|
GRAMMATICA
|
|
Uitspraak
|
|
|
|
Klinkers & Medeklinkers
Deze is in het algemeen als in het Nederlands, behalve:
- de e is als de ee in been of de e van vel;
- de u is als de oe;
- de i is als de ie;
- de c klinkt als de k of als ts voor de e, i en y;
- de g klinkt als een zachte k of als zj voor de e, i en y;
- de ch meestal als k
Woorden die ongewijzigd uit een nationale taal zijn overgenomen behouden
in de regel hun oorspronkelijke uitspraak, bijvoorbeeld: interview (Engels),
bureau (Frans) of rancho (Spaans).
|
|
Klemtoon
Hoofdregel:
Op de klinker voor de laatste medeklinker.
Voorbeelden: central, grande.
Uitzonderingen:
- Woorden, die eindigen op -le, -ne of -re voorafgegaan door een klinker, krijgen de klemtoon op de derde lettergreep van achteren.
Voorbeelden:
difficile, examine, tempore.
- In woorden met de uitgangen -ic, -ica, -ico, -ide, -ido, -ula en -ulo valt de klemtoon op de lettergreep die aan de uitgang voorafgaat.
Voorbeelden:
energic, clinica, publico, rapide, frigido, fomula, articulo.
|
|
|
|
Zelfstandige Naamwoorden
|
|
|
|
Enkelvoud
Zelfstandige naamwoorden hebben geen grammaticaal geslacht.
Bij namen van personen en dieren kan de -o een mannelijk en
de -a een vrouwelijk wezen aanduiden: amico (vriend),
amica (vriendin); urso (beer), ursa (berin);
vicino (buurman), vicina (buurvrouw).
Meervoud
Het meervoud wordt gevormd door achtervoeging van s na een klinker en es
na een medeklinker: lingua (taal), linguas (talen); lection (les),
lectiones (lessen).
|
|
Lidwoorden
De lidwoorden zijn le (de/het) en un (een).
Ze veranderen niet naar geslacht of getal: le patre (de vader),
le matre (de moeder), le infantes (de kinderen),
un homine (een man), un femina (een vrouw).
Met het voorafgaande voorzetsel de (van) en a
(aan, te, op) wordt le samengetrokken tot del respectievelijk al.
|
|
|
|
Werkwoorden
|
|
|
|
Vervoeging
De onbepaalde wijs van de werkwoorden eindigt op -r: parlar (spreken), vider (zien), audir (horen).
Door weglating van de -r krijgt men de tegenwoordige tijd:
Io parla/vide/audi. -- Ik spreek/zie/hoor.
Tu parla/vide/audi. -- Jij spreekt/ziet.hoort
Ille parla/vide/audi. -- Hij spreekt/ziet/hoort.
Illa parla/vide/audi. -- Zij spreekt/ziet.hoort
Vos parla/vide/audi. -- U spreekt/ziet/hoort.
Nos parla/vide/audi. -- Wij spreken/zien/horen
Illes parla/vide/audi. -- Zij spreken/zien/horen.
Er is slechts een vorm voor alle personen in enkel- en meervoud. Dit geldt ook voor de andere tijden.
De gebiedende wijs wordt gevormd door de stam: parla! (spreek!), vide! (zie!), audi! (hoor!).
De werkwoorden esser (zijn), haber (hebben) en vader (gaan) hebben een verkorte vorm namelijk: es, ha en va.
De verleden tijd wordt gevormd door -va achter de tegenwoordige tijd te voegen: io parlava (ik sprak), tu videra (jij zag), nos audiva (wij hoorden).
|
|
De toekomende tijd drukt men uit door toevoeging van a (met klemtoon) aan de onbepaalde wijs of ook wel door middel van het hulpwerkwoord va:
io parlara, io va parlar (ik zal spreken), ille videra, ille va vider (hij zal zien), vos audira, vos va audir (u zult zien).
De voorwaardelijke wijs vormt men door -ea (met klemtoon op de e achter de tegenwoordige wijs: io parlarea (ik zou spreken), tu videra (je zou zien), nos audirea (wij zouden horen).
Het tegenwoordig deelwoord wordt gevormd door toevoeging van -nte achter de tegenwoordige tijd of -ente indien deze op i eindigt: parlante (sprekende), vidente (ziende), audiente (horende).
Het verleden deelwoord heeft de uitgang -te, te voegen achter de tegenwoordige tijd. Indien een e vooraf gaat, gaat deze over in i: parlate (gesproken), vidite (gezien), audite (gehoord).
|
|
|
|
Bijvoegelijke Naamwoorden En Bijwoorden
|
|
|
|
Bijvoegelijke naamwoorden
Het bijvoeglijk naamwoord wordt niet verbogen, d.w.z. er is geen onderscheid
voor mannelijke en vrouwelijke woorden en voor enkel- en meervoud. Bijvoeglijke
naamwoorden kunnen zowel aan een zelfstandig naamwoord voorafgaan als er op volgen.
Het laatste komt het meest voor: un bon vino (een goede wijn), le examine facile
(een gemakkelijk examen).
|
|
Bijwoorden
De meeste bijwoorden zijn afgeleid van bijvoeglijke naamwoorden door middel van het
achtervoegsel -mente, bij bijwoorden op c wordt een a
tussengevoegd: natural - naturalmente, clar - clarmente, pacific - pacificamente.
Sommige bijwoorden zijn afgeleid met de uitgang -o: certe - certo, multe -
multo, bellissime - bellissimo.
|
|
|
|
Telwoorden
|
|
|
|
Hoofdtelwoorden
De hoofdtelwoorden zijn:
0 -- zero
1 -- un
2 -- duo
3 -- tres
4 -- quatro
5 -- cinque
6 -- sex
7 -- septe
8 -- octo
9 -- nove(m)
10 -- dece
20 -- vinti
30 -- trenta
40 -- quaranta
50 -- cinquanta
100 -- cento
1000 -- mille
1000000 -- million
|
|
Van 50 af worden de tientallen regelmatig afgeleid van de eenheden door het achtervoegsel
-ante. De overige getallen worden gevormd als volgt:
11
dece-un, 22 vinti-duo, 68 sextante-octo, 123 cento vinti-tres, 5617 cinque milles sex
centos dece-septe.
|