AAA.BELGIUM


Kingdom Belgium
JavaFILE


Fotogallerie Koningshuis


Nieuwe ringtones :

The monarchy of Belgium


Belgium has a hereditary constitutional monarchy. The King rules without governing, although his role is of vital importance. According to the Constitution, the person of the King has immunity: his ministers are liable for him. Not a single deed by the King can have any consequence without its being countersigned by a minister. This provision places the King above religions and ideologies, above political persuasions and debates, and above economic interest. At the same time the King is the guardian of the country's unity and independence.
On 31 July 1993 King Baudouin, who had reigned for 42 years, died of heart failure in Motril, in the south of Spain. His brother Albert took the constitutional oath on 9 August 1993 and ascended to the throne of Belgium, becoming the sixth King of the Belgians. King Albert has been married to Donna Paola Ruffo di Calabria since 2 July 1959.
The King and Queen have two sons, Prince Philippe (born on 15 April 1960 and married to Princess Mathilde) and Prince Laurent (born on 19 October 1963), and a daughter, Princess Astrid (born on 5 June 1962). Princess Astrid is married to Archduke Lorenz of Austria-Este, and they have four children: Prince Amedeo (born on 21 February 1986), Princess Maria Laura (born on 26 August 1988), Prince Joachim (born on 9 December 1991) and Princess Luisa Maria (born on 11 October 1995).


Friday, 19 october, 2001
Belgian king wins paedophile rebuttal

A formal denial by King Albert II will go into every book
By Hugh Schofield in Paris
The French publishers of a book about paedophelia in Belgium have been ordered to insert a formal denial by the Belgian King, Albert II, of some of the allegations it contains.
King Albert and the Belgian Government went to court in Paris because they said the book, The Paedophile Dossier, contained a series of unfounded libels.
The book, by two French journalists, is a sensationalist account of the case of Marc Dutroux, the alleged sex offender and killer whose discovery five years ago caused such trauma in Belgium and the country's political establishment.
Apart from general accusations of government cover-ups, the authors personally connect the name of King Albert with the scandal, saying that as crown prince he attended parties at which paedophiles were present.
Royal fury
The royal palace in Brussels was furious at the book's publication.
In court, the king's lawyers said the book was founded on rumours, insinuations and lies and they demanded the inclusion of a rebuttal.
The judge agreed and now every copy of the book must contain an addendum indicating the king's protests at the attack on his personal reputation.
The judge did not, however, uphold a parallel plea from the Belgian Government complaining about allegations concerning its handling of the affair.
She said it was a political matter which did not come under the court's jurisdiction.



GEZINSSAMENSTELLING VORSTENHUIS EN VERJAARDAGSKALENDER

Het Belgisch Vorstenpaar, Koning Albert II en Koningin Paola, hebben drie kinderen: Prins Filip, Prinses Astrid en Prins Laurent.
Prins Filip is gehuwd met Prinses Mathilde. Zij hebben een kind, Princes Elisabeth.
Prinses Astrid is gehuwd met Prins Lorenz. Zij hebben vier kinderen: Prins Amedeo, Prinses Maria Laura, Prins Joachim en Prinses Luisa Maria.


Kalender van de verjaardagen (geboorte en huwelijk)

20 januari 1973
Geboorte van Prinses Mathilde

21 februari 1986
Geboorte van Prins Amedeo

15 april 1960
Geboorte van Prins Filip

5 juni 1962
Geboorte van Prinses Astrid

6 juni 1934
Geboorte van Koning Albert II

11 juni 1928
Geboorte van Koningin Fabiola

2 juli 1959
Huwelijk van Koning Albert II en Koningin Paola

26 augustus 1988
Geboorte van Prinses Maria Laura

11 september 1937
Geboorte van Koningin Paola

22 september 1984
Huwelijk van Prinses Astrid en Prins Lorenz

11 oktober 1927
Geboorte van Prinses Josephine-Charlotte (huwde op 9 april 1953 met Groothertog Jan van Luxemburg)

11 oktober 1995
Geboorte van Prinses Luisa Maria

19 oktober 1963
Geboorte van Prins Laurent

25 oktober 2001
Geboorte van Prinses Elisabeth

4 december 1999
Huwelijk van Prins Filip en Prinses Mathilde

9 december 1991
Geboorte van Prins Joachim

16 december 1955
Geboorte van Prins Lorenz




REIS ALS EEN KONING EN MINDER BETALEN ? Klik op de banner :

Discount Hotel Reservation - Hotel Club







Curriculum vitae van Koning Albet II
Curriculum vitae de S.M. le Roi Albert II


Koning Albert II werd op 6 juni 1934 in het Stuyvenbergkasteel te Brussel geboren.
Koning Albert II, die van bij de geboorte de titel "Prins van Luik" meekreeg, is de zoon van Koning Leopold III en Koningin Astrid, geboren Prinses van Zweden. Hij is de kleinzoon van Koning Albert I en Koningin Elisabeth.
Op 29 augustus 1935 verloor de Prins zijn moeder, Koningin Astrid, die in het Zwitserse Küssnacht bij een auto-ongeval om het leven kwam.
Op 10 mei 1940, bij de invasie van België, vertrok Prins Albert, samen met zijn oudere zus, Prinses Josephine-Charlotte, en zijn oudere broer, Prins Boudewijn, naar Frankrijk en vervolgens naar Spanje. Op 2 augustus 1940 keerden de Prinsen en de Prinses naar België terug. Te Laken en vervolgens in het Kasteel van Ciergnon, in de Ardennen, zetten zij hun studies verder tot in 1944. In juni 1944, bij de landing van de Geallieerden, werden Leopold III, Prinses Lilian - met wie hij in 1941 in het huwelijk was getreden- en de koningskinderen door de Duitsers naar Hirschstein in Duitsland gedeporteerd. Nadien werden zij overgebracht naar Strobl in Oostenrijk, waar zij op 7 mei 1945 door de Amerikaanse troepen werden bevrijd. Wegens de politieke toestand in België, vestigden Koning Leopold en zijn familie zich in het Zwitserse Pregny, in villa "Le Reposoir", toen zij in oktober 1945 Oostenrijk verlieten. Zij bleven daar tot juli 1950. Ondertussen zette Prins Albert zijn studies voort in een college te Genève.
Samen met Prins Boudewijn en Prins Albert keerde Koning Leopold III op 22 juli 1950 naar België terug. Bij zijn terugkeer in België besloot Koning Leopold III af te treden in het voordeel van Prins Boudewijn, die op 17 juli 1951 de eed aflegde en zodoende de vijfde Koning der Belgen werd.
Op 2 juli 1959 trad Prins Albert in het huwelijk met Donna Paola Ruffo di Calabria, uit een Italiaanse prinselijke familie. Koning Albert II en Koningin Paola hebben drie kinderen: Prins Filip (geboren op 15 april 1960), Prinses Astrid (geboren op 5 juni 1962) en Prins Laurent (geboren op 19 oktober 1963).
In 1962 werd Prins Albert aangesteld als Erevoorzitter van de Raad van Bestuur van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. Deze taak vervulde hij 31 jaar lang. In die functie leidde hij zo'n honderdtal economische zendingen over de hele wereld en bracht hij talrijke bezoeken aan Belgische ondernemingen die actief zijn op het vlak van de export.
Als hulde aan de jarenlange ononderbroken inzet van de Prins voor de bevordering van de buitenlandse handel werd in 1984 het Prins Albert Fonds voor de Opleiding van Specialisten in Buitenlandse Handel opgericht.
Prins Albert was ook sinds 1954 Voorzitter van de Algemene Raad van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas en vanaf 1958 Voorzitter van het Belgische Rode Kruis.
Naast die verschillende functies leidde Prins Albert ook projecten op het vlak van stadsplanning, huisvesting, natuurbescherming, behoud van monumenten en landschappen en milieubescherming in het algemeen. In dit laatste domein was hij tevens voorzitter of deelnemer aan tal van internationale conferenties. In 1969 deed de Raad van Europa een beroep op hem om het voorzitterschap op zich te nemen van de Conferentie van de Europese Ministers, verantwoordelijk voor de bescherming van het cultureel en bouwkundig erfgoed.
Na het overlijden van zijn broer, Koning Boudewijn, legde Prins Albert op 9 augustus 1993 voor de verenigde Kamers de eed af als zesde Koning der Belgen. Van bij het begin van zijn regering is de Koning, samen met Koningin Paola, voortdurend in contact met de Belgische bevolking. Zo heeft het Vorstenpaar traditioneel zijn "Blijde Intrede" gemaakt in de Belgische provincies en bezoeken zij regelmatig alle uithoeken van het land.
De talrijke activiteiten die eigen zijn aan een staatshoofd krijgen vanzelfsprekend de bijzondere aandacht van de Koning.
Nadat hij op 17 februari 1994 de nieuwe Grondwet ondertekende, bracht de Koning een bezoek aan de Raden van de Gemeenschappen en de Gewesten.
Hij nam ook deel aan plechtigheden die georganiseerd werden ter gelegenheid van de verschillende gewest- en gemeenschapsfeesten.
Tijdens zijn dagelijkse audiënties in het Paleis te Brussel ontmoet de Koning vertegenwoordigers van de politieke, economische, sociale, culturele en sportmiddens van het land.
Elk jaar ontvangt de Koning meer dan twintig staatshoofden of vertegenwoordigers van internationale organisaties.
Dankzij talrijke andere activiteiten -meer dan honderd per jaar, in alle sectoren en elk deel van het land- blijft de Koning goed op de hoogte van wat de bevolking tot vreugde stemt en van wat haar zorgen baart.
Bepaalde onderwerpen krijgen een speciale aandacht van de Vorst, namelijk: de werkgelegenheid, de huisvesting, de sociale uitsluiting, de beroepsopleiding en de opvoeding en het sociaal hulpbetoon in het algemeen. Hij volgt dan ook nauwlettend alle privé- en overheidsinitiatieven die verbeteringen bewerkstelligen in die aangelegenheden.
Als opperbevelhebber van de krijgsmacht heeft de Koning rang van Luitenant-generaal en Vice-admiraal. Hij volgt met grote belangstelling de herstructurering van de strijdkrachten alsook de militaire activiteiten in nationaal of internationaal verband.
Staatsbezoeken van het Vorstenpaar:
Groothertogdom Luxemburg (maart 1994)
Zweden (mei 1994)
Spanje (september 1994)
Denemarken (mei 1995)
Duitsland (juli 1995)
Finland (juni 1996)
Japan (oktober 1996)
Noorwegen ( april 1997)
Oostenrijk (oktober 1997)
Rusland (februari 1998)
Italië (mei 1998)
- Polen (mei 1999)
Portugal (november 1999)
Nederland (april 2000)
Tsjechische Republiek (oktober 2000)
Zwitserland (november 2000)
Griekenland (juni 2001)


Le Roi Albert II est né à Bruxelles, au Château du Stuyvenberg, le 6 juin 1934.

Le Roi Albert II, qui reçut le titre de "Prince de Liège" à sa naissance, est le fils du Roi Léopold III et de la Reine Astrid, née Princesse de Suède. Il est le petit-fils du Roi Albert Ier et de la Reine Elisabeth.

Le 29 août 1935, le Prince de Liège perdit sa mère, la Reine Astrid, qui mourut dans un accident de voiture à Küssnacht, en Suisse.

Le 10 mai 1940, au moment de l'invasion de la Belgique, le Prince Albert, accompagné de sa soeur aînée, la Princesse Joséphine-Charlotte, et de son frère aîné, le Prince Baudouin, partirent d'abord pour la France, puis pour l'Espagne. Les Princes et la Princesse revinrent en Belgique le 2 août 1940. Ils y poursuivront leurs études jusqu'en 1944, soit à Laeken, soit au Château de Ciergnon, dans les Ardennes. En juin 1944, au moment du débarquement Allié, Léopold III , la Princesse Lilian - qu'il avait épousée en 1941 - et les enfants royaux furent déportés par les Allemands à Hirschstein, en Allemagne, et ensuite à Strobl en Autriche où ils furent libérés par l'armée américaine le 7 mai 1945. En raison de la situation politique en Belgique, le Roi Léopold et sa famille s'installèrent dans la villa "Le Reposoir" à Pregny, en Suisse, lorsqu'ils quittèrent l'Autriche en octobre 1945. Ils y séjourneront jusque juillet 1950. Pendant ce temps le Prince Albert poursuivra ses études dans un collège de Genève.

Le Roi Léopold III, accompagné du Prince Baudouin et du Prince Albert, rentra en Belgique le 22 juillet 1950. A son retour en Belgique, le Roi Léopold III décida d'abdiquer en faveur du Prince Baudouin qui prêta serment le 17 juillet 1951 comme cinquième Roi des Belges.

Le 2 juillet 1959, le Prince Albert épousa Donna Paola Ruffo di Calabria, issue d'une famille princière italienne. Le Roi Albert II et la Reine Paola ont trois enfants: le Prince Philippe (né le 15 avril 1960), la Princesse Astrid (née le 5 juin 1962) et le Prince Laurent (né le 19 octobre 1963).

Le Prince Albert fut appelé en 1962 à exercer la fonction de Président d'honneur du Conseil d'Administration de l'Office Belge du Commerce Extérieur, fonction qu'il exerça pendant 31 ans. En cette qualité il a présidé plus de cent missions économiques à travers le monde et il a effectué de très nombreuses visites à des entreprises Belges actives dans le domaine de l'exportation.
Pour rendre hommage au Prince qui, pendant toutes ces années, s'est activement investi dans le commerce extérieur, un Fonds Prince Albert pour la formation de spécialistes en commerce extérieur a été créé en 1984.
Par ailleurs, le Prince Albert a également assumé la Présidence du Conseil général de la Caisse Générale d'Epargne et de Retraite à partir de 1954. Il fut Président de la Croix-Rouge de Belgique dès 1958.

Outre ces diverses fonctions, le Prince Albert a mené des actions dans le domaine de l'urbanisme, du logement, de la protection de la nature, des monuments et sites et, d'une manière plus générale, de la gestion de l'environnement. Dans ce cadre, il a présidé ou participé à de nombreuses conférences internationales. En 1969, il fut invité par le Conseil de l'Europe à assumer la Présidence de la Conférence ministérielle européenne sur la protection du patrimoine culturel et architectural.

Après le décès de son frère, le Roi Baudouin, le Prince Albert prêta serment devant les Chambres réunies le 9 août 1993 comme sixième Roi des Belges. Dès le début de son règne, le Roi, accompagné de la Reine, à établi un contact étroit avec la population. C'est ainsi que les Souverains ont effectué ce qui est traditionnellement appelé les "Joyeuses Entrées" dans les provinces belges et que leurs visites dans tout le pays sont chaque année fort nombreuses.

Les multiples activités qui incombent traditionnellement au Chef de l'Etat retiennent tout naturellement l'attention privilégiée du Roi.

Après avoir signé la nouvelle Constitution, le 17 février 1994, le Roi a visité les Conseils des Communautés et des Régions et il a participé à des festivités organisées à l'occasion des Fêtes de ces Communautés et Régions.

Au cours de ses audiences quotidiennes au Palais de Bruxelles, le Roi rencontre des représentants de la vie politique, économique, sociale, culturelle et sportive du pays. En outre, le Roi reçoit chaque année plus de vingt Chefs d'Etat ou représentants d'organisations internationales.

Des activités diverses, plus d'une centaine par an dans tous les domaines et toutes les parties du pays, permettent au Roi de se tenir informé de tout ce qui touche ses concitoyens.

Certains thèmes retiennent particulièrement l'attention du Roi, tels que : l'emploi, le logement, l'exclusion sociale, la formation professionnelle et l'éducation ainsi que l'aide sociale en général. En conséquence, le Souverain suit de près toutes les initiatives privées ou publiques qui visent à réaliser des progrès dans ces domaines.

En tant que Commandant en Chef des Forces Armées, le Roi porte le grade de Lieutenant général et de Vice-amiral. Il se tient informé de la restructuration des Forces Armées et des activités militaires tant sur le plan national qu'international.

Visites d'Etat effectuées par les Souverains:

Grand-Duchè de Luxembourg (mars 1994)
Suède (mai 1994)
Espagne (septembre 1994)
Danemark (mai 1995)
Allemagne (juillet 1995)
Finlande (juin 1996)
Japon (octobre 1996)
Norvège (avril 1997)
Autriche (octobre 1997)
Russie (février 1998)
Italie (mai 1998)
Pologne (mai 1999)
Portugal (novembre 1999)
Pays-Bas (avril 2000)
République tchèque (octobre 2000)
Suisse (novembre 2000)
Grèce (juin 2001)


ENGLISH :

King Albert II was born in Brussels at the Château du Stuyvenberg on June 6, 1934.

King Albert II, who assumed the title "Prince of Liège" at birth, is the son of King Leopold III and Queen Astrid, born Princess of Sweden, and the grandson of King Albert I and Queen Elisabeth.

On August 29, 1935 the Prince lost his mother, Queen Astrid, who died in a car accident in Küssnacht in Switzerland.

On May 10, 1940 when Belgium was invaded, Prince Albert, accompanied by his elder sister, Princess Josephine-Charlotte, and his elder brother, Prince Baudouin, went first to France, then to Spain. The Princes returned to Belgium on August 2, 1940. They pursued their studies until 1944 at Laeken and at the Château royal de Ciergnon in the Ardennes. In June 1944, when the allied invasion took place, Leopold III, Princess Lilian - whom he had married in 1941 - and the royal children were deported to Hirschstein, in Germany, and then to Strobl in Austria where American forces liberated them on May 7, 1945. Due to the political situation in Belgium King Leopold and his family left Austria in October of the same year to live in Switzerland in the villa "Le Reposoir" in Pregny. They remained there until July 1950. Prince Albert meanwhile continued his studies in a college in Geneva.

King Leopold III, accompanied by Prince Baudouin and Prince Albert, returned to Belgium on July 22, 1950. Upon his return to Belgium, King Leopold III decided to abdicate in favour of Prince Baudouin who took the oath on July 17, 1951 and became the fifth King of the Belgians.

On July 2, 1959 Prince Albert married Donna Paola Ruffo di Calabria of an Italian family with royal connections. King Albert II and Queen Paola have three children: Prince Philippe (born on April 15, 1960), Princess Astrid (born on June 5, 1962) and Prince Laurent (born on October 19, 1963).

Princess Astrid married Archduke Lorenz of Austria-Este, who became Prince of Belgium. They have four children: Prince Amedeo (born on February 21, 1986), Princess Maria Laura (born on August 27, 1988), Prince Joachim (born on December 9, 1991) and Princess Luisa Maria (born on October 11, 1995).

In 1962 Prince Albert was called upon to fill the post of President of Honour of the Council of Administration of the Belgian Office of External Trade. He has carried out this duty for 31 years and, in this capacity, has presided over almost a hundred economic missions in the world and has carried out a large number of visits to Belgian companies active in the field of export.

To pay homage to the Prince who has invested his energy in external trade for all these years, the Prince Albert Fund for the Training of External Trade Specialists was created in 1984. Moreover, Prince Albert took up the presidency of the General Board of the General Bank for Savings and Pensions (from 1954 onwards) and the presidency of the Belgian Red Cross (from 1958).

Besides these diverse functions, Prince Albert has led projects in the field of urban planning, housing, protection of the countryside, places of interest and monuments and, in a more general context, in environmental management. In this last area he has also presided over or participated in numerous international conferences. In 1969 he was invited by the Council of Europe to assume the role of President of the Conference of European Ministers on the Protection of Cultural and Architectural Heritage.

Following the death of his brother, King Baudouin, Prince Albert took the oath before the United Chambers on August 9, 1993 and became the sixth King of the Belgians. Since becoming Head of State the King, accompanied by the Queen, has taken pleasure in going out to meet the Belgian population and the Sovereigns have made what are traditionally called "Joyful Entrances" into the Belgian provinces.

The King immediately became absorbed in the multitude of activities which are traditionally incumbent upon the Head of State.

Having signed the new Constitution on February 17, 1994 the King paid a visit to the Councils of the Communities and the Regions.

In addition to this, he has taken part in various events organised on the occasion of the Celebrations of the Communities and Regions.

In the course of his daily audiences in the Palace, the King meets representatives of the political, economic, social, cultural and sporting life of the country. Each year, the King receives more than twenty Heads of State or representatives of international organisations.

A diverse range of activities, more than a hundred per year in every sector and every part of the country, allow the King to stay abreast of everything which affects his fellow citizens.

Certain subjects are of special interest to the King such as, for example, the problems of unemployment and social exclusion, or education or social security in general.

Also, the King closely follows all of the private or public projects which aim to find solutions to these problems.

Initiatives in the areas of youth training, the fight against social exclusion, the social services, and investments in companies, in employment and in training are some examples of this.

Commander-in-Chief of the armed forces, the King holds the rank of Lieutenant General and Vice Admiral. He takes a close interest in the development and restructuring of the armed forces as well as military activities at national and international levels.

States Visits of the Sovereigns:

Luxembourg (March 1994)
Sweden (May 1994)
Spain (September 1994)
Denmark (May 1995)
Germany (July 1995)
Finland (June 1996)
Japan (October 1996)
Norway (April 1997)
Austria (October 1997)
Russia (February 1998)
Italy (May 1998)
Poland (May 1999)
Portugal (November 1999)
the Netherlands (April 2000)
Czech Republic (October 2000)
Switzerland (November 2000)
Greece (June 2001)





LEOPOLD I

1790
Op 16 december werd in het Beierse Coburg Leopold, Joris, Christiaan, Frederik geboren als zoon van Zijne Hoogheid Franz, Hertog van Saksen-Coburg Saalfeld.

1795
De Russische Tsaar benoemde Leopold tot kolonel van het keizerlijke regiment Izmajlovski. Zeven jaar later werd hij generaal.

1806
Het hertogdom werd door Napoleons troepen bezet. Leopold ging naar Parijs en werd een opvallende figuur aan het keizerlijk hof. Hij wees een aanbod van de Keizer af om adjudant te worden. Hij volgde zijn broer op aan het hoofd van het hertogdom Saksen-Coburg. Nadien nam hij deel aan de campagnes tegen Napoleon.

1815
Leopold kreeg de Engelse nationaliteit, werd tot veldmaarschalk benoemd en huwde met prinses Charlotte, erfprinses van de Engelse troon. Nog geen jaar later bracht ze een doodgeboren kind ter wereld en stierf ze.

1830
Leopold weigerde de Griekse kroon.

1831
Op 21 juli besteeg hij de Belgische troon.
Op 2 augustus viel de Hollandse koning (Willem I) België binnen. Het Belgisch leger was te zwak om weerstand te bieden. Het was slechts door de tussenkomst van de grote mogendheden dat de nieuwe staat werd gered. Maar het land kwam er verzwakt uit; het verloor grondgebied en moest Holland tolrechten betalen voor de scheepsdoorgang op de Schelde. (Het Verdrag der XXIV artikelen.)

1832
Op 9 augustus huwde Leopold met Louise-Marie van Orléans, dochter van Louis-Philippe.

1835
De eerste spoorlijn van het continent werd ingewijd. Het was de bekroning van een project waaraan de Koning sinds 1832 werkte.

1842
Leopold trachtte een wetgeving te verkrijgen rond vrouwen- en kinderarbeid. Maar de tijd was er nog niet rijp voor.

1848
Een republikeinse revolutie verjoeg Louis-Philippe van de Franse troon. Die revolutie deinde uit over heel Europa, maar België bleef gespaard, vooral door de diplomatieke inspanningen van de Koning.

1850
Op 11 oktober overleed koningin Louise-Marie.

1865
Op 10 december stierf koning Leopold I.


LEOPOLD II


1835
Op 9 april werd in Brussel Leopold, Louis, Philippe, Marie, Victor geboren als zoon van Leopold I en Louise-Marie.



1853
Prins Leopold nam zitting in de Senaat waarvan hij van rechtswege lid was. Op 22 augustus huwde hij met Marie-Henriette van Habsburg-Lorreinen, Aartshertogin van Oostenrijk. Zij hadden vier kinderen: Louise-Marie (1858-1924), Leopold (1859-1869), Stéphanie (1864-1945) en Clémentine (1872-1955).



1865
Op 17 december legde Leopold de grondwettelijke eed af.



1876
De Koning organiseerde op 12 december een internationale conferentie van geografen en ontdekkingsreizigers rond de verkenning van Midden-Afrika. Daaruit groeide in 1877 de "Association internationale pour la civilisation et l'exploration de l'Afrique centrale" (Internationale vereniging voor de beschaving en de verkenning van Midden-Afrika).



1878
Leopold II richtte in samenwerking met Stanley het "Comité d'Etudes du Haut-Congo" op dat in 1879 de "Association internationale du Congo" werd.



1885
De Conferentie van Berlijn erkende de Kongo Vrijstaat met Leopold II als staatshoofd. Datzelfde jaar keurde het Belgisch Parlement de "persoonlijke unie" tussen Kongo en België goed.



1890
De Internationale Conferentie van Brussel veroordeelde in juli de slavernij en lag (onder impuls van de Koning) aan de basis van een campagne tegen de slavernij in Afrika.



1902
Op 19 september overleed koningin Marie-Henriette te Spa.



1904
De reputatie van Leopold II en zijn overzeese onderneming kreeg een deuk als gevolg van enkele excessen van blanken in Afrika. De Koning riep een internationale commissie in het leven die de verdiensten van het koninklijk beleid in Afrika erkende, maar ook wees op enkele wantoestanden en lacunes, die de Koning dan probeerde te verhelpen.



1908
De wet van 18 oktober maakte van Kongo Vrijstaat een Belgische kolonie.


1909
Op 14 december ondertekende de Koning de Wet op de Dienstplicht. Hij overleed op 17 december.




ALBERT I


1875
Op 8 april werd Albert, Leopold, Clément, Marie, Meinrad geboren in het Paleis aan het Koningsplein te Brussel als het vijfde kind van Prins Philippe, broer van Leopold II en Graaf van Vlaanderen, en van Prinses Marie van Hohenzollern-Sigmaringen.

1900
Prins Albert trouwde met Elisabeth, hertogin van Beieren. Het koninklijk paar had drie kinderen: Leopold (1901-1983), die later Leopold III werd, Karel (1903-1983), die later regent werd en Marie-José (1906).

1906
Albert stichtte het instituut "Ibis", dat een tehuis en een school voor de wezen van vissers was.

1909
Op 23 december volgde Albert koning Leopold II op.

1913
Op 30 augustus 1913 kwam er een wet die een veralgemening van de militaire dienstplicht invoerde. Nu moesten alle Belgen (en niet langer één zoon per gezin) onder de wapens.

1918
Na de wapenstilstand van 11 november maakten koning Albert, koningin Elisabeth en de Prinsen een triomfantelijke intocht te Brussel.
In zijn troonrede van diezelfde 22 november kondigde koning Albert belangrijke hervormingen aan: het algemeen enkelvoudig stemrecht, de volledige gelijkheid van de twee landstalen, de vervlaamsing van de Universiteit van Gent, de syndicale vrijheden en een gevoelige uitbreiding van de sociale wetgeving.

1928
Koning Albert zorgde tevens voor de oprichting van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO), dat zich toegespitste op de industriële ontplooiing.

1934
Op 17 februari kwam hij om het leven bij een val van de rotsen van Marche-les-Dames. Vele oud-strijders begeleidden de Vorst naar zijn laaste rustplaats.

ENGLISH :

Albert I, King of the Belgians (1875-1934), is remembered especially for his strong leadership during World War I. He married Elizabeth, daughter of the Duke of Bavaria, in 1900 and succeeded Leopold II, his uncle, to the Belgian throne in 1909.


He was born in Brussels and educated privately at the École Militaire. Before his accession to the throne he bore the title Count of Flanders. His democratic manner made him the most popular member of the reigning house. He travelled widely and was a student of politics and economics. In 1898 and again in 1919 he visited the U.S. In 1900 he made an extended tour of the Belgian Congo and on his return to Belgium urged the need of railroad development and of reform in the treatment of the Congolese; when he became King, he ordered many improvements in the administration of this colony.


While on a visit to Berlin in 1913, Albert was informed of Germany's plans for war by emperor William II. He immediately warned France and on 31 July 1914, sent a personal letter to the German emperor informing him that Belgium would remain neutral. When the letter was ignored, Albert assumed active command of his army and directed a successful delaying action against invasion. In August 1914, when the German armies demanded right of passage through Belgium, Albert refused the ultimatum and assumed personal command of the Belgian armed forces in resisting the German advance. He remained in the small, unoccupied area of Belgium throughout the war, and in September 1918 led Belgian and French troops in the final Allied offensive.


After World War I he played an active role in the reconstruction of his country and in 1919 made a plea to the Allies for the abolition of the Treaty of London, which made Belgium neutral ground and thus vulnerable to invasion. As a result, the abolition of the treaty was incorporated into the Treaty of Versailles. Albert supported general industrial expansion and the development of a strong merchant fleet as the best methods of national recovery. He also helped introduce a new monetary system in 1926.


In 1934 he was killed by a fall while mountain climbing and was deeply mourned by the Belgian people. He was succeeded by his eldest son, Leopold III.



LEOPOLD III


1901
In Brussel werd Leopold, Philippe, Karel, Albert, Meinrad, Hubert, Marie, Miguel geboren als zoon van Prins Albert en Prinses Elisabeth, de toekomstige Koning en Koningin der Belgen. De toenmalige Koning, Leopold II, was zijn grootoom.

1909
Bij de dood van Leopold II besteeg Albert de troon en werd Leopold Hertog van Brabant, de titel die in België doorgaans aan de kroonprins wordt gegeven.

1915
Leopold nam dienst bij het 12de Linie-regiment.

1920
De Hertog van Brabant ging naar de Militaire School.

1922
Hij werd onderluitenant bij de 1ste Grenadiers.

1925
Hij ondernam een lange studiereis door Kongo.

1926
Prins Leopold ontmoette in Stockholm de Zweedse Prinses Astrid, geboren op 17 november 1905, dochter van Prins Carl en nicht van Koning Gustav V. In november van datzelfde jaar vond het huwelijk plaats.

1927
Op 11 oktober werd Prinses Josephine-Charlotte (momenteel Groothertogin van Luxemburg) geboren.

1930
Op 7 september werd Prins Boudewijn (de toekomstige Koning der Belgen) geboren.

1934
Op 6 juni werd Prins Albert (de toekomstige Prins van Luik) geboren als derde kind van Leopold en Astrid, die inmiddels Koning en Koningin waren.

1935
Koning Leopold verloor in het Zwitserse Küssnacht de controle over zijn wagen. De Koningin was op slag dood, de Koning werd gewond.

1936
Koning Leopold kondigde in een opgemerkte rede de neutraliteit af, daar waar België tot dan toe een bondgenoot van Frankrijk en Groot-Brittannië was. De Vorst hoopte dat het land aldus aan de Duitse dreiging kon ontkomen.

1940
Op 10 mei viel Nazi-Duitsland België binnen. Op 28 mei had Koning Leopold, opperbevelhebber van het Belgisch leger, geen andere keus dan de onvoorwaardelijke overgave. De Regering was het daarmee niet eens en trok zich terug in Frankrijk. Dat lag mee aan de basis van de "Koningskwestie", die tot de troonsafstand van de vorst leidde. In november ontmoette de Koning Hitler in Berchtesgaden. Hij bekwam er de vrijlating van 50.000 krijgsgevangenen en een betere bevoorrading van de Belgische bevolking.

1941
Op 11 september huwde Leopold met Lilian Baels, die voortaan de titel Prinses van Retie droeg. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Alexander, Marie-Christine en Maria-Esmeralda. De ontmoeting van Berchtesgaden en dit huwelijk speelden ook een rol in de beroering die tot de troonsafstand van Leopold III leidde.
De vorst - die zichzelf als een gevangene van de Duitsers beschouwde - bleef gedurende de oorlog in België en hield zich vooral bezig met hulpacties voor zijn landgenoten.

1944
Op 7 juni, vlak na de landing van de geallieerde troepen op het continent, werden de Koning en zijn familie naar Duitsland en later naar Oostenrijk gedeporteerd. De Amerikaanse troepen bevrijdden hen op 7 mei 1945. De Koning mocht echter niet meteen naar België: door het verzet van een deel van de bevolking werd het Regentschap van Prins Karel, Graaf van Vlaanderen en broer van de Koning, verlengd wegens de "onmogelijkheid om te regeren" van Leopold III.

1950
Daar geen politieke oplossing werd gevonden voor het conflict rond de Koning, deed de regering een wet goedkeuren om een volksraadpleging te houden rond de vraag of de vorst mocht terugkeren. Het antwoord van de kiezers was ja (met 57,68 %), maar waar er een overtuigende meerderheid was in Vlaanderen, zei een meerderheid in Wallonië en Brussel nee.
Op 20 juli liet de Regering (krachtens de volksraadpleging) door de Kamers vaststellen dat er een einde was gekomen aan de "onmogelijkheid om te regeren".
Op 22 juli keert de Koning naar Brussel terug.
Na hevige incidenten op 11 augustus stelde Leopold III voor om de koninklijke macht over te dragen aan zijn zoon, Prins Boudewijn. Deze werd daarmee "Koninklijke Prins".

1951
Leopold III stelde vast dat het onmogelijk was de Belgen rond zijn persoon te verzoenen. Om de gemoederen te bedaren besliste hij aan de Troon te verzaken. Prins Boudewijn volgde hem op 17 juli 1951 op. Daarna wijdde Koning Leopold zich vooral aan wetenschappelijk werk en ontdekkingsreizen.

1983
Op 25 september overleed Leopold III na een leven waarin tegenslagen en mislukkingen zijn deel waren.



BOUDEWIJN I


1930
Boudewijn, Leopold, Albert, Karel, Axel, Marie, Gustaaf, Hertog van Henegouwen, wordt geboren in het Kasteel van Stuyvenberg, bij Brussel op 7 september 1930. Hij is het tweede kind van Z.M. Koning Leopold III, Koning der Belgen, en H.M. Koningin Astrid, bij geboorte, Prinses van Zweden.

Boudewijn komt als eerste in aanmerking voor de opvolging. De grondwettelijke macht van de Koning gaat bij erfopvolging over op het natuurlijke en wettige nakomelingschap, in rechte lijn van man op man, volgens het eerstgeboorterecht. Bij de Troonsbestijging van zijn vader, Koning Leopold III, op 23 februari 1934, neemt de kleine Prins de titel "Hertog van Brabant" aan. Deze titel is traditioneel enkel weggelegd voor de oudste zoon van de Koning (de erfgenaam).

1935
Op 29 augustus verliest de Prins zijn moeder. Koningin Astrid sterft bij een auto-ongeval in Küssnacht, Zwitserland.

Koning Leopold verlaat samen met zijn kinderen het Kasteel van Stuyvenberg en verhuist naar het Koninklijk Kasteel te Laken.

In 1937 begint de toekomstige Koning zijn studies. Op achtjarige leeftijd wordt hij lid van een kolonie Antwerpse en Brugse wolfjes. De padvinderswet scherpt zijn loyauteit en zijn plichtsbewustzijn. Zijn totem is "Eland".

1940
Op 10 mei, bij de invasie van België, worden Prins Boudewijn, zijn oudere zus Prinses Charlotte en zijn broer, Prins Albert, naar Frankrijk en vervolgens naar Spanje overgebracht. De Prinsen keren terug naar België op 2 augustus 1940. In Laken en in het Koninklijk Kasteel van Ciergnon in de Ardennen zetten zij hun studies verder.

1944
In 1941 trouwde Leopold III met Prinses Liliane. In juni 1944, bij de landing van de geallieerden, worden zij samen met de kinderen weggevoerd naar Hirschtein in Duitsland en daarna naar Strobl in Oostenrijk. Daar worden zij op 7 mei 1945 door het Amerikaanse leger bevrijd.

Door de politieke situatie in België verlaten Koning Leopold en zijn familie Oostenrijk in oktober van datzelfde jaar en ze vestigen zich in Zwitserland in de villa "Le Reposoir" in Pregny. Zij blijven er tot juli 1950.

De Prins zet zijn studies verder aan een college in Genève. In 1948 maakt hij een reis naar de Verenigde Staten. Hij bezoekt er onder andere New York, Pittsburgh en Princeton.

1950
Op 22 juli 1950 keert Koning Leopold III samen met Prins Boudewijn en Prins Albert terug naar België. Op 1 augustus van dat jaar verzoekt de Koning de Regering en het Parlement een wet te stemmen die zijn machten overdraagt op zijn zoon, Prins Boudewijn, Hertog van Brabant. Op 11 augustus 1950 neemt deze de titel Koninklijke Prins aan.

1951
Koning Leopold laat weten dat hij zijn regering wil beëindigen en dat hij afstand doet van Zijn grondwettelijke macht. De Koninklijke Prins bestijgt de Troon. Op 17 juli 1951 legt hij de grondwettelijke eed af voor de Verenigde Kamers. Boudewijn I is de vijfde Koning van een dynastie die teruggaat tot Leopold I, Leopold II, Albert I en Leopold III.

Van mei tot juni gaat de Koning op officieel bezoek naar Kongo. Hij wint er de sympathie van de inwoners.

1960
In juni 1960 neemt hij deel aan de viering van de Kongolese onafhankelijkheid.

Op 15 december 1960 wordt het huwelijk gevierd van de Koning en Doña Fabiola de Mora y Aragon.

De Grondwet bepaalt dat de Koning regeert, niet bestuurt. De persoon van de Koning is onschendbaar, de ministers zijn voor hem verantwoordelijk.

De Koning neemt deel aan de drie grondwettelijke machten: de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht.

De Koninklijke functie houdt ook een sociale opdracht in. Zo leggen de Koning en de Koningin geregeld bezoeken af in gans het land en hebben zij er contacten met de bevolking.

De Koning kan bij het vervullen van zijn taak rekenen op de hulp van de Koningin en van de andere leden van de Koninklijke Familie. Tot dit laatste behoren het Departement van de Grootmaarschalk van het Hof, het Kabinet van de Koning, het Militair Huis en de Civiele Lijst van de Koning.

1976
Ter gelegenheid van zijn 25-jarig Koningschap, besluit de Vorst om een stichting te creëren die zijn naam zou dragen. De Koning Boudewijnstichting heeft als taak de levensvoorwaarden van de bevolking te verbeteren. De Stichting beheert projecten en publiceert werken in zeer verscheiden domeinen zoals armoedebestrijding en sociale integratie, milieubescherming, bescherming van het bouwkundig erfgoed en het kunstpatrimonium, jeugdvorming, ...

1990-1991
Ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Koning en de viering van zijn 40ste regeringsjaar werd een nationale hulde georganiseerd, de zogenaamde "Koningsfeesten". De festiviteiten gingen door van 7 september 1990 (de verjaardag van de Koning) tot 21 juli 1991 (Belgische Nationale feestdag). Voor de animaties had de Vorst de voorkeur gegeven aan themas die hem nauw aan het hart lagen: de jongeren en de dialoog tussen de Gemeenschappen, de Gewesten en hun inwoners.

1993
31 juli: overlijden van de Koning te Motril, in het Zuiden van Spanje. Zijne Majesteit bezweek aan een hartstilstand op het moment dat het Koningspaar met vakantie was in hun Spaans buitenverblijf.

Zijne Majesteit de Koning werd bijgezet in de Koninklijke crypte van de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Laken.





PRINS FILIP (1)


huwelijksfoto Filip en Mathilde


Prins Filip, oudste zoon van Koning Albert II en Koningin Paola, is de eerste in lijn voor de troonopvolging en draagt in die hoedanigheid de titel van Hertog van Brabant.
De Prins werd geboren te Brussel op 15 april 1960 en werd Filip Leopold Louis Marie gedoopt.
Na zijn humaniora, in het Nederlands en in het Frans, volgt de Prins van 1978 tot 1981 de cursussen aan de Koninklijke Militaire School met de 118de Promotie Alle Wapens. Hij verblijft nadien twee maanden in het Trinity College van de Universiteit van Oxford (Groot-Brittannië) en zet vervolgens -vanaf september 1983- zijn universitaire vorming verder aan de Graduate School van de Universiteit van Stanford in Californië (Verenigde Staten van Amerika). Hij behaalt er, op 16 juni 1985, het diploma van "Master of Arts" in de Politieke Wetenschappen.

Na zijn benoeming tot Onderluitenant in 1980, behaalt de Prins achtereenvolgens het brevet van straaljagerpiloot, parachutist en commando. Hij voert daarbij solovluchten uit met een Mirage VB-toestel en voert het bevel over een peloton bij het 3de Bataljon Parachutisten. In 1989 volgt de Prins nog een uitgebreide reeks speciale sessies aan het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie. Datzelfde jaar wordt hij benoemd tot Kolonel. Als Kapitein-ter-zee vaart de Prins ook aan boord van schepen van de Belgische Marine. Op 26 maart 2001 wordt de Prins bevorderd tot de graad van Generaal-majoor en Divisie-admiraal.

Wegens de immer toenemende activiteiten van de Prins wordt, in 1992, het Huis van Prins Filip opgericht. Dit Huis groepeert het personeel en de diensten waarover de Prins beschikt om zijn brede waaier van activiteiten in de best mogelijke voorwaarden te doen verlopen. Het Huis beschikt over een eigen dotatie.

Kort na het overlijden van Z.M. Koning Boudewijn, zijn oom, aanvaardt de Prins -in uitvoering van een beslissing van de Ministerraad op 6 augustus 1993- het Erevoorzitterschap van de Raad van Bestuur van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. Hij volgt er zijn vader op die deze functie uitoefende sedert 1962.

Prins Filip neemt verder een verantwoordelijke rol op zich in het domein van de duurzame ontwikkeling. Zo is hij van 13 oktober 1993 tot begin mei 1997 Voorzitter van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, opgericht naar aanleiding van de Conferentie van Rio over het milieu en de duurzame ontwikkeling. Wanneer deze Raad in mei 1997, door een nieuwe wet, wordt omgevormd tot de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling aanvaardt hij het Erevoorzitterschap over deze nieuwe Raad.

Op 21 juni 1994 heeft de Prins de eed afgelegd als senator van rechtswege.
Naast de protocollaire en representatieve taken inherent aan de functie van Kroonprins, gaat de aandacht en interesse van de Hertog van Brabant vooral uit naar de hieronder hernomen domeinen.
Op 4 december 1999 is Prins Filip gehuwd met Juffrouw Mathilde d'Udekem d'Acoz. Op 25 oktober 2001 is Prinses Mathilde bevallen van een dochter, Prinses Elisabeth.



De buitenlandse handel

Als Erevoorzitter van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel, volgt de Prins met belangstelling de evolutie van de wereldmarkt. Hij besteedt een aanzienlijk deel van zijn tijd aan het behartigen van de belangen van de Belgische export en leidt economische zendingen over gans de wereld. Teneinde de wereldmarkt te verkennen en de mogelijkheden van het Belgische bedrijfsleven bekend te maken in het buitenland, zoekt hij op actieve wijze permanent contact met zowel Belgische als buitenlandse prominenten uit het bedrijfsleven, de zakenwereld, de diplomatie, de politieke en de economische gemeenschap. Tevens bezoekt hij veelvuldig internationale beurzen en woont hij gespecialiseerde conferenties bij. Deze uiteenlopende activiteiten laten hem toe op de hoogte te blijven van de recentste evoluties van de wereldeconomie en van de internationale handel, die het kader vormen voor het optreden van de Belgische exporteurs. De deelneming van de Prins aan de buitenlandse zendingen van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel staat ook steeds borg voor de kwaliteit van de ontvangst van de Belgische delegatie, en vergemakkelijkt, in belangrijke mate, de toegang van Belgische bedrijven tot de lokale markten en beslissingsniveaus. Elke zending wordt door de Prins zorgvuldig voorbereid door middel van talrijke contacten, werkvergaderingen, bedrijfsbezoeken en audiënties.

De jeugd

De Prins is bijzonder geïnteresseerd in wat er onder de jongeren van vandaag leeft: wat hun verwachtingen en bekommernissen zijn, wat ze denken over recente evoluties in ons land en in Europa, hoe ze staan t.o.v. "de andere", …
Deze belangstelling loopt als een rode draad doorheen zijn activiteiten, tijdens dewelke hij stelselmatig contacten met de jeugd legt en hun projecten stimuleert. Ook de diverse projecten ter bestrijding van kansarmoede onder de jongeren gaan hem ter harte.


Duurzame ontwikkeling


Als Voorzitter van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en -nadien- Erevoorzitter van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, streeft de Prins ernaar de ideeën van duurzame ontwikkeling ingang te doen vinden in brede kringen van onze samenleving. Het besef van de dringende nood aan gepaste acties is immers vitaal voor de leefbaarheid van onze planeet voor de komende generaties. De Prins neemt regelmatig deel aan de vergaderingen van de Federale Raad en verleent zijn steun aan initiatieven die de ideeën van duurzame ontwikkeling bevorderen.

In al deze domeinen stelt de Prins zich tot doel bruggen te bouwen tussen de gemeenschappen van ons land door intercommunautaire uitwisselingsprojecten te stimuleren of zelf te organiseren. Hiertoe beschik de Prins over het Prins Filipfonds dat zich tot doel heeft gesteld mensen van de verschillende gemeenschappen met elkaar in contact te brengen en dit zowel in het domein van het onderwijs, als de associatieve wereld, de media enz…

Prins Filip is tevens zeer begaan met het imago van ons land. Zo heeft hij het initiatief genomen om, waar mogelijk, zijn economische zendingen te combineren met een luik "imago" dat België in al zijn aspecten beter moet leren kennen aan het land dat hij bezoekt.


De Prins houdt van sport, reizen, lectuur en diverse muziekgenres. Hij hecht ook veel belang aan spontane informele contacten overal waar hij komt.







Het Kasteel van Laken

Het kasteel van Schonenberg te Laken werd gebouwd op initiatief van de Oostenrijkse Aartshertogen en Gouverneurs-generaal van de Nederlanden, Maria-Christina van Oostenrijk en Albrecht van Saksen-Teschen.
De plannen werden ontworpen door de Franse Architect Charles de Wailly en ze werden uitgevoerd door de aannemer-architect Louis Montoyer tussen 1781 en 1785. Het was bestemd als buitenverblijf voor de aartshertogen, die actief meewerkten aan de conceptie ervan. Centraal van het neoklassieke kasteel, bevindt zich een majestueus Italiaans salon, versierd met bas-reliëfs van de hand van Gilles-Lambert Godecharle die de tekens van de dierenriem voorstellen. De tuin van het kasteel werd aangelegd volgens de onderrichtingen van de bekende Engelse landschapsarchitect Lancelot Brown.
De Aartshertogen Maria-Christina en Albrecht genoten echter niet lang van het zomerverblijf. De Franse Revolutie en aanhechting van onze gewesten bij Frankrijk in 1794/5 noopten hen het kasteel te verlaten. De aartshertogen verkochten uiteindelijk het domein en de omliggende gronden raakten verdeeld. Het kasteel werd in 1803 van de slopershamer gered, dankzij Napoleon Bonaparte die het liet aankopen door het departement van de Dijle om er een residentie van te maken. François-Joseph Henry, architect van de stad Brussel, werd belast met de noodzakelijke werken. Na de val van het Keizerrijk werd deze residentie toegewezen aan het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Enkele waardevolle meubels en wandtapijten uit Frans bezit bleven in Laken achter. Deze wandtapijten - onlangs nog geheel gerestaureerd bij de Koninklijke Manufactuur De Wit uit Mechelen - sieren nog steeds de Audiëntiesalons van het gelijkvloers.
De nieuwe grondwet bevatte zomer- en winterresidenties voor de koning, die één jaar op twee in de Zuidelijke Nederlanden resideerde. Het kasteel van Schonenberg te Laken werd hem daarom ter beschikking gesteld. Het werd tijdens het Nederlands regime verfraaid en vergroot met een theater en oranjerie, gerealiseerd door François-Joseph Henry, die met de bewindswisseling zijn functie bleef behouden.
De revolutie van 1830 maakte een einde aan het Nederlandse bewind. In 1831 nam Koning Leopold I zijn intrek in Laken. Hij zorgde ervoor dat het domein werd uitgebreid maar het kasteel zelf onderging tijdens zijn bewind geen grote veranderingen. Leopold II was daarentegen geboeid door architectuur en stedebouw. Hij liet in de tuin van Laken een prachtig serrencomplex optrekken door de architecten Alphonse Balat, Herni Maquet en Charles Girault. Het kasteel zelf werd bij het begin van deze eeuw uitgebreid met twee zijvleugels, ontworpen door Girault. De Koning vatte het plan op om in het domein een "Paleis der Natiën" te maken en wilde er via een ondergronds station de trein naartoe leiden. In dit plan paste ook de bouw van de Japanse Toren en het Chinees Paviljoen. De stukken van het domein van Laken uit persoonlijk bezit van de Koning werden samen met andere immobiliën door de Koning aan de Staat geschonken. Deze goederen worden beheerd door de Koninklijke Schenking.
Na de dood van Leopold II bleef de Staat het domein en kasteel van Laken ter beschikking stellen van de Koninklijke Familie. Het onderging geen noemenswaardige veranderingen meer op architecturaal vlak. Sinds enkele jaren wordt wel werk gemaakt van de noodzakelijk geworden restauraties. De meest recente zijn de restauratie en herinrichting van de Audiëntiesalons op de gelijkvloerse verdieping van het centrale gedeelte van het kasteel en de restauratie van de Theaterserre.
De Oranjerie
De Oranjerie te Laken werd gebouwd rond 1818-1820, voor Koning Willem I der Nederlanden. Het vormt één geheel met het Theater en met de Banketserre.
Het theater en de oranjerie werden gebouwd door de architect Ghislain-Joseph Herny, die de titel droeg van Architect van de Koninklijke Paleizen. Alvorens Henry voor Willem I werkte , bekleedde hij de functie van architect van het kasteel te Laken in dienst van het Empire. De conceptie van een oranjerie dateerde trouwens uit de tijd dat het kasteel ter beschikking stond van Joséphine de Beauharnais, de eerste echtgenote van Napoléon Bonaparte. Het project kwam dus niet zomaar uit de lucht gevallen.
Henry begon met de bouw van de oranjerie begin 1818. Eind 1820 waren de werken al flink gevorderd, wanneer Henry plots overleed. Zijn opvolger, Vander Straeten, heeft zich daarom niet moeten bekommeren met dit bouwwerk. De Oranjerie zelf vormde het hoofdgebouw, dat langs de ene kant begrensd werd met een klein theater waarin maximum 306 mensen plaats konden nemen. Het andere uiteinde van de Oranjerie herbergde een woonhuis voor de tuinmannen.
De oranjerie en het theater ondergingen veranderingen rond 1878, door architect Balat. De tuinierswoning ruimde plaats voor de Banketserre en de Theaterserre werd aangebouwd langs de kant van het theater. De oranjerie werd bij deze gelegenheid verbonden met de wintertuin via de annexserre. De ingang tot de oranjerie werd in 1892 gerenoveerd. Uit deze periode stamt waarschijnlijk het koninklijk monogram, dat de ingang ervan bekroont. In 1905 ten slotte, verving Girault de oude Theaterserre door de huidige serre.
De Oranjerie vervult een centrale rol in het domein van Laken: zij geeft uitzicht op het kasteel, waarmee ze ondergronds verbonden is en verschaft toegang tot de serres. Ze speelde onlangs een centrale plaats in het volksfeest dat georganiseerd werd ter gelegenheid van de 65e verjaardag van de Koning.
De Wintertuin
Deze majestueuze cirkelvormige serre sluit aan op de Oranjerie. Ze werd gebouwd door Alphonse Balat. De koepel, 25 m hoog met 57 m diameter, wordt gedragen door 36 stenen zuilen met Dorisch kapiteel. Daarrond loopt een 7 m brede galerij. De onderbouw uit baksteen met dekplaat in blauwe steen omvat 36 sokkels, vanwaar de metalen steunbogen naar de koepel leiden. De afmetingen van de serre maakten het mogelijk om er palmbomen in onder te brengen. De eerste bomen waren afkomstig uit de kweekserres van de Hertog van Arenberg in Edingen. In 1882 schonk het stadsbestuur van Leuven de Koning 4 grote palmen van 15 tot 17 m hoog, die te weinig ruimte hadden in Leuven.
Koning Leopold II wenste het serrencomplex te kunnen gebruiken om er gasten te ontvangen. De Wintertuin met zijn enorme afmetingen, speelt bij de ontvangsten een evidente rol. De verloving van Prinses Stephanie met Kroonprins Rudolf van Oostenrijk in 1880 werd aangegrepen om deze serre officieel te openen, met een optreden van een Weens koor.
De Grote Galerij en de Danszaal
Beide salons, die in mekaars verlengde liggen, maken deel uit van de grootse receptieruimten die Girault in Laken ontwierp. De nieuwe vleugel die deze architect bij het begin van deze eeuw optrok, herbergt onder meer een majestueuze trap, een banketzaal en een aantal salons die de verbinding verzekeren met het centrale gedeelte van het kasteel. De meeste van deze ruimten zijn samen met de serres bij uitstek geschikt voor ontvangsten die met staatsie gepaard gaan.
Het huwelijksfeest van Prinses Astrid en Aartshertog Lorenz van Oostenrijk-Este vond hier plaats in september 1984. De inmiddels gerestaureerde zalen vormden ook een prachtig decor voor het galabanket dat werd opgediend ter gelegenheid van het officiële bezoek van de Groothertog Jan en Groothertogin Joséphine-Charlotte van Luxemburg en enkele maanden voordien van de President van Duitsland.





Prins Filip (2)



Prins Filip, oudste zoon van Koning Albert II en Koningin Paola, is de eerste in lijn voor de troonopvolging en draagt in die hoedanigheid de titel van Hertog van Brabant.
De Prins werd geboren te Brussel op 15 april 1960 en werd Filip Leopold Louis Marie gedoopt.
Na zijn humaniora, in het Nederlands en in het Frans, volgt de Prins van 1978 tot 1981 de cursussen aan de Koninklijke Militaire School met de 118de Promotie Alle Wapens. Hij verblijft nadien twee maanden in het Trinity College van de Universiteit van Oxford (Groot-Brittannië) en zet vervolgens - vanaf september 1983 - zijn universitaire vorming verder aan de Graduate School van de Universiteit van Stanford in Californië (Verenigde Staten van Amerika). Hij behaalt er, op 16 juni 1985, het diploma van "Master of Arts" in de Politieke Wetenschappen.
Na zijn benoeming tot Onderluitenant in 1980, behaalt de Prins achtereenvolgens het brevet van straaljagerpiloot, parachutist en commando. Hij voert daarbij solovluchten uit met een Mirage VB-toestel en voert het bevel over een peloton bij het 3de Bataljon Parachutisten. In 1989 volgt de Prins nog een uitgebreide reeks speciale sessies aan het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie. Datzelfde jaar wordt hij benoemd tot Kolonel. Als Kapitein-ter-zee vaart de Prins ook aan boord van schepen van de Belgische Marine.
Wegens de immer toenemende activiteiten van de Prins wordt, in 1992, het Huis van Prins Filip opgericht. Dit Huis groepeert het personeel en de diensten waarover de Prins beschikt om zijn brede waaier van activiteiten in de best mogelijke voorwaarden te doen verlopen. Het Huis beschikt over een eigen dotatie.
Kort na het overlijden van Z.M. Koning Boudewijn , zijn oom, aanvaardt de Prins - in uitvoering van een beslissing van de Ministerraad op 6 augustus 1993 - het Erevoorzitterschap van de Raad van Bestuur van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. Hij volgt er zijn vader op die deze functie uitoefende sedert 1962.
Prins Filip neemt verder een verantwoordelijke rol op zich in het domein van de duurzame ontwikkeling. Zo is hij van 13 oktober 1993 tot begin mei 1997 Voorzitter van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, opgericht naar aanleiding van de Conferentie van Rio over het milieu en de duurzame ontwikkeling. Wanneer deze Raad in mei 1997, door een nieuwe wet, wordt omgevormd tot de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling aanvaardt hij het Erevoorzitterschap over deze nieuwe Raad.
Op 21 juni 1994 heeft de Prins de eed afgelegd als senator van rechtswege.
Naast de protocollaire en representatieve taken inherent aan de functie van Kroonprins, gaat de aandacht en interesse van de Hertog van Brabant vooral uit naar de hieronder hernomen domeinen.
Op 10 september 1999 werd de verloving aangekondigd van Prins Filip met Mejuffrouw Mathilde d'Udekem d'Acoz.
Prins Filip is op 4 december 1999 met Prinses Mathilde getrouwd.
Op 25 oktober 2001, geboorte van Prinses Elisabeth.
De buitenlandse handel
Als Erevoorzitter van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel, volgt de Prins met belangstelling de evolutie van de wereldmarkt. Hij besteedt een aanzienlijk deel van zijn tijd aan het behartigen van de belangen van de Belgische export en leidt economische zendingen over gans de wereld. Teneinde de wereldmarkt te verkennen en de mogelijkheden van het Belgische bedrijfsleven bekend te maken in het buitenland, zoekt hij op actieve wijze permanent contact met zowel Belgische als buitenlandse prominenten uit het bedrijfsleven, de zakenwereld, de diplomatie, de politieke en de economische gemeenschap. Tevens bezoekt hij veelvuldig internationale beurzen en woont hij gespecialiseerde conferenties bij. Deze uiteenlopende activiteiten laten hem toe op de hoogte te blijven van de recentste evoluties van de wereldeconomie en van de internationale handel, die het kader vormen voor het optreden van de Belgische exporteurs. De deelneming van de Prins aan de buitenlandse zendingen van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel staat ook steeds borg voor de kwaliteit van de ontvangst van de Belgische delegatie, en vergemakkelijkt, in belangrijke mate, de toegang van Belgische bedrijven tot de lokale markten en beslissingsniveaus. Elke zending wordt door de Prins zorgvuldig voorbereid door middel van talrijke contacten, werkvergaderingen, bedrijfsbezoeken en audiënties.
De jeugd
De Prins is bijzonder geïnteresseerd in wat er onder de jongeren van vandaag leeft: wat hun verwachtingen en bekommernissen zijn, wat ze denken over recente evoluties in ons land en in Europa, hoe ze staan t.o.v. "de andere", …
Deze belangstelling loopt als een rode draad doorheen zijn activiteiten, tijdens dewelke hij stelselmatig contacten met de jeugd legt en hun projecten stimuleert. Ook de diverse projecten ter bestrijding van kansarmoede onder de jongeren gaan hem ter harte.
Duurzame ontwikkeling
Als Voorzitter van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en - nadien - Erevoorzitter van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, streeft de Prins ernaar de ideeën van duurzame ontwikkeling ingang te doen vinden in brede kringen van onze samenleving. Het besef van de dringende nood aan gepaste acties is immers vitaal voor de leefbaarheid van onze planeet voor de komende generaties. De Prins neemt regelmatig deel aan de vergaderingen van de Federale Raad en verleent zijn steun aan initiatieven die de ideeën van duurzame ontwikkeling bevorderen.
In al deze domeinen stelt de Prins zich tot doel bruggen te bouwen tussen de gemeenschappen van ons land door inter-communautaire uitwisselingsprojecten te stimuleren of zelf te organiseren. Daarom heeft de Prins het Prins Filipfonds gelanceerd in 1998 om deze uitwisselingen te bevorden met respect voor elkaars eigenheid.
Prins Filip is tevens zeer begaan met het imago van ons land. Zo nam hij zelf het initiatief om, met de medewerking van de drie gewesten, een multimediaproject te realiseren, dat tot doel heeft België - met al zijn mogelijkheden binnen een federale structuur - aan een buitenlands publiek voor te stellen.
De Prins houdt van sport, reizen, lectuur en diverse muziekgenres. Hij hecht ook veel belang aan spontane informele contacten overal waar hij komt.
De militaire loopbaan van Prins Filip
Op 1 september 1978 vangt de Prins zijn militaire vorming aan in de Koninklijke Militaire School met de 118e promotie Alle Wapens waar hij de cursussen volgt tot 1981.
Op 26 september 1980 wordt hij benoemd tot de graad van Onderluitenant en legt hij de eed van officier af.
Vanaf 1 juni 1981 begint de Prins zijn vorming als piloot aan de Elementaire Vliegschool te Goetsenhoven. Hij zal er meerdere solovluchten uitvoeren op Marchetti.
Vanaf januari 1982 zet hij zijn vliegopleiding verder, met de leerlingen van de promotie 80A, op Alpha-Jet in het Vervolmakingscentrum van Sint-Truiden.
Op 9 juli 1982 ontvangt hij uit de handen van Koning Boudewijn zijn Vleugels, symbool van het hoger vliegbrevet. Dit laat hem toe zijn operationele vorming verder te zetten op een gevechtsvliegtuig.
Het is op de vliegbasis van Bierset dat de Prins zijn vorming als piloot met succes beëindigt op Mirage V. Hij voert een solovlucht uit op dat type toestel op 6 oktober 1982.
Gedurende zijn opleiding, heeft de Prins in totaal ongeveer 330 uren gevlogen, waarvan een dertigtal solo.
Vervolgens zet de Prins zijn militaire vorming voort bij het Regiment Para-Commando.
Op 28 oktober 1982 behaalt hij zijn "A" brevet van parachutist in het Trainingscentrum voor Parachutisten te Schaffen. Op 17 december 1982 overhandigt de Koning hem zijn "A" brevet Commando, na een raid in de Pyreneeën.
Prins Filip oefent van januari tot einde maart 1983 de functie uit van pelotonscommandant in de schoot van het 3e Bataljon Parachutisten te Tielen.
Op 21 maart 1983 wordt hij benoemd tot de graad van Kapitein.
Van september 1983 tot juni 1985, studeert hij aan de Stanford University in Californië, USA, waar hij een diploma in de Internationale Betrekkingen behaalt (Master of Arts, International Relations).
Vanaf november 1988, volgt de Prins cursussen en seminaries gewijd aan de defensieproblematiek aan het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie en hij wordt op 1 december 1989 bevorderd tot de graad van Kolonel.
De Prins behoudt sedertdien nauw contact met onze Strijdkrachten en volgt hun morele, materiële en technische toestand door bezoeken aan zowel nationale als internationale eenheden en staven, in België en in het buitenland.
Onder de recente militaire activiteiten van de Prins, kunnen we de bezoeken vermelden die hij heeft gebracht aan het EUROCORPS te Straatsburg (juni 1998) aan het "Tactical Leadership Program" (TLP) en aan de 2 Tactische Wing in Florennes (september 1998), aan het Belgisch militair detachement dat een kamp bouwde voor de Kosovaarse vluchtelingen in Albanië (mei 1999) en aan het Belgisch-Nederlands F16 detachement "DATF" in Italië (november 2000).
Een bezoek van de Prins aan het Belgisch contingent van KFOR is in voorbereiding (april 2001).

Prins Filip werd op 6 april 2001 bevorderd tot de graad van Generaal-majoor en Divisie-admiraal.






Het Koninklijk Paleis


Het Koninklijk Paleis werd gebouwd op de site van het vroegere Paleis van de Hertogen van Brabant, dat in 1731 door brand werd verwoest.
De Oostenrijkse Regering koos ervoor het afgebrande kasteel niet opnieuw op te bouwen maar de site te verkavelen en er een nieuwe stadswijk op te trekken in neoklassieke stijl. De Koningswijk vindt hier zijn oorsprong. De warande van het oude kasteel werd helemaal heringericht tot een park met geometrisch grondplan. Het huidige Paleizenplein was één van de 4 straten die het park omzoomden.
Rond 1786 werden in deze straat 4 herenhuizen gebouwd waarvan de twee middelste gescheiden waren door de Heraldiekstraat, gelegen in het verlengde van de middenas van het Park. Deze huizen, gebouwd op kosten van belangrijke Brabantse abdijen als die van
Villers-la-Ville, werden betrokken door de Oosterijkse Gevolmachtigde Minister en door de Kanselarij van Staat en Oorlog. De Franse Revolutie en de woelige periode die daarop volgde, maakte een einde aan het Oostenrijkse bewind. Eerst werden onze gewesten bij Frankrijk geannexeerd. Later, na de slag te Waterloo, werden de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden samengevoegd tot een koninkrijk.
De grondwet van het Koninrijk der Nederlanden uit 1815 bepaalde dat Koning Willem I één jaar op twee in België zou verblijven. Hij kreeg als stadsresidentie de woning van de vroegere Oostenrijkse Minister toegewezen, die vergroot zou worden door er de vroegere kanselarij aan toe te voegen. Waterstaat schreef een wedstrijd uit, om beide gebouwen tot één geheel te verbouwen. De plannen die hierop volgden waren groots maar de jaarlijkse budgetten te klein om dit in een 15-tal jaar te kunnen voltooien. De werken werden opeenvolgend geleid door de Architecten Henry, Vander Straeten en Suys.
Toen in 1830 in Brussel de revolutie uitbrak, waren naast de Grote Voorkamer - die de 2 huizen op de eerste verdieping met elkaar verbindt - slechts de woonvertrekken van de vorsten en een aantal audiëntiezalen klaar in de linkervleugel, de kant van de ministeriële woning.
De definitieve voltooiing van de oorspronkelijk geplande werken zou pas ten uitvoering worden gebracht onder Koning Leopold II. Tijdens de bouwwerken die de Belgische Staat rond 1868 onder leiding van de architect Alphonse Balat liet uitvoeren, werd de oppervlakte van het paleis verdubbeld. Tegen het einde van de regering van Koning Leopold II werden eveneens werken uitgevoerd aan de te streng en te sober bevonden voorgevel, die uit de Nederlandse Tijd stamde. Deze kreeg nu een monumentaal karakter en werd nu van de straat gescheiden door voortuinen, alles naar de plannen van architect Henri Maquet. Ook de Spiegelzaal in de rechtervleugel - de vroegere kanselarij - kreeg in deze periode haar huidige vorm.
De hierboven beschreven bouwfasen zijn duidelijk zichtbaar gebleven: de salons uit de Oostenrijkse Tijd stemmen overeen met de ruimten gelegen aan de voorgevel, links van de hoofdingang. De Empirezaal, de Witte Salons, bleven in grote mate bewaard, ondanks de opeenvolgende regimes en bouwwerken. Uit de Nederlandse Tijd resten de daar achterliggende gebouwen, geschaard rond het Erebinnenplein, o.m. de salons die van de Empirezaal naar de Troonzaal leiden. Ook de Grote Voorkamer dagtekent uit deze tijd. De salons uit deze twee bouwcampagnes zijn over het algemeen gesproken kleiner, meer op mensenmaat. Het meubilair dat deze salons siert, is doorgaans afkomstig uit de Nederlandse Tijd of uit de regering van Koning Leopold I
De grote ontvangstzalen tenslotte zoals de Troonzaal, de Grote Galerij en de Spiegelzaal en ook de appartementen rond het binnenplein van Brabant in de rechtervleugel, zagen het licht onder de regering van Koning Leopold II. De monumentale ruimten zijn bij uitstek geschikt voor staatsieontvangsten. Deze zalen werden voorzien van bijhorend gebeeldhouwd en verguld meubilair, vervaardigd volgens een negentiende eeuwse interpretatie van de Lodewijk XVI-stijl. De bekleding daarvan in rood damast werd tot op heden gerespecteerd, daar dit deel uitmaakt van het concept van de architect.











Cristienshop.com voor uw mooiste leer

·