hij was handelaar en kon dus veel reizen, hetgeen hem toeliet om loges te stichten.

 

Volgens deze initiaties werden enkel besneden mannen toegelaten. Zij werden maanden in kerkers ondergebracht, met een minimum aan eten en drinken, als beproeving. Daarna ondervroeg men de neofiet, en bracht men hem naar de galerij met de zuilen van Hermes, waarop zinnen stonden die de neofiet van buiten diende te leren. Als hij dat kon, werd hij ondervraagd door de Thesmosphores, gewapend met een grote zweep, die stond voor de poort van de tempel. Men bracht de neofiet geblinddoekt onder de tempel in het labyrint onder de tempel.  De neofiet werd gebracht voor de poort van de mannen. Thesmosphores raakt de jongste leerling – die ook aan de poort stond - aan de schouder en dit was het sein om deze leerling de neofiet binnen in de Tempel te laten aankondigen.Hij klopte eerst aan de poort. De neofiet werd voor de open poort getuileerd. Indien hij voldeed, werd hij geblinddoekt binnengeleid. Hij werd opnieuw door de Hierophant ondervraagd, waarop men de neofiet deed reizen in ruimte van Birantha. Hij werd opgeschrikt door artificiële bliksems en donderslagen.

 

Toen las de Menies of de lezer van de wetten ( zou dit dan de redenaar zijn?) De constitutie van de Crata Repoa voor. De neofiet diende de eed van getrouwheid af te leggen: met het hoofd ontbloot, doch verder geblinddoekt werd de neofiet voor de Hierophant gebracht en met de punt van het zwaard op de keel werd de eed  van trouw en discretie afgelegd. Men riep de zon, de maan en de sterren is als getuigen van deze eed. De blinddoek werd afgenomen. Men bracht de neofiet tussen de kolommen of de BETILIES genaamd. Daar stond een ladder (bij de christenen is dit de Jakobsladder) met zeven treden, en een andere allegorisch constructie met acht verschillende poorten van verschillende afmetingen. De Hierophant legde deze symbolen uit. Daarna liet men de neofiet op de ladder klimmen, en legde men hem de symbolen trapsgewijs uit. Men wees hem er op dat de namen en de hoedanigheden van de goden een geheel andere betekenis hadden dan diegene die de gewone sterveling kent.

 

Toen onderwees men hem in de ware oorzaak van bliksem en donder,  de oorsprong van de wind, de anatomie van de mens, de geneeskunst, en de farmacie. Men onderwees ook de symbolisch taal en de hiëroglyfen.

 

Het paswoord werd gegeven: Amoun, wat betekent wees discreet. Er werd een aanraking onderwezen. Aan de neofiet werd een zwaard gegeven, met aan het handvat een afbeelding van de piramide,  en hij kreeg een schootvel of XYLON genoemd. Hij werd de nieuwe tempelsluiter of Thesmosphorus.

 

Tot zover een getuigenis van de oude Egyptische mysteries en de hermetische traditie. Dit rituaal was in principe bedoeld voor mannen.

 

Gedurende één jaar werd de Thesmosphorus voorbereid om Neocoris te worden. Toen werd hij in een duistere kamer, Endimion genoemd, gebracht waar hij werd qua eten en drinken goed bediend door mooie dames, teneinde weer op kracht te komen. Het waren de echtgenotes van de priesters en zelfs maagden-priesteressen. Hij werd verleid doch diende aan de verleiding te weerstaan om te slagen. Indien hij slaagde werd hij opnieuw ondervraagd over de kennis die hij ondertussen had opgedaan. Hij werd dan in de vergadering gebracht waar hij overgoten werd met water om hem te zuiveren.

Een gouden slang werd op hem gelegd. Hij diende in een kamer te komen waar er overal (ontgifte) slangen zaten. Indien hij zich moedig gedroeg  werd hij tussen de beide kolommen (genoemd Oosten en Westen) gebracht. Daar stond een symbool van de zon, en een triskel of swastika wiel met drie (vier) tanden, als symbool van de seizoenen (Egypte kent slechts drie seizoenen, terwijl in West Europa er vier seizoenen zijn). Hij werd onderwezen in de leer om de overstromingen van de Nijl te berekenen, hetgeen voorbehouden was aan de leden van de sekte. Hij kreeg lessen in architectuur en meetkunde.

 

Hij ontving het symbool van de graad: een staf met een slang. Het woord  was: EVA. Het teken van de graad was de armen gekruist op de borst. Zijn taak bestond er in de kolommen te wassen.

 

r

 

 

Wij moeten toch voorzichtig zijn met wat het begrip traditie dekt. Wat is de oudste traditie? Wat is oud en wat werd er gaandeweg aan toegevoegd?

 

Soms zweren maçons trouw aan traditionele elementen van de ritualen terwijl uit een studie blijkt dat deze specifieke elementen negentiende-eeuwse toevoegingen zijn aan een veel ouder rituaal. Ik verwijs hier naar de negentiende eeuw en de symboliek van de spiegel bijvoorbeeld. Wat is er dan verkeerd om recentere toegevoegde elementen in vraag te stellen? Trouwens hierdoor wijzigt men de ware aard van de vrijmetselarij, de hermetische traditie  niet.

 

Soms moet je je als een kind laten verwonderen door de symbolen en de dubbele, driedubbele en zelfs meervoudige betekenis die de symbolen kunnen hebben. Wanneer de katholieke priester de hostie boven de kelk toont aan de menigte,  zie je  deze hostie in de vorm van een cirkel. Het is als het ware de zon als element vuur boven de kelk met wijn als vloeiend element. Maar zo zien de katholieken dit gebaar evenwel niet, maar hebben wij dan ongelijk?

 

“Het licht schijnt ook in de diepste duisternis” ("la lumière brille MEME dans l'obscurité la plus profonde") is een zin die steeds aan het einde van het rituaal in de Federatie van Le Droit Humain wordt voorgelezen.  De vraag is of de leden van de Opperraad gelijk hadden deze zin verplichtend in te voegen inde ritualen in plaats van de redenaar te laten lezen in de opening van het rituaal: “ het licht schijnt in de diepste duisternis  ("la lumière brille dans les  ténèbres les plus profondes") of “het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het licht niet gegrepen” ("la lumière brille dans les ténèbres et les ténèbres ne  l'ont point reçue").

 

Dit woord “ook” of in het Frans “même” wijst op een absolute tegenstelling. En dat is juist, want hoe donkerder de duisternis, hoe beter het licht wordt ervaren. Maar deze zin door de Opperraad ingevoerd, is niet terug te vinden in de vroegere ritualen van de achttiende en de negentiende eeuw, meer nog deze zin blijkt niet uit de ritualen ingevoerd voor de Aloude Aangenomen Schotse Ritus - overigens door de Federatie wordt gebruikt bij exclusiviteit, behoudens enkele werkplaatsen in Frankrijk die met de EmulatieRitus werken – en in 1877 gecodificeerd en aangenomen tijdens het Convent van LAUSANNE.

 

Deze zin is dus duidelijk jonger. Vandaar een goed voorbeeld waarom wij voorzichtig moeten zijn met het begrip traditie en wat de traditie inhoudt.

 

Bijvoorbeeld waren er in de primitieve Ritus van de Graad van het Rozen Kruis in de vijfde graad drie seizoenen, refererend naar de seizoenen in Egypte en werd deze Ritus in de negentiende eeuw gemoderniseerd en werden het vier seizoenen. Er is niemand die daarover ooit gevallen is en toch werd het rituaal aangepast aan het klimaat in West-Europa ( zie J.M.  Ragon in Ordre Chapitral Nouveau  Grade de Rose-Croix blz. 2).

 

Los van hetgeen sommigen denken, die eigenlijk de ritualen willen blokkeren en zich verzetten tegen elke wijziging, hebben de ritualen in het verleden steeds het voorwerp uitgemaakt van wijzigingen. Dit is steeds zo geweest, tot spijt van wie het benijdt. Sommige elementen die wij beschouwen als inherent aan de Vrijmetselarij, zijn ooit als innovaties ingevoerd geworden.

Getrouw zijn aan de traditie (nochtans steeds aanwezig sinds Anderson) betekent niet dat je trouw moet zijn aan iedere letter.  Het is pogen een traditioneel idee steeds te verwoorden in een taal die aangepast is aan de tijd waarin zij wordt gebruikt. Vergeet ook niet dat wij sinds de tweede wereldoorlog aan onze derde spelling bezig zijn. Dit zegt genoeg over de evolutie van onze taal. Een taal hanteren die duidelijk te oud is, is niet plechtiger zoals sommigen dit willen doen geloven. Bovendien is die oude taal meestal slecht vertaald uit het Frans. Ik huiver.

 

De oude ritualen die verlaten worden, vergaan niet omdat zij steeds terug te vinden zijn in bibliotheken. Het zijn dan archiefstukken, maar zij blijven een betekenis behouden voor de onderzoeker die ze als studieobject bestudeert. Zij zijn echter niet meer levend.

 

Wanneer een rituaal niet meer aangepast wordt aan de steeds bewegende tijd, verwordt het gewoon tot folklore. En dat hebben wij zat in het profane leven. Dan wordt een vereniging die dergelijke ritualen hanteert op haar beurt folklore. Onze geliefde broeder Hiram die sterft en verheven wordt lijkt mij loutere folklore te zijn. Dat gegeven is gewoon niet ernstig meer te noemen.

 

Traditie slaat dus enerzijds op een geestesgesteldheid, een houding, maar niet op de wijze waarop men zich uitdrukt. Voorzeker houdt een innovatie een risico in. Het innoverende kan na verloop van tijd eerder een anachronisme zijn, of een dermate storende tegenstelling. Maar dat wil niet zeggen dat wij tegen de innovatie moeten zijn. Behoudsgezindheid leidt naar een zekere vorm van sclerose, een overwinning van de dood op het leven,  het plaatsen in formol in een bokaal op een plank van een museum. De loges die werken aan de vooruitgang van de mensheid hebben per definitie een probleem met het begrip traditie.

 

r

 

Gaan wij nu even terug naar de Crata Repoa. De neofiet werd er Melanephorus genoemd, en werd gebracht voor de poort van de dood. In het voorhof stonden grafstenen en mummies. Dergelijke afbeeldingen stonden er op de muren geschilderd. Wij zijn in het mortuarium: het Osirion. In het midden stond het graf van Osiris. Osiris werd afgebeeld op het ogenblik dat hij pas werd vermoord. Er waren nog bloedsporen.

 

Onmiddellijk werd hij ondervraagd over zijn vermeende medeplichtigheid in de moord. Na zijn negatief antwoord werd hij overmeesterd door twee Tapixeytes (grafdelvers). Hij werd gebracht bij de andere in het zwart geklede Melanephori. De koning (Seth?) Zelf ontving de neofiet met gratie, en stelde hem voor om een kroon te dragen, indien hij zich niet wilde onderwerpen aan de proeven die hem zouden worden opgelegd. De neofiet besefte dat hij de kroon diende te weigeren en wierp die op de grond waarop de koning riep: “moord, verraad”! Hij sloeg de neofiet zacht met de hakbijl op het hoofd, de twee Tapixeytes deden de recipiënt achterover vallen, en omwonden zijn gezicht met linten zoals een mummie. Men legde hem op een draagberrie en bracht hem in het Heiligdom van de Geesten.

 

Men plaatse de neofiet als een dode en omringde hem met kaarsen. Een tribunaal verscheen. Men opende zijn mond. Hij werd streng ondervraagd, maar kreeg de kans niet om te antwoorden. Hij werd veroordeeld tot de kerker. Daar werd hij ondergebracht en ontdeed men hem van de linten. Hier ontving hij nieuwe instructies: nooit bloeddorstig zijn en steeds de leden van de orde helpen in geval van nood. Hij werd onderricht in de schilderkunst, en het mummificeren. Hij kreeg verder onderricht in alle soorten wetenschappen.

 

Het teken van de graad was een soort kus waarbij de kracht van de dood werd onderstreept. Het woord was Monach Caron (ik tel de dagen van woede). De neofiet werd dagen in de kerker ondergebracht totdat hij het bewijs leverde van in staat te zijn in waardigheid een hogere graad te bekleden: Parakiste of Heroi. Zoniet bleef hij eeuwig in de kerker.

 

Dit rituaal sluit veel dichter aan bij de Egyptische Mysteries. Het is allesbehalve Judaïstisch. De verheffing is er ook niet. En voor een goede verstaander is deze verheffing in de hogere graden zelfs overbodig, want in de vierde graad is Hiram (blijvend) gestorven. Ik denk dat de verheffing bovendien een innovatie, geïnspireerd door het Christendom, is geweest en dit tegenover de oorspronkelijke Hermetica.

 

Misschien is er nog een reden om de verheffing af te schaffen, en dit omdat zij in de Schotse rits van 33 graden ritualistisch overbodig lijkt.  Bovendien schrikt deze verheffing veel nieuwe meesters af. Het treft hen soms zozeer dat zij argwanend zijn tegenover de hogere graden. Soms zijn zij nog meer verschrikt van de Ritus van Memphis, omdat er 99 graden zijn, of driemaal 33. Alleen al om deze goede maçons tot rede te brengen is uitleg nodig.

 

De ideeën achter het rituaal in de derde graad van Crata Repoa spreekt wel aan: Het is Seth, de moordenaar van zijn broer die als koning de neofiet probeert om te kopen met een gouden kroon. En wanneer die weigert, roept Seth moord en verraad en wordt de ongelukkige veroordeeld door de rechtbank tot de kerker. Het Tribunaal, in dienst van de koning, is allesbehalve rechtvaardig, want de neofiet is onschuldig voor de moord van Osiris en toch wordt hij veroordeeld. Na achttien maanden, toen de tijd van de woede voorbij waren werd hij ingewijd in de vierde graad, een soort wraakgraad. Uiteindelijk gaat het in totaal over zeven graden, en de houder van de zevende graad is Propheta of diegene die de mysteries kent: in het wit gekleed ontving hij een kruis…

 

Het rituaal  van de derde graad leert de neofiet om voorzichtig te zijn, maar ook om zijn lot dat hij niet beheerst, met moed te dragen. Hij beseft dat zij lot soms van anderen afhangt, en dat hij wordt geleefd in plaats van te leven. Dit is een universeel gegeven dat nog steeds vandaag de dag actueel is. Het is des mensen. Bovendien is het rituaal passend voor zowel mannen als vrouwen. Het is met andere woorden universeel.

 

r

 

In de achttiende eeuw hebben wij het discours van Ramsey, wat welbekend is, maar nog door bijna geen enkele hedendaagse maçon is gelezen. Het zelfde kan gezegd worden van de geschriften van Anderson. Welnu beide geschriften verwijzen naar de oude Egyptische Mysteries…

Ik vraag mij soms af wat de onwetende liberale maçon hierover zou denken indien hij de beide werken had gelezen. En er is geen reden meer om dit niet te doen, nu de verschillende teksten zo maar van op het internet te plukken zijn. Van de rede van Ramsay zijn er bij mijn weten drie verschillende versies beschikbaar. Hetgeen wij nu in de Egyptische Ritus doen zal dan wel niet meer  zo belachelijk zijn… of lacht men zoals de dwaze en onnozele ?

Il ne faut jamais réveiller l’Egyptien qui sommeille en moi...’ hoor ik ze soms binnensmonds denken, alsof men bang is van zijn eigen ik. Bang van zichzelf, maar ook bang tegenover de anderen in de groep van te moeten zeggen dat zij door hun ouderdom ook niet meer zeker zijn dat er niets bestaat, en dat zij ook niet weten waarom ze hier en nu zijn. Bang om te moeten toegeven dat alle symbolen van de Vrijmetselarij uit het religieuze zijn ontstaan. Bang om tenslotte te moeten beseffen, dat men niet altijd alle gelijk aan zijn kant heeft.

Het gelijk heeft immers twee kanten, zoals de balans van Maât. Hoe het gelijk is, is van geen belang. Het is het evenwicht dat men dient te bewaren dat de essentie van alles is. Noch de Schotse, noch de Egyptische meester heeft gelijk. Zij zijn beiden bezig met zichzelf te vervolmaken en beoefenen de vrijmetselarij omwille van het goede. Wie dat niet begrepen heeft, diende niet ingewijd te worden. Enkel een evenwichtige houding - die er in bestaat elkaar te tolereren en verdraagzaam te zijn jegens elkaar - kan  een goede oplossing bieden. Meer nog, wij zouden elkaar moeten helpen en in solidariteit onze gebouwen voor elkaar moeten openzetten tegen redelijke huurprijzen.

 

r

 

 

Er zijn nog andere bronnen van de Egyptische Ritus die het vermelden waard zijn : het zijn tenslotte in onbruik geraakte hogere graden en ordes waarvan de ritualen werden overgenomen. Ik verwijs naar de Rite de la Grande Loge des Maîtres Réguliers de Lyon,  de Rite de la Mère Loge Ecossaise de Marseille, de Rite du Chapitre Métropolitain de France, de Rite de Perfection, de Rite Adonhiramite. Ik verwijs naar het goede boek daaromtrent van de negentiende eeuwse schrijver J.M. Ragon, die in Brugge werd geinitiëerd. Zij werk draagt de titel ‘Tuileur Général de la Franc-maçonnerie’. In dit boek kun je de ritualen nalezen en zelfs vergelijken met de hogere graden van de Egyptische Ritus.

Een argument tegenover het feit dat discipelen van de Schotse of Franse Ritus gemeenzaam lachen met het grote aantal graden in Memphis, is misschien het feit dat hierdoor bepaalde graden bewaard zijn gebleven en dat de Egyptische Ritus derhalve een historische waarde heeft als conservator van Riten, hetgeen hun respectievelijke ordes niet hebben, tot spijt van wie het benijdt. Tenslotte is hij die lacht om iets meestal onwetend.

 

Tenslotte is de context waarin alles gebeurd is het vermelden waard : enerzijds de mode op dat moment, wat wij nu de egypyomanie zijn gaan noemen, maar ook de veldslagen van Napoléon in Egypte, die zijn nederlaag verkocht als een overwinning. De opera van Mozart «  de toverfluit » evoceert oude Egyptische mysteries. Sommigen fragmenten zoals « in diesen Heiligen Hallen » mag volgens sommigen in de Schotse Ritus niet ontbreken op een inwijding. Maar ook schrijvers van Franse Encyclopedieën hebben hun invloed gehad. En dit heeft later ten slotte ook Gérard de Nerval beïnvloed in zijn boek ‘Voyage à l’Orient » waar hij de hirammythe, eigenlijk een Osirismythe, romaniseert.

Men heeft tijdens de Franse Revolutie diverse pogingen ondernomen om een nieuwe godsdienst te willen maken, gebaseerd op de oude Egyptische Mythen, hetgeen later werd overgedaan onder invloed van de Oostenrijkse Thuleloge door de Nasi’s in Duitsland, waarin het opzet wel is geslaagd met alle gevolgen van dien. Overigens was de nieuwe staatsgodsdienst van het derde rijk in Duitsland gebaseerd op de Duitse  vrijmetselarij en de ridderthematiek. Het Thulegezelschap was overigens onrechtstreeks beïnvloed door Helena Blavatsky. Zij werd naar het verluidt als eerste vrouw ingewijd in de Ritus van Misraïm in Italië en heeft via Annie Besant veel invloed gehad in de Federatie van Le Droit Humain. Zo zie je dat de wereld klein is.

Ten slotte wordt Annie Besant geassocieerd met Dr. Baron, en Julius D'Evola (beticht voor oorlogsmisdaden)  en via  D'Evola met Benito Mussolini, "Il Duce". Zij bekwam dat  Mussolini artikels schreef in haar magazine "Star of The Herald of the East", wat een orgaan was van de theosofisch gezelschap dat de "Messias Jiddu Krishnamurti” ondersteunde.

 

 

 

r

 

 

De Theosofische Egyptische Ritus van Annie Besant

 

 

Aan Annie Besant, destijds haar leven lang lid van L.D.H. zoals haar dochter trouwens, werd via de filiatie van de Egyptische Ritus van de theosofen, waartoe Besant behoorde en waartoe in het begin een groot deel van le Droit Humain behoorde, een patent van de Ritus van Memphis overhandigd. Reginald Gambier Mac Bean kende Annie Bessant zeer goed, toen zij nog voorzitster was van het theosofisch genootschap. In 1913 in Stockholm tijdens het Theosofisch Congres leerde hij haar kennen.

 

Later gaf hij aan een groep maçons, waaronder Charles Webster Leadbeater en James Ingall Wedgwood een patent voor de Ritus van Memphis voor de gemengde Vrijmetselarij van de Britse Federatie van Le Droit Humain. Annie Besant en Annie Rusek waren in het geheim lid van de groep die van Gambier het patent hadden ontvangen. Hun naam werd niet op de ledenlijst vermeld, om niet te mishagen aan de gever van het patent en het werd bewaard tot aan de tweede wereldoorlog waarna het ogenschijnlijk verdwenen is, alhoewel je weet maar nooit.

 

Er bestaat vandaag in de schoot van de Belgische Federatie van Le Droit Humain een geheime Side Degree die reeds veel kritiek heeft veroorzaakt binnen de obediëntie, en waarvan niets mag verteld worden, ook niet tegen leden van de Federatie. Misschien is deze side degree gebaseerd op een egytische Ritus en waarom wordt dit zo geheim gehouden? In elk geval toen ik in februari 2000 aan de belgische Grootmeester om de toelating vroeg om een side degree te stichten (circulum solis) werd mij mondeling op het nationaal secretariaat verwezen naar deze degree en de moeilijkheden daaromtrent.

 

De Soeverein Groot Commandeur T.W. Shepard, die zijn graden heeft gekregen van Leadbeater zelf, preciseerde later dat dit patent werd teruggevonden in een oude doos in het bos van Camberley... in het district Surrey. Het patent werd verstuurd naar Adyar (Madraz Indië of de streek van Annie Besant) naar het hoofdkwartier van de Theosofische gemeenschap, zonder dat de Opperraad van Le Droit Humain hiervan wist. De mythe was dus gecreêerd.

 

Annie Besant werd Grootmeester in de haar Federatie van Le Droit Humain en was samen met Jinaradasa samen co-voorzitter van de Theosofische Societeit.

 

Ik heb via een e-mail groep weet gehad van een Amerikaans rituaal dat zeer esoterisch was. Dit rituaal was naar het verluidt afkomstig uit Madraz.  De Angelsaksische loges van le Droit Humain beoefenen de Ritus van Sidney, een herschrijven van de Emulatie Ritus met theosofische inslag. Maar er bestaan nog steeds enkele loges in het theosofisch milieu die werken met de Egyptische Ritus, of wat zij ervan hebben gemaakt, zeker één in  Sidney, of de plaats waar C.W. Leadbeater woonde.

 

Nochtans heeft de theosofische gemeenschap in het begin Le Droit Humain groot gemaakt. Maar op een bepaald moment wou men af van de theosofen – wij kunnen de reden raden - spijts de Internationale Federatie NOOIT afstand heeft genomen van hetgeen in Madraz gebeurde en nog gebeurt. In de tempels van de federatie adoreert men nu blijkbaar nog een bijzondere godheid. Dit kwam enkele tijd terug  ter sprake in het nationaal Convent te Brussel, doch dit onderwerp werd zijdelings besproken en afgevoerd omdat het te geladen was.

 

In landen waar de theosofisch groep binnen L.D.H. veel invloed heeft gehad (Engeland, Nederland) is de Federatie nu nog amper vertegenwoordigd. Men spreekt van minder dan 200 leden in Nederland. In feite is het Belgiê en Frankrijk dat het gros uitmaakt van deze Internationale federatie, en tussen die twee landen gaat het al langer niet meer zo goed.

 

r

 

 

En als laatst het bestaan, zoals gezegd, van andere Egyptische Riten, in het bijzonder in Italië, waar er een belangrijke hermetistische oude traditie bestond. Deze traditie was pythagoriaans of neoplatonicistisch. Br. Daniel Beresniak heeft enkele tijd terug een boek geschreven over l’Académie Platonicienne de Florence. Italiê was nooit veraf van Griekenland, en het nabije Oosten. Deze traditie heeft zich ruim gemengd in de Italiaanse vrijmetselarij. In het begin van de negentiende eeuw waren er in Italië reeds liberale loges en esoterische loges. De laatste in Venetiê en Napels, welke steden belangrijk waren voor de Ritus van Misraïm.

 

In het begin was Misraïm een Egyptische orde naast andere Egyptische ordes uit die tijd, al dan niet verdwenen, met name : de Rite Sacré des Sophiciens, Les Parfaits Initiés d’Egypte, La Souveraine Pyramide des Amis du Désert de Toulouse, en nog vele andere. Het feit dat de Ritus van Misraïm heeft overleefd, bewijst haar kracht.

 

De Ritus werd niet in eens gemaakt, maar is gelaagd in functie van de tijd. Verschillende systemen van hogere graden werden ingevoerd en weer aangepast. In andere filiaties werden andere klemtonen gelegd. Soms werden de eerste drie graden overboord gegooid, zoals dit thans nog in de Verenigde Staten het geval is. Daar waar de originele Ritus van Misraïm weinig Egyptisch is, is de Ritus van Memphis dat wel. De eerste Ritus blijft achttiendeeuws, terwijl de tweede Ritus veel moderner is en gedateerd is op de negentiende eeuw. Tenslotte zijn de beide Ritussen samengebracht in een systeem en werd dit systeem later in Frankrijk bijgewerkt en wel aangepast aan de noden van de tijd door Robert Ambelain. Indien je in het boek van Serge Caillet , met name Arcanes et Rituels, vergelijkt met de ritualen zoals die zijn geconcipiêerd door Robert Ambelain, leert een eerste lezing reeds dat er belangrijke verschillen zijn.             

 

r

 

 

Het is niet Schots, het is Egyptisch…

 

Er bestaan grosso modo VIER grote bewegingen in de diverse Ritussen die de vrijmetselarij rijk is. Ik geef een ruim kader waarin elke Ritus wel zijn plaats kan vinden:

 

-         de traditionele (operatieve) Vrijmetselarij

-         de spirituele Vrijmetselarij

-         de hermetische Vrijmetselarij

-         de liberale of humanistische Vrijmetselarij

 

De eerste drie soorten vrijmetselarij situeren zich allen onder de gemene noemer van de Initiatieke Vrijmetselarij waar de traditionele obediënties onder vallen. De laatste categorie of de humanistische  Vrijmetselarij is een contradictio in terminis, een antropismitische tegenstelling als het ware.

 

De pseudo-operatieve Vrijmetselarij van het grote werk, “le grand oeuvre”, hecht een groot belang aan de bouw van de T.°. De Ritus van Salomon is hier het voorbeeld bij uitstek van. Er zijn een drietal loges in België die onder deze Ritus werken. Een bijzondere Ritus waar de profanen eerst in een Galerijrituaal worden ontvangen om te kunnen vaststellen dat de neofieten zullen passen in het profiel van de groep. Dit is een wezenlijke verbetering in de wijze van rekrutering. Bij mijn weten is dit de enige Ritus die op die wijze handelt. Ook de andere graden verschillen grondig van de overige Ritussen, waarbij de tweede graad uiteraard een kerngraad is geworden.  Zeer symbolistisch. Het is een artisanale, artistieke en architecturale Initiatieke ladder van graden. De A.M. heet er « le Vénérable Maître d’œuvre ». In de Egyptische Ritus is dat : «  le Vénérable Maître en Chair ».

 

De operatieve symbolen kennen in O.I.T.A.R. een absolute voorrang, terwijl het alchemistisch proces slechts op een tweede plaats komt. Soms wordt dit element zelfs doelbewust vergeten. Andere elementen als bijvoorbeeld de kabbala, de astrologie en de ridderschap komen als bijkomstig voor. Maar ook de EMULATIE RITUS (emulation) past onder deze noemer. Bij mijn weten zijn er in België niet veel loges die werken onder deze Ritus, spijst zij zich nu gegroepeerd hebben en er in de reguliere vrijmetselarij enkele loges met die ritus werken. Het recentste boek van Piet van Brabant is daarvan de getuigenis. In Frankrijk en België is O.I.T.A.R. reeds ruim verspreid: 50 loges in Frankrijk en 3 loges in België. Oitar komt goed op en is de chalenger van L.D.H. geworden.

 

De spirituele vrijmetselarij die wij kennen in de R.G.L.B. is zeer esoterisch, en werkt in velerlei systemen van hogere graden, aspirerend naar de verschillende traditionele bronnen. Deïstisch eclectisme, waar de neofiet geplaatst wordt in een groter kosmisch en goddelijk kader: de zichzelf revelerende godheid. De grote Angelsaksische en Amerikaanse Vrijmetselarij werkt in dit kader. In België is de R.E.A.A. of de Aloude Aangenomen Schotse Ritus en de R.E.R. of de Gerectificeerde Schotse Ritus, en zelfs de Franse Ritus, maar dan met meer nadruk op de Opperbouwmeester van het Heelal, perfect hanteerbaar binnen de Spiritualistische Vrijmetselarij. Ook bepaalde oude werkplaatsen van L.D.H., enkele werkplaatsen van het Groot Oosten van België en zelfs van de Belgische Grootloge kunnen spiritualistisch worden genoemd. In Frankrijk: G.L.N.F., G.L.F. en de G.L.T. et S. of ook Opéra Français genoemd naar de naam van de straat waar zij destijds in Parijs huizden.

 

De hermetische vrijmetselarij staat openlijk open voor de alchemistische benadering, ook hermeneutisch genoemd (of de interpretatie van heilige teksten) en gebruiken de psychoanalytische deugden van de rituelen ostentatief. Het is een vorm van spiritualistische Vrijmetselarij die verrijkt is met bijvoorbeeld de Egyptische traditie. In België zijn er twee werkplaatsen die onder de Ritus van Misraïm werken. Zij behoren tot de Belgische Groot Jurisdictie van de Egyptische Ritus. In Frankrijk is er naast de G.L.T.R.E. de G.L.F. de Misraïm nog de G.L.S. de France of de Rite de Memphis-Misraïm.

Maar de oude restanten van FUDOSI zijn nog aanwezig in België. Ik kom hier later op terug.

 

Tenslotte, iets waar wel iedereen iets vanaf weet: de humanistische of de zogenaamd liberale Vrijmetselarij, waarvan ik doorgaans gezegd heb dat het op zich een tegenstelling is om humanisme in de vrijmetselarij te willen integreren. De nadruk gaat naar de maatschappij, de vooruitgang van de maatschappij of de perfectie van de mens in zijn sociaal kader. Deze vrijmetselarij is laïciserend, en heeft een beroep gedaan op uitgebeende versie van de R.E.A.A. of van de Rite Français. Vaak schiet er niet veel over van de oorspronkelijke ritualen. De spirituelen en hermetisten appreciëren normaal gesproken die vorm van vrijmetselarij niet. Zij vinden het sprokkelhout. Het is volgens hen een verwaterde vrijmetselarij. Deze laïciserende vorm van Vrijmetselarij noemt zich progressief. Bij ons L.D.H. maar dan de jongste loges, het G.O.B. soms ook G.L.B. Volgens sommigen zijn ritualen en symbolen in de humanistische loges van tweede rang en belangrijkheid.

 

Misschien is er minder sacraliteit in hun tempels?

 

Alleen heb ik bedenkingen bij het feit dat broeders en zusters in de humanistische loges actief,  na hun opgang in de hogere graden plots veel spiritueler zijn geworden, terwijl zij nog altijd beweren dat zij atheïst dan wel agnost zijn gebleven.  Je kunt nu eenmaal niet wit en zwart zijn tegelijk. Je moet ergens kunnen en durven kiezen en vooral kunnen aanvaarden dat je in jouw leven door ouderdom, ervaring en wijsheid gelouterd, kunt veranderen…

 

r

 

 

Welk profiel van de profaan past er bij welke soort vrijmetselarij?

 

  1. Is het een intellectueel die deductief  en progressief  denkt: dan past de liberale vrijmetselarij, zowel de oudere loges als de jongere loges.

 

  1. Is hij daartegenover veeleer intuïtief en is hij een synthesedenker met een holistisch wereldbeeld dan past hij in de moderne Angelsaksische vrijmetselarij.

 

  1. Heeft hij mystieke aspiraties dan voelt hij ex officio meer voor de hermetische vrijmetselarij zoals Misraïm, het Kabbalisme van de hogere graden en de spirituele ridderorde.

 

  1. Indien hij een universele kosmopolitische geest heeft dan past hij veeleer bij de obediënties die  met verschillende Ritussen werken, zoals het Groot Oosten, en kan hij misschien daar zijn gading vinden en zoeken tussen de verschillende werkplaatsen naar wat hem best past. Immers het verschil tussen een grootloge en een grootoosten is dat in het eerste geval er slechts één Ritus wordt beleefd en in het tweede geval verschillende Ritussen mogelijk zijn.

 

  1. Indien hij een veeleer maar niet uitgesproken christelijke affiniteit heeft dan past hij misschien in de spirituele vrijmetselarij zoals de RGLB

 

  1. Indien hij valt voor het geslacht der ridders, dan is hij geknipt voor de hogere graden.

 

  1. Is hij kunstminnend, voor het meesterwerk of heeft hij een dada voor het bouwkundige, moet hij zeker lid worden van O.I.T.A.R.

 

  1. Indien hij veeleer valt voor progressievere waarden, atheïst is en sociaal geëngageerd moet hij naar de liberale vrijmetselarij.

 

Let op datgene wat ik hierboven zeg wat betreft de manspersoon, in de ‘hij’ vorm  dus, past evengoed voor een ‘zij’. Maar evengoed komen nog andere vragen aan de orde die prealabel moeten worden beantwoord zoals:  Is hij devoot? Of zoekt hij een leidraad, een geestelijke meester die hem leidt in zijn leven?  Zo ja, dan is het antwoord: mijd voor hem de vrijmetselarij of beter nog, de vrijmetselarij dient hem te mijden. Zo simpel is dat.

 

 

r

 

 

MISRAÏM of MEMPHIS, of beiden?

 

 

Ik ben van de vaststelling vertrokken dat de Vrijmetselarij en de maçons in het bijzonder neigen naar de Traditie, de aloudste traditie. Ik denk dan  aan wat 6.000 jaar geleden is ontstaan: niet het geschrift zoals de Broeders van het G.O.B. dit zeggen, maar die grote beschaving in Egypte ook Mizraïm genoemd, het land van Memphis, de beide Egyptes. Is dit Opper en Neder-Egypte? Dat kan best, doch er is er evenveel voor te zeggen dat het gaat over boven en beneden: Boven is Nout en beneden is Geb. De Egyptenaren hadden geen zonnecultis, noch maancultus, maar een meteorietencultus. Zij vonden dat de aarde door de hemel bevrucht werd. In die zin werd Nout afgebeeld  als een vrouw in tafelhouding met twee lange benen en armen, of zijn dit de vier gewelven? Die vrouw had veel borsten, teken van vruchtbaarheid of bevruchting van boven. De kracht kwam dus van boven. Het cultiveren van de “benben”, weze een meteoriet die beschreven met hiëroglyfen boven op een pyramide of op een obelisk werd geplaatst, is er niet voor niets.

 

Het woord Misraïm is ook afkomstig van het Hebreeuws Mitzraïm of ook Misrahim. In het Arabisch is het Misra of Masra, wat staat voor Egypte.

 

Het was een belangrijke beschaving die stand hield door de rijkdom, en de welstand die de Nijl iedere keer opnieuw ieder jaar met zich meebracht. Vandaar de geborneerdheid van de Egyptenaren naar het cyclische: dag en nacht, de seizoenen… maar ook dat beneden gelijk is als boven. Wij kennen het cyclische ook in de Vrijmetselarij maar wist je dat de Egyptenaren meenden dat de melkweg een reflectie is van de Nijl, of omgekeerd, en de piramiden een reflectie van de sterren? Zo boven, zo beneden.

 

Wij kennen de Zon en de Maan in onze ritualen. Wij kennen de zonnewenden.

 

Maar er is een zucht naar meer: bijvoorbeeld zijn er twee kapittels van het Soeverein College voor de Schotse Ritus van België die zich Achnaton en Ptah noemen. Dit is niet evident versus logisch, omdat de Schotse Ritus niet werkt met Oriëntaalse begrippen en symbolen… en toch die Egyptiserende benaming. Het klopt ergens niet.

 

Talrijk zijn de Zusters in L.D.H. die het teken van ISIS dragen. Niet evident, voorwaar nu ook L.D.H. werkt alleen in de Schotse Ritus en deze Ritus verplicht is en opgelegd wordt door de Opperraad en de Internationale Constitutie.

 

Bijvoorbeeld spreekt men in het inwijdingrituaal van de loge KLIMOP KORTRIJK, en dat is denk ik hetzelfde als dit van de loge BAKEN GENT, van de "kinderen van Memphis"… Doch meer er wordt daar niets meer over gezegd.

 

In het Duits zou ik spreken als van een "sehnsucht" naar maçonnieke romantiek: het verlangen naar andere oorden, reizen, het vreemde, het verleden, de andere cultuur, de verwondering die dit met zich meebrengt.

 

Hebben wij dit allemaal niet in ons? Is dat bevreemdend? Is dat acceptabel?

 

Velen onder ons zijn reeds op reis geweest naar Egypte, als in een pelgrimage naar de fundamenten van ons collectief bewustzijn. Zij waren verwonderd door de schoonheid van het verleden en de confrontatie met het huidige Egypte, maakt dat zij die reis niet voor herhaling vatbaar stellen, terwijl de organisatie van het oude Egypte veel gelijkenissen vertoont met ons maatschappijbeeld, vandaag de dag. Veel zaken zijn verbazingwekkend genoeg gelijk. Sommigen durven beweren dat de bevolking die nu leeft in Egypte als ras niet genetisch overeenstemt met de bevolking tijdens het Grote Rijk en dat het klimaat toen daar overeenstemt met het huidig klimaat in het westen. Zij gaan op het mythologisch pad van RAM.

 

Iedereen blijft op dat romantisch vlak ergens op zijn honger binnen de blauwe vrijmetselarij, en terecht. Toen wij met drie Broeders en  twee Zussen in 1999 op bezoek zijn geweest naar de G.L.F. de M.M. in het Noorden van Frankrijk, waren wij allen onder de indruk van die andere vrijmetselarij, de niet-Schotse Vrijmetselarij, of de Egyptiserende Vrijmetselarij. Broederlijke contacten werden daarna gelegd met deze orde en met MM in België.

 

Een tweede vaststelling was het ‘onprettig gevoelen’ van Zusters binnen L.D.H., die zich -terecht- verongelijkt voelen in de benadering van de hogere graden van de federatie. U weet dat de federatie alle graden verleent van 1 tot 33: namelijk minstens 1-2-3-4-14-18-30. En dan 31 en 32. Het aantallen 33sten is werkelijk beperkt. Zij zijn ad vitam gecoöpteerd in de Suprème Conseil.

Bovendien is de toegang tot de 4de graad zo moeilijk als je Vlaming bent en niet Fransprekend. Ik dacht nog dat de hogere graden zich in Vlaanderen op termijn zullen opheffen door hoge leeftijd en dood als gevolg.

 

Ten einde tegemoet te komen aan de zoektocht van onze Zusters naar meer licht werd de weg geopend naar MISRAIM. Vergis je niet: het is geen vrijmetselarij zoals al de andere. Het is ook geen surrogaat voor hogere graden. Het is een hermetische maçonnieke beleving, met andere waarden, als daar zijn: de gelijkheid.


De gelijkheid vind je niet altijd terug in de Blauwe - Groene -Rode - Zwarte en Witte vrijmetselarij. De hiërarchie van de graden laat geen gelijkheid toe. Je bent niet toegelaten tot een hogere graad indien je niet gecoöpteerd wordt. Ik schreef de volgende brief aan Fides Et Amor Vallei Gent op 26 augustus 1999.

 

 

"Zeer Wijze,

Lieve ZZ.°. en BB.°.,

 

"Ik schrijf U als maçon, lid van de Federatie van LE DROIT HUMAIN 1278 O.°.KLIMOP KORTRIJK en 1688 DE WENTELTRAP O.°. KOKSIJDE, lid van de A.A.S.R. La Réunion des Amis du Nord (R.A.N.) Val. BRUGGE.

 

"Ieder jaar opnieuw stel ik vast dat lieve ZZ.°. uit de beide werkplaatsen zich ongelukkig voelen omdat zij niet geroepen worden tot de VIERDE graad in hun eigen Federatie. De BB.°. van de Federatie kunnen altijd terecht bij de mannen - perfectieloges. Zij doen dat dan ook, bij gemis aan mogelijkheden binnen hun eigen Federatie.

 

"Dit is spijtig. Want volgens de opvatting van de stichters van de Federatie mocht er geen hiaat zijn tussen de diverse graden en werd het onderscheid tussen de kleuren: blauw groen rood zwart en wit in de Federatie niet behouden. De stap van twee naar drie mag dus niet moeilijker zijn dan de stap van drie naar vier…

 

"Ik ben op zoek gegaan naar de reden hiervan. In het boek van L. TAXIL

(facsimile LES MYSTERES DE LA FRANC-MACONNERIE blz 194)staat het volgende:: Vous avez compris que, si nous affectons, dans les loges, de ne tenir aucun compte des degrés maçonniques supérieures à la Maitrise, c'est pour en éloigner les esprits superficiels qui ne sont pas capables de les apprécier…

 

"De lieve ZZ.°. van de werkplaatsen begrijpen ook Frans, en sommigen onder hen hebben ook TAXIL gelezen. Wat denken zij dan bij dergelijke overwegingen? Zijn hun besluiten terecht? Is dit dan de reden waarom er zo veel goede MM.°. afkerig geworden zijn van de 'hogere' graden en de kwestie zelfs onbespreekbaar hebben gesteld binnen de werkplaatsen?

 

"Slechts wie de toekomst haat, verdraagt geen verjonging. Een Perfectieloge die stopt met rekruteren - los van de redenen  hiervan -begraaft haar eigen toekomst.

 

"Ik ben van mening dat kritiek spuwen geen goede zaak is. De vraag is gewoon: wat doe je er aan? Kan er geen brug worden gelegd tussen onze Loges en uw Kapittel? Wie kan hiervoor ingezet worden en wil dit ook doen?

 

"Ik vraag dan ook eerbiedig, broederlijk doch met aandrang deze smeekbrief in overweging te willen nemen. Ik vraag niets voor mezelf, maar ik in eigen naam ten spijt spreek en met niemand vooraf aan deze brief overlegd heb, vraag ik het voor al die lieve ZZ.°. en goede BB.°. van onze werkplaatsen. Ik wil mij hiervoor volledig inzetten.

 

"Met de meeste Broederlijke groeten. "

 

De brief was ondertekend en opgestuurd naar de Secretaris op het juiste adres. Tot zover deze tekst. Wat was nu het antwoord denk je? Niets, niemendal, nihil, ne rien… in alle talen.

 

Maar goed, dan mag men niet zeggen dat de inspanning niet is geleverd om contact te zoeken en de eerste stap te zetten. Men kan dan niet zeggen: nous ne le savions pas. Wat doe je daar aan? Ook niets. Er valt gewoon niets aan te doen, tenzij je alles overboord gooit en zelf met iets nieuws begint.

Dat was de aanzet om over te gaan tot studie en schrijven.

 

r

 

 

Studie vooral over het oude Egypte. Studie over hoe het vroeger was, en of dat veel verschillend is met wat nu leeft. En inderdaad er zijn gelijkenissen met de vrijmetselarij: niet alleen bestonden er veel goden die werden vereerd, iedere god had zijn eigen Ritus, zijn eigen organisatie. Is het niet ook zo dat in de Vrijmetselarij iedere orde zijn eigen Ritus heeft, zijn eigen organisatie? De diverse orden zorgden niet voor verkondiging van hun leer tegenover de andere ordes, integendeel. Zij deden niet wat de Katholieken hebben gedaan: de negertjes in Afrika bekeerd…

 

Neen, zij stelden een bijzondere moreel en een ethisch hoogstaand gedrag van hun hogepriesters of profeten voorop, als voorbeeldfunctie voor de maatschappij. Is het dat niet dat leeft binnen de Vrijmetselarij: vertrekkend van een vrij en rechtschapen mens, een voorbeeldig mens te worden voor de maatschappij?

 

De eerste contacten met het oude Egypte zaten dus goed. Vanuit mijn persoonlijk impressie van een zitting bij Memphis-Misraïm heb ik vertrekkend van het canvas de Rite Ecossais Rectifié en van de oorspronkelijk ritualen van R. Ambelain, maar ook de rite des Philadelphes Narbonnes 1779, Rite de Misraim Montauban 1815 en Rite de Memphis Venise 1788, die hun respectievelijke invloeden hebben gehad op de huidige Ritus van Misraïm,  de ritualen in het Nederlands herschreven: de Egyptiserende of de Egyptische Emulatie Ritus.

 

Overigens bestaan er hic et nunc slechts twee Belgische werkplaatsen behorend tot de G.J.B.R.E., één te Luik en één te Koksijde. Er is nog één loge van de G.L.Féminine Belge de Memhis Misraïm te Brussel met als benaming ‘NOUT’, of de witte zusters, de kinderen van het licht. Er is tenslotte nog een werkplaats van die orde die ik recent heb ontdekt te Namur.

 

Natuurlijk mag je niet vies zijn van Egyptische Symbolen, en verwijzingen. Het is de uiteindelijke bedoeling via de blauwe vrijmetselarij te komen tot de groene, rode, zwarte, witte vrijmetselarij, en hoger. Dit is de roeping van onze orde in Belgiê: het openstellen van de hogere gemengde vrijmetselarij. Hier hebben wij een taak te vervullen en op dit punt zullen wij door de maçonnieke geschiedenis worden beoordeeld.

 

Wij zijn een initiërend genootschap dat zich voornamelijk bezig houdt met initiaties. Vanaf de vierde graad werken wij onder auspiciën van het Soeverein Sanctuarium van de Arcana Arcanorum van onze Orde, dat het orgaan is, dat de hogere graden verleent, oorspronkelijk onder de leiding van Br. Guy Ren. houder van een patent ad vitam die dit laatste recht afgestaan heeft.

 

Het enige dat mij spijtig voorkomt is – vooral in de Westhoek, maar het kan overwaaien - het onbegrip van leden van L.D.H. en G.O.B., de vrees voor concurrentie, terwijl de basisreden en grondreden van het bestaan van die Ritus in België precies gelegen is in het feit dat in L.D.H. de hogere graden onbereikbaar zijn voor de meeste van hen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat een A.M. in een L.D.H.-Loge in de westhoek haar leerlingen heeft verboden om op bezoek te komen in onze tempel. Ik dacht dat het alleen een wild dier was, dat bijt in je hand als je het voedsel geeft.

Ik dacht dat er tegenover deze beweging er slechts twee houdingen maçonniek verantwoord zijn: één het enthousiasme  voor de mogelijkheden die openstaan, of twee de onverschilligheid indien het je niet interesseert. Een derde weg of … en ik laat het je dat zelf wel invullen, is vanuit geen enkel maçonniek oogpunt verdedigbaar. Het is onrechtvaardig, verkeerd en geeft blijk van een maçonnieke geborneerdheid en sektegedrag.

 

 

 

 

 

 

DERDE BOEK

 

 

Vergeet nooit dat als je klopt, er zal worden opengedaan, als je spreekt, dat wij zullen luisteren, en als je vraagt je dan zult ontvangen. Je klopte en werd ingewijd. Toen sprak jij op de stalle van de redenaar en wij luisterden, en toen vroeg de redenaar voor jou jouw salaris en je kreeg het en deelde brood en wijn met al je broeders en zusters. Zo ontdekte je de broederschap, stap voor stap, in de hoop gelukkig te worden in de Vrijmetselarij. Eerst wil ik je nog iets leren over de Koninklijke Kunst van het priesterschap. Laat ons beginnen met een stukje geschiedenis.

 

r

 

Cagliostro

 

Een belangrijke figuur in de geschiedenis van de Egyptische Ritus is de persoon van Cagliostro. Hij had de naam van Graaf van Cagliostro geërfd van zijn oom en dit bij geschreven testament.

Hij was geboren onder de naam naam Giuseppe Belsamo te Palermo op 2.6.1743. Gehuwd met Lorenza Féliciani, die zichzelf Sérafina liet noemen, reisde hij door Italie, om zich daarna in London in 1776 te vestigen. Hij werd 1777 ingewijd in een Engelse Loge met de naam ‘Espérance’. Daar kreeg hij zijn drie blauwe graden.

Twee jaar later vinden wij hem terug in Luik, waar hij op bezoek gaat in de loge La Parfaite Egalité. In 1778 creëerde hij te Brussel een Ritus voor Maçons in drie graden. Na een tijd in Nederland te hebben verbleven was hij enkele jaren in Strasbourg,

Hij vertrekt tenslotte naar Zuid Frankrijk, nl. Bordeaux en plaatst zich iets later onder de bescherming van een van de belangrijkste maçons uit die tijd: Jean-Baptiste Willermoz uit Lyon, en stichter van de Strikte Observantie. In 1782 stichtte hij een Egyptische Ritus te Lyon in de Loge 'La Sagesse Triomphante'.

In 1785 richtte hij te Parijs de ‘Moederloge’ op van de Egyptische Ritus. Hij zelf schreef de Rituelen voor deze inwijdingscyclus. Hij werd de eerste Grootmeester van de Ritus. Hij kent er een enorme populariteit  in het bijzonder aan het Koninklijk Hof.  Hij wordt in het profane leven genezer, alchimist, filosoof, en mytholoog.  Hij was bovendien hypnotiseur en gebruikte de hypnose om genezingen te realiseren.

Tenslotte wordt hij het slachtoffer van zijn eigen succes en geraakt zo in ongenade en wordt overgebracht na zijn arrestatie op 23.08.1785 naar de Bastille op beschuldiging van een complot te hebben gesmeed tegen de Kardinaal van Rohan. Een nieuw proces volgde wegens het wederrechtelijk voeren van een adellijke titel, doch hij werd vrijgesproken. In juni 1786 werd hij het land uitgewezen en vertrok naar Engeland om van daaruit naar Rome te vluchten.

In Rome kreeg hij met de Inquisitie moeilijk. De Paus tekende een arrestatiebevel op 27.12.1789. Op 21.03.1791 werd hij tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens verderfelijke Maçonspraktijken en ketterij. Al zijn bezittingen werden publiekelijk verbrand. Het ging vooral om Orde-emblemen, rituele benodigdheden en boeken. In gevangenis werd hij gewurgd op 26.8.1795.

 

Cagliostro’s deïstische Ritus is duidelijk een bron van de Egyptische Ritus, en  het is dan toch Garibaldi die werkelijk aan de oorsprong ligt van de Ritus van Memphis-Misraïm.

 

 

r

 

 

Ritus van Misraïm

De ‘Ritus van Misraïm’ is ontstaan volgens Robert Ambelain in 1788 in Venetië.

Deze Ritus werd later omstreeks 1814-1815 in Frankrijk ingevoerd door Charles Lechangeur die de graden creëerde op basis van de Rite van Cagliostro. Hij vond oa. snel hulp in de Joodse gebroeders Bédarride Michel, Marc en Joseph, die een belangrijke invloeg hebben gehad. Vandaar dat gezegd wordt dat de Ritus van Misraïm, in tegenstelling van die van Memphis, Judaïstisch is. In 1822 waren er reeds in 24 steden loges verspreid.

De Ritus kent dus in Frankrijk van in het begin een belangrijke groei, omdat de negentig graden en het Egyptische element bijzonder aantrekkelijk bleken en er leden van de Schotse Ritus werden aangetrokken en bedacht met maçonnieke eretitels, mits zij bescherming gaven. En dat gebeurde. Het groot Oosten voerde van in het begin een belangrijke oppositie tegen deze toen nieuwe orde. Maar ook intern voerde de in Italie geînitieerde broeder Joly, gesteund overigens door de bekende schrijver J.M. Ragon, oppositie en declareerde zichzelf als chef van de orde.

Tenslotte kregen de gebroeders Bédarirde van hun broeders veel kritiek omdat zij zich volgens hen gedroegen als eigenaars van de Ritus.

r

Misraïm of Mitzraïm of ook Misrahim is het Hebreeuws woord voor de beide Egyptes. De Ritus is ontstaan in een periode waarin belangrijke ontdekkingen werden gedaan in Egypte, waarbij ook het Egyptisch schrift werd ontsluierd. In 1799 was de Steen van Rosetta ontdekt en enkele tijd voerde Napoleon oorlog in Egypte. Belangrijke vondsten werden als trofeeën overgebracht naar Frankrijk, maar de belangrijkste stukken, waaronder mummies, uit deze oorlogsbuit werden bij de pacificatie overgebracht naar Engeland, die tenslotte de Egyptische oorlag had gewonnen. De elementen van de oorlogsbuit zijn vandaag de dag nog te vinden in Londen en Parijs.

Die steen van Rosetta zal dan ook door hedendaags maçons gebruikt worden om te bewijzen dat de maçonnerie niet afkomsig kan zijn uit Egypte. Immers, zo luidt de redenering, de maçonnerie bestond reeds meer dan honderd jaar toen deze steen werd gevonden. Dit is een belachelijk argument omdat de hermetische traditie niet via de Egyptische symbolische taal is overgedragen, maar door het Grieks. De laatste Egyptisch bloeiperiode was immers hellenistisch. De bijbel is precies ook in het Grieks vertaald om zo tot ons te komen. Zo is de Egyptische traditie via de Griekse cultuur bij ons geraakt, en maar goed ook.

Ten tijde van Cagliostro gaf deze belangrijke vondst directe aanleiding om de Egyptische symboliek, waar mogelijk, te integreren in de Vrijmetselarij.

De stichting van de eerste afdeling is in 1788 te Venetië ontstaan onder impuls van ‘Die Strikte Observance’ van Karl von Hund. In 1815 bestond te Napels de loge ‘La Vigilanza’ die werkte met de Egyptische Ritus van  Cagliostro.

Een andere betwistbare bron stelt dat in 1747 reeds deze Ritus is ontstaan te Napels en in 1805 werd hervormd. In elk geval nadat de Ritus in Italië was ontstaan, werd die enige jaren later in Frankrijk ingevoerd.

In 1822 werden de Loges van Misraïm door de Franse autoriteiten gesloten en bestond vanaf dan officiëel niets meer in Frankrijk. Marc Bédaridde kreeg in 1822 een huiszoeking door de politie die echter niets bezwarend heeft gevonden. De Carbonnari bleken geïnfiltreerd in de orde en de overheid greep na verklikking in. De Egyptische maçons hadden de fout begaan zich in te laten met de politiek. Misraïm werd beschouwd als een dekmantel voor de Carbonnari. Misraïm werd verboden. Slechts na de revolutie van juli 1830 kan de Ritus opnieuw legaal herbeginnen. Het elan van voor 1822 was gebroken en de concurrentie van Memphis is dan al zeer belangrijk.

In de periode van 1882-1890 werd de Misraïm-Ritus gaandeweg feitelijk erkend door de Grand-Oriënt de France. De Egyptische moederloge ‘Arc en Ciel’ opgericht in 1815 te Parijs bleef, na korte onderbreking, er actief tot 1925. De Ritus van Misraïm kende onder het bewind van de Grootmeester Jules Osselin in Frankrijk vanaf 1884 een groei en kende nog later ook in België een succes. Er waren in haast alle grote steden in Frankrijk Loges te vinden.

De Egyptische Ritus werd verder verspreid in de verenigde Staten, Engeland, Ierland, Italië en Zwitserland. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? In elk geval geen ritualen zoals wij die kennen in de Franse en Schotse blauwe vrijmetselarij. De Egyptische ritualen waren van in het begin ‘hogere initiërende graden’, zoals dit touwens nog zo is in de verenigde Staten.

Maar reeds in 1890 onder het bewind van de zoon Jules Osselin ontstaat binnen de orde een schisma tussen een minoriteit spiritualisten en een laiciserende meerderheid. Deze laatste gaan over naar het Groot Oosten. Er blijft niets anders over dan die ene loge Arc en Ciel in Parijs.

Deze Ritus was echter in het begin van haar ontstaan door het Groot Oosten niet erkend, maar dit belette niet dat het zelfde Franse Groot Oosten de Ritus aanvaardde naast de Franse Ritus en de Schotse Ritus, de Ritus van Memphis en integreerde.

Het Groot Oosten Van Frankrijk had de reputatie van een controleur te zijn van alles wat er zich op het maçonnieke vlak in Frankrijk afspeelde. De Egyptische Orde werd dus grosso modo opgeheven in Frankrijk door absortie in het Groot Oosten. Dit moet het gevolg geweest zijn van het feit dat deze Ritus toch bepaalde belangrijke kenmerken heeft en interessant genoeg was om verder binnen die grote obedientie te laten evolueren. Er zijn tenslotte geen andere obedienties dan die van Misraïm, die kunnen laten gelden dat zij Napoleon Bonaparte als leerling te hebben ingewijd. Veel occultisten zijn lid geweest van deze orde. Papus vroeg tot tweemaal toe in 1896 en 1897 zijn opname, doch werd geweigerd. Als reactie verlieten zijn vrienden en broeders martinisten de Ritus van Misraïm in 1898.

Er bleven nog slechts een handvol leden over en na een nieuwe twist werd de orde in 1900 in slaap gesteld.

 

r

 

De Ritus van Memphis

 

Marconis de Nègre

 

Het woord ‘Egypte’ is afgeleid van het Grieks Aigiptos of Aigyptos in ons schrift. Het Griekse swoord wordt soms wel eens afgeleid van Hot-ko-pthah. Een en ander houdt in het oud-Egyptisch verband met het grote huis van Ptah in Memphis, of de tempel van Ptah, de god en ook de hogepriester van Memphis. Aigyptos, en onrechtsreeks Egypte, staat dus voor Memphis.

 

Volgens de officiele versie van de Ritus zou de vader van Jacques Marconis de Nègre, namelijk Gabriel, van het oude Egypte  samen met de broeder Honis en enkele anderen de Ritus van Memphis hebben meegebracht. Een erste Loge zou zijn gesticht in 1815 te Montaubin – vandaar ook de benaming Rite de Montauban. De eerste loge in Montauban noemde tenslotte niet voor niets ‘Les Disciples de Memphis’.

 

Reeds van in 1816 werd die loge in slaap gesteld. De Ritus werd heropgenomen in 1838 door Jacques Marconis de Nègre. Het is slechts van dan af dat de geschiedenis van Memphis begint.

 

Betreffende de Rite Primitif des Philadelphes de Narbonne – vandaar de Ritus van Narbonne – die men soms aanwijst als de bron van de Ritus van Memphis, staat het vast dat  Marconis de Nègre daar wel enig belang aan hechte omdat de eerste loges in Parijs en London de naam droegen van ‘Philadephes’. Alhoewel in de officiële teksten spreekt Marconis de Nègre niet van een filiatie met de Ritus van Narbonne. Het zouden dan ook eerder zijn opvolgers zijn die een directe band met de Ritus van Narbonne opeisten.

 

De origine van de Ritus is nochtans duidelijk. Vader Marconis de Nègre was voorheen tot tweemaal toe lid geweest van de Ritus van MisraÏm, eerst in 1833 in Parijs en later tussen 1835 en 1838 te Lyon. Tot tweemaal toe werd hij geëxpulseerd. De Ritus van Memphis is dus gegroeid uit en na een schisma met de Ritus van Misraïm.

 

Voor de rest wijs ik er op dat de Engelse Broeder Morison de Greenfiel, eerder lid van Misraïm, later lid werd van Memphis en tenslotte nadien een van de leiders van deze Ritus werd. In 1838 stichte Marconis zijn eigen Ritus van Memphis. Wellicht was hij ook in andere Ritussen ingewijd en was zijn enige bron niet die van Misraïm. Dre streek van Marconis Montauban was steeds een plaats waar de Hogere Graden sterk in trek waren geweest. Er bestond overigens in het begin van de negentiende eeuw in Toulouse een kleine Egyptische Ritus, genaamd ‘Les Amis du Désert’. Of Marconis daar lid van geweest is, is onbekend, doch die Ritus kan eventueel invloed hebben gehad op de Ritus van Memphis.

 

Tussen 1838 en 1850 bestond er een soort maçonnieke oorlog tussen de Ritus van Misraïm en die van Memphis, die ten einde kwam door de dood van hun respectievelijk protagonisten. Aan alles komt er een einde. De officiele periode van Memphis strekt zich uit van 1838 tot 1862.

 

r

 

 

Marconis de Nègres

 

 

Hij was de eerste die probeerde om de beide Egyptische Ritussen te fusioneren, doch hij mislukte. Omdat Marconis een officiële erkenning wou van zijn orde, aanvaardde hij in 1862 om zich te plaatsen onder het bannier van het Franse Groot Oosten. Dit werd de Ritus fataal, omdat Memphis in het Groot Oosten in plaats van geholpen te worden, belaagd werd om te verdwijnen. Wij kunnen daar veel uit leren.

 

In die periode (Second Empire) was de vrijmetselarij een staatszaak, want de Grootmeester was benoemd door de overheid. De Vrijmetselarij en het Groot Oosten was toe ook een staatszaak en men vond het niet abnormaal dat de Ritus van Memphis werd opgenomen in het staatsmaçonnisme via het Groot Oosten. Andere riten werden toen ook opgenomen. Vandaar dat het Goot Oosten in Frankrijk geen Groot Loge is die trouw is aan één Ritus,  maar een federatie van  Riten. Dit is de historische reden.  Of die reden opgaat voor België is een andere zaak, terwijl nochtans het Belgische Groot Oosten zowel de Franse Ritus als de Schotse Ritus (een minderheid van loges) aankleeft.

 

Om terug te komen tot de drie Parijse Memphisloges, is het duidelijk dat zij genoegzaam werkten onder het Franse Grootoosten terwijl de loge van Marseille ‘Les Chevaliers de Palestine’ autonoom bleef. En terwijl memphis in Frankrijk doodbloedt, herneemt de Ritus kracht dankzij patenten die Marconis in illo tempore in het buiteland heeft verstrekt namelijk in de Verenigde Staten en in Egypte. Tenslote is het de Amerikaanse Grootmeester Seymour die John Yarker in Engeland introniseerde als Grootmeester van Memphis voor Groot Britanië.

 

 

r

 

 

Garibaldi

 

 

Hij slaagde er in om de fusie tussen de beide Ritussen te bewerkstelligen dankzij zijn populariteit en zijn afkomst.

 

Toen in 1881 de rivaliteit tussen Memphis en Misraïm was opgeheven, ontstond er een alliantie tussen de Soevereine Sanctuarium van Misraïm van Napels, geleid door Jean-Baptiste Pessina – of ook Rite de Pessina genoemd-  en het Soeverein Sanctuarium van Mamphis van de Verenigde Staten, Groot Britanië en Roemenië. Het was generaal Garibaldi die er Groot Hiérophant werd benoemd, doch slechts voor korte tijd was in 1882 sterft hij. Hij wordt opgevold door John Yarker die hetgeen eerst was overeengekomen tot een eenmaking van Memphis en Misraïm concreet uitwerkt tot een Ritus van Memphis-Misraïm. Echter de Franse Ritus van Misraïm bleef volkomen afzijdig in dit initiatief en het Franse Misraïm zal van dan af volkomen autonoom zijn eigen koers varen, tot aan de persoon van Robert Ambelain en zijn opvolger Kloppel. Nadien gaan de Grootmachten opnieuw uit elkaar, maar wij komen hier later op terug.

 

De Ritus van MisraÏm verdwijnt in Frankrijk dus omstreeks 1900 en tot aan de eerste wereldoorlog wordt John Yarker blijkbaar erkend als enige Mondiale Groot Hierophant en hoofd van de Riten. Hij werd erkend door Papus in Frankrijk en door Reuss in Duitsland, en door Frosini in Italiê, die op zijn beurt een andere Ritus had gecreëerd. Dit zou er kunnen op wijze ndat zijn charter ook niet regelmatig is, maar wie interesseert dit vandaag de dag nog, buiten de louter geschiedkundigen?

 

De Ritus van Memphis is dus duidelijk jonger dan die van Misraïm. Daar twijfelt vandaag de dag niemand aan.

 

 

r

 

In Frankrijk

 

 

In 1902 verdwijnt de autonome Ritus van Memphis in Frankrijk. John Yarker volgt Delli Oddi op als Groot Hierophant. Het Soeverein Sanctuaroium van Groot Brittantië levert een constitutiepatent af aan Théodore Reuss voor Duitsland. In 1908 levert deze laatste een constitutiecharter af voor Franrkijk aan Papus als Grootmeester et Teder als Adjunct Grootmeester van de Souverain Grand-Conseil Général pour la France.

 

teder

 

In 1909 oordeelde John Yarker dat Georges Boge de Lagrèze, die de 33ste graad bekleedde in de Schotse Ritus (G.O.F.) een patent verdiende en  kende hem dit toe als Grootmeester voor le Souverain Sanctuaire de France.

 

Op 20.3. 1910 stierf John Yarker en hij wordt opgevolgd door T. Reuss als Groot Hierophant.

Op 25.10.1916 sterft Papus en wordt opgevolgd door Teder. Dit wordt door Lagrèze die nochtans houder is van een patent nooit betwist. De reden daartoe heb ik nog net achterhaald.

 

Op 25.9.1918 sterft Teder en de Franse Ritus gaat in slaap omwille van de oorlosgsituatie. Op 10.9.1919 levert het Duitse Souverein Sanctuarium een charter aan Bricaud als Grootmeester en Lagrèze zwijgt. Op 21.2.1934 sterft Bricaud en Constant Chevillon volgt hem op als Grootmeester voor Frankrijk.

 

In 1942 voor het eerst herinnert Lagrèze zich dat hij een patent heeft, en stelt vast dat de Ritus in Frankrijk in slaap is gesteld. Hij beslist van de Ritus clandestien op te nemen en  onder de auspiscipen van de Ritus van Memphis-Misraïm, en steunt zich voor het eerst op zijn patent dat hij in 1909 had ontvanegn van John Yarker.

 

Nadat hij er zich van verzekerd had dat Constant Chevillon niet wou werken in de clandestiniatit  stelt Georges Boge de Lagrèze Br. Robert Ambelain aan in 1942-43 met diverse titels en graden waaronder die van 95ste graad en Substituut Grootmeester voor Frankrijk. In 1959 werd Robert Ambelain aangesteld als opvolger door Henry Dupont, die als motief de eenheid van de orde wilde bewerkstelligen. Dupont trad op als opvolger van Bricaud.

 

In 1960 wordt door René Wibaux, ere-Groot Commandeur van de Orde aan Robert Ambelain het archief van de Belgische Grootmeester Delaive, die in de oorlog werd onthoofd door de Duiste bezetter, overgemaakt. Zijn motieven bleken de bevestiging te zijn van de houding van Dupont voornoemd.  De supprematie van Robert Ambelain wordt een feit. Het is tenslotte Robert Ambelain die de Orde buiten de invloed van het martinisme heeft gehouden, spijts hij zelf in die orde een belang heeft gehad.

 

r

 

 

John Yarker, Reuss, en Lagrèze… en vele anderen.

 

John Yarker was de mondiale Grootmeester of Groot Hierophant die in 1909 aan Georges Lagrèze een patent van de 90ste graad overhandigde. Er wordt her en der beweerd dat het charter van Yarker een afkomst kent die niet regulier zou zijn. Robert Ambelain beweert dat John Yarker dit charter gaf aan een Superieur Inconnu met de nomen mysticum Mikaël van de Martinistenorde. Deze Mikaël is echter niemand minder dan George ( Boge ) de Lagrèze.

Spijts hij houder was van dit patent gebruikte hij het niet toen de opvolger van Yarker, Thédore Reuss,  Dr. Gérard Encausse alias Papus aanstelde als Grootmeester van de Ritus van Memphis-Misraïm voor Frankrijk.  Reuss was zeer goed bevriend met Papus.

 

Papus was ook geweigerd door het Groot Oosten van Frankrijk omdat hij in 1902 in een boek verschrikkelijke dingen heeft geschreven over de vrijmetselarij. Zeven jaar later wordt hij Grootmeester van Memphis-Misraïm. Dit lijkt aberrant maar Papus was ook geen gewone jongen. Het tijdschrift Acacia van omstreeks 1905 leert ons dat er een polemiek was ontstaan tussen oud gedienden van Misraïm en de hoofdredacteur van het tijdschrift, waarin de discussie omtrent Papus wordt uiteengezet. Een ander boek is van de hand van Marc Haven, postuum onder de titel ‘Marc Haven’ gepubliceerd en dat gaat over personen. Haven erkent dat hij lid was van Misraïm en handelt ook over Papus. Naar het verluidt zou Papus geïnitieerd zijn door dissidente broeders van de wilde loge L'Arc-en-Ciel voor het einde van de de negentiene eeuw. Dit gegeven valt natuurlijk niet te controleren, maar is best mogelijk.

 

r

 

Marcel Roggemans verwijst op zijn webpagina over de geschiedenis van de occulte orden naar een opmerkelijk boek verschenen van de hand van Gastone Ventura alias Aldebaran  ‘I Riti Masonici di Misraïm e Memphis’, vertaald naar het Frans door Gérard Galtier en Sophie Salbreux, dat een meer dan merkwaardige geschiedenis over Papus vertelt. Hij gaat er vanuit dat heel wat charters wel eens een dubieuze afkomst zouden kunnen hebben.

Gérard Galtier werd ingewijd in 1987. Hij heeft kort voor zijn inwijding op initiatief van Gérard Kloppel als profaan een rede gehouden tijdens een gesloten blanke zitting in de Loge Constant Constant Chevillon over les Origines du Rite de Misraïm. Deze rede is een betrouwbare bron.

Philippe Encausse beweerd dat zijn vader, Gérard Encausse alias Papus, over twee charters beschikt van 25/03/1907 afkomstig uit Italië. De inhoud van deze documenten is mij niet bekend.

Het vorige charter uit 1906 afkomstig van ‘L’Antiguo y Primitivo Rito Oriental de Memphis y Mizraïm’ , toegekend door Villarino del Villar was een opvolger in de lijn van Giambattista Pessina.

Opmerkelijk zegt Roggemans is de uitspraak uit 1910 van Papus  :

"Dans mes conversations avec les Très Illustres Frère John Yarker, Chef suprême du Rite Primitif et Originel, avec le docteur Westcott et la Société Rosicrucienne d’Angleterre, avec Villarino del Villar, l’illustre Maçon Espagnol ...Beaucoup de Suprêmes Conseils étrangers m’ont fait le grand honneur de m’inscrire parmi leurs membres honoraires ou au nombre de leurs représentants en France."

Papus

Opmerkelijk is dat Papus zelf zegt dat het hier gaat om erediploma’s ‘à titre honorifique’. Het was overigens de gewoonte om leiders van andere Ordes, bij wijze van erkentelijkheid, een dergelijk erediploma te overhandigen. Het is wel duidelijk dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen een ‘charter’ en een ‘erediploma’. Papus was inderdaad een leider in het Martinisme. De dissidente broeders die papus naar verluit zouden hebben ingewijd in de eerste blauwe graden, zullen wellicht martinisten zijn geweest.

Uit de dossiers van Papus weten we, schrijft Roggemans, dat hij nooit een officiële inwijding heeft gehad in de eerste drie graden van de Vrijmetselarij. Dit gegeven is dus een blijvend punt van twijfel. Zonder deze inwijdingen zijn initiaties in het om het even welke andere Ritus opvolgend aan de eerste drie basisgraden, eigenlijk waardeloos, zegt Roggemans…en het is dan ook een niet-maçon die dat moet schrijven. Voor ons maçons is het niet zo eenvoudig, omdat graden kunnen gecommuniceerd worden. In de Internationale Federatie van le Droit Huamin wordt de 33ste graad bij delegatie toegekend aan de Belgische Grootmeester Nationaal, zonder inwijding dus.

 

 

Reuss

 

Maar ook omtrent Theodor Reuss is Roggemans niet mals : Spijts Reuss  een begrip is voor het ‘Ordo Templi Oriëntis,’ was hij lid van de Socialistische Liga in Groot-Brittannië voor rekening van de Duitse politie onder de naam Karl Theodor. Hij was journalist voor de Süddeutsche Presse te Munchen, de Berliner Zeitung te Berlijn en voor de Engelse krant Central News te Londen. Toen men ontdekte dat hij voor de geheime diensten werktte werd hij in 1884 prompt uit de Socialistische Liga gezet. Nadat hij terugkeerde naar Duitsland, vlak voor de eerste wereldoorlog, werkte hij een korte tijd voor de Duitse contraspionage in de buurt van de Nederlands-Duitse grens. Nadien kwam hij in Bazel terecht waar hij Engels onderwees aan de Berlitzschool.

Op het congres dat hij voor het Ordo Templi Oriëntis organiseerde in 1917, wist Reuss zichzelf te verrijken met het uitwisselen van charters en octrooien van allerlei Ordes. Deze getuigenis is afkomstig van Roberto Landmann.

 

Bricaud

 

Bij deze figuur ging Jean Bricaud ten rade voor zijn charter, eindigt Roggemans en besluit : Een (internationale) Ritus die een dergelijke faam heeft in de wereld van de occulte en mystieke broederschappen en die bovendien van zichzelf beweert een zekere geheime kennis mondeling door te geven in de vier hoogste graden, de Arcana Arcanorum genoemd, kan nog moeilijk ernstig worden genomen. Dergelijk talrijke splitsingen en afscheuringen kunnen op z’n zachtst gezegd moeilijk tot voorbeeld strekken als een Orde met een ernstige doorgegeven traditie. Let wel op, omdat wij hier spreken over de Internationale Orde van Memphis-Misraïm en niet over de Franse Orde, die haar eigen geschiedenis kent in deze periode.

 

Arcana Arcanorum

 

Lees veel en denk goed na… Onderzoek de betekenis van de verscheidene allegorieën en vergelijk ze met elkaar. Op jou komt het aan. Jij moet zelf de Arcana binnendringen. Niemand ter wereld kan je de betekenis van de Arcana meedelen in een begrijpbare taal, want de Arcana Arcanorum zijn niet meedeelbaar…

Over de Arcana Arcanorum, die enkel mondeling worden gegeven, wil ik nog een en ander uiteenzetten. Het is de traditie dat er niets geschreven wordt over de arcana arcanorum : de traditie moet levend zijn. Niets belet dat er reeds veel hierover geschreven is.

Omdat de geinitieerde beschouwd wordt als een levende steen, waarvan het kappen gebeurt tijdens de logearbeid, heeft de Hoge Vrijmetselarij van Cagliostro , maar ook de hermetishe beweging van de Orde van de 2lus de Cohen de martinès de Pasqually hadden beide interesse is de judeo-christelijke gnose. Beide systemen, die hun respectievelijke stichters niet hebben overleefd, hebben hun latere belang voldoende  bewezen. Hun invloed op de hedendaagse Egyptische vrijmetselarij is opmerkelijk.

Deze arcanen zijn het paradepaardje van de Egyptische Ritus. Sommige grootloges beweren op het internet dat zij de enige zijn die de arcana arcanorum bezitten en verwijzen naar Ventura die het eerste van de drie arcanen zou hebben verbrand, omdat telkens als hij een arcana opende, er een oorlog uitbarste. Nus is het zo dat dagdagelijks ergens op aarde er een oorlog aan de gang is. Volgens anderen verwijst deze arcanen naar het werk van Cagliostro. De mythe wordt dus bewaard, maar ook gevoed in talrijke nietszeggende teksten. En het is de mythe dat de arcana arcanorum leiden naar een hoger systeem, een hogere orde.

Recent werd mij monderling de arcana arcanorum meegedeeld. Aan diegene die het waard is, zal ik mondeling het zelfde doen.

 

r

 

 

Het Internationaal Convent van Brussel

 

 

Na de eerste poging van een Convent in 1908, werd een tweede Convent gehouden in juli 1920 in Zurich om een eenmaking te bewerkstelligen tussen de R.E.C. (Rite Ecossais Primitif dit Cerneau) en Memphis-Misraïm.Na dit Convent is er niet veel veranderd. De protagoonisten werden uitgeschakeld : Matthew Mac Blain werd in de USA veroordeeld, Theodor Reuss stierf in 1924, en na diens dood beschouwde Jean Briacud zich als zijn opvolger en het internationaal initiatief verwaterde.

 

Het internationaal convent van Brussel in 1936 stelde Georges Lagrèze aan als Substituut Mondiaal Grootmeester, n