Klassieke Talen

Bucolica, inleiding

De Bucolica zijn een verzameling van herdersgedichten, ook wel Eclogae genaamd.
Rond -43 komt Vergilius in contact met de poetae novi, die vooral in Noord-Italië, het alexandrisme na de dood van Catullus bestendigden. De dichters uit Gallia Cisalpina konden genieten van het mecenaat van Asinius Pollio, toen gouverneur.

Alexandrisme:

  • kunstrichting die de nadruk legt op korte, formeel uiterst verzorgde scheppingen
  • voorkeur voor mythologische geleerdheid
  • nadruk op persoonlijke gevoelens, een element dat bij de conservatieve Romeinen vragen opriep en in de "oude" poëzie niet voorkwam
  • het grote voorbeeld was de Griekse dichter Theocritus (floruit -280) met zijn Idyllen.

De Bucolica zijn niet geschreven in de volgorde waarin ze door Vergilius gepubliceerd werden en overgeleverd zijn.
De basis van de indeling is een afwisseling van gedialogeerde (1, 3, 5, 7, 9) en niet-gedialogeerde (2, 4, 6, 8, 10) stukjes.
Volgens sommigen spelen getallensymboliek en andere religieus-filosofische ideeën een rol in de ordening van de stukken en in de eclogen zelf (Neopythagorisme).

Er is grote onenigheid tussen de filologen over de chronologie van de eclogen. Toch is men het min of meer eens over de volgende ordening.
De eclogen 2, 3, 5 en 7 zijn voor -40 geschreven.

  • 2e ecloge: een bewogen monoloog van de herder Corydon, waarin hij zijn liefdesgevoelens uiteenzet
  • 3e ecloge: zangwedstrijd tussen 2 herders, Menalcas en Damoetas
  • 5e ecloge: Mopsus en Menalcas bezingen de dood en de apotheose van de halfgod Daphnis, die volgens velen de in -40 Caesar voorstelt.
  • 7e ecloge: zangwedstrijd tussen Corydon en Thyrsis

De 4e ecloge dateert van -41/40. Het pastorale element ontbreekt bijna helemaal. De dichter voorspelt dat onder het consulaat van Asinius Pollio een kind zal geboren worden tijdens wiens leven de Gouden Eeuw geleidelijk aan zal terugkeren op aarde.
Identiteit van het kind?

  • in de Middeleeuwen zag men er een voorspelling van Christus is ("Messiasecloge")
  • sommigen wijzen op gelijkenissen met Hebreeuwse profetieën (Oude Testament)
  • waarschijnlijk is het een telg uit een voornaam Romeins geslacht, misschien één van de zonen van Asinius Pollio, Asinius Gallus, in -41 geboren, of Saloninus, in -40 geboren.

1e en 9e ecloge: zie aparte bespreking van de 1e en de 9e ecloge

6e ecloge: zang van de sater Silenus voor de herders Chromys en Mnasylus

8e ecloge: -39, staat weer dicht bij Theocritus
de herder Damon zingt over een bewogen liefde die eindigt in zelfmoord
daarna verhaalt Alphesiboeus over een toverzang waarmee een meisje haar ontrouwe minnaar Daphnis terugwint

10e ecloge: later, in een tweede uitgave toegevoegd: liefdessmarten van Gallus