DE EGYPTISCHE VRIJMETSELARIJ

 

 

r

 

 

Frank MAAS

 

 

 

 

Copyrights reserved versie 12.7.20002

 

 

 

 

Gegroet op alle punten van de Driehoek

 

Inleiding

 

Vertrek nergens heen, tenzij je hiervoor voldoende tijd hebt en tevens beschikt over de noodzakelijke middelen om je bestemming te bereiken. Weet dat er een verschil bestaat tussen de weg ‘kennen’ en de weg ‘bewandelen’.

Soms moet je het ondenkbare denkbaar maken en zelfs het denkbare voor de toekomst ondenkbaar maken. Zo gaat de wetenschappelijke vooruitgang in stappen. Zo zorg je voor geen evolutie in het zijn en het denken door gewoon stil te staan.

Soms is er iemand nodig die observeert en noteert wat er collectief in een maatschappij leeft, en dit dan ook publiek maakt. Hoe langer hoe meer rijpt bij sommigen het inzicht dat een inwijding je doet terugdenken aan hoe het je zelf ooit verging.

Gelijk welke maçonnieke groep staat constant op de bres van de vernieuwingen, in ebbe en vloed. Soms is het springtij, en dan gebeuren er plotse stroomversnellingen. De vernieuwingen komen dan op je af, ongewild. Maar je kan ook de vernieuwing zelf opzoeken en het onmogelijke mogelijk maken. Een mogelijkheid is op reis gaan.

Begin aan geen nieuwe maçonnieke carrière, indien je niet op een positieve wijze openstaat voor vernieuwing. Vertrekken uit jouw oude omgeving is telkens opnieuw een beetje sterven. Diegenen die achterblijven zullen dat niet willen begrijpen, en zullen de schuld van jouw vertrek niet bij zichzelf leggen.

Maar reizen is ook de toekomst. Openstaan voor het nieuwe, het onbekende, de emotie. Reis met mij mee naar het land tussen Nout en Geb, Misraïm. Het land van de traditie en het mysterie. Luister naar de stem van jouw hart.

Il ne faut point esperer pour entreprendre, ni réussir pour persévérer.

Ik kan je alleen de Arcana van de Ritus aangeven. Jij moet door de poort van de Ahabont. En als je terugkeert, ben jij misschien zoals ik een Egyptische maçon geworden en zal je antwoorden op de volgende vraag:

 

Van waar kom jij mijn broeder?

Van de beide Egyptes, A.M.

 

 

EERSTE BOEK

 

Hoe het begon

 

Op een avond kwam ik broeder John tegen in de vochtige kamer. Hij was een en al enthousiast over een andere Ritus dan hetgeen wij gewend zijn binnen de klassieke vrijmetselarij van L.D.H.. Hij overviel mij bij het traktaat van een eerste Vlaamse pint in de vochtige kamer van mijn werkplaats Klimop te Kortrijk. Kort samengevat ging het als volgt

 

"Frank, ik heb belangrijk nieuws. Er bestaat in België een  Ritus die ik voorheen niet kende: de Egyptische Ritus van Misraïm. Het is een moderne en aan de huidige tijd aangepaste Ritus die andere symbo­len hanteert. Het is een gemengde loge die zichzelf als soeve­rein en onafhankelijk beschouwt. Zij kan op basis van dezelfde ritue­len moge­lijks alleen met vrouwen of alleen met mannen werken. Dit is niet essentieel. Het doel dat men er voor oog heeft in het ritu­aal is veel belangrijker. En indien men meent dat dit doel beter bereikt kan worden met vrouwen of mannen alleen is er geen bezwaar. Het uitgangspunt is evenwel dat het gemengd gebeurt."

 

"Dan is dat een belangrijke wijziging voor de gemengde vrijmetselarij" zei ik.

 

"Ja, dat is zo. Zij rekruteert ook helemaal niet de gedemoti­veerde maçons van de voor ons klassie­ke vrijmetselarij, integen­deel. Zij is wel exclusief. Zij be­schouwt zich dan ook als dusdanig en dit maakt dit in het ritueel ook duidelijk. Zij beschouwt zich echter niet beter of de beste want in wezen zijn voor haar alle maçons ge­lijk. Daar het echter om vrienden gaat ver­kiest de loge uit te kiezen dan zelf gekozen te wor­den," vervolgde John. En voegde daaraan toe dat het allemaal een illusie was.

 

Daar stond ik nu te kijken. Zo had ik het niet begrepen, althans niet zo radicaal. Is dit nu de betekenis van het woord maçonnieke illusie, vroeg ik mij nog af. Wat stelt de maçon­nieke illusie eigenlijk voor? Zijn wij dan een deel van het rijk der schimmen, wilde ik nog zeggen, of bestaat de rituele realiteit dan niet? Ik zweeg.

 

Ik stond op het punt door een broeder in een maçonnieke zijweg te worden geïnstrueerd. Ik had dus geen moeite te zwijgen. De stilte op de kolommen had mijn hart vervuld met een warmte zodat ik vol spanning, in stilte, verder kon luisteren.

 

"Er kan daar nog veel over gedisputeerd of gedebatteerd wor­den, doch dit is hier niet aan de orde," zei John.

"John, ben jij dan lid van deze loge?" vroeg ik nog.

 

"Wat zou je denken, jong?" zei hij. " Het wordt tijd dat ook jij er lid van wordt. Je weet niet wat je mist."

 

In feite wist ik dat ik veel miste in de klassiek vrijmetselarij, maar in hoever en hoeveel? Hoe kan je dat weten, want wanneer je iets niet kent, kun je het ook niet missen. En als je niet openstaat voor vernieuwing of verandering in je leven, is het bijzonder moeilijk om te veranderen. Bovendien moet je weten dat er een andere weg bestaat, door de poorten van de Arcana van de Ritus, en geloven in de ernst van de gids.

 

Voor mij was de vrijmetselarij een ideaalbeeld en de maçonnieke realiteit sprak dit soms tegen. Ik was en ben meermaals ontgoocheld geweest, spijts ik wist dat het allemaal maar een illusie kon zijn: een illusie van broederschap met vreemden die ik voorheen niet kende en als ze gekend had op voorhand, ik misschien niet tot hun vriendenkring  zou hebben willen behoren.

 

Pas op, ik kies nog altijd mijn vrienden, sprak ik dan bij mezelf. Ik moest als het ware mijzelf overtuigen van mijn eigen gelijk. In de loge kies je niet, je wordt gekozen…

Maar had ik dan ongelijk? De emoties zingen in de Tempel. Alleen was het soms onbelangrijk wie er naast mij zat, en dat is pas een bevreemdend gevoel. Ik dreigde tijdens ons gesprek in gedachten verzonken te geraken. Ik droomde en zag voor mij de ideale vrijmetselarij, maar bestaat de ideale vrijmetselarij? John riep mij terug tot de werkelijkheid¼

 

“Wel…’  zei hij en hij onderbrak plots zijn zin. Hij wou plots niets meer zeggen toen een broeder naast ons kwam staan. Ik kreeg John niet meer aan de praat. Was het omwille van die broeder? Waarschijnlijk, want John had bij al de broeders van de werkplaats de naam van een ‘moeilijke jongen’ te zijn. Je kent dat wel, de vooroordelen die zich tegen iemand opstapelen, en die soms gegrond zijn op grond van jaloersheid over het talent van de persoon die men wil treffen. Einstein vond dat het moeilijker is een vooroordeel te splitsen, dan een atoom.

 

In het profane leven spreekt men dan van mobbing, maar wees gerust ook in de vrijmetselarij bestaat het fenomeen. Wij zijn precies toch allemaal mensen en geen heiligen.

“Ja, John, soms regent het evengoed binnen als buiten,” zei ik nog. Hij reageerde niet. Het was precies alsof hij voor iets bang was. Wij begonnen aan een nietszeggend gesprek tussen ons drieën. Maçonnieke etiquette heet zo'n gesprek. Wij zijn tenslotte allen broeders, wij zijn allen logeleden en moeten met elkaar overweg kunnen. De avond verstreek en ik bleef op mijn honger. Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. En dat is gevaarlijk. Ik ken mijzelf.

r

L’histoire à suivre

 

Zo’n gesprek in de Loge is een ‘histoire à suivre’. Je kent dat. Tenslotte was John met iets begonnen dat duidelijk belangrijk genoeg was voor ons beiden en het had hem in de ban. Over wat had hij het dan? Over welke soort vrijmetselarij zou het gaan? Deze vragen en andere spookten nog dagen verder in mijn hoofd. Steeds wanneer ik er niet aan dacht, begonnen mijn gedachten af te glijden naar ons gesprek. 

 

De zin en de betekenis van de vrijmetselarij. Een groot onderwerp, waar over  veel te oppervlakkig is geschreven. Het is precies allemaal emotie en over emoties wordt veel te weinig nagedacht. Men beleeft de emotie, men ondergaat de emotie, alsof er weinig aan te veranderen of te begrijpen valt. Men neemt vooral de emotie niet ernstig.

 

Het is nog altijd de vraag wat nu die vrijmetselarij betekent. Nog moeilijker is de vraag wie een maçon in feite is. Het is soms gemakkelijker een negatieve definitie te geven. Een maçon zal nooit van zichzelf zeggen, dat hij zoals Paulus van zijn paard is gevallen, maar dan aan de verkeerde kant. Dergelijke moppen zijn voorbehouden terrein van Jezuïeten. Het zijn trouwens de Jezuïeten die stellen dat meer is in je, of bij wijze van lijfspreuk: ‘meer is in u’. Toch eigenaardig dat de Loge Bevrijding precies dit leidmotief heeft aangenomen. Meer is in u, ja, maar wat is er meer in u na de inwijding? Het antwoord is eenvoudig: het is het licht.

 

De profaan zal terecht denken dat zo’n enigmatisch antwoord niets meer vertelt, en dat is juist. Maar is dit niet voor alles zo? Je weet toch ook maar pas wat het vaderschap of moederschap betekent, als je zelf vader of moeder bent geworden en dan nog duurt het jaren voor je zo ver bent. In de vrijmetselarij is dit juist hetzelfde. En leg nu maar eens uit wat dat betekent: vaderschap of moederschap. Haast een onmogelijke opdracht.

 

Voor de primaten als placentazoogdieren zijn de limbische hersenenactiviteiten misschien niet te begrijpen. De mens als placentazoogdier is in staat zichzelf  in zijn DNA-structuur te ontrafelen. Via de kennis van de membraamcelstructuur weet de mens dat het leven uit het heelal komt. Van boven. Het specieuze van deze celstructuur zit niet in het DNA maar in de celwand. Verwijder de inhoud van een membraamcel, en vervang die door een andere DNA-structuur en je zit volop in het klonen van cellen en van het leven. Hier komt geen enkele opperbouwmeester van het heelal bij kijken en in elk geval is de opperbouwmeester, indien hij bestaat, geen lid van eender welk gelijk, van gelijk welke orde of religie, voor of tegen het klonen. Hij is ook geen lid van de vrijmetselarij, en de vrijmetselarij heeft het monopolie niet over de opperbouwmeester van het heelal. Laat ons duidelijk zijn. De vrijmetselarij is hier de celwand. De Ritus is de DNA-structuur. Zo verhouden Ritus en vrijmetselarij zich met elkaar.

 

Alleen kunnen wij niet aanvaarden dat ons leven, eenmaal beëindigd, geen enkel zin heeft gehad. Je moet ook van een bijzondere humor gespeend zijn om dit te kunnen aanvaarden Wij willen, als in een vlucht, aan het leven een dimensie toevoegen, en noemen dit het hiernamaals. Er is nog niemand teruggekeerd van het hiernamaals en zo kunnen de godsdiensten verder speculeren over wat het begrip inhoudt. Die onzekerheid over de toekomst wordt dan gekanaliseerd langs een opperwezen, een oerkracht, een genese.

 

Zo werken de maçons soms onder de geruststelling van de opperbouwmeester van het heelal. Niemand zegt echter wie dat wezen is, en waar je er mee in contact kunt treden. Voor sommigen is het de onbenoemde waarheid van het leven zelf. Wij zijn hier en dat zal wel een betekenis hebben, maar is dat ook zo?

 

Je moet op die vragen geen antwoord geven, zei een broeder mij nog laatst, omdat er toch geen juist antwoord bestaat. Nu ja, als je het zo ziet, is het allemaal nogal vrijblijvend wat er gebeurt ‘en loge’ antwoordde ik hem, maar hij was niet eens verrast door mijn antwoord.

 

De mens die een inzicht heeft in zijn basisstructuur, blijkt in het alledaagse leven nog zo weinig inzicht te hebben in zijn eigen emoties. De celwand of de  vrijmetselarij die inzicht heeft in haar (DNA)structuur blijkt zich weinig aan te trekken van haar omgeving. Nochtans bestaat er een bijzondere relatie tussen de celwand en zijn omgeving, maar daar zullen wij het later over hebben.

 

De maçon blijkt bovendien geen of nauwelijks inzicht te hebben in de emotionele werking van de ritualen op de groep, zodat bij de rekrutering geen of zeer weinig rekening wordt gehouden met het emotioneel en persoonlijk profiel van de kandidaat. Hij weet normaal gesproken niet eens wat de vrijmetselarij voorstelt. Hij beleeft ze.

Er zijn – en dit louter illustratief - zo veel psychologen lid van Le Droit Humain, maar men vertikt het om een persoonlijkheidscreening uit te voeren bij het rekruteren. Echter zou dat gemakkelijk in groepen kunnen gebeuren te Brussel in de zetel van het Nationaal Secretariaat met enkele schriftelijke en mondelinge proeven onder leiding van Broeders of Zusters psychologen, die daarvoor uiteraard betaald worden. Dit gebeurt niet. Men betaalt liever 62.500 euro per jaar aan nationale bijdrage aan de internationale federatie, om de beati electi,  enkelen - en ik druk mij nog eufemistisch uit - het comfort te gunnen van de paarse fluwelen zetels. Op vlak van management is dat dodelijk. Na tien jaar vertegenwoordigt dit 625.000 euro zonder rekening te houden met de belegde rentes, of een enorm bedrag waarover geen enkel “democratisch” verkozen lichaam enige controle heeft over de besteding ervan.

Integendeel met de 62.500 euro die ieder jaar vrijkomt kan het personeel van het nationaal Secretariaat beter worden betaald, en het zou mogen want zij waren tot dusver niet goed betaald, hun grote discretie ten spijt.

 

Bovendien kan een netwerk via PC uitgewerkt worden met alle secretarissen van de werkplaatsen. Zo kunnen daarna de drukkosten (ook een miljoenen post op de begroting) op termijn afgeschaft worden. Uiteindelijk is de gehele operatie winstgevend. Maar dan heb je eerst bekwame mensen nodig die blijkt geven van managementskwaliteiten.

 

En vooral, het is onmogelijk een organisatie in de loop van haar bestaan te wijzigen. Beter laat je de boel verrotten en begin je met iets nieuws, dan het oude te willen herstellen. Ook dit is een sociologische wet, en daarmee worstelen zelfs politieke partijen. De energie die vereist wordt om de wijziging te bewerkstelligen is veel groter dan de energie die nodig is om met iets nieuws te beginnen. Je ontglipt dan aan de inertie die veroorzaakt wordt door elkaar neutraliserende acties en reacties die ontstaan indien je een bestaande toestand wilt veranderen.

 

Alleen beseffen de leden van L.D.H. nog niet wat 6.500 leden betekenen voor de Opperraad. Echter heeft de Opperraad geen respect voor die leden. Het is voor de Opperraad hoogstens 62.500 euro per jaar die zij jaarlijks over de balk kunnen gooien. De leden van de blauwe loges willen hun Belgische organisatie veranderen door af te scheuren van Parijs, maar zij zijn niet rijp voor die wijziging en hebben geen energie teveel om dit te bewerkstelligen. Na het Internationaal Convent te Parijs van 7 en 8 juni 2002 blijkt de Belgische Federatie zich thans en zeker na de internetwijziging van 5.7.2002 als een ‘autonoom lid’ te beschouwen van de Internationale Federatie, wat dit begrip ook moge inhouden. In feite is dit een tegenstelling: ofwel is men lid, ofwel is men autonoom. Het laatste woord is hier nog niet gezegd, blijkbaar. De vraag is hoelang het nog zal duren voordat de internationale federatie de Belgische federatie het recht zal ontzeggen de benaming L D H verder te gebruiken. Immers de jaarlijkse capitaties niet

betalen staat gelijk met rebellie. A suivre dus…

 

 

r

 

Vrije meningsuiting

 

Het is een even belangrijke vraag hoe je staat tegenover vrije meningsuiting, wanneer de Nationale Raad van L.D.H. de leden oplegt aan zelfcensuur te doen. Hoe pas je dan nog in dit raderwerk, wanneer de grote machine als in een sekte handelt en haar leden monddood maakt. Hoelang nog? Mijn antwoord is nu duidelijk. Tot zover is het genoeg geweest. Vanaf nu zal het veranderen, om te beginnen met mijzelf. Ik zwijg niet langer.

 

Ik maak mij echter geen illusies: geen enkele godsdienst screent zijn toekomstige leden op die manier, terwijl de katholieke kerk zelf haar voormannen of priesters niet eens screent. Zij zijn al blij dat ze enkele kandidaten hebben. Het is tijd, de hoogste tijd om een verandering te bewerkstelligen. Dit kan slechts doordat uiteindelijk  het collectieve denken in de groep verandert.

 

Ik maak mij ook geen illusies over de bereidheid binnen L.D.H. om een opening te maken tegenover het Internet. Het enige waartoe het Convent bereid was, was het stemmen voor een nietszeggende tekst die de internauten veeleer afschrikt dan aantrekt. Deze tekst staat nu in vol ornaat op het web. Diegene die de tekst willen lezen, kunnen wat mij betreft gerust gaan zoeken via een zoekrobot. Ik sta niet in voor het resultaat. Op 5.7.2002 is dit dan weer veranderd en is de webpagina aangepast en dus leesbaarder. Alleen blijken het nog steeds nietszeggende teksten te zijn en kan er geen contact worden gelegd via e-mail.

 

De tekst op de URL van de drie leden van Vrij Onderzoek is daartegenover het lezen waard: het is een zeer ver gaande tekst die opgesteld is door enkele leden van die loge. Ik heb begrepen dat niet iedereen achter die teksten staat. Alleen worden deze auteurs door hun Orde niet goed gezien, en kregen zij vroeger geen enkele steun van de Nationale Orde. Integendeel zij werden beschouwd als verraders, al beseffen zij dat niet. Nu blijken zij toch een link te hebben op de webpagina’s van de Belgische federatie. Tijden veranderen, niet waar, maar traag. Zo traag.

 

Nog liever heeft men blijkbaar dat de antimaçonnisten alle vrijheid hebben op het web om onze Ordes te banaliseren, te bevechten en desnoods belachelijk te maken. Onder de mom van discretie worden de leden verplicht om zich te onthouden van het reveleren van teksten over de orde op het internet. Dit zijn sektarische trekken.

 

Het is precies omwille van het feit dat de voormalige antimaçonnieke groep Squin de Florian  zonder probleem de orde belachelijk maakte, dat ik mij heb gericht naar de nationale raad, met als reactie het volgende: het is een afschrift van een brief van de Gr. Secr. Ph. D. dat de volgende zinnen bevat:

 

"De Nationale Raad dringt erop aan dat men de grootste discretie in acht zou nemen voor het verspreiden van teksten of informaties over LE DROIT HUMAIN op Internet " (ook sic)... als een reactie van mijn oproep om in alle openheid op het web te zeggen waar de vrijmetselarij voor staat en dit in een webpagina.

 

Ik reageerde als volgtin een e-mail aan

 

“Het Nationaal Secretariaat,

 

Van vrije meningsuiting gesproken.

 

Ik zelf heb nog geen teksten van L.D.H. op internet geplaatst en zal dat waarschijnlijk ook nooit doen. Ik heb daartoe niet de minste zin noch behoefte. De goesting ontbreekt. Dit belet niet dat ik aan het nationaal secretariaat heb meegedeeld wat de concurrentie doet. Jullie werden tot dusver op de hoogte gehouden van een en ander. Maar als je zelf vecht als minderheid in een katholiek land voor de vrije meningsuiting en je door jouw eigen Orde tot het omgekeerde wordt opgeroepen, ttz de autocensuur, dan sta ik daar enkele momenten stil bij en schud dan mijn hoofd uit onbegrip.

 

Moeten de antimaçonnisten dan het monopolie hebben op het internet en ons belachelijk maken of uitschelden zonder dat daar weerwerk tegen wordt gevoerd?

 

Ik dacht dat een positieve voorstelling van de V.M. op het internet een positieve reactie kan veroorzaken bij de internauten. Ik denk dat wij gewoon in een andere wereld leven en de vraag is wie er wereldvreemd is. … dat  je je als intellectueel je afkeert van de virtuele werkelijkheid, is vandaag de dag een onvergeeflijke fout. Het ergste is dat je als intellectueel de hulp weigert van diegenen die het virtuele licht wel hebben gezien…

(mijn werksituatie) … is op de hoogte van het feit dat ik maçon ben en dat komt zeker niet door het internet, maar door menselijk niet-virtuele indiscretie...Er zijn altijd Broeders of Zusters die niet kunnen zwijgen! Ik verwacht dan ook van de nationale raad geen lessen in discretie, want ik weet wat de professionele gevolgen zijn van indiscretie  Ik heb ze aan den lijve ondervonden... en troost je ze waren ernstig.”

 

 

Er kwam geen enkele reactie op deze e-mail.

 

Gelukkig zijn er nog rechtgeaarde maçons die hun mond durven opendoen. Dit werk zal ten slotte duidelijk maken dat je de vrijmetselarij op het web niet kunt reveleren,  maar dat iedere positieve bijdrage tot publicatie, een bijdrage betekent in het voordeel van de vrijmetselarij. Want wat niet belangrijk is, wordt immers niet gepubliceerd.

 

Anno 2002 zijn wij gelukkig dat er een tijdsdocument bestaat als dit van Leo Taxil terwijl die auteur in de negentiende eeuw als een verrader werd bestempeld. Nu geeft men aan zijn petekind een facsimile van dat werk als geschenk, en deze facsimile is overigens door het Groot Oosten heruitgegeven. Tijden veranderen, zei ik toch, of niet?

 

 

r

 

 

Bezoekrecht

 

 

Ik ben veel op reis gegaan zoals dit een goed maçon past. Zo bijvoorbeeld bezocht ik een soevereine Loge te Brussel. Het was een loge die de Operatieve Ritus van Salomon beoefent, Alf.°. et Ath.°. genoemd. De leden hebben, terecht een aversie aan het woord ‘wild’. Inderdaad zeven meesters maken de loge volmaakt. Het betreft dan ook een regelmatige Loge…

 

Er bestaan geen wilde loges. Alle loges zijn wild, want zij zijn niet erkend door de paus. Voor een neofiet zegt dat natuurlijk niets, maar voor een maçon van het Groot Oosten of Le Droit Humain, zegt de benaming Alf.°. et Ath.°. en de Operatieve Ritus evenmin iets. Zij zien kleine broer nog niet staan. En vooral leden van L.D.H. uit Brussel wordt opgedragen, zelfs verboden, om geen bezoek te brengen aan die wilde loge… Nochtans gaat het over volwassen mensen, die weten waar zij gaan en staan, maar op dat vlak precies ageren zoals een infant. Zij hebben geen vrije wil meer over om zelf voor zichzelf uit te maken of zo’n bezoek nog kan of niet. Men zou toch eerst moeten zien en dan pas oordelen, doch hun opgedrongen vooroordelen zijn veel krachtiger dan het restant aan rede dat hun overblijft. Grote heren en dames met een hersenactiviteit als een zombie. Zo kwalificeer ik hen. De reden is eenvoudig: zij zijn bekend met de brainwash, doch ontkennen in alle toonaarden.

 

De operatieve ritus van Salomon is gewoon meer uitgewerkt met een mooie opening en sluiting. De bouwstukken zijn esoterisch of maçonniek. Geen profaan gelul daar op de stalle van de Redenaar. De zusjes dragen een zwart lang kleed. De schorten zijn wit met een donkerblauwe rand. De keurmeester heeft zijn plaats aan het Tableau, tussen de Eerste en de Tweede Opziener. Het rituaal is zeer ontroerend. En vooral als je dit gezien hebt en dit ritueel hebt beleefd, weet je dat je niets verkeerds hebt gedaan. De grote obediënties zijn gewoon bang dat je zal vergelijken en moeten beseffen dat het elders beter kan.

 

Na de zitting was de ontvangst van de Broeders en Zusters hartelijk.  Onmiddellijk krijg je een tijdschema van de zittingen, wat je niet anders kunt interpreteren als een uitnodiging om terug te komen. Zo moet het trouwens zijn.

 

Ik heb een zitting van een werkplaats van de Grande Loge Territoriale de Belgique, le Fr.°.-M.°. te Brussel bezocht. Zij werken met dezelfde ritus van de loge Alfa et Athanor. Le Fr.°.-M.°. maakt samen met een werkplaats te Dinant deel uit van Ordre Initiatique et Traditionnel de l’ art Royal (afgekort OITAR) met hoofdzetel in Parijs.  Ik heb in hun midden goede vrienden leren kennen. Steeds werd ik geconfronteerd met de broederlijkheid, de gelijkheid en de vrijheid.

 

Hun orde kent negen graden: leerling, gezel en meester, en dan: Geheim Meester (4) Merkmeester (5) Ridder van het Koninklijk Gewelf (6) Ridder van het Rozekruis (7) Bewaker van de Tempel (8) en Onuitwisbaar Meester (9) De zes hogere graden worden verleend door de Opperraad.  De orde bestaat sinds 1974 en is ontstaan uit enkele meesters, allen lid van het G.O.F. Zij hebben de algemene moederloge gesticht met het nummer 1. De orde werkt tot glorie van de opperbouwmeester van het heelal en tot de realisatie van het grote werk. Zij hebben zeven principes:

 

Respect voor anderen en waardigheid voor zichzelf

Vrijheid van geweten en perfecte gelijkheid

Wederzijds begrip en wederzijdse verdraagzaamheid

Broederliefde en trouwe vriendschap

Absoluut vertrouwen en voorbeeldige toewijding

Rechtvaardigheid voor iedereen en gelijkheid voor allen

De individuele perfectie en de collectieve verbetering.

 

Er is niets onoorbaars aan dergelijke uitgangspunten. Het zou trouwens als voorbeeld kunnen dienen voor de overige gevestigde orden. Mooi is dat de profanen worden uitgenodigd om in te werken in de groep, en vooraleer zij worden ingewijd, nemen zij deel aan de galerijactiviteiten. De galerij is overigens de plaats waar de stenen die dienen om te bouwen worden gestapeld. Deze stenen zijn nodig voor het grote bouwwerk. En meteen is de toon van de orde gezet: maçonniek in de eigen zin van het woord. Voor hen is de gezellengraad gewoon een hoogtepunt. Iedere loge die met de Operatieve Ritus van Salomon wenst te werken kan dat, maar daarom maakt deze loge nog geen deel uit van deze orde.

 

Ik heb verschillende malen een bezoek gebracht aan een Latijns-Amerikaanse Loge van de Obediëntie G.O.L.A. Een eigenaardig maçonniek fenomeen. Toen Alliende in Chili werd vermoord, heeft dit voor talrijke Chilenen betekend dat zij ofwel vermoord gingen worden, ofwel dat zij vrijwillig hun vaderland zouden verlaten. Velen kozen deze mogelijkheid en vertrokken naar Europa. In Frankrijk en daarna In België werd hun Loge gesticht. Zij werden bijna direct bijgestaan door Spaanssprekende Belgen en Spanjaarden. Hun rituaal verloopt dus in het Spaans, doch enkel de Opening en de Sluiting gebeuren in het Spaans. Tussenin wordt er Spaans en Frans gesproken, terwijl het bouwstuk normaal In het Frans wordt opgeleverd.

De warmte van Zuid-Amerika voel je daar op de kolommen. De muziek alludeert naar hun cultuur. De avondmalen zijn Zuid-Amerikaans gekruid. Met één woord de sfeer is prachtig.

 

Trouwens in dezelfde stad opereert er nog een ‘wilde’ Loge: Het Lev.°. Sch.°.. Er doen nogal wat verhaaltjes de ronde over deze werkplaats, die een Nederlandstalige Loge is die in de R.E.R. werkt en tenslotte is toegetreden tot de Grootloge die recent is gesticht en die de Gerectificeerde Schotse Ritus beoefent. Je weet hoe dat gaat. Men weet dat het bestaat, doch de anderen weten helemaal niets over hun ritus en dan fantaseert men er maar op los.

 

Maar je moet ook maar eens de werkplaats LA LUZ  bezoeken. Deze werkplaats bestaat uit Spaanssprekende Belgen die elke op hun manier een affiniteit hebben met het Spanje van na de Generalisimo Franco dictatuur. Zij beoefenen een  Spaanse Ritus.

 

De reis naar maçonnieke rariteiten is bijlange nog niet beëindigd. Zo bezocht ik La Rose du Sable, een werkplaats van de Grande Loge Féminine Française de Memphis-Misraïm  in Frankrijk. Een zusterloge bestaat in België, genaamd NOUT. Het zijn beide een vrouwenloge waar de zusters gekleed zijn met een wit kleed. Zij zijn immers ‘les enfants de la lumière’, wat mij deed besluiten dat de zusters van de Belgische Vrouwengrootloge de kinderen van de duisternis moeten zijn: zij dragen immers een zwart kleed. Nu de Franse zusjes hebben een mooi rituaal.

 

Tenslotte ben ik een eind blijven stilstaan bij  de Ritus van Misraïm,  in een werkplaats te Luik, genaamd LA MAISON DE VIE. Deze loge blijkt anno 2002 te zijn opgeheven.

 

Een goede broeder die mij vergezelde heeft naar zijn zeggen meer dan 200 inwijdingen meegemaakt, maar zelden een inwijding zoals bij Misraïm in de eerste graad. De ritus is in grote trekken dezelfde als die van de zusters van La Rose du Sable. Ten slotte is het maçonniek avontuur geëindigd in het oprichten van een nieuwe werkplaats van de Ritus van Misraïm. Het belette mijn goede broeder evenwel niet om kort na onze stichting, spijts de overdonderende kracht van onze eerste inwijding, onze orde te verlaten. Hij zal wel zijn redenen hebben gehad, dachten de meeste, juist alsof hun voorspelling waarheid werd. Zijn waarheid zat echter goed verscholen, en de leden van zijn loges kennen die niet eens. Zij weten niet eens met wie zij te doen hebben. Na deze onaangename ervaring, ben ik echter achterdochtig geworden. Terecht want ik zag plots het licht.

 

Het is slecht door op bezoek te gaan naar werkplaatsen die met een andere ritus werken, dat je beseft wat de waarde is van je eigen ritus. Over de Schotse Ritus is veel geschreven. Volgens sommigen is het de best bewaarde ritus. Leden van het Grootoosten zweren uiteraard bij de Franse Ritus, alhoewel er een paar Loges uit die Obediëntie werken met de Schotse Ritus. In feite is er veel meer vrijheid wat dat betreft in het Grootoosten dan in de Belgische Federatie van Le Droit Humain. Deze obediëntie verplicht haar leden om exclusief te werken met de Schotse Ritus. Waarom? Omdat G. Martin het zo wilde natuurlijk, maar is dit een referentie?

 

Veel zusjes van L.D.H. dwepen – het is hen van harte gegund – met Egytiserende symbolen. Zij dragen een medaille met ISIS. Een werkplaats van de Vrouwengrootloge heeft als logejuweel een Ankh. Een pas gestichte werkplaats in Oostende draagt de naam ANKH. Maar wat heeft dat allemaal te maken met de Schotse Ritus? Ik zeg soms: het is Schots en verkeerd. Het is natuurlijk niet verkeerd, maar mijn vraag is wat hun emotionele binding is met dat Schots gebeuren? En is de Schotse Ritus dan wel van Schotse oorsprong? Ik zou daar niets op durven wedden.

Je denkt natuurlijk dat er enkel Schotse muziek te horen valt, maar dan ben je pas goed verkeerd. Ik leerde soms dat er slechts klassieke muziek kon worden opgevoerd, geen gezongen stukken, en zeker de Bolero van Ravel niet. ‘Profane’ muziek zou volgens sommigen zijn uitgesloten. Dan is mijn vraag of de zo voorgestelde muziek dan iets anders is dan profane muziek? Men kan deze emotionele uiting toch moeilijk definiëren als een hemels of astraal melodieus nectar, dat zo maar uit het nadir komt gevallen. Muziek is niets anders dan een vertaling van zijn emoties. Dat kan in alle talen, in alle muziekvormen gebeuren. Het enige wat wij in de loge vragen is dat het sacrale  gebeuren zou onderstreept worden en dat de muziek niet als een stoorzender zou worden ervaren. Meer is het niet. Er iets anders onder zien, is blijk geven van emotionele blindheid. Of van maçonnieke verwaandheid.

 

 

r

 

 

Is de loge een sekte?

 

 

Bij herhaling stel ik mij de vraag of de loge een sekte is. Statutair en volgens de grondwet en de reglementen als dusdanig van iedere grootloge is dit niet het geval. Maar het is het levend maçonniek recht dat primeert en niet de dode geschreven letters.

 

Maar plaatsen wij ons terug in de roerselen van de geest van de primitieve mens. Hij leefde in groepsverband. Dat was mogelijk omdat men groepsritualen hanteerde voor de jacht, voor het sociaal leven, voor alles eigenlijk.

 

De oermens leefde in een grote familie, in stamverband. Binnen dit kader ontwikkelde hij gedragsregels die nauw verband houden met de activiteiten in de limbische hersenen. Regels van aanvaarding en uitstoting, bijna op louter emotionele basis.

 

De mens van vandaag de dag heeft deze oerregels in zich. Zij komen naar boven binnen het kader van de familie en bepalen de positie van het kind tegenover de vader en de moeder. Wanneer een kind wegloopt wordt het teruggehaald en overgehaald en daarna als het goed en wel teruggekeerd is, wordt het gestraft omdat het tenslotte weggelopen is.

 

Het zijn dezelfde oerregels die toegepast worden in een sekte. In een schadelijke sekte worden deze regels overigens geïnstitutionaliseerd. Zij dienen om de binding tussen de leden te waarborgen. Uittreden wordt dan bijna onmogelijk. Er wordt vooral op de emoties gewerkt en op het emotionele denken. Een parallelle activiteit naast de sekte uitoefenen wordt daar helemaal niet getolereerd.

 

In een loge komen deze oergevoelens soms tot uiting aan de basis, zogezegd omwille van het goede doel. Ze worden gehanteerd zonder nadenken, want dacht men na dan zouden zij niet worden gebruikt. Die regels worden dan niet van boven opgelegd, maar zij verschijnen als een soms gewenst, soms ongewenst nevenproduct van de vrijmetselarij. Zij zijn deel van de dagdagelijkse maçonnieke omgang.

 

Die regels die zonder meer worden gehanteerd in een loge zijn op zichzelf even gevaarlijk als  indien zij gebruikt worden in een schadelijke sekte. In die zin is de loge soms als een sekte, alleen is de vraag of zij geen schadelijke sekte is. De leden zijn tenslotte statutair vrij om uit te treden.

In de praktijk wordt dat bemoeilijkt door pogingen om te overhalen terug te keren naar de stal. Ik hoorde zelfs luidop zeggen binnen de loge dat het eenvoudiger is toe te treden dan uit te treden. Maar indien het betrokken lid terugkeert naar zijn stal rest hem of haar op termijn een sanctie. Dat behoort tot het wezen van die regels. De groep zal wat onverschilliger en minder hartelijk reageren op zijn/haar aanwezigheid. Dit kan maar goedgemaakt worden door extra inspanningen en vooral zwijgen en onderdanig zijn.

Het zijn allemaal zeer pijnlijke evenementen die ik ervaringsgewis heb vastgesteld. De zotste redeneringen worden gebruikt om iemand over de brug te krijgen om terug te komen. Als je bijvoorbeeld gedurende enkele maanden niet meer op bezoek gaat in jouw loge, zal je dat wel aanvoelen bij jouw volgende aanwezigheid. Je hoort er dan niet zo meer bij. De functies van de officianten zijn dan aan jou niet meer besteed.

 

r

 

Sektegedrag treedt op bij dissociatief gedrag. Dit betekent dat de zorg voor een ‘dissociatie’ of een ontkoppelen van de rest van de samenleving leidt tot een ‘sekte’ als gevolg. Het zich ‘beter’ of ‘verheven’ of ‘uitverkoren’ voelen is de gemeenschappelijke deler. Bijna ieder godsdienstig systeem is hierin terug te vinden. De logeman voelt zich duidelijk beter dan de rest, anders treedt je ook niet toe en blijf je niet. Wij moeten ons daarvoor hoeden, omdat het niet essentieel is voor onze vrijmetselarij.

Elk dogmatisch gedrag leidt in principe tot een ‘rechts’gedrag. Het koppelen van deze rechtse gedachtestructuur aan een ‘leider of verschillende leiders in groepsverbond zoals een ‘Suprème Conseil van L.D.H.’ - die de houders zijn van een 33ste-patent ad vitam en beschouwd worden als de ultieme machtshouders binnen de orde - geeft aanleiding tot explosieve situaties op termijn. Wat niet wegneemt dat de Orde in zijn totaliteit soms toch nog op het goede spoor kan blijven.

En zo worden er orderwoorden gesproken: een daarvan werd geformuleerd door het hoofdbestuur van L.D.H. Brussel en bestond hierin dat ondergetekende - dubbellid in L.D.H. -  een te mijden man was omdat hij een verrader was. Een bezoekster aan de loge Maât, die behoorde aan een Luikse loge van L.D.H., werd als bij toeval bij ons gesignaleerd, omdat er in hetzelfde gebouw op dezelfde dag een tentoonstelling was en haar Luikse zusters en broeders, die dachten dat zij omwille van hetzelfde doel daar ook was, daar ook aanwezig waren. Zij werd kort nadien geroepen door haar A.M. en kreeg het verbod dit individu (ik dus !) te frequenteren. Waarin mijn verraad bestond kon evenwel niemand zeggen, maar Brussel had beslist. Toen tenslotte op 16.2.2002 haar partner mij dit verhaal vertelde in Parijs, en wees gerust van dit moment bestaan er foto’s, heb ik bij mijn terugkomst in België op 17.2.2002 dadelijk een fax met mijn ontslag bij L.D.H. opgestuurd. Van dan af ben ik geen lid meer van deze orde.

De mens mag zich niet enkel laat leiden door zijn emoties alleen, want dan weent hij meer dan een kind… Eindelijk was ik een vrij en te duchten man. “Free at last”, zei Martin L. King en hij kreeg de kogel. Binnen L.D.H. kon ik niets tegenover de laster en de eerroof. Buiten L.D.H. was ik vrij, en dit boek is er het resultaat van.

Ik wil evenwel positief blijven tegenover de vrijmetselarij die vroeger zelf,  door de verwerpelijke acties van de katholieke kerk, heeft ervaren, wat zij nu zelf haar eigen leden aandoet.

r

Ik heb wel enkele desiderata te formuleren om de goede werking van de vrijmetselarij te behoeden. Wij moeten blijven streven naar de hoogste vorm van eclectisme door het samenbrengen van verschillende ideeën en tegenstrijdigheden die voor ons de bron zijn voor nieuwe gedachten en ons steeds weer verrijken. Onze waarden zijn niet superieur. Leer de anderen te begrijpen en toon aan hoe zij jou kunnen begrijpen. Verzet je tegen rechts gedachtegoed. Sta open.

Het steeds nalopen van een synthese is geen noodzakelijkheid. Vragen mogen ‘onopgelost’ blijven bestaan als in een ‘mysterie’. Dit verdient de voorkeur boven een dogma dat elk creatief denken doet stoppen. Er zullen natuurlijk veel onopgeloste vragen blijven bestaan, maar wij moeten niet alles logisch kunnen uitleggen. Laat nog iets over aan de generaties die na ons zullen komen, en laat hen ontdekken, wat wij met onze beperkte middelen nog niet konden realiseren. Heb vertrouwen in de toekomst van jouw kinderen

De rede alleen is ook niet zaligmakend. Blijf open staan voor intuïtief gedrag, voor emotionele kennis en wees vooral je zelf. Op jou komt het immers aan.

Ik herhaal dus mijn vraag of Le Droit Humain een sekte is. Mijn antwoord is ja. Dat heb ik geleerd uit de houding van de voor het leven benoemde leden van de Opperraad en uit het beleid. Is zij een schadelijke sekte? Mijn antwoord is ja, in die mate dat zij haar leden beschadigt met termen als verrader. Dit is lasterlijk en eerrovend, in de mate ook dat zij sommige leden individueel isoleert, als zwarte schapen. Wanneer het individu wil vertrekken of in een andere organisatie wil overstappen, wordt het getroffen in zijn menselijke integriteit door een sekte, dan is die sekte schadelijk.

Dan is dan geen verschil tussen L.D.H. en een als dusdanig gekwalificeerde sekte in het sekterapport van het parlement. Indien ik vandaag zou geroepen worden om hierover te getuigen, dan zou ik deze waarheid hebben aangeklaagd. En omdat er volgens de parlementaire onderzoekscommissie nog niemand had geklaagd over de loge, werd de vrijmetselarij niet beschouwd als een schadelijke sekte. Het volstaat het naslagwerk te lezen hieromtrent.

Eerlijkheidshalve stel ik dat de term loge ruimer is dan het begrip L.D.H. Ik zeg niet dat de vrijmetselarij als dusdanig een kwaadwillige sekte is, maar sommigen van de loges zijn het wel. L.D.H. wordt tenslotte bestuurd door leiders die als een goeroe ad vitam zijn benoemd, spijts zij collectief optreden. Zij zijn met niet veel en enkelen onder hen zijn zelfs voor ondergeschikte leden onbekend. Voor hun macht moet alles wijken. Niets is dan bespreekbaar. Ik wijs hun collectief aan als de verantwoordelijken en ik klaag hen meteen aan.

 

 

r

 

 

 

En toch zijn er de individuele leden van diverse obediënties die zelfstandig hebben beslist om ons toch te bezoeken. Sommigen gingen zo ver dat zij hun hulp aanboden bij de ritualen of bij het vervaardigen van ritualia.

Zij handelden als eenlingen. Zij werden soms achteraf door anderen hiervoor op de korrel genomen, maar de meeste onder hen stoorden zich daar niet aan.

Het waren die broeders en zusters die ons telkens weer aanzetten om verder te gaan, door de Arcana naar de perfectie. Het was dankzij hun onbaatzuchtige hulp dat wij bestonden. Het was door hun broedliefde dat er hoop was. Daarvoor zijn wij hen bijzonder dankbaar. En dan vergeet ik nog de zusters en broeders van Nederland: hun morele steun kwam van diverse hoeken.  Ook aan hen zijn wij een bijzondere dank verschuldigd.

En tenslotte onze reguliere broeders die maakten dat het allemaal kon gebeuren zijn wij steeds zeer dankbaar en zullen wij nooit vergeten…

 

r

Over erkenning

 

Het is een moeilijke opgave om aan een nieuw boek te beginnen, met als start een blanco blad, zo blank als een wit schootsvel van de leerling of de gezel. Soms heb je een trigger nodig terwijl  van binnen de drang dwingt  tot  schrijven om mij aan de schrijftafel te zetten en mijn gedachten te ordenen. De trigger was er plots. De aanzet was banaal en  eenvoudig de maçonnieke onverdraagzaamheid die mij te beurt viel als lid van een Misraïmloge, toen ik geconfronteerd werd met de eigenaardige houding van enkele broeders uit het G.O.B. Oh ja wees gerust, ook van die kant ben ik belaagd geworden…

‘Oh ja Broeder, dan ben jij lid van een blauwe loge die niet erkend is, en die dus wild is’, zei een broeder mij nog toen ik het Kapittel bezocht. ‘Wat bedoel je nu?’ vroeg ik hem. ‘Wel, het is toch duidelijk’, zei hij,’ het Groot Oosten erkende Misraïm niet en bovendien was er daaromtrent naar alle blauwe loge van het G.O.B. een omzendbrief gestuurd, die ondertussen overal was voorgelezen, en waarin stond dat mijn loge onbekend en onerkend was’… Ik stond aan de grond genageld. Maar mij reactie bleef niet uit, omdat ik mij wel aan een dergelijke reactie had verwacht, maar het feit van de omzendbrief bleef toch zwaar doorwegen.

 

‘Mijn goede broeder, ik heb altijd binnen de Vrijmetselarij geleerd dat de belangrijkste taak van de maçon is het goede te doen omwille van het goede, en dit boven en buiten elke godsdienst of filosofisch bestel. Of je nu christen bent, of atheïst, het maakt allemaal niets uit, als je maar voor je zelf weet uit te maken wat het verschil is tussen goed en kwaad en als je om tot dit oordeel te komen geen religieuze vooroordelen moet aanwenden. De gedachten zijn immers vrij, want anders behoor je tot een sectarische gemeenschap. Ik stel nu echter vast dat jij voor je zelf niet kunt uitmaken wat het verschil is tussen goed en kwaad, want Misraïm is niet erkend en is dus slecht. Broeder G.O.B. is blank en broeder Misraim is zwart. Een beetje het eigen Groot Oosten eerst, of rechts gedoe ! Jij hebt er dus niets van begrepen, zei ik, spijts jij denkt dat je een goede maçon bent. Het spijt mij, maar met sectaire mensen houd ik mij niet op. Indien je voor je zelf niet kunt komen tot de essentie van de Vrijmetselarij, die geen godsdienst noch secte is maar een moralistisch genootschap, dan hoeft er voor mij zelfs geen gesprek meer tussen ons.’

 

Ik was dus in mijn reactie bijzonder hard geweest, maar terecht want die broeder had mij gekwetst door zijn gebrek aan inzicht. En ik was van plan om mij niet langer voor schut te laten zetten. De maçonnieke erkenning is een dwaalspoor dat door oneerlijke mensen wordt naar voorgeschoven om minderheden te kraken.

 

r

 

 

Laat mij even duidelijk zijn : het Grootoosten van België telt nagenoeg 9.000 leden en de mediane leeftijd is meer dan 58 jaar, wat bijzonder hoog is. In de laatste tien jaar is dit aantal met slechts 500 eenheden aangegroeid wat er op wijst dat de recruteringscurve een verzwakking vertoont van relatieve lage groei, of een groeivertraging. De reden hiervan zijn veelvuldig en ik troost mij met de gedachten dat journalist Luc Van der Keelen in het tijdschrift Knack ooit op een eerlijke wijze gewezen heeft op de maçonnieke inteelt. Het werd hem absoluut niet in dank ontvangen. Het recruteringsvlak van de Vrijmetselarij is te nauw geworden, omdat er te veel wordt gevist in de netten van het gemeenschapsonderwijs en bij de atheïstische familie. En dit fenomeen leidt tot maçonniek nepotisme, verstarring en onverdraagzaamheid. Ik heb nog een maçon horen beweren dat het aangewezen was dat hij met een Citroën reed, omdat destijds mijnheer Citroen, stichter van het merk, maçon was ! In alle ernst, hij reed met een Xsara.

 

Indien een dergelijke groep van maçons van de derde leeftijd, met alle respect,  geconfronteerd wordt met een nieuwe dynamische beweging die achter hun rug recruteert, dan zet dit kwaad bloed omwille van de onmacht daarop te kunnen reageren. Een dergelijke jonge loge wordt dan uit reactie niet-erkend, wat wil zeggen dat haar leden geen bezoekrecht krijgen in het G.O.B.

 

Het is een vorm van maçonnieke verstoting, discrimenerend gedrag en onverdraagzaamheid, die als een muur wordt opgeworpen om het nieuwe initiatief, dat door zijn jonge natuur dan ook zeer kwetsbaar is, dadelijk de kiem te smoren. Dan nog liever allemaal de put in, dan dat er een andere orde sukses zou kennen, en het zal nog wel onze tijd meegaan. Ik weet het en besef dat ik nu denk in termen van slogans maar soms is dit nodig om de zaak op scherp te stellen.

 

Nochtans zijn de maçons genoegzaam bekend met de rechten van de minderheden. Het cultuurpact van 1958 ligt hen nog nauw aan het hart. 9.000 mensen op een bevolking van 10.000.000 zijn niet eens 1 % van de bevolking, die zich het recht aanmatigen om de ‘Ritus van Misraïm’ als niet erkend te verklaren, terwijl er 9.991.000 mensen overblijven in dit land, die daar niets over te zeggen zouden hebben. Dit is geen democratie, dit is autocratie, of het vermeend recht van enkelen… dit is waanzinnig.

 

r

 

 

Wel ik ben één van die andere 9.991.000 mensen dit met die opvatting niet kan akkoord gaan en ik zal onmiddellijk zeggen waarom. Maçonnieke erkenning speelt enkel en alleen voor individuen, voor maçons. Het rituaal is ter zake duidelijk, de vraag is : Broeder ben jij maçon ? Het antwoord is : mijn broeders erkennen mij als zodanig.  Het is dus duidelijk dat de erkenning enkel de individuele maçon aangaat.

 

Organisaties worden in België niet erkend door de overheid, noch door de clerus. De grootste organisatie erkent blijkbaar zichzelf en eigent zich het recht toe om andere loges als dan niet te erkennen. Waar zij dat recht uit put is onduidelijk, want het G.O.B. is door de eerste Engelse Grootloge niet erkend. Er bestaan enkel en alleen convenanten tussen het G.O.B. en L.D.H., G.O.B en de Vrouwen Grootloge in België. In deze convenanten is er enkel sprake van het feit dat de maçonnieke organisaties met elkaar administratief zullen communiceren via hun respectievelijke grootssecretariaten terwijl het individuele bezoekrecht voorbehouden blijft aan de voorzittende meesters van de blauwe loges, die al dan niet een lid van de andere obediënties of ordes zal kunnen toelaten of niet. Dit wil zeggen dat deze convenanten zelfs voor de leden van de ordes strikt genomen geen individuele erkenning van hun respectievelijke leden inhouden. Zij hebben geen directe werking voor de leden, en scheppen in hun hoofde geen subjectieve rechten. De praktijk is echter dat er door deze convenanten een souplesse is ontstaan waarbij het individueel bezoekrecht de facto is gevestigd.

 

Het grootoosten bezondigt zich niet voor de eerste keer aan de zelfde praktijken. Reeds voorheen is het in de maçonnieke geschiedenis van dit land bekend dat het G.O.B. in de periode dat de L.D.H. sterk aan het opkomen was, halstarig weigerde om de broeders en zusters van deze laatste Federatie als maçons te erkennen door hen de toegang tot de tempel te ontzeggen. Nu beschouwen de leden van L.D.H. deze periode als een historisch anachronisme en de huidige broeders van het G.O. B. erkennen dat er in het verleden fouten zijn gebeurd op dat vlak, maar het G.O.B. begint telkens weer opnieuw wanneer er zich een nieuwe orde op haar grondgebied aandient. Telkens weer de zelfde opmerking : jullie zijn niet erkend, en dus komen jullie er niet in, want jullie behoren niet tot onze vrijmetselarij. Jullie zijn maar schoonbroers…

 

Door de band genomen, behoud ik mijn zin voor humor en besef ik dat de vrijmetselarij in België, tot spijt van wie het benijdt niet veel voorstelt, maar toch dient daar krachtdadig tegenover gereageerd te worden. Vooral omdat de omzendbrief die het G.O.B. tegenover de Ritus van Misraïm verspreidde, ingegeven was door de verkeerde houding van één enkeling in de groot- commissie die het allemaal verkeerd begrepen had. Ik druk mij nu nog eufemistisch uit. Maar om kort te zijn kwam het hier op neer dat hij door de aanwezigheid van een nieuwe loge van Misraim in zijn oosten vreesde dat zijn huurster, een L.D.H.-loge, forfait zou hebben gegeven, want op het eerste zicht was deze loge van Misraîm ontstaan uit broeders en zusters die de loge van L.D.H. hadden verlaten. Die DH-Loge was dus huurster van de gebouwen van het G.O.B. zoals dit steeds het geval is, en betaalde een forse huur van 16.000 frank voor twee kalenderdagen per maand, verwarming inbegrepen, wat dus zeer goed betaald is.

 

r

 

 

Nochtans was dit alles maar een samenloop van omstandigheden. Maar doordat het aantal leden van de DH – loge fel was verminderd, vreesde de broeder, die het ondertussen zeer ver had geschopt in de Lakensestraat, dat de huur dreigde niet langer betaald te worden. Zijn initiatief in de groot- commissie resulteerde in een door ons omstreden omzendbrief. En hij zond ons bovendien zijn spionnen…

 

Meteen is het bewijs geleverd van het feit dat deze huur niet alleen overdreven was, maar ook dat de broeders van het G.O.B. de loges van L.D.H. aanzien als financiële hulpjes (ik zou beter zeggen citroenen, die kunnen uitgeperst worden ad libidum) om hun grote kosten te delgen. <